'Ik ben pas laat in mezelf geland '

Rond het veertigste levensjaar komen ze onherroepelijk op: vragen en twijfels over ambities en oude idealen, werk, vriendschappen, en de zorg om ouders....

Je was erop uitgekeken, ze had het wel zo'n beetje gehad. Acht jaar geleden zei Joan Nederlof (42), bejubeld actrice, het toneel gedag, min of meer van het ene op het andere moment. Ze had genoeg van de steeds terugkerende podiumangst, van het getob over subsidie-aanvragen, van de overlegsessies met de collega's van theater collectief Mugmetdegoudentand. 'Het spelen was beladen geworden. We hadden al zoveel voorstellingen gemaakt, met steeds de eigen ervaringen als materiaal, dat ik er klaar mee was. Ik heb er een hekel aan als iets móet. Dan ga ik op de rem staan.'

Maar je maakt niet voor niets het een en ander mee. En je passeert niet voor niets de 40. Eerst maar eens benoemen wat je sowieso kwijtraakt als je ouder wordt. 'De oprechte verwondering over de keuzes die je tot dan toe hebt gemaakt.'

Vanaf komende week staat Nederlof weer op het toneel. Ze speelt, samen met Mar cel Musters, de voorstelling Brünnhilde 40+. 'Er is afgelopen jaren zo veel gebeurd dat het weer tijd werd om vorm te geven wat mij bezighoudt. De drijfveer is terug.' Neder lof speelt Bibi Schuhmacher Diego, musicalsterretje dat door haar man wordt verlaten en vervolgens, in de musical Brünnhilde, het veld moet ruimen voor een jongere collega. Ze gaat door diepe dalen en stort zich uiteindelijk op een analyse van het kwaad in zichzelf.

'Je bent geneigd om te denken dat je steeds weer de goeie kant opzoekt: dat je je wilt ontwikkelen, dat je een beter mens wilt worden. Maar rond je veertigste ben je al een aantal keren ferm op je donkere kant gestuit. De bodem van mijn ervaringsmogelijkheden heb ik inmiddels bereikt, en ik heb, anders dan rond mijn dertigste, genoeg afstand tot mezelf om dat scherp te zien. Bovendien vraagt ook de maatschappelijke dreiging van onheil die de laatste tijd voelbaar is, om een kritische blik naar binnen.'

Alles draait om de levensdrift, weet Ne der lof, die ook minder nobele handelingen in de hand werkt en egocentrisme voedt. 'Vreedzaam en harmonieus samenzijn, daar ben je zogenaamd helemaal op gefocust. Maar je realiseert je zo langzamerhand: is dat het enige dat ik wil? Helemaal niet! Ik wil ook beter zijn dan de anderen! Ik wil overleven!' Ze geeft een onschuldig voorbeeld dat volgens haar veelbetekenend is. 'Als ik op mijn fiets zit en er iemand van rechts nadert denk ik niet na over de verkeersregels, maar vind ik dat ík voorrang heb - en niemand anders.' Minder onschuldig voorbeeld: 'Ie mand zit in de ellende, en je bent geneigd tot medeleven. Maar je onderkent dat het je eigenlijk niks doet of, erger nog, dat je het zelfs wel leuk vindt.'

Drift

Zes jaar geleden liep de relatie met haar vriendin Alix op de klippen. 'Als iemand van wie je heel erg houdt iets doet, al is het nog zo futiel, dat voor je gevoel tegen je belang indruist, kan liefde omslaan in haat. Omdat je vindt dat de ander voor je moet zorgen. Om dat je je in je wezen bedreigd voelt. Ik was verrast door de drift die ik kennelijk in me had, en ik schaamde me er niet voor.'

Op haar veertigste ontmoette ze een nieuwe liefde. 'Er is altijd een tekort in jezelf dat je probeert op te vullen met liefde. Ik heb dat lange tijd als een zwakte en desillusie gezien, maar nu vind ik dat het erbij hoort. Een aantal jaren geleden zou ik nog veel meer strijd hebben geleverd en de ander daarvoor verantwoordelijk hebben gemaakt. Nu weet ik: het is een bodemloze put.'

In haar nieuwe relatie wordt de boel min der op scherp gezet. 'Niet alles is oplosbaar, heb ik me gerealiseerd, niet alles hoeft anders, en mijn geluk is niet afhankelijk van de ander. Daardoor is de overgave alleen maar groter geworden.' Met twinkeling in de ogen: 'Angela zegt vaak hoe geweldig ik ben. Vroeger zou ik meteen argwanend zijn geworden. Of zou ik dat als beklemmend hebben ervaren, omdat ik ervan uitging dat een relatie vooral pittig moest zijn. Nu geniet ik er van.'

Machtsspel

We zitten in de chique lobby van het Amsterdamse hotel The Grand, waar Engelse zakenmannen luidruchtig grappen maken, en Joan Nederlof - op televisie en in de film toch vaak een onweerstaanbare diva, met soms de nodige sterallures - nauwelijks opvalt. Komt ook door die plastic tas van c1000 die naast haar voeten staat, gniffelt ze, met het detonerende opschrift 'Geen fratsen, dat scheelt'.

Van haar donkere kant hebben die zakenmannen geen weet. 'Ook in de seks is de overgave veel groter geworden, doordat het duister vertrouwd terrein is geworden. Ik laat de remmingen gaan, en ik vind dat niet eng. Seks is ook een machtsspel - dat je wilt onderwerpen, of onderworpen wilt worden.' Ze nipt van haar thee. 'Nadat ik Angela voor de eerste of tweede keer gezien had, heb ik met een van haar gedroomd. We hadden een gevecht op een grasveld. Dat zegt ook al iets.'

Met haar vorige vriendin - Alix Adams, de huidige regisseur van Brünnhilde 40+ - zette ze twee kinderen op de wereld. Alix baarde Carlos, nu 7 jaar, en Joan Zoë, nu 5. 'Ik raakte zwanger toen onze relatie net voorbij was. We hebben altijd allebei een kind gewild, was de redenering, dus we voeren het plan volledig uit. En voor Alix stond ogenblikkelijk vast dat zij mij zou bijstaan. Dat is vast ongebruikelijk, maar misschien is het voor twee vrouwen wel zwaarder om binnen een relatie kinderen te heb ben. Echt s men voor de kinderen zorgen is heel erg zwaar, tenzij je het de hele tijd met elkaar eens bent. Het is niet voor niks zo dat hetero's de taken meestal duidelijk verdelen. Vrouwen worden toch een beetje gek als hun mannen zich te nadrukkelijk met de opvoeding gaan bemoeien. Toen Alix Carlos kreeg stond ik er helemaal klaar voor om er fiftyfifty in te gaan, terwijl ik me na enige tijd realiseerde dat Carlos toch vooral behoefte had aan zijn moeder, al was het maar door de borstvoeding die zij hem gaf.'

Spaans bloed

Carlos en Zoë hebben dezelfde biologische vader. 'Marino was de eerste die bij ons allebei meteen in de smaak viel. En hij zei, toen we hem vroegen, ook ogenblikkelijk, zonder één keer met de ogen te knipperen, ja.' Nederlof kende hem nog van haar tijd aan de Amsterdamse Toneelschool, waar hij danslessen gaf. Marino Morijo, zoals zijn artiestennaam luidde, was flamencodanser die suggereerde dat hij over veel Spaans bloed beschikte. 'Hij was een geweldige man, charmant, zachtaardig en knap ook - bepaald niet iets wat we uit het oog verloren. Boven dien was hij al wat ouder, en hij straalde rust uit, zodat Alix en ik ook wisten dat hij ons geen onaangename verrassingen zou bezorgen, in de vorm van een relatie die onze kinderen opeens niet zouden zien zitten.'

Over de taakverdeling werden geen duidelijke afspraken gemaakt. Marino zag zijn kinderen geregeld, haalde ze uit school, kwam vaak bij Alix of Joan over de vloer, maar droeg geen verantwoordelijkheid voor de opvoeding. Maar toen werd hij ziek. Vorig jaar oktober overleed hij aan kanker in de gal. 'Hij was al rond de 60 toen we hem als vader vroegen, dus dan weet je dat de kans groot is dat hij eerder zal overlijden dan een vader van een jaar of 30, maar hij was een uiterst vitale, energieke man. Dit had zo helemaal niet moeten gaan. Dit kwam te vroeg. Ik kan er nog niet in berusten.

'Zoë is er nogal praktisch over, op dit moment. ''Als we later thee met hem drinken'', vraagt ze, ''zien we hem dan ook écht?'' Voor Carlos ligt het anders. Zo rond het zevende jaar krijgen kinderen voor het eerst angst voor ziekte en de dood. Spoken en monsters onder het bed verdwijnen en er komen dingen die écht mis kunnen gaan in het leven voor in de plaats. Dat besef viel voor hem samen met de dood van zijn vader.'

Het is een verwarrende tijd, zegt Neder lof, waarin beide moeders hun eigen verdriet een beetje proberen weg te houden van hun kinderen, waarin de praktische zorg om de nalatenschap van Marino moet worden geregeld, waarin een toneelvoorstelling moet worden voorbereid. 'De dood zit in je vezels, en dat is wel degelijk van invloed op wat je maakt.'

Zo'n gebeurtenis als deze spoelt ook eerdere ervaringen een beetje weg, zoals de dood van haar vader, in 1988. Hij overleed aan een hartaanval, en Nederlof was niet in staat erover te praten, of het verlies vorm te geven. 'Ik speelde in die tijd in Antwerpen, en niemand had door dat ik last had van een depressie, ook ikzelf niet. Mensen dachten dat ik sterk was. Maar ik had het gevoel dat alles stil stond, dat ik van binnen versteend was, en ik zag geen kans om me daaraan te ontworstelen omdat ik mezelf niet doorgrondde.' Met vage glimlach: 'Ik ben pas laat in mezelf geland.'

Korreltje zout

Zij is een binnenvetter, beweert ze, een huilebalk ook soms, in elk geval niet de lolbroek waarvoor sommigen haar houden omdat ze dankzij haar spel zo vaak de lachers op haar hand krijgt. Comedy en een korreltje zout liggen haar beter dan drama, legt ze uit.

Toen ze stopte met toneel legde ze zich vooral toe op het schrijven van scenario's voor televisieseries waarin ze zelf ook weer tamelijk komische hoofdrollen speelde: als de verzenuwde regieassistente infotainment Rebecca Hilarius in TV7 bijvoorbeeld, waar in het reilen en zeilen in de commerciële televisiewereld zo fraai op de hak werd genomen. Of als de zelfzuchtige diva Grace Keeley in Hertenkamp, de dertigdelige VPRO-serie waar in drama, comedy, realisme, absurdisme en docudrama zo mooi door elkaar heen liepen. 'Televisie is toch wat terloopser dan toneel. Dingen kunnen nog eens over. Niet dat licht-uit-spot-aan-gedoe en dat alles in anderhalf uur moet gebeuren.'

Soap en glamour vormen als stijlmiddel een rode draad in producties waarbij Neder lof als schrijfster betrokken is, samen met Mugmetde goudentand-vakbroeders Frank Houtappels, Marcel Musters en Michiel van Erp. 'Glamour, applaus en bekendheid zijn toch wel een heel groot deel van de werkelijkheid geworden, óók bij de publieke omroep. En als zo'n soap als Het glazen huis dan mislukt schuift de netmanager, die het zo'n beetje bedacht heeft, het doodleuk af op de schrijvers.

Hit

'Bij televisie kan ook heel veel niet. Het medium is vaak zo plat dat ik met terugwerkende kracht de rijkdom van het toneel ben gaan waarderen. Daar heb je toch meer mogelijkheden om op een gelaagde manier je verhaal te vertellen. Bij televisie moet je met een scoren - het liefst al in de eerste minuut. Er is amper nog ruimte om iets uit te proberen. Tijdens ons laatste gesprek bij de VPRO vroegen ze of we een sure hit konden schrijven. Succes wil ik graag, maar dat kan ik niet, schrijven met in het achterhoofd de verplichting dat het een hit is.'

Toen zij voor de rol van de hitsige Kitty gevraagd werd in de door Pieter Kramer geregisseerde speelfilm Ellis in Glamourland kwam de alledaagse tv-opsmuk opeens wel erg dichtbij. Nederlof bewonderde Lin da de Mol om de lach en de professionaliteit die ze in het openbaar altijd en overal kon opbrengen. En kreeg een koekje van eigen deeg, tijdens een scène in de werkelijkheid die met gemak door haarzelf bedacht had kunnen zijn. Voor een door de tros uit te zenden The making of werd zij als een van de hoofdrolspelers geïnterviewd. De verslaggever was niet tevreden. 'Hij wou me voortdurend leuke uitspraken ontlokken, en die kwamen niet echt, dus hij vertelde me dat ik beter in quotes moest leren praten, en dat ik daarvoor in training kon gaan. Ik heb hem uitgelegd dat ik dat niet wilde. Nou, dat vond hij heel erg dom van mij. Nu gooide ik toch echt definitief mijn glazen in.'

Ze giechelt. Van zo'n confrontatie ziet ze de lol wel in. Al vroeger, als kind in het dorp Maasland, merkte ze dat ze met verhaaltjes en toneelstukjes voor de nodige hilariteit zorg de. Vanaf haar twaalfde wilde ze aan het toneel, en ze volgde vast een oriëntatiecursus. Haar vader drong er niet op aan dat ze naar de toneelschool ging, maar was uiteindelijk heel blij met haar diploma, omdat hijzelf ooit de wens had gekoesterd acteur te worden. 'In het keurige Haagse milieu van zijn ouders was hij voorbestemd voor het bedrijfsleven. Later heeft hij stiekem auditie gedaan voor de toneelschool, maar toen hij werd afgewezen heeft hij het opgegeven.'

Nederlofs moeder was balletdanseres bij Scapino en leidde een balletschool. Het gezinsleven was harmonieus, overzichtelijk en veilig, vertelt Nederlof. Ze heeft een ouder en een jonger zusje, en nog een broertje, Aat, die het syndroom van Down heeft. 'Hij woont nog steeds bij mijn moeder. Nu ik zelf kinderen heb realiseer ik mij veel duidelijker dat zij eigenlijk ook nog steeds een kind heeft, en hoe ongelooflijk zwaar dat moet zijn. Nor maal gesproken begeleid je je kinderen tot ze volwassen zijn, en dan laat je ze gaan, en kom je eindelijk ook weer aan jezelf toe. Voor mijn moeder is het opvoeden nooit opgehouden.'

Relativeren

Ze zwijgt, omdat ze zich er soms enige zorgen over maakt, en het er verder liever niet over heeft. Zelf ziet ze niet op tegen het ouder worden, ook al wordt de tijd korter, neemt het aantal rimpels toe, en blijft de angst voor de dood een feit. 'Ik verheug me op reizen die ik nog zal maken, en op een hoop romantiek.

'Voor ik Angela ontmoette voelde ik me eigenlijk ouder dan nu, en was ik er ook veel meer mee bezig. Tussen ons speelt dat ouder worden niet. Als ik zo'n stel als Hedy d'An cona en Aat Veldhoen zie denk ik: wat zou ik ook zeuren, zij stralen uit dat het niet uitmaakt hoe oud je bent. Hun relatie stemt hoopvol. Ze hebben het zichtbaar leuk met elkaar, en ze relativeren zichzelf. Toen Aat laatst in een interview werd gevraagd wat hij van het fysiek van Hedy vond, antwoordde hij dat hij dat zo grappig vindt.

'Mijn idee was dat het niet meer ging gebeuren, dat ik nog eens verliefd zou worden - het vooroordeel dat iemand van rond de 40 heeft, omdat het niet meer bij je leeftijd zou passen. Sinds kort weet ik: alles kan tot het einde toe wél gebeuren.'

Levensdrift

Ze heeft het wel eens gehad, zo'n moment in het vliegtuig, dat ze dacht dat ze zou neerstorten, en daar gek genoeg vrede mee zou hebben. 'Omdat het een totaal ontspannen, angstloos moment was.' Ferm: 'Het is de angst die je drijft. Maar als je die onder ogen ziet, of, wijzer geworden door bepaalde ervaringen, de donkere kanten in jezelf hebt ontdekt, wordt het leven draaglijker. Omdat je inmiddels weet dat je heel diep kunt zakken en vervolgens tóch overleeft.'

In Brünnhilde 40+ schminkt de musicalster die ze speelt haar gezicht blauw als ze het ongelooflijk voor haar kiezen krijgt. 'Het doet me denken aan het moment waarop ik Marino ging ophalen voor een nieuw onderzoek in het ziekenhuis. Hij stond buiten op me te wachten. In het daglicht zag ik pas echt goed hoe knalgeel zijn gezicht was, als gevolg van de kanker in zijn gal. Het schokte me dat de levensdrift uiteindelijk niks te vertellen heeft als de dood voor je staat. Ik vind dat vernederend.'

Ze rommelt wat in haar tas. 'Als ik mijn gezicht in de voorstelling blauw verf vraagt Marcel, die mijn personal assistant speelt: ''Zou je niet eens naar de dokter gaan?'''

Ze steekt toch nog maar eens een sigaret op, plengt een traantje, zegt dat ze zich gezond voelt. Zou het uiteindelijk ook iets opleveren, die confrontatie met de dood als je zelf nog in het volle leven staat? Joan Nederlof glimlacht. 'Je zou er pas wat aan hebben als het je eigen angst voor de dood enigszins vermindert.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden