'Ik ben slachtoffer geworden van mezelf'

Thomas Dekker heeft grote fouten gemaakt. In zijn nieuwe biografie maakt hij schoon schip. 'Mensen om wie je geeft, behandel je het slechtst.'

Thomas Dekker: `Ik neem alle verantwoordelijkheid.' Beeld Klaas Jan van der Weij

'Van de afkoopsom van Rabo koop ik een kast van een huis in Lommel.'

Hij woont er nog steeds, in dat enorme huis. Of misschien moet je wel zeggen: hij woont er nog steeds niet. Lommel is een Belgische gemeente, net over de grens bij Eindhoven. Welvaart wordt uitgedrukt in intimiderende villa's aan straten die dreef worden genoemd. Natuur is hier een achtertuin.

'De bel doet het niet', zegt Thomas Dekker wanneer hij het bezoek door de keukendeur naar binnen loodst. In het halletje staan twee racefietsen, een nu al vage herinnering aan zijn laatste publieke optreden. Begin vorig jaar schoot Dekker een paar honderd meter te kort in een poging het werelduurrecord te verbeteren. Dat uur op een Mexicaanse wielerbaan bleek een eresaluut aan een gestrande loopbaan.


Meer Volkskrantverhalen van vandaag, die wat ons betreft de moeite waard zijn:

De Publieke Omroep wil leren van Donald Trump, maar dat heeft volgens Bert Wagendorp niet veel zin meer: 'De verongelijkten zijn al weg en hebben zich opgesloten in hún gelijk op Twitter, Facebook en scheldblogs.' (+)

Gisteren verscheen het partijprogramma van Denk. We legden eerder al andere verkiezingsprogramma's langs de lat. Bekijk hier het overzicht.

Zo analyseert u uw eigen dna. Het was een hit op Facebook: doe een dna-test en film de reacties op de uitslag daarvan. Tranen, kippevel, ongeloof. V liet vier collega's een test doen. (+)


Als een potentiële kampioen had Thomas Dekker in 2005 zijn entree gemaakt. Maar hij was te ongeduldig in een sport waarin talent niet volstond. Hij proefde van de verboden vruchten, liep tegen de lamp, werd nooit kampioen en is nu, 32 jaar oud, oud-wielrenner.

Dit huis speelde in 2011 ook een rol in een documentaire. Dekker, destijds geschorst, leidde de camera rond door een zee van ruimte. Had hij zichzelf cadeau gedaan van het miljoen waarmee de Rabobank hem had weggestuurd. Hij zou er gaan samenwonen met zijn vriendin die inmiddels zijn vriendin niet meer is. Het huis bleef een zee van ruimte en staat opnieuw te koop. Thomas Dekker is in menig opzicht een halffabricaat.

'Ik ben geen slecht mens - althans, dat denk ik zelf niet - maar ik gedraag me soms wel zo.'

Tegelijk met de documentaire Niemand kent mij verscheen in 2011 een autobiografie onder de dubbelzinnige titel Schoon Genoeg. In letterlijke zin was dat niet zo. Daarom nu opnieuw een autobiografie.

Er is veel veranderd, zegt hij. De bekentenis van Lance Armstrong legde een systeem van doping bloot, waardoor Dekker niet langer als zondebok alleen stond. De dopingbiecht van Michael Boogerd leidde tot de ineenstorting van het Rabo-bouwwerk. Daarom hoeft hij nu dierbare personeelsleden niet langer in bescherming te nemen.

Ook hijzelf is veranderd. 'In de documentaire zie je een boos persoon, iemand die vindt dat hem onrecht is aangedaan.' En: 'Ik dacht dat alles nog goed zou komen als ik weer mocht wielrennen .' Maar het kwam niet meer goed, in elk geval niet verder dan een bijrol.

Archiefbeeld van Thomas Dekker uit 2008. Beeld anp

Mijn Gevecht is zo persoonlijk als de titel suggereert. 'Ik hoef niemand te overtuigen. Ik doe dit voor mezelf, ook als een soort therapie.' Het is het verhaal van een man met een hoop zelfkennis en een behoorlijk schuldbesef, maar die er niet naar handelt. 'Ik heb fouten gemaakt. Doe ik nog steeds. Zonder dingen goed te praten, vertel ik waarom ik bepaalde beslissingen heb genomen. Ik spaar mezelf niet.'

Op de vraag of hij dader of slachtoffer was, antwoordt Thomas Dekker: 'Ik ben het slachtoffer geworden van mezelf. Maar ik zie mezelf niet als slachtoffer. Ik neem alle verantwoordelijkheid voor hoe het gelopen is. Daarmee zal ik de rest van mijn leven moeten dealen.'

Het verschil met de vorige autobiografie is dat nu alles op tafel komt. 'Alles wat ik zelf heb meegemaakt', voegt hij er fijntjes aan toe. 'Niet alles wat ik weet.'

'Ik verwijder mezelf van de mensen die van me houden.'

Het is de meest trieste zin in het boek. 'Volgens mij is dat een natuurlijke reactie als het niet goed met je gaat. Tegenover de grote meute houd je de schijn op. Je wilt leuk gevonden worden. Tegenover intimi lukt je dat niet. De mensen om wie je geeft, behandel je het slechtst.'

Zijn moeder las het boek een maand geleden en is sindsdien het huis niet meer uit geweest. 'Het meeste wist ze natuurlijk wel, maar om het dan zo zwart op wit te moeten lezen: dat is verdrietig voor een moeder. Een kind dat zo eenzaam is en je kunt er niet voor hem zijn.'

Zo'n drang tot zelfvernietiging ook.

'Zeker.'

Veel mensen, zegt hij, weten best hoe ze in elkaar steken. Er naar handelen, is een tweede. Er was ook nooit iemand die hem een spiegel voor hield. Ja, z'n vorige vriendin deed het. 'Een schat, maar niet sterk genoeg om me te veranderen.'

Sinds twee jaar heeft Dekker een relatie met de Amerikaanse Nathalie Marciano, 19 jaar ouder dan hij. Ze was vroeger getrouwd met de oprichter van kledingmerk Guess, handelt in kunst en is in veel opzichten zijn gelijke. 'Een verstandige vrouw. Ze snapt mijn nukken en gedachten. Voor haar kan ik geen spelletjes spelen.'

Blijkbaar moest dat een vrouw met levenservaring zijn?

Hij lacht: 'Blijkbaar.'

De extremiteiten van vroeger zoekt Thomas Dekker niet meer op, al, liet hij zich wel verleiden tot deelname aan het extreme tv-spelletje Expeditie Robinson. 'Verschrikkelijk. Ze denken een ex-topsporter, die kan dat wel. Maar ik dacht alleen maar: waarom doe ik dit? Waarom doe ik weer iets waarvan ik de consequenties niet overzie?'

Een verslaving heeft hij niet overgehouden aan zijn wilde jaren op de racefiets. 'Drugs heb ik nauwelijks gedaan en een alcoholist zal ik niet gauw worden. Daar ben ik te ijdel voor.'

'De sport staat niet meer zo bol van de dope als in mijn beginjaren, maar is ook verre van schoon.'

En dat zal het volgens Dekker ook nooit worden. Doping is inherent aan de competitie, aan het belang, aan de roem.

Dat met die medische attesten, zoals onlangs van Bradley Wiggins uit kwam, is van voorbijgaande aard. 'Dat is de laatste twee jaar aardig afgedekt. Cortisonen in grote ronden zie je al niet meer.'

Maar er zijn te veel verschillende culturen in het wielrennen, zegt hij. Niet overal is even zorgvuldig afgerekend met het verleden. 'Hier in België is eigenlijk niets gebeurd. En kijk naar Valverde. Die wint nog steeds grote koersen, terwijl hij nooit heeft bekend dat hij bij Fuentes kwam.'

In de Nederlandse lichting van dit moment, de Mollema's en de Dumoulins, heeft hij vertrouwen. 'Honderd procent.' Is hij jaloers op sporters, van wie sommigen generatiegenoten zijn? Nee, dat niet. 'Niet in de zin dat zij het nu beter hebben. Met dat idee schiet ik niets op. Maar ik vind het wel heel erg dat ik geen wielrenner meer ben.'


Fragmenten uit 'Mijn gevecht'

Avondje Yab Yum
Na het seizoen ga ik op stap met Michael. Op de avond van het Wielergala in Den Bosch, waar elk jaar de Wielrenner van het Jaar wordt verkozen, bellen Michael en ik aan bij de Yab Yum in Amsterdam. De portier kent ons. 'Meneer Boogerd, meneer Dekker, kom binnen.' We drinken en neuken de hele nacht.

Het is al lang en breed licht als we 3.500 euro afrekenen en weer naar buiten rollen. De krant ligt al op de mat. Michael pakt 'm op, bladert naar de sportpagina's en ziet dat ik geen Wielrenner van het Jaar ben geworden.

Ik ga over de kop
De klap is enorm. De rechtervoorkant van mijn auto is in één klap weg, het stuur wordt uit mijn handen geslagen. Ik ga over de kop, nog een keer, en nog een keer. Ik zie alles om me heen tollen. De airbags schieten eruit, de ramen versplinteren, de spiegels breken af, ik zie in een flits een los wiel door de lucht vliegen. Honderdvijftig meter later kom ik tot stilstand, rechtop. Ik kan de zwarte hemel zien: het dak is weggebrand door de aanraking met het asfalt.

Adresje voor bloedzakken
Ik ben van God los. Ik ben alle grenzen voorbij. Ik gebruik bloedzakken, ik spuit Dynepo, ik vraag bij de ploeg om cortisoneninjecties.

Als dit poker is, dan ben ik all in. De ploeg heeft geen vat meer op me. Op het eerste trainingskamp van de ploeg, in Spanje, heb ik Harold Knebel ontmoet. Aardige man hoor, maar hij snapt geen reet van wielrennen. En ook niet wat er in de ploeg speelt of speelde. Jean-Paul van Mantgem heb ik in tegenstelling tot Knebel wel verteld over mijn nieuwe adresje voor bloedzakken. Hij was er blij mee; met bloedzakken zou ik het minste risico lopen om gepakt te worden.

Ik kan niet meer stoppen met kotsen
De uitsmijter grijpt me, pakt me in een nekklem en sleurt me naar de uitgang. Ik word op straat geflikkerd. Daar lig ik een tijdlang op de stenen. Ik geef over. Nog een keer, en nog tien keer. Ik kan niet meer stoppen met kotsen. Twee uur lang kots ik mijn maag binnenstebuiten, net zolang tot er niets meer is om uit te kotsen. Een paar vage kennissen brengen me in mijn Porsche naar een hotel in de buurt en laten er de sleutels achter bij de receptie. Als ik de volgende morgen wakker word, weet ik niet waar ik ben en wat er is gebeurd.

Tijdlijn

2006 In februari brengt Dekker voor het eerst een bezoek aan dopingarts Fuentes, er wordt 1 bloedzak afgetapt met het oog op Tirreno-Adriatico. In maart wordt het bloed weer ingebracht, die maand wint Dekker Tirreno-Adriatico. In april en mei brengt Dekker nog een aantal keer een bezoek aan Fuentes, die begin mei wordt opgepakt. In augustus stapt Dekker ter vervanging van bloeddoping over op epo met oog op Ronde van Polen. In die ronde, in augustus, komt hij in de derde etappe ten val.

2007 In februari koopt hij met collega Max van Heeswijk testosteronpleisters. Hij knipt ze open en smeert gel op zijn huid. 'Dan werkt het beter.' In mei wint hij de Ronde van Romandië, met dank aan epo. In juni wint hij ook een etappe in de Ronde van Zwitserlan. De UCI krijgt voor het eerst bedenkingen bij zijn bloedwaarden. In juli rijdt Dekker zijn eerste Tour, zij aan zij met kopman Michael Rasmussen. Hij gebruikt cortisonen op medische attesten en ligt in hotelkamers aan het infuus om epogebruik te maskeren met liters water. Onder druk van de buitenwereld haalt ploegleiding zijn gele kopman Rasmussen uit de Tour. In augustus rijdt hij 'kneiterhard' op het WK. De ploegleiding fluit hem voor het eerst terug. Het vindt zijn hoge hematocrietwaarde, de meetlat voor epogebruik, niet langer verantwoord. In december belandt bij via Boogerd bij Matschiner. Hij gaat terug naar de bloedzakken. In december wordt hij gecontroleerd. Dekker heeft net Dynepo gespoten, maar acht zich onaantastbaar. Twee jaar later wordt het hem alsnog fataal bij verfijnde controle.

2008 In januari gaat bankier Harold Knebel orde op zaken stellen bij Rabo. De UCI voert bloedpaspoort in. 'Alles verandert, maar ik niet.' In maart rijdt hij elke dag top-3 in Ronde van Castilla y Leon. 'Ik vlieg.' De ploegleiding is een maand later opnieuw in paniek over zijn hoge hematocrietwaarde. 'Ik ben een monster dat niet meer te hanteren is.' In april wordt hij vijfde in de Amstel Gold Race, zesde in Luik-Bastenaken-Luik. De UCI wordt in juni achterdochtig over schommelende bloedwaarden. Voor Knebel is maat vol. Dekker mag niet naar Tour. In augustus beëindigt Rabobank het contract met Dekker. 'Ik vertrek als een paria.' In oktober vindt hij een emplooi bij het Belgische Lotto. Zijn carrière krijgt een nieuwe impuls. Hij wordt derde in de tijdrit van de Ronde van Zwitserland. 'Ik kan het ook zonder Dynepo en bloedzakken.' Een maand later pakt hij zijn koffer voor de Tour de France is als er 'een fataal telefoontje' komt. De UCI schorst Dekker op grond van controle in december 2007.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden