'Ik ben nu waar ik altijd al had moeten zijn'

Els Jetten (42) zat achttien jaar in de WAO. Sinds 1 januari is ze er gedeeltelijk uit. 'Ziek zijn is erger dan ontslagen worden....

'IK heb jarenlang helemaal niet geleefd. Mijn bloedbezinking was zo hoog, dat ik 's morgens om acht uur mijn bed uit kwam, en er om elf uur weer in lag. Dan sliep ik vijf uur, stond op, kookte voor mijn man en ging om negen uur 's avonds weer naar bed. Ik was nergens toe in staat. En dat werd steeds erger. Op een gegeven moment zat ik in een rolstoel. Als je me nu ziet, is dat bijna niet te geloven. Maar zo erg was het.

Het begon op een verjaardagsfeest. Naar de wc. Diarree. Buikgriep, dacht ik. Naar huis. Ik ben daar normaal niet snel mee, maar heb meteen de thermometer erbij gehaald, zo rot voelde ik me. Bleek dat ik meer dan 39 graden koorts had. Dat staat me nog heel helder voor de geest. Daar is alles mee begonnen. Vreselijk.

Bellen: ik kan morgen een dagje niet komen werken. Dat is uiteindelijk achttien jaar geworden. Ik werd zieker en zieker. Huisarts laten komen, op zondag nota bene. Mijn God, 's zondags de huisarts bellen! Die zei dat het mijn blindedarm zou kunnen zijn. Ik lag inmiddels met meer dan veertig graden koorts in bed. Veel zweten, kletsnat. En diarree, onophoudelijk.

Mijn man was verpleger, die had van zondag op maandag zoiets van: allemaal de boom in. Hij heeft mij om vijf uur 's nachts in de auto geladen en naar het ziekenhuis gebracht. Ik heb 24 uur totaal niet kunnen plassen, zo uitgedroogd was ik. En toen werd ik natuurlijk met spoed opgenomen, legers artsen aan mijn bed. Wat is dit? Wat moeten we hiermee? Ik ben op sterven na dood geweest. Ik ging van 35.8 naar 41.5, reageerde niet op antibiotica.

Ze hebben me veertien dagen met de benen omhoog in bed gelegd. Kun je het je voorstellen? Da's niks voor mij. Na een week hing ik mijn sloffen al heel demonstratief in de gordijnen: mag ik er alsjeblieft uit?

Pas na drie maanden wisten ze dat ik de ziekte van Crohn had. De diarree bleek dus chronisch. Hoera. Ik was echt een lijkje in die tijd. Van maatje veertig naar maatje zesendertig gegaan. Uiteindelijk krijg je medicijnen mee en mag je dan het ziekenhuis verlaten, maar vervolgens lig je er tien dagen later weer in, omdat je onder de uitslag van de pillen zit. Allergie.

Tijdens het onderzoek bleek ik een verdachte vlek te hebben. Naar de huisarts. Die zei dat ik psoriasis had. Ook dat nog. In een mum van tijd had ik korsten op mijn huid, van mijn kop tot aan m'n tenen. Het is niet besmettelijk, maar mensen reageren vies op je. Ik kwam van het toilet, een kindje wilde erop. ''Nee'', zei z'n moeder, ''we wachten wel even tot die andere wc vrijkomt''. Dat zijn pijnlijke momenten. Maar het wordt pas echt vervelend als je partner je niet meer wil aanraken.

Ziek zijn is erger dan ontslagen worden. Je hebt geen grip meer op je leven. Ik kwam in een molen terecht waarvan je denkt: hier kom ik nooit meer uit. Dan krijg je nog een keer de financiële molen. En daarna je privé-molen. Alles stagneert. Ik was een jaar ziek, dat kost een hoop geld, je gaat de WAO in, kost nog meer geld, je hebt een eigen huis, dat moet openbaar verkocht worden. Ik moest naar een speciale woning met een aangepaste keuken, alles gelijkvloers. En een halfjaar naar de Lucaskliniek, een revalidatiecentrum.

Mijn man kon daar niet in meegaan. Die heb ik tijdens mijn studie uit de goot gehaald, maar toen het erop aankwam liet hij mij erin zitten. Gut, wat had die het moeilijk met zo'n zieke vrouw. Toen begon het: kroegenbezoek, veel dingen voor zichzelf kopen. Compensatiegedrag. De escapade met mijn buurvrouw was het toppunt. Het enige wat mij in maatschappelijk opzicht nog restte, was mijn huwelijk. En zelfs dat heb ik overboord gegooid.

Ik ben dus officieel gescheiden, en mijn hond moest weg, want die kon ik in m'n eentje niet meer aan. Man weg, daar kon ik mee leven, maar dat de hond weg moest, vond ik echt verschrikkelijk. Ik heb van kleins af aan tussen de honden gelopen.

Toen zat ik dus zonder man, zonder hond, zonder beroep, zonder inkomen in een klein duplexwoninkje in Heerlen achter de geraniums gehandicapt te wezen. Ik was doodongelukkig.

Ik heb hele vreemde dagen gehad - het zijn er eigenlijk maar twee. Eén dag kwam ik terug van de mensendiecktherapie in Maastricht. Je hebt daar een hele mooie bocht, waar je rechtsaf richting Heerlen gaat en rechtdoor naar Maastricht. In die bocht staat een prachtige rij platanen. Ik dacht: blik op oneindig, daar knal ik rechtdoor. Toch doe je dat niet. Je denkt bij jezelf: en pap en mam dan? Zoiets wilde ik mijn ouders niet aandoen.

Die andere dag stond ik 's morgens op, en het was net alsof er een regenton leegliep. Ik heb de hele dag gejankt, ik kon er niet mee ophouden. Pas om zeven uur 's avonds durfde ik de telefoon te pakken en mijn ouders te bellen. Ik wist: er moet nu snel iets veranderen, anders hou ik het niet meer vol.

Ik wilde werken. Ik wilde niet in de WAO. Ik heb altijd gevonden dat ik iets moest betekenen voor de maatschappij. Dus werd ik actief bij de bewonerscommissie. En ik wilde een nieuwe hond. Toen kwam Femmie, mijn schapendoes. Dan heb je ineens weer iets in huis waar je voor moet zorgen, een reden om voor op te staan. Dus ik móest 's morgens uit bed. Die hond heeft mij door een hele moeilijke periode heen geloodst.

Met kleine beetjes probeer je terug te komen. Goed eten, goed voor jezelf zorgen. Met de hond naar de hondentraining, met mezelf naar de Stichting Werkvormen, die zieken, gekken en bajesklanten van de straat probeert te houden. Daar ging ik therapeutisch schaapjes hoeden.

Ik heb altijd grote interesse in schapen en de natuur gehad. Dat komt door mijn verleden, bij pa en ma in Schinnen. Ik ben een slagersdochter uit een katholiek gezin. Op zondagochtend moesten we naar de vroegmis, en daarna gingen we heerlijk de natuur in. Allemaal bij pa in de auto, óp naar de Bemelerberg, het Gerendal, de Sint Pietersberg, of naar Epe en Vijlen en de grens over naar Duitsland. Dan gingen we bossen afstropen en picknicken. En de honden gingen mee natuurlijk. Dat was altijd dikke pret.

Ons pap heeft thuis een tijdje ooien gehad, dus ik vond het leuk om met schapen te klooien en werd lid van de Limburgse vereniging Oos Mergelland Sjaop. Daar zochten ze iemand voor de stamboekadministratie, want die werd geautomatiseerd. Ik dacht: ik heb toch niks te doen, ik zit in de WAO, het is wel leuk om achter zo'n pc'tje te zitten.

Op een dag werd ik gebeld door de directeur van het landschaps- en schapenbeheerbedrijf, voor informatie over de Mergellanders die op de Sint Pietersberg lopen. Daar kan ik uren over vertellen, want ik hou van schapen. En ik ben al jaren verliefd op die berg, met zijn orchideeën en zijn akkergewassen en schitterende vlinderkolonies. Hij zei: ''Zo iemand als jij zoeken we nog''.

Ik schrok. Mijn eerste gedachte was: dit is het serieuze werk. Hoeven kappen, ontwormen, balen hooi versjouwen, kuddes drijven van 250 stuks. Maar ik ben arbeidsongeschikt. Hoe moet dat? Toch hoefde ik niet lang na te denken. Ik kon weer aan het werk!

's Ochtends met de schapen en de honden de berg op. 's Avonds, als de zon onder gaat en de beesten lekker volgevreten zijn, loop je met die kudde door het mooiste natuurgebied van Nederland, terug naar huis. Ik heb me lang niet meer zo vrij gevoeld.

Ik ben potverdorie de hele dag buiten. Tegen de baas van Natuurmonumenten heb ik gezegd dat ik hier nooit meer wegga. Ze zullen me echt van die berg af moeten stampen.

Na de eerste lammertijd kreeg ik een vast contract. Sinds 1 januari ben ik gedeeltelijk uit de WAO. Dat was wat. Ik kreeg een brief van de bedrijfsvereniging, waarin stond dat ik nu 24 uur werkte en dat dit gezien mijn gezondheidsachtergrond een hele prestatie was. Toen ik dat las, dacht ik: de champagne mag open!

Als je door een diep dal bent gegaan, als je geconfronteerd bent met de bomenrij in Maastricht, als je achttien jaar in de WAO hebt gezeten en je kunt de draad weer oppakken, al is het maar een heel klein draadje, kun je weer verder. Dat kan dus weer een heel leven worden.

Nu sta ik op de markt en roepen mensen: ''Hé, daar heb je de schaapsherder van de Sint Pietersberg''. Heerlijk is dat. Ik ben nu precies op de plek waar ik altijd al had moeten zijn. Ik ben weer iemand.'

Wil Thijssen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden