'Ik ben voor de duvel niet bang'

Net als veel van haar collega’s twijfelde ook Femke Halsema (44) de afgelopen tijd of ze haar politieke carrière zou vervolgen....

Femke Halsema vertelt er behoedzaam over – waar ze tegenaan loopt als vrijgevochten Nederlandse moeder van twee kinderen op een zwarte school, in haar woonwijk, de grotendeels islamitische Transvaalbuurt in Amsterdam.

Zijn er momenten geweest dat u dacht: ik haal ze ervan af? ‘Je houdt de vinger aan de pols. Natuurlijk zijn die momenten er geweest.’

Wanneer? ‘Dit gaat over mijn kinderen, hè. Dat vind ik lastig. Ik wil niet dat ze zich apart gezet voelen op school, als dit interview is gepubliceerd.’ Ze praat aarzelend verder. ‘Mijn vriend en ik hebben weleens gedacht: nou is het klaar.’

Wanneer was het klaar? ‘Toen andere kinderen op school oordelen velden over onze levensstijl. Mijn kinderen werden verdrietig omdat ze dachten dat ze naar de hel gingen, want ze aten varkensvlees. Toen dacht ik: aha. Ik ben met de desbetreffende moeder gaan praten: ‘Ik heb er geen probleem mee als mijn kinderen iets van geloof meekrijgen. Alleen, wat er ook over wordt verteld: God is liefde. God straft geen kinderen van 5, 6 jaar.’ Daar was met die moeder goed over te praten. Ik heb het ook een keer op school gezegd: ‘Ik wil dat daarover wordt gesproken, ik wil niet dat mijn kinderen met angstbeelden rondlopen.’ Dat is ook gedaan.’

Haar tweeling, ‘haar alles’, in de woorden van Halsema’s oudste vriendin.

Wouter Bos hield ermee op voor zijn gezin, Camiel Eurlings stopt omdat hij een gezin wil stichten, Agnes Kant viel om. En u gaat door. De fractieleider van GroenLinks schiet in de lach: ‘Sommigen moeten doorgaan.’

U heeft daar ook erg over getwijfeld, begreep ik van vrienden. ‘Nu niet meer. Maar ik heb er diep over na moeten denken – ik zat net zolang als Wouter Bos in de politiek. Tien maanden nadat ik fractieleider was geworden kreeg ik een tweeling. Een jaar later werd Theo van Gogh vermoord, terwijl mijn kinderen in het ziekenhuis lagen voor het knippen van hun amandelen. Die eerste jaren zijn in een volstrekte roes aan me voorbijgegaan. Er was ook nog zo veel tegenwind; het gevoel dat ik helemaal niet werd gehoord. Ik had last van vermoeidheid, somberte. Het politieke bestaan is hard en zwaar. Ik heb geen aanleg voor depressie, maar ik kan wel erg piekeren en chagrijnig worden.

‘Drukte hebben mijn vriend en ik nooit een probleem gevonden, maar het is wat anders als ik zwaarmoedig word en mijn stemming de atmosfeer in huis aantast. Dat chagrijn verdween halverwege 2008, toen ik aan mijn boek Geluk! werkte. Studeren en schrijven helpen enorm je autonomie te versterken. Ik ging lichter, vrolijker naar mijn werk. En Paul Rosenmöller zei tegen me: ‘Ik stopte omdat ik op de helling naar beneden zat. Jij kunt niet uitleggen waarom je nu zou ophouden. Bovendien is het voor jou als vrouw ook lastig te verdedigen. Weer een vrouw die voor haar gezin kiest.’ In december 2009 heb ik de beslissing genomen verder te gaan.’

Bent u ook trots? In de zin van: anderen van mijn generatie houden ermee op, ik zet door. ‘Ja. Ook omdat het geen gespreid bed was, al die jaren. Maar ik ben vooral blíj dat ik de beslissing heb genomen het nog een termijn te doen. Omdat ik anders toch met een zeker ongemak was vertrokken. Namelijk: het zat erin, maar het is er niet uitgekomen.’

En nu hoorde ik typeringen over u als de ‘grand old lady van het Binnenhof’, en ‘het koninginnetje van het Binnenhof’. ‘Echt waar? Dat ‘tje’ bevalt me niet. Waarom nou dat erachter?’

Dat kwam van een man. ‘Ach, het zijn allemaal typeringen die van me afglijden als water van een vet eendje.’

Ze zeggen wel iets over de positie die u tegenwoordig inneemt in de Kamer. ‘Ik kan ervan genieten dat er anders naar me wordt gekeken. Jarenlang heb ik me moeten verdedigen dat ik niet wegging, terwijl GroenLinks verloor. Ik weigerde op te stappen. Politicus in goede en in slechte tijden. Maar die houding werd als negatief beoordeeld. Dat is plotseling gekanteld. Omdat het politieke verloop zo groot is dat er tegenwoordig waardering is voor mensen die wel uithoudingsvermogen hebben.’

Halverwege april, op het verkiezingscongres van GroenLinks, ontroerde ze de aanwezigen met haar woorden aan vertrekkend Kamerlid Kees Vendrik, financieel specialist van de partij en hartsvriend van Halsema. Ze sprak over zijn zoontje Lucas, dat vorig jaar plotseling overleed, zeven maanden oud. Het was de belangrijkste reden van Vendrik om de politiek te verlaten – zijn energie is weg.

Dacht u toen hem zoiets verschrikkelijks overkwam ook niet: waar ben ik toch mee bezig, altijd maar dat harde werken in die heksenketel? ‘Ja. Ik wil wel zeggen: dit is zijn verdriet. Ik wil daar geserreerd in zijn. En het blijft moeilijk. Het is heel emotio’ Tranen, ineens. ‘Moet je nagaan wat het voor hem en zijn vrouw is. Omdat het zo onverwacht was, zó erg.’ Confuus: ‘Wat was de vraag?’

Of u in die periode geen normalere baan hebt overwogen. ‘Ik denk dat ik een week of twee niet heb gewerkt toen het gebeurde. De motivatie voor mijn werk was even helemaal weg. Ik ben ook een paar dagen niet thuis geweest, maar bij Kees en zijn vrouw Natasja. Hij belde mij ’s morgens, om half acht. Ik kroop over de grond van ellende. De eerste dagen kon ik geen sirene horen. Zo bang, een fysieke, misselijk makende angst, voor mijn eigen kinderen. Maar na een week constateerde ik dat ze gewoon vrolijk rondliepen – dat stel je dan met schuldgevoel vast.

‘De Kamer is een vrij harde en oppervlakkige omgeving. Ik weet nog dat ik terugkwam en het de eerste dagen ondraaglijk vond hoe alles langs me heen bewoog, onaangedaan door het drama dat zich in het leven van Kees had voorgedaan. Dat gaf even grote twijfel.

‘Maar omdat Kees tijdelijk uit de roulatie was, tot na de zomer, moest ik harder gaan werken. Ik kon de zaak niet laten zakken, dat kon ik ook tegenover hem niet maken.’

Ze is de dochter van een moeder met een Schoevers-opleiding, die zich ontwikkelde tot wethouder Sociale Zaken in Enschede voor de PvdA. ‘Ik herinner me mijn moeder vooral lezend. Ik ben heel trots op haar. En mijn broer en ik zijn niks tekort gekomen.’

Haar vader, aanvankelijk sportleraar, is de zoon van een meubelmaker; zijn moeder moest schoonmaken om de opleiding van haar zoon te kunnen betalen. Op zijn 38ste werd vader Halsema directeur sport en recreatie in Enschede, een functie waarin hij zijn pensioen zou halen. ‘Halverwege zijn 40ste kreeg hij een zware hartoperatie. Daarna luwden zijn ambities.’

Haar ouders scheidden toen de kinderen het huis uit waren. ‘Ze zijn op een zachtaardige manier uit elkaar gegroeid. Mijn vader is opnieuw getrouwd, mijn moeder woont samen. Ze hebben volstrekt andere levens gekregen. Het verschil dat er al inzat toen ze nog getrouwd waren, is verder zichtbaar geworden.’

Waaraan is dat te zien? ‘Nou: mijn vader gaat veel op reis, met de caravan. Hij vindt dat gedoe op campings leuk. Daar had mijn moeder een ongelooflijke hekel aan. ’

Lijkt u het meest op uw moeder? ‘Mijn broertje en ik werken ons allebei het schompes. Ik denk dat dat van mijn moeder komt. Net als de liefde voor lachen. Maar ik heb ook veel eigenschappen van mijn vader. Sentimentaliteit, heel erg. Van elk vleugje muziek schiet hij vol. Dat heb ik geërfd. En zijn drift, af en toe.’

U was een rebelse puber, maar u vertelt daar niet graag meer over. ‘Ik heb een hekel aan te platte interpretaties. Een journalist zei eens tegen me: ‘Je werd gepest in de vijfde en de zesde klas lagere school. Is dat de reden dat je later de oppositie in bent gegaan?’ Doe me een lol, denk ik dan. Ik weet wel dat er een ingewikkelde combinatie in me zit van behaagzucht en eigenwijsheid. Ik wilde op de middelbare school de leukste van de klas gevonden worden door de stoerste en vervelendste te zijn.

‘In interviews heb ik veel over die tijd over gepraat. Er is een sjabloon van me ontstaan, waaraan niet meer valt te ontsnappen. In de loop der jaren ben ik zo plat geworden als een dubbeltje. Eigenlijk heb ik de openheid gebruikt om mezelf achter te verstoppen, zoals dat gaat als je bekend wordt. Je selecteert een aantal anekdoten die je de godganse tijd herhaalt en waarvan je in eerste instantie dacht: o god, ik heb mijn mond voorbij gepraat. Maar in de loop van je carrière realiseer je je: fijn, want journalisten komen altijd met diezelfde voorbeelden aanzetten, dus over de rest van mijn persoonlijk leven hoef ik niet meer te vertellen.’

Femke Halsema woont met haar vriend Robert, documentairemaker, aan de rand van de zwarte Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Een kleine wijk, recht tegenover de blanke Watergraafsmeer. Op straat veel vrouwen met hoofddoeken en plukjes oudere mannen in djellaba’s. Haar levendige huis is een vroegere garage, verbouwd tot een lange woonkamer met een grote open keuken. Overal boeken, in slordige stapeltjes en dikke rijen. Op de keukenkast zeven pakken cornflakes en andere snelle ontbijtgranen – bijna allemaal opengetrokken.

Het is een bewuste, maar geen politieke keus geweest de tweeling op de zwarte school in de buurt te zetten, beklemtoont ze. ‘Het voelt als onsmakelijk om erover te praten. Alsof ik er een politiek statement mee wil maken. Het is gewoon een fijne school, waar knalhard wordt gewerkt door fantastische leraren. Als de kinderen het er niet meer naar hun zin hebben, haal ik ze er drie dagen voor de verkiezingen af. Maar wij hebben ons gerealiseerd dat ze het in deze buurt, in deze stad moeten doen. Zo’n school maakt de kinderen streetwise. Wij zijn zo arrogant geweest om te denken: met de ontwikkeling die we de kinderen bieden kunnen zij dit wel aan. Wij houden van lezen, wij houden van films, wij houden van elkaar.’

Stel dat ze een taalachterstand zouden oplopen? ‘Dan gaan ze ervan af. Maar daarvan is geen sprake. Het is ook een school met veel creatieve vakken. Nu zijn ze het menselijk skelet, het zijn nog kleuters hè, aan het ontleden. Moesten ze allemaal botjes mee naar school nemen. Van lam en kip enne’

Ook varkensbotjes? ‘Ik had twee karbonaadjes voor ze gebakken.’

Expres? Lachend : ‘Nee. Nee, echt niet. Het was toevallig.’

U had ook een kippetje kunnen braden. ‘Ach, ik zocht iets met botten en ik had geen zin een hele kip te bakken. Zo simpel was het. Ik had alleen wel even een giechel toen ik die kluifjes stond in te pakken.

‘Ik wil ook niet marchanderen. Dat wordt gedoe. We hadden een groot kerstdiner, waarbij de kinderen samen aten en de ouders moesten wachten in het ouderlokaal. Daar werd geen drank geschonken. Toen heb ik met een collega-moeder bij de conciërge een glaasje wijn in de hal gedronken.’

Waarom niet gewoon in het ouderlokaal als u niet wilt marchanderen? ‘We hebben in de hal gezegd tegen iemand van school: ‘Dit moet toch beter kunnen, volgend jaar.’ Ik wil er niet te ostentatief over vertellen.’

U praat erg voorzichtig, over zulke onschuldige dingen. ‘Dat valt wel mee. Ik denk aan het welzijn mijn kinderen.’

Wat vindt u van de Vlaamse openbare scholen, die hoofddoeken willen verbieden omdat meisjes onder druk worden gezet er eentje te dragen? ‘Met een verbod van de overheid heb ik moeite, daar word ik een beetje ellendig van. Moet een politieagent op scholen gaan controleren? Dat een school zijn eigen regels stelt en zegt: ‘Bij ons worden geen hoofddoekjes gedragen’, vind ik eigenlijk heel goed. Ik respecteer het ten diepste als een vrouw uit eigen vrije keuze een hoofddoek omdoet. Maar een meisje van 10 heeft geen vrije keuze.’

Toen ze de Kamer inging voor GroenLinks gooide een medewerkster een interview met Andrée van Es op haar bureau. Daarin vertelde de vroegere fractievoorzitter van de PSP: ‘In de politiek ben je óf de heilige maagd Maria, jong en vrouwelijk, óf een ongehuwde ouwe vrijster.’ Femke Halsema zegt: ‘Ik heb me nooit willen verstoppen. Een moderne vrouw is ambigu. Die is buitengewoon serieus in haar vak, maar kan ook flirterig zijn.’

U bent publiek bezit. Dan ga je toch een bepaald beeld ophangen van jezelf, bewust of onbewust. ‘Je schaaft. Tot mijn stomme verbazing kwam ik na een jaar in de politiek als buitengewoon ernstig en verontwaardigd te boek te staan. Vrienden zeiden altijd: ‘Je bent veel leuker daarbuiten.’ Dat beeld ga je dan corrigeren – ik vond het unfair. Maar het kostte me jaren en jaren om ervan af te komen.’

Denkt u veel na over wat u aantrekt, bij grote debatten? ‘Als vrouw denk ik daar erg over na. Mannen dragen een hemd met een stropdas. Dat beschermt hun keel, als ze zich opwinden.’

Dan zie je geen rode vlekken. ‘Dan zie je hun aderen niet opzwellen. Ik zag mezelf toevallig terug, in debat met Rita Verdonk. Ik droeg een laag bloesje en werd heel boos. En dit (ze legt haar hand op haar keel) zette op. Dat maakt kwetsbaar. Agnes Kant had ook een blote hals bij het grote Europese slotdebat. Dat beeld is blijven hangen, meer dan wat ze zei.

‘Ik heb een vaste kledingzaak, hier om de hoek. Daar kom ik binnen: ‘Ik moet op televisie. Jullie weten: het mag niet te diep uitgesneden zijn, het mag niet snijden, het moet wat wijd zijn en liefst met een hoog kraagje.’ Aanstekelijke lach.

Maar u speelt ook met uw vrouwelijkheid. ‘Als u met me wilt praten over een betere besteding van de ontwikkelingsgelden, ben ik uw vrouw’, zei u tegen Mark Rutte. Meteen: ‘Ik zou wel gek zijn als ik dat niet doe.’

Alles voor de zaak? ‘Dát. Maar het maakt het leven ook gewoon aangenaam. Er komen meer vrouwen in de politiek. Dat verandert de omgangsvormen een tikkie. Ik vind contact met mannen leuk. Vanwege de vage notie van aantrekkingskracht, van afstoting.’

Wat denkt u over het vertrek van Agnes Kant? ‘Agnes is het nachtmerriescenario van iedere politicus. Iedereen weet dat dit op de loer ligt. Er is niks zo moeilijk als je ontspannenheid te bewaren op het moment dat je onder vuur ligt. Na de gemeenteraadsverkiezingen in 2006 stond er een stuk over mij in de krant, met uitspraken van allerlei anonieme partijleden. Allemaal van het kaliber: ze heeft een hete aardappel in haar keel. De opgave is dan om vrolijk en autonoom te blijven, in weerwil van de hausse aan kritiek die je over je heen krijgt.’

Hoe pakte u dat aan? ‘Wat mij heeft geholpen is dat ik een ander mens ben dan Agnes, in de zin dat ik gemakkelijker ontlaad. In 2002 werd ik totaal onverwacht lijsttrekker, tweeënhalve maand voor de verkiezingen. Helemaal onvoorbereid. Ik moest mijn eerste lijsttrekkersdebat doen. Van tevoren werd ik een half uur alleen in een kamertje gezet: ik was in alle staten, alles aan me trilde. Enfin: ik eindigde als laatste. Wat deed ik? Ik ging lekker een potje huilen.

‘In de loop van de campagne werd ik erg moe. Standaard om 3 uur ’s middags brak ik even. Moest mijn rechterhand me omhelzen. Die had daarvoor met Paul Rosenmöller gewerkt, dus dat was nogal een overgang. Maar daarna kon ik er weer vers tegen. Toen kwam het slotdebat, de avond voor de verkiezingen. Ik zat te wachten, vlak voor de uitzending: ‘Snif, het lukt niet meer, ik ben tuh tuh moe’ Mijn moeder kwam binnenwandelen: ‘Femke: je laat je niet wegzetten door tweederangs acteurs.’ Toen werd ik vechtlustig. Het slotdebat won ik. Agnes stond zichzelf geen momenten van zwakte meer toe. Dan wordt de druk te groot.

‘Als je langer in de politiek zit, kun je jezelf met iets meer distantie beoordelen. Het maakt je ook minder ontvankelijk voor kritiek. Het raakt je diepste kern niet meer. Als iemand me kritiseert, denk ik niet langer: ik voldoe niet als mens. Bij jonge politici zie ik nu dat ze zich soms zo gekrenkt voelen.’

Nou ja... Na zoveel jaar in de politiek heeft u nog steeds geen dikke huid gekregen. U belt meteen de krant als iets u niet bevalt in de berichtgeving over GroenLinks. Opgewekt: ‘Daar ben ik ongegeneerder in geworden. Het is vervelend voor de krant, maar mij lucht het heerlijk op. Er zijn zo veel dingen die ik laat passeren. Ik doe het alleen als het te bont wordt. Toen ik de Thorbeckeprijs won schreef de Volkskrant over trucs die ik zou toepassen in de Kamer. Alsof ik een vals kreng ben. ’

U bent er wel handig in om collega’s achter de microfoon te ontregelen. Zoals bij Wouter Bos, tijdens het debat over het Irak-rapport van de commissie-Davids: ‘Wat staat u toch steeds te lachen?’ Pats. ‘Dat ontglipte me. Daar ben ik helemaal niet trots op. Maar ik was echt pissig op hem. Hij stond maar te suggereren dat de Kamer een punt van niks maakte, terwijl de regering net vier dagen had zitten vergaderen over een persverklaring. Badinerend.’

Bos had al een onbetrouwbaar imago. U zei op dat moment wat veel televisiekijkers dachten. ‘Ik heb hem niet willen beschadigen. Het spijt mij. Het was een reactie op het gevoel weggehoond te worden.’

En tijdens de Algemene Beschouwingen maakte u de vernietigende opmerking over Balkenende: ‘Nou voorzitter, ik hou er maar mee op. Er komt niet veel meer uit, geloof ik.’ Nog steeds geïrriteerd bij de herinnering: ‘Maar dat was ook Ik denk dat dat wel opzettelijk was. De Kamer liep wel zeven uur tegen hem te hoop. De jeugdwerkloosheid, het grootste probleem, had Balkenende helemaal niet genoemd. Uiteindelijk ging hij wat voorlezen: dat jongeren in cirkels bij elkaar moesten gaan zitten – zoiets. Dat je denkt: wat slécht. Ik schaam me dan. Ik ben me er altijd erg van bewust volksvertegenwoordiger te zijn.’

Aan het einde van het gesprek zegt ze: ‘De jaren tussen je 20ste en 30ste zijn vormender voor veel mensen dan hun jeugdjaren.’

Leg eens uit. ‘Wat ik niet goed heb gedaan als politicus Jan Marijnissen heeft ooit eventjes in een worstfabriek gewerkt en dat heeft-ie eindeloos uitgedragen. Ik erger me ontzettend aan het beeld dat ik iemand van de grachtengordel zou zijn. Ik heb jarenlang in cafés gewerkt, ook fulltime, en dat is bepalend geweest voor wie ik later ben geworden. De sociale handigheid, het streetwise zijn.’

U zult ook wel veel lastig zijn gevallen, als mooie vrouw. ‘Ik begon mijn horecacarrière met het schoonmaken van Café Bartje, in Utrecht. Een corpsballenkroeg, waar ik ’s nachts om 4 uur de stront van de muren stond te scheppen. Vanuit de snackbar schuin aan de overkant, waar ik ook een paar maanden heb gewerkt, kwamen dan dronken gasten binnen die nog wilden zuipen. Die kerels moest ik wel van mijn lijf houden. Ja, daar word je flink van. Stevig. Ik ben voor de duvel niet bang.’

Handig voor uw latere werk in de Kamer. ‘Daar kan het er ook ruig aan toegaan.’

GroenLinks maakt kans in het kabinet te komen. U blijft als fractievoorzitter in de Kamer, heeft u al laten weten. ‘Ja.’ Blik vol zelfspot. ‘Behalve als ik première word. Dan treed ik af als politiek leider.’

Denkt u serieus dat die mogelijkheid erin zit? ‘Nou, niet echt hè.’

Felix Rottenberg noemde u een potentieel premier. ‘Mijn vriend zat in Australië voor een documentaire toen ik in Nederland ineens zo in de lucht werd getild. Ik vertelde hem over die premierstoestand. Ik zeg: ‘Het is natuurlijk volstrekt idioot, maar ik krijg steeds vaker die vraag voorgelegd. Ik moet daar wel een serieus antwoord op geven. En ik weet helemaal niet of ik premier zou willen worden.

‘Hij is niet altijd dol op de politiek, maar nu zei hij: ‘Niet wil? We spelen het spel even mee: jij zou de eerste vrouwelijke premier van Nederland kunnen worden en je wil niet? Ik schóp je ernaartoe.’’

Dus toch wel? ‘Ja. Uiteindelijk wel.’

Die avond moet ze het opnemen tegen mastodont Marcel van Dam, in De Wereld Draait Door. Femke Halsema pareert hem glimlachend en doeltreffend. Ze draagt een bloes met een hoog kraagje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden