Column

Ik ben the lord of the FUCKING RINGS!

In welke film zitten we eigenlijk?

Beeld ANP

We gingen naar onze Thai, en in de auto draai ik dan altijd keihard Elvis, Good Rockin' Tonight bijvoorbeeld, of Lawdy Miss Clawdy, of Guitar Man, of...

Ik zou deze column in een keer kunnen volplempen met alleen maar Elvisnummers, wat verleidelijk is en leuk voor iedereen: de lezer hoort die platen ogenblikkelijk in zijn collectieve hersenpan, hij knapt ervan op en ik ben in vijf minuten klaar, in plaats van na een dag vloeken, dreigen en dwangmatig masturberen.

Maar dat mag niet.

Dus daarom: ik draai die platen zo hard omdat ze in onze Thai een foto hebben hangen van Elvis die de koning van Thailand ontmoet. Als ik er langsloop, druk ik The King altijd even een natgekuste wijsvinger op zijn murf.

We hadden sowieso mazzel: het tafeltje onder de foto was vrij. Kokossoep lepelend vertelde ik Suzy de ins en outs ervan, dat de foto genomen was op de set van G.I. Blues, in 1960 dus, en dat de knock out naast de Thaise koning Juliet Prowse heette, Elvis' co-star, met wie hij uiteraard van bil was geweest, en dat ook Juliet al op een vadem diep lag, hoe wreed was het ondermaanse, blablabla - toen we ons eigen laatste uur hoorden slaan.

'Kom effe hierheen', blafte schuin achter mij een stem. 'Er zit hier een vent naar me te staren, hij denkt dat hij de king is. Hij weet niet dat ik maffia ben. Kom snel, dan knappen we hem op.'

Het werd muisstil om ons heen. Een druk gezin van vier rekende razendsnel af, en vertrok. Iemand opknappen - ik kende de term uit de mond van Rinus Israël, die wel eens een speler van Ajax 'opknapte'. Maar die had het waarschijnlijk uit The Godfather, of zo.

'We zijn alleen over', fluisterde Suzy. Ik spuugde een champignon uit, plons, in mijn soep. Zonder omkijken probeerde ik me de man te herinneren. Ja, ik zag hem voor me, een soort Rutger Hauer, maar vol plakplaatjes en hang- en sluitwerk.

'Hee!', hoorde ik hem brullen. 'Wat zit je nou te kijken dan?' Ik keek niet, wat scheelde. Maar Suzy keek wel. Ze keek bang.

'Eet jij maar door, meisje. Ik heb het tegen die praatjesmaker tegenover je. WAT KIJK JE NOU!'

Ik keek nog steeds niet. Maar waarschijnlijk was dat een futiel detail. Er klonk filmmuziek, geen Elvis helaas, maar iets Tarantino-achtigs. Het was tijd voor bloed - zo klonk het. Misschien, dacht ik, moest ik me toch maar eens omdraaien.

De man staarde me aan als een vroeg-kubistische Picasso. Alles verschoof of klapte binnenstebuiten.

'Sorry man', giechelde hij met opgestoken handen, 'sorry, ik wilde je niet storen als je lekker zit te eten. Ik ken jouw kop. Jij hebt een bekende kop. Je lijkt op een elf. Jij zit in de Tolkienfilms. Toch? Ja, jij bent een elf, met die oren, met die neus. Hallo elf.'

'Hoi', zei ik.

Wat komisch zou zijn, nu, was met getrokken vork boven op zijn tafel springen en brullen dat ik geen elf was, edoch Sauron, de Zwarte Hand, de Duistere Heer, the lord of the FUCKING RINGS! Maar dat mag je nooit doen bij iemand met wanen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden