'Ik ben ook voor Formule 1'

Toen SP-leider Jan Marijnissen (54) onlangs zei dat het 'een dikke plus' zou zijn als de staatssecretarissen Aboutaleb en Albayrak hun paspoort zouden inleveren, was er zelfs kritiek binnen zijn eigen partij....

Zou Jan Marijnissen een Jan Marijnissen als baas kunnen hebben? Verrast: 'Ha! Die vraag heb ik nog nooit gehad.' U bent een dominante leider.

'Ik ben een bezíélend leider.' Hij denkt even na. 'Die af en toe misschien dominant is. Maar het is geen wezenskenmerk van me.'

De vraag was: zou u uzelf boven u kunnen velen?

'Ik denk het wel. Ja. Ja. Waarom? Het klinkt onbescheiden, maar ik ben geen onaangenaam mens en geen oneerlijk mens.

En ik heb mijn eigen belangen altijd op het tweede plan gezet. Altijd. Nooit hebben anderen vergeefs een beroep op me gedaan. Ik heb nooit ergens misbruik van gemaakt. Dat zijn eigenschappen waarop ik trots ben. Dat moet ik toch ook maar eens een keer eerlijk zeggen. Al zijn het grote uitspraken.' Ja.

'Natuurlijk, er gaat ook weleens iets fout, of ik laat steken vallen. Maar dat is niet mijn stijl.'

Toch vraag ik me af of Jan Marijnissen een Jan Marijnissen als leider zou accepteren.

'Wat is er nou mooier dan in de bankjes te kunnen gaan zitten en te denken: Zo, het wordt goed verwoord, heel goed, vind ik.' En dan zou u zich kunnen terugtrekken.

'Ja, bijvoorbeeld.'

Als er nu een Marijnissen zou komen, 'Jan ik neem de boel over', zou u zich dan terugtrekken? Zucht. 'Jahaaa. Dat weet ik allemaal niet.'

U moet het ook weleens zat zijn.

'Als er nu eens één ding in dit interview centraal mag staan: alles is dubbel. Alles heeft twee kanten. Allebei is waar. Natuurlijk is er nog een andere kant. Natuurlijk is dat zo. Ik ben 54. En ik heb mijn leven lang gesjouwd voor die SP.'

De SP-leider heeft een nummer van Dire Straits opstaan, bij binnenkomst. Het geluid klinkt opmerkelijk goed in zijn hoge Haagse werkkamer, een ruimte met geschiedenis - het vroegere vertrek van Joop den Uyl. Het licht weerkaatst in de grote kristallen kroonluchter, die de verder strak ingerichte kamer iets vorstelijks geeft. Zwarte leren banken, glazen rechthoekige tafel, glazen salontafel met daarop de Griekse vertaling van een van zijn eerste boeken, Tegenstemmen.

Marijnissen zat voor de presentatie van de vertaling in Griekenland, toen in Nederland grote verontwaardiging losbarstte omdat hij in De Telegraaf had gezegd dat het 'een dikke plus' zou zijn als de PvdA-staatssecretarissen Aboutaleb en Albayrak hun paspoort zouden inleveren. 'Stuitend', noemde PvdAfractievoorzitter Jacques Tichelaar het gedrag van Marijnissen.

'Had ik het geweldig naar mijn zin in Griekenland, keeg ik ineens te horen: 'Jan, er is hier in Nederland een rel uitgebroken.' Ik zeg: 'Dat is geen rel, dat is een hype.' Zeggen ze: 'Ja, jij hebt gemakkelijk praten.''

Hij lacht.

Uw vrouw vertelde: 'In plaats van de politiek had Jan het ook wel mooi gevonden om in een popgroep te zitten, lekker rondtoeren, zonder al dat geouwehoer aan je kop.'

Daar kan ik me wel iets bij voorstellen.

Prompt: 'Ik ook, ja. To hit the road, ja.'

'Zijn we op vakantie in Wales, is daar een officiële wandelroute, slaat Jan net het andere paadje in', zei uw vrouw.

'Ja, dan steek ik het weiland over. Weg van de saaiheid. Weg van de voorspelbaarheid.

Weg van wat de mainstream doet. Als ik ergens een hekel aan heb, is het aan groepsbezoeken - ook als we met de SP iets samen doen. Ik wil het gewoon allemaal zelf vinden.

De mooiste dingen, de meest onverwachte dingen ervaar je toch als je er zelf op uitgaat, je neus volgt.'

Doet u nog aan speleologie, het klauteren in grotten?

'Iedereen heeft wel een claustrofobische aanleg. Maar ik heb wel eens even tussen twee van die rotsen ingeklemd gezeten... Dat is niet prettig, hoor. Dan denk ik toch: wat doe ik hier eigenlijk? Ik ben wat voorzichtiger geworden, wat minder avontuurlijk. 'Jan Marijnissen zit vast in de rotsen in de Ardennen.' Nee, dat klinkt toch niet goed.'

Hij verschuift voorzichtig, in de zachte zwarte bank. Het voorgaande weekend heeft Marijnissen zich vertild ('Komt doordat ik jouw fotografe heb geholpen gewichten te sjouwen') - zijn rug speelt weer op. 'Daar heb ik de laatste jaren veel last van gehad, pijn in mijn rug. Het geeft uitstraling in je been, omdat er een zenuw wordt afgekneld. Ik heb nu een heel zware pijnstiller te pakken.'

U schijnt rustiger te zijn geworden, milder, de afgelopen jaren.

'Mmm. Ik gebruik zelf altijd de metafoor van de rolstoel voor de drempel. Om die drempel over te gaan, moet je extra kracht zetten. Ben je eroverheen, dan rolt het wel.

Van 1974 tot 1998 zijn tropenjaren geweest.

Al die tussenliggende jaren waren Remi Poppe en ik maar met zijn tweetjes in de Kamer. Nu zijn we met 25 en hoor ik nog SP'ers klagen dat ze het zo druk hebben.Ik werk nog hard, maak nog veel uren, maar niet alles is meer afhankelijk van mij. Dat geeft een hoop rust.'

Zoveel gedrevenheid is toch opvallend voor een man die eens zei: 'Het politieke bedrijf heeft me nooit geroerd.'

'Ik was net even geroerd, toen ik het nummer van Dire Straits hoorde, dat gedraaid werd op de crematie van een vriend van mij. Maar geroerd door de politiek, door het politieke spel hier, nee. Daar sta ik redelijk neutraal tegenover. Zoals ik ook neutraal sta tegenover commentaren die je de ene keer de hemel in prijzen en de volgende keer afbranden.

Ik weet heel goed wat ik doe. Er is voor mij maar één kompas en dat ben ik zelf. Ik voel van mezelf prima aan wanneer het goed was en wanneer het slecht was.'

Had u die onafhankelijke houding van begin af aan, hier in Den Haag?

'Dat leer je. Door schade en schande, hè. Maar je moet ook het wel in je hebben.' Komt het ook doordat u van jongs af aan voor uzelf hebt moeten vechten? U werd op uw tiende naar het internaat gestuurd, nadat uw vader was overleden aan een hartaanval.

'Absoluut. Maar het heeft twee kanten. Aan de ene kant leer je heel jong zelfstandig te zijn en eigen verantwoordelijkheid te dragen, niet zeuren - dat neem je je hele leven mee. Aan de andere kant ontwikkel je problemen in de affectieve sfeer. Je kunt er ook in doorslaan: 'Ik moet het allemaal alleen doen.' Je vertrouwt mensen niet echt. Ik bedoel: je bent goedgelovig en goed van vertrouwen, maar altijd tot op zekere hoogte. Dat zou ik trouwens iedereen willen aanraden, hoor.'

Kunt u zich nog herinneren hoe u toen dacht over uw leven in het internaat, tussen de strenge paters in dat verre Oldenzaal?

'Ja. Dat was mijn lot. Zo was het voor mij voorbestemd. 'Zo zit het leven blijkbaar in mekaar', dacht ik. Ken je het boek Kees de jongen? Nou, ik was nog jonger dan Kees de jongen. Je had constant die twee werelden in je hoofd. Die overigens gedomineerd werden door angst. Dat ook mijn moeder, die ziekelijk was, zou overlijden, dat ik wees zou worden, dat ik totaal alleen zou blijven. Toen heb ik voor het eerst begrepen waar bijgeloof eigenlijk vandaan komt. Dat mensen die in grote onzekerheid verkeren, zekerheid ontlenen aan dingen buiten zichzelf, waarop ze geen invloed kunnen uitoefenen: 'Nou, volgende week redt ze het nog wel.''

U ontwikkelde ook bijgeloof?

'Ja. Als iets wel of niet gebeurde was dat een indicatie of mijn moeder zou blijven leven. En altijd eerst tot dertien tellen voordat je wat ondernam, anders zou het fout aflopen.'

Een keer per maand mocht u een dag naar huis.

'Daar zag je dan naar uit, maar dat stelde ook allemaal niks voor. Dan stond mijn moeder in de keuken en zat ik in de kamer voor de televisie. Mijn twee oudere zussen hadden zo hun eigen besognes, dus zat ik maar een beetje naar het kleed op tafel te staren.

Nou oké, denk je dan, het is niks, dan ga ik maar weer.'

In uw eentje naar het station; niemand die u wegbracht.

'Ik heb die beelden nog op mijn netvlies.

In Nijmegen overstappen, in Zutphen overstappen, met het boemeltreintje naar Oldenzaal.'

Heeft u uw moeder ooit iets kwalijk genomen?

'Nooit. Nee. Omdat ik er altijd van overtuigd ben geweest dat zij zo'n in en in goed mens was.

'Het was op advies van een broer van mijn moeder. Mijn moeder moest na het overlijden van mijn vader gaan werken, dus ze zou weinig tijd voor me hebben. En het kwam toen wel vaker voor dat jongens naar kostschool werden gestuurd. Een neef van mijn moeder was karmeliet in Oldenzaal, dus ging ik daarheen. Overigens geen donder aan gehad, die hele neef niet. Nee, die kostschool is een treurige bedoening geweest.'

Maar daar leerde u voor uzelf op te komen.

'Ja. Nou, het gekke is: ik kom eigenlijk ontzettend helemaal níét voor mezelf op. Daar had ik het toevallig deze week nog over met mijn vrouw. Als ik ooit stop met dit werk, zal ik moeten leren dingen te doen die ik zelf leuk vind. Dat doe ik zo sporadisch. Mijn belang is altijd ondergeschikt aan een ander belang. Ik heb mezelf daarin kunnen ontwikkelen en er zo ook weer mijn voordeel mee gedaan...'

Daar heeft u veel aan gehad, ja.

'Maar wat ik allemaal voor de SP heb gedaan zou ik nooit voor mezelf doen.'

U bent baas van een grote politieke partij - dat is toch heel mooi.

'Waarschijnlijk is dat de, nou ja, de compensatie. Maar toch.'

Op kostschool leerde u...

'Te overleven. En dat je op jezelf bent aangewezen.

Dat je...' Hij valt stil.

Daar spreekt ook iets eenzaams uit.

'Ja, dat was het ook eigenlijk wel.'

Raak je dat ooit kwijt? Of blijft het gevoel: in de kern ben je altijd alleen?

'Ik denk dat dat gewoon zo ís. Eenzaam, maar niet alleen. Dat is gewoon waar.'

Nou, niet iedereen realiseert zich dat zo.

'Dan gaat het vaak om mensen die erg leunen op anderen. En dat is onverstandig.'

Dat heeft u in mindere mate?

'Ik moest wel.'

Op wie leunt u? U heeft een vrouw, een dochter...

'Je moet niet zoveel leunen, denk ik.'

Is zo'n houding niet moeilijk, voor uw vrouw, bijvoorbeeld?

'Neuh. Da's ook niet zo'n leuntype.' Hartelijke lach.

Dan: 'Kijk, het is toch zo dat je alle emoties persoonlijk ervaart. Bach kon een gevoel heel mooi op muziek zetten. Waardoor wij denken: 'Hé, dat herken ik wel.' Maar ook dat is een persoonlijk ervaren emotie. Je kunt die wel proberen te delen met je dierbaren, maar vaak lukt dat helemaal niet.'

Even later: 'Iedereen denkt bij geluk altijd aan stralen en weet ik wat allemaal.

Maar geluk kan ook zijn dat je een ontdekking doet, dat je beseft: 'Hier leer ik iets van, hier merk ik toch meer iets van hoe ik zelf ben.' Ik zal je een voorbeeld geven: Titus, van Rembrandt.'

Titus als monnik - uw favoriete schilderij.

'Een reproductie hangt thuis, op mijn werkkamer. Dat is een schilderij waar ik nog eindeloos naar kan blijven kijken.'

Het schilderij dat een vader van zijn zoon heeft gemaakt.

'En die dat zo ongelooflijk mooi heeft gedaan. Die zoon - die is bijna vrouwelijk, op dat schilderij. Die kijkt op een manier naar de wereld, zoals ik ook naar de wereld wil kijken. Als de Beobachter, de aanschouwer. Terwijl ik meer dan een aanschouwer ben - ik handel ook. Maar ten diepste ben ik meer een...'

Ineens: 'Het politieke spel raakt me niet.

Het is allemaal maar tijdelijke roem. Het is net als bij voetballers. Zijn laatste wedstrijd moet de beste zijn, anders is-ie op zijn retour.

Dat spel, dat is allemaal maar betrekkelijk.' Dan: 'Maar we hadden het over geluk. Als je zo'n schilderij vindt, denk je: ja.'

Een vader die zijn zoon schildert - de vader die u nauwelijks heeft gekend.

'De liefde die erin ligt. Die echte overgave.

Rembrandt heeft nog zo'n heel mooi schilderij van zijn zoon gemaakt. Titus aan de lezenaar, met zijn duimpje onder zijn lippen en dan kijkt hij je zo aan met van die grote ogen... Geweldig mooi.'

Heeft u dat erg gemist, een vader?

'Ik heb een periode gehad dat ik er erg mee bezig was, zo tussen de 30 en de 40 jaar. Toen ik in de Kamer kwam, toen Lilian geboren werd. Maar het probleem is dat je niet weet wat je mist - het is voor mijzelf ook een zoektocht.'

Uw moeder was vreselijk trots op uw politieke carrière.

Glimlach: 'De laatste jaren had ze niet zo goed meer in de gaten waar het allemaal over ging. Dan zei ze altijd: 'Nou, ge zag-ter netjes uit.' En: 'De zusters zijn zo enthousiast over jou, ik heb gehoord dat ge het goed gedaan hebt.'

U bent nog lang elke week bij haar gaan eten, en belde haar elke avond.

Op zijn Brabants: 'Ik heb altijd heel goed met haar gekund. Ik heb ook lang met haar samengewoond, tot 1976, toen ik trouwde.

Zij zeurde me niet aan de kop. Ik deed alles in huis, de boodschappen, noem maar op.

Heel wat nachten heeft ze op mijn bedrand gezeten. Of ze zeeg in elkaar op de wc - ze had angina pectoris.

'Vreselijke ervaringen voor een kind.

Maar daarna heb ik altijd een beetje de zorg over haar gehouden. Ik ben altijd bij haar in de buurt gebleven.

'Ze is 93 geworden. Ze was helemaal op. Maar ik hield er al veertig jaar rekening mee dat ze er ineens niet meer zou kunnen zijn.'

Marijnissen kijkt op zijn horloge: 'Vind je het gezellig om een broodje te gaan eten?' Hij loopt door het SP-gedeelte van het parlementsgebouw, zijn bijenkorf, waar de bedrijvige jonge en nieuwe fractieleden van de partij druk door elkaar heen gonzen.

'Kijk', wijst hij trots, 'we hebben nu zelfs twee verdiepingen.' Buiten wandelt hij naar een klein terras, zwaaiend naar de portier, een bouwvakker, een stratenmaker - de vaste personages rond het Binnenhof.

'Het ligt er niet zozeer aan wát je doet, maar hóé je het doet', zegt hij. 'Als je gaat calculeren: ik heb al dit en ik heb al dat, dan wordt het zuur en verongelijkt en vervelend.

Daar heb ik een onzettende hekel aan. Die zijn er al veel te veel.'

Het is misschien geen zuurheid, maar ik zie wel een zekere verbetenheid bij twee van uw potentiële opvolgers, Harry van Bommel en Agnes Kant. De verbetenheid die u niet heeft.

'Ja, maar dat zijn andere mensen, met andere karakters.'

Hun eigen leider permitteert zich genoegens waar zij - en anderen in de fractie - gewoonlijk grote moeite mee hebben. U bent een echte carnivoor en een ouderwetse roker.

Harry van Bommel is zelfs tegen roken in de nabijheid van huisdieren.

'Ik snap precies wat je bedoelt. In die zin zit ik in een bevoorrechte positie. Ik kan gewoon helemaal mezelf zijn. Ik ben ook voor Formule 1. Vanuit milieuoogpunt heel slecht, maar dan denk ik: jongens, dan moeten we ook geen brood meer bakken. Het leven is een compromis. Dat moet ergens gevonden worden, maar laten we het vooral ook een beetje leuk houden. '

U kunt alles maken, lijkt het.

'Ik krijg ook een bon als ik te hard rij, hoor.'

Ik bedoel: in de partij. Daar heeft u ontzettend veel krediet.

'Niet voor niks natuurlijk. Maar na zo'n interview in De Telegraaf duiken er intern ook ineens allerlei mensen op, hoor: 'Wie geeft er nou een interview aan De Telegraaf ?”

Dit was de eerste keer dat u zo openlijk werd bekritiseerd.

'Nou, is wel meer gebeurd, hoor.'

Niet op deze manier.

'Ach, De Telegraaf heeft er een tendentieus voorpaginabericht van gemaakt. Maar wat staat er nou verkeerd in het interview zelf? Ik sta daar nog steeds achter. Iedereen moet zelf weten hoeveel paspoorten hij heeft. Maar dat Marokkaanse kinderen zich massaal van Nederland afkeren en hier wel blijven, gaat een enorm probleem opleveren, als we er niks aan doen. En ik denk dat het die kids aan het denken zal zetten als iemand ze de weg wijst. 'We zitten hier in Nederland, ik kies voor Nederland en besluit om één paspoort te nemen.”

Waarom zei u dat niet in de Tweede Kamer, tijdens het Wilders-debat over de dubbele nationaliteit?

'Ik was er niet bij. Dat debat heeft voor ons woordvoerder Justitie Jan de Wit gedaan.' Was dat nou handig?

'Ja, heel erg handig. Dat de andere partijen zo dom zijn om hun fractievoorzitters te sturen en daardoor het debat te upgraden is hun strategische fout. Wat jij ervan wil maken moet jij weten, maar voor ons is dat hele debat een non-issue. Klaar.'

Heeft u die uitspraken in De Telegraaf gedaan om SP-stemmers met sympathie voor de standpunten van Wilders te paaien?

'Er zijn geen SP-stemmers die enige sympathie hebben voor Wilders. Hooguit in de zin van: het is goed dat-ie zegt wat-ie vindt, dat erover wordt gediscussieerd, dat er geen taboes zijn.'

Kan dat ook rekenen op sympathie van u?

'Ik moet eerlijk zeggen dat bij mij de weerzin toch overheerst. Dat hij in dat debat zo op de man speelde, toen het ging over de dubbele paspoorten. Abject.'

En er is niet één keer geïnterrumpeerd door de SP.

'Nee? Nou ja, dat is eigenlijk ook onze strategie. Ik vind dat de PvdA dat moet doen.

Die moeten hun eigen mensen verdedigen.' Als er iemand is in de Kamer die Geert Wilders verbaal aankan, bent u het.

'Jazeker.'

En ik hoor u te weinig.

'Omdat ik zelf mijn moment kies. En niet het moment van Wilders.'

Hij denkt even na.

Dan: 'Het is natuurlijk wel raar om te doen of de integratie van minderheden alleen een zaak is van Nederland en niet van de migranten zelf. Ik heb hier de Meiden van Halal op bezoek gehad. Hartstikke leuk. Ik zeg: 'Waarom organiseren jullie je niet, als Marokkanen in Nederland? Richt desnoods een eigen partij op. Doe iets! Ik wil jullie er graag bij steunen; het hoeft echt niet onder SP-vlag. Maar kom zelf met voorstellen, hoe het dan wel moet.' Toen vielen ze stil. Nooit meer iets van gehoord.

'En ik zie te veel dat links Nederland dat allemaal maar goed vindt. Elke emancipatiestrijd vergt offers, inzet, toewijding. De minderheden zijn wel erg met zichzelf bezig en niet met hun zaak. Dat mag allemaal, maar er komt hoegenaamd niets uit. Ik vind dat je daar als progressief iemand best wat over mag zeggen.'

De eigenaar van het terras - hij keek al een paar keer nieuwsgierig - loopt langs.

Plagerig: 'Meneer, roken is slecht voor de gordijnen.'

Marijnissen, adrem: 'En voor de luifels.' Ach, zegt hij even later, de mensen zijn zo aardig. 'Ik maak eigenlijk nooit mee dat ze vervelend doen. Deze meneer bedoelde eigenlijk te zeggen: 'Stop nou toch eens met roken.' Dat hoor ik zo vaak.' U komt ergens binnen en de mensen luisteren naar u.

'Ja.'

U bent toch de grote leider...

Spottende blik.

Nee, ik begin niet over Mao.

'Ben ik inmiddels wel gewend, hoor.'

Maar wat doet zo'n onomstreden leiderschap met uzelf?

'Ook hier kent de werkelijkheid twee kanten.

Ik denk niet dat je een goed leider kunt zijn zonder bescheiden te zijn. Goed luisteren - da's een vorm van bescheidenheid oefenen. Weten wat er speelt. Wat gaat er om in de hoofden van de mensen? Opletten. Ik zie meteen of iemand afdwaalt. Of zijn eigen gedachten verkiest. Of geïrriteerd raakt. Daar heb ik een zintuig voor.'

Empathie?

'Zonder empathie komt je er ook niet, daar ben ik van overtuigd. En je moet een zekere mildheid hebben. Zoals Mao Zedong zei: 'Laat duizend bloemen bloeien.''

U dacht: ik haal hem toch maar even aan.

'Ik dacht: ik doe het gewoon zelf.'

Mao in de polder.

Flauwe glimlach.

U heeft het over empathie en mildheid, maar u staat bekend als hard voor uw mensen - bijna een bullebak.

'Dat is een eigen leven gaan leiden. Kijk, toen God geduld uitdeelde, stond ik niet vooraan. Tot 1998, toen het in de Kamer nog allemaal zo op het scherp van de snede was, lag mijn tolerantiegrens iets lager dan bij iemand met een nine to five-baantje. Maar dat uit zich tegenwoordig op een andere manier.

Mijn kenmerk is hartelijkheid. Dat heb ik van mijn moeder.'

Op de terugweg naar het zonovergoten Binnenhof stopt er plots een fietsende vrouw voor hem - bewondering in haar ogen. Ze houdt hem een blaadje voor, of hij daar iets op wil schrijven, voor haar collega Bert. Ja hoor, reageert de SP-leider opgewekt. Hij schrijft op: 'Beste Bert, ik hoor dat je een goede collega bent. Groet, Jan Marijnissen.'

Tja, zegt hij, met Marijniaanse gewonemensen- logica, terwijl hij doorwandelt: 'Wat moet ik anders schrijven?'

Vlak voor het parlementsgebouw bezweert hij nogmaals: 'Ik maak me helemaal niet druk om dat Telegraaf-verhaal. Een hype, niks meer dan een hype.' Maar u blijft er wel op terugkomen.

'Mijn vrouw had alle krantenknipsels voor me bewaard toen ik in Griekenland was: ik heb ze ongelezen teruggegeven. Alleen dat interview met Tichelaar heb ik gelezen.

Tichelaar is kwaadaardig bezig. Pure kwaadaardigheid.' Hij denkt misschien: 'Marijnissen is een straatvechter, dat kan ik ook.'

'Nou, dat zullen we dan nog wel eens zien, hoe dat gaat aflopen.'

Zijn er dingen in het leven waarvan u spijt heeft?

'Als ik morgen opnieuw zou mogen beginnen, denk ik niet dat ik het anders zou doen.'

Zou u weer de politiek ingaan?

'Oei! Dat weet ik niet. Dat zou ik niet weten.'

Stilte.

'Nee', zegt hij dan, resoluut. 'Nee. Als er een tweede leven zou zijn, zou ik heel vroeg gitaar gaan leren. En dan ging ik toch componeren, denk ik.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden