'Ik ben onsterfelijk'

Met de pensioengerechtigde leeftijd in zicht dook reclamefotograaf Oliviero Toscani, vermaard om zijn advertenties voor Benetton, bij de Italiaanse parlementsverkiezingen op een van de linkse kieslijsten op....

Het was in Itali' mooi weer met Pasen en dus ging Oliviero Toscani (64) paardrijden, thuis op zijn landgoed in Toscane. 'Ik steeg wat ongemakkelijk op. Ik ben jaren geleden aan mijn knie geopereerd en die speelt op bij weersveranderingen. Stijf. Ik hees me wat krampachtig omhoog en juist op dat moment boog mijn paard naar voren naar een smakelijke graspol. Ik vloog er zo aan de andere kant weer vanaf; het leek wel een scène uit een slapstickfilm.' Vervelend, want Toscani kneusde een stel ribben. Zijn huisarts verbood hem om, vier dagen later, voor de Sem Presser Lezing 2006 naar Nederland te gaan. 'Maar ja', zegt Toscani, 'dan weet ik al wat mensen gaan zeggen: die arrogante Toscani durft als 't erop aankomt niet te komen.'

Daarom is hij er en trakteert hij een zaal vol persfotografen en belangstellenden op een vermakelijk retrospectief van zijn veertigjarige loopbaan. En als het 'amen' bijna daar lijkt, vraagt hij 'tot slot nog tien minuutjes aandacht voor het volgende'. Waarna hij een nogal onverstaanbaar en onnavolgbaar betoog van een half uur van papier voorleest over de maatschappelijke plicht van de hedendaagse fotograaf: creatieve geesten dienen te allen tijde subversief te zijn, schoonheid en tragedie zijn één en 'communicatie is collaboratie'. Toscani - de ironische entertainer - laat zich aan het slot van zijn meest treiterige, tendentieuze kant zien.

Het duurt na afloop even voordat Toscani zich hervonden heeft. Een kwartier later hijgt hij nog. 'Ik geloof dat ik ook de griep te pakken heb', zegt hij.

Hufter

Hij werd wereldberoemd met zijn campagnes voor modebedrijf Benetton; soms schokkend, altijd opmerkelijk. Hij richtte tijdschrift Colors en de creatieve school Fabrica op. Maar sinds Oliviero Toscani in 2000 al dan niet vrijwillig bij Benetton vertrok, zou je de indruk kunnen krijgen dat hij het rustiger aan doet. Hij verbouwt olijfolie en fokt paarden, zo vermeldt zijn recente cv. 'Allemaal bijzaak; natúúrlijk ben ik geen boer geworden. Ik zou me dood vervelen.'

Evenmin is hij nu parlementariër, al was hij lijstduwer voor de socialistisch-liberale partij La Rosa nel Pugno ('De roos in de vuist') bij de recente Italiaanse parlementsverkiezingen. Opmerkelijk voor de man die vijf jaar geleden in een interview in de Volkskrant politici 'dom' noemde: 'Mensen die helemaal niets kunnen en daarom maar politicus zijn geworden.'

Voor de recente verkiezingen stond hij - 'met de garantie dat het een onverkiesbare plek was, wat denk jij nou?' - op de lijst van de partij van Emma Bonino, die hij 'een goed mens' noemt. 'Zij zou premier moeten worden', zegt hij, maar met tweeënhalf procent van de stemmen is het antiklerikale partijtje een kleine speler.

'Het is tragisch, maar Italië heeft totaal geen trots en geen energie meer. De regering is een groot probleem. Zo'n Prodi is natuurlijk een nog grotere hufter dan Berlusconi. Het vreemde is: Italië is een prachtig land om in te wonen en de mensen zijn er fantastisch, maar als organisatie werkt het niet. We snappen niet hoe we een maatschappij moeten zijn. Het hele begrip 'staat', zoals Fransen dat kennen, leeft in Italië niet. Niemand verwacht iets van de regering, omdat de regering steevast vol tuig zit. Dat is toch triest? Ik neem aan dat Nederlanders iets verwáchten van hun regering. Wij niet. Wij hebben drie communistische partijen - stompzinnig. Als de baas van de maffia wordt opgepakt, vindt de maffia wel weer een nieuwe baas; net als de katholieke kerk. Ben je blij dat de paus dood is, kiezen ze weer een nieuwe. Zo komen we nooit van die ellende af. Kunnen we het Vaticaan niet aan Nederland verpatsen?'

Het is juist die toon die Toscani uit zijn vermoeidheid omhoog doet krabbelen - schoppen geeft hem energie. Al fulminerend is hij als een zelfopwindend horloge dat weer tot leven komt.

Dat de katholieke kerk Rome in ieder geval een paar mooie gebouwen opgeleverd heeft, doet Toscani niks. 'Je hebt het over het verleden. Ik zeg altijd: als je zoals ik in het heden geïnteresseerd bent, heb je een probleem. Iedereen kijkt jubelend naar het verleden. Jonge mensen luisteren naar de Rolling Stones!' Toscani verheft zijn stem. 'De Rólling Stónes! Muziek van dertig, veertig jaar geleden. Dacht je dat ik, toen ik jong was, naar de foxtrot uit de jaren twintig luisterde? Belachelijk! Absurd.'

Uitslapen

Toscani is dus nog altijd fotograaf, of sociaal activist met een camera en een medium, zoals hij zichzelf graag ziet. Hij schiet modeseries en reclamecampagnes, holt van lezing naar jury, stelt tentoonstellingen samen en heeft weer een communicatieworkshop opgezet, La Sterpaia, een soort nieuwe Fabrica. Zelfs nu, op een zaterdagavond, tijdens het gesprek, neemt hij alle telefoontjes op zijn mobieltje aan om urgente zaken met kantoor te bespreken. Dus: pensioneren, met vrouw en kinderen relaxen op de ranch of in zijn huis in Parijs? 'Waarom zou ik in godsnaam stoppen met werken? Een artiest die niet werkt, leeft niet. Als ik naar het Van Gogh Museum ga, waar kijk ik dan naar? Naar het wérk van Van Gogh of naar de vrije tijd van Van Gogh? Dat bedoel ik. Ik leef om te werken. Leonardo da Vinci was op vakantie net zo'n oninteressante lul als jij of ik op vakantie - hij onderscheidde zich dankzij zijn werk.'

Is hij dan nooit bang dat de ideeën opraken?

'Ideeën? Ik heb geen ideeën. Ik heb nog nooit een idee gehad. Mensen met ideeën zijn niet creatief. Creatieve mensen hebben geen ideeën nodig; ze zijn wat ze zijn en ze doen wat ze voelen. Pablo Picasso had geen ideeën; jij dénkt dat er ideeën aan zijn schilderijen ten grondslag lagen, maar voor hem was het volstrekt normaal wat hij deed. Zo voel ik het ook. Daarom ben ik nooit bang om iets te doen. Niks is een slecht idee, want het 's geen idee.'

'Interessante vent', zegt hij over Picasso. 'Ik heb hem ooit geportretteerd. Volstrekt onaardige man. Wist precies wat hij wilde. Ik kon hem om zeven uur komen fotograferen; geen minuut eerder of later. Hij was een enorme pain in the ass voor de mensen om hem heen. Dat waardeer ik wel.'

Want hoe is Toscani voor bijvoorbeeld vrouw en kinderen? 'Een pain in the ass, maar ze houden van me. Geloof ik.'

Waar dat eikelige van hem zich thuis in uit? 'Ik ben nogal strikt in sommige dingen. Bijvoorbeeld dat mijn kinderen nooit uit kunnen slapen, zelfs niet op zondag. Half negen, hooguit negen uur, is een mooie tijd om op te staan. Er moet gelééfd worden. Iedereen mag van mij naar bed wanneer hij wil, wat mij betreft om zes uur 's ochtends. Maar dat betekent dus niet dat ze vervolgens tot twee uur 's middags blijven liggen. Ab-so-luut niet. Negen uur eruit en niet later.'

Toscani noemt nog een paar regels op waaraan zijn familie - zijn jongste dochter is achttien - zich thuis dient te houden.

1. De lunch is om één uur en dan eet iedereen mee.

2. Diner is 's avonds om half negen, uiterlijk kwart voor negen.

3. Tussendoor snoepen uit de koelkast gebeurt niet. Nooit.

4. Er is geen televisie in huis. 'Het was misschien niet leuk toen de kinderen jong waren, dat ze op school niet mee konden kletsen over tv-programma's, maar nu zijn ze volgens mij blij dat ze die onzin kunnen missen.' Vorig jaar was Toscani uitgenodigd om in Oslo een internationale televisieconferentie te openen. 'Ik ben voor de eliminatie van televisie' heette zijn speech en hij heeft er een jaar later nog pret om. 'Televisie moet echt opgeheven worden. Televisie leidt tot middelmatigheid, televisie is er de oorzaak van dat de economie op z'n gat ligt, televisie is een ramp.'

5. Er wordt in huize Toscani geen overbodig afval geproduceerd, niks wordt zinloos weggegooid. 'Ik haat verspilling. Een vel papier beschrijf je aan twéé kanten voor het de open haard in gaat. Een fles wijn moet leeg, zelfs als het een fles smerige shitwijn is; alleen dat is al een reden om goeie kwaliteit te kopen, want anders drinken we het maar tegen heug en meug op. Het gaat me niet om geld besparen - mijn bankrekening interesseert me helemaal niks - maar om afval besparen. Iedereen eet zijn bord léég. Als je ziek bent, geef je het voor mijn part aan de hond, maar je gooit niks weg.'

Verzoening

'Oliviero heeft zijn eigen agenda, die hoef je amper vragen te stellen', zo vertelde een Italiaanse vriend die Toscani goed kent van tevoren. 'Hij heeft ook iets van een man die naar de kroeg gaat om te matten. Hij wil voortdurend provoceren.'

Maar Toscani lijkt ook een vriendelijke schoolmeester. Hij zeult een grote leren schooltas van Prada met zich mee. Zijn brilmontuur is knalrood. Hij praat nogal zacht.

Zijn vader was persfotograaf - hij maakte de beroemde foto van het lijk van Mussolini, aan de voeten opgehangen. Zoon Oliviero ging met vader mee op reportage en maakte als veertienjarige een van zijn eerste foto's bij de herbegrafenis van Mussolini in 1956.

Oliviero had een hekel aan school. 'De studentenprotesten van 1968 maakte ik tien jaar eerder in mijn eentje door', zegt hij. 'Ik spijbelde zo veel mogelijk om naar de bioscoop te kunnen. Zag soms drie films per dag; fantastisch.'

Nieuwsfotografie vond hij een te magere uitlaatklep; hij had bedacht dat hij als modefotograaf meer werk gepubliceerd kon krijgen. Hij werkte voor Vogue en Andy Warhols Interview en voor modemerken als Valentino, Chanel en Fiorucci. Maar het modemerk dat hij beroemd zou maken, en waarmee hij zelf beroemd werd, was Benetton, waarvoor hij vanaf 1982 de reclamecampagnes fotografeerde of overzag. Foto's van pasgeboren baby's, een zwarte vrouw met een blank kind aan de borst, een aids-slachtoffer op zijn sterfbed, de bebloede kleren van een in Bosnië gesneuvelde soldaat; vaak ellendige beelden waar altijd de hang naar vrede, vriendschap en verzoening in school.

De innige relatie tussen Toscani en Benetton duurde achttien jaar, totdat de koek in 2000 op was. Zijn laatste campagne was een serie portretten van Amerikaanse gevangenen in death row. De aangrijpende serie van ter dood veroordeelden riep in Amerika veel protestreacties op. Toscani zou zich onder valse voorwendselen de gevangenissen ingewerkt hebben ('Uiteraard, anders hadden ze me niet toegelaten', aldus Toscani) en hij zou misdadigers als meelijwekkende slachtoffers presenteren. Nu had Benetton net een deal met winkelketen Sears gesloten voor de opening van 800 verkooppunten van Benetton in Amerika. Dankzij het protest ging die miljoenendeal de prullenbak in, reeds geopende winkels gingen snel dicht en enkele weken later maakten Benetton en Toscani hun scheiding bekend. 'Dat had ik precies zo bedoeld', zegt Toscani nu, al dan niet de geschiedenis naar zijn hand zettend. 'Ik wilde weg bij Benetton en ik wilde groots en meeslepend afscheid nemen met iets belangrijks: mij! n aversie tegen de doodstraf. Ik wilde protesteren tegen een overheid die mensen vermoordt. Dát was mijn onderwerp en het doel heiligde de middelen. Dat doet soms pijn. De weg naar democratie is ook niet altijd democratisch, snap je?'

Het afscheid was meteen het einde van zijn innige vriendschap met baas Luciano Benetton. 'Ach, hij belt me nog wel eens. Die jongen is er niet vrolijker op geworden, hetgeen ik ook wel snap. Het merk is zijn smoel kwijt. Terwijl ik hetzelfde werk ben blijven doen als vroeger. Weliswaar niet meer met de vorstelijke budgetten van Benetton, maar dat maakt me niet uit. Ik ben wel mooi verlost van al het gezeik van de juristen en het management van Benetton.'

Griezels

Nu fotografeert Toscani voor bladen als Elle en het hippe Britse Arena Homme Plus. Hij veroorzaakte onlangs in Italië nog een relletje met een vrijend homostel in zijn campagne voor het jeansmerk Ra-Re. Voor Toyota fotografeerde hij de nieuwe Prius met nogal onwaarschijnlijke klanten eromheen, zoals hippies en een streng religieuze Amish familie. Hij organiseerde een tentoonstelling over de onderdrukte intelligentsia in Cuba, terwijl hij zich jaren geleden nog fan van Fidel Castro toonde en ooit de dictator zelfs als directeur van zijn school Fabrica vroeg. 'Ik was toen tegen de economische boycot van Cuba en daar protesteerde ik tegen door Castro te omarmen. De man is natuurlijk een eersteklas klootzak, maar toen verdiende hij steun.'

Een paar dagen na het gesprek zal hij aan Wolfgang Schüssel, de voorzitter van de Raad van Europa, een campagne presenteren voor het opkrikken van de Europese identiteit, waarover hij zich diplomatiek uit moet laten.

Is het een subversieve campagne?

'Mwah.'

Radicaal?

'Het thema is 'het oude continent'. Europa zou zich meer als zodanig moeten presenteren. We hebben nu zo'n sáái imago. Terwijl iedereen voortdurend kibbelt: de Fransen met de Duitsers, de kerk met de samenleving... Dat wil ik benadrukken; dat we altijd die pain in the ass zijn. Een goeie komiek is een pain in the ass die vragen oproept. Dát is de rol van Europa. Is toch fantastisch? Niks mooiers dan een pain in the ass zijn.' Laatst heeft hij nog vreselijk gelachen op een diner waar hij uit het niets beweerde dat er op aarde maar zo'n dertig vrouwen de moeite van het kennen waard zijn en toevallig heeft hij met zijn Noorse vrouw Kristi één van die dertig getroffen. Dat vonden sommige mensen een kwalijke uitspraak, wat het voor Toscani natuurlijk alleen maar gezelliger maakte.

Nog zoiets: 'Globalisme is een zegen', zegt hij. En hij meent het. 'De eenwording van de wereld is prachtig en dan heb ik het niet alleen over economie en markt. Die lui die in hun viezige zwarte kleren stenen gooien naar McDonald's en die telkens bij de economische topconferentie komen demonstreren zijn allemaal pure idioten. Conservatieve griezels. Ze willen niks veranderen, ze zijn bang voor verandering. Zeggen dat McDonald's fout is en weg moet, is net zoiets als roepen dat je tegen fotografie bent omdat je ergens een lelijke foto hebt gezien. Weet je wat je dan moet doen? Een betere foto maken. Dát is revolutie - niet het geschreeuw op straat.'

En kom bij Toscani niet aan met het zoetsappige argument dat elke stad op aarde er identiek uit gaat zien en dat overal Heineken getapt wordt en dezelfde kleren van Esprit (waarvoor hij veel fotografeerde) in de winkel hangen. 'Jij zegt dat omdat je een rijke westerling bent. Zou je ook tegen de oprukkende westerse cultuur zijn als je geboren was in een land waar je alleen strontvliegen kon eten, en geen medicijnen had, en geen mensenrechten? Had jij in Irak willen zitten onder Sadam Hussein of was je dan ook blij geweest dat de Amerikanen je kwamen bevrijden?'

Lastig dilemma.

'Welnee, voor mij niet. Ik had graag van Saddam bevrijd willen worden. Ik ben 64 jaar geleden geboren in een monarchistisch, fascistisch land. Was ik blij dat de Amerikanen ons van Mussolini kwamen bevrijden? Reken maar.'

In die zin gaat het eigenlijk niet zo slecht met de wereld, vindt Toscani. 'Beschaving is een langzaam proces. Hoe lang geleden holden we naakt rond en vermoordden we elkaar? We zijn al een heel eind gekomen.'

'Natuurlijk moeten we nog door een hoop shit', zegt hij. 'Religie is nog niet uitgeroeid, maar zal ooit toch ook verdwijnen. Geciviliseerde landen hebben al bewezen dat ze ook zonder God kunnen functioneren. Ooit komt het goed. Ik zal het wel niet meemaken. Hoewel...'

Hij bedenkt zich.

'Ik denk dat de mens ooit onsterfelijk wordt en wie weet maak ik dat nog wel mee. Eigenlijk ga ik daar wel van uit. Ik ben onsterfelijk totdat het tegendeel bewezen is. Dat is de enig juiste manier om in het leven te staan. Hoezo pensioen, hoezo stoppen met werken? Ik ben onsterfelijk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden