'Ik ben niet trots op Nederland'

Niets minder dan de contrasten in de Hollandse mentaliteit wil Ed Wubbe, artistiek leider van het Scapino Ballet, vangen in zijn eerste grote ensemblewerk sinds jaren....

Door Annette Embrechts

Het is de laatste repetitiedag in de studio’s van Scapino Ballet Rotterdam. Choreograaf Ed Wubbe (52) verfijnt details in zijn nieuwste choreografie Holland, die volgende week in Rotterdam in première gaat. Een val moet iets trager, een hand sneller langs de kin. Deze week vertrekt het gezelschap naar Schiedam om in Theater aan de Schie de voorstelling af te monteren. Pas daar zal blijken of alle ingrediënten samenkomen als Wubbe in gedachten heeft, of het harmonium als podiummiddelpunt ook die poëzie van kleinburgerlijkheid uitstraalt waarnaar hij al maanden op zoek is. Of de honderden tulpen in het decor doen wat ze moeten doen. Of hij de geest van Nederland uit de fles weet te dansen.

Niets minder dan de contrasten in de Hollandse mentaliteit – de koopman versus de dominee – wil Wubbe vangen in zijn eerste grote ensemblewerk sinds jaren. Na veel werk van huischoreografen te hebben geprogrammeerd en zelf met kleinere bezettingen te hebben gewerkt, is de artistiek leider weer toe aan een avondvullend stuk in de lijn van zijn bejubelde choreografieën Kathleen (1992), Perfect Skin (1993), Nico (1997) en The Schliemann Pieces (1998). ‘Het is goed voor een groep om weer als microkosmos op het podium te staan. Bovendien heb ik een aantal nieuwe dansers nog nauwelijks onder mijn handen gehad.’ En, voegt hij later toe: ‘Ik wil een voorstelling maken over mensen en groepen, of misschien moet ik zeggen een volk.’ Zijn volk, waar hij zich zorgen over maakt, ‘als boerenhollander die toevallig van dans houdt’.

‘Ik zie een misplaatst populisme zich over Nederland verspreiden. Hoewel we in een goed georganiseerd land leven – de zorg is één van de beste in Europa – nemen angst en onvrede toe. Er wordt paniek gezaaid. Alsof ons land ten prooi valt aan het vreemde. Natuurlijk zijn er problemen, maar er is minder aan de hand dan we denken.’ In de dertig jaar die hij in Rotterdam woont, heeft hij de stad grondig zien veranderen. ‘Ik woonde jarenlang midden in het oude Westen. Dat was een volksbuurt, maar is nu volledig multicultureel. De nieuwe samenstelling is hier zo zichtbaar, omdat in Rotterdam de achterstandswijken ook in het centrum liggen, in tegenstelling tot Amsterdam. Daar domineren de rijken hartje stad.’

Tijdens zijn duik in de vaderlandse geschiedenis, als voorbereiding op Holland, stuitte hij op een bekend schilderij van de Middeleeuwse schilder Jan van Eyck: Man met rode tulband. Precies zo’n hoofddeksel van stof draagt Scapino-danser Loïc Perela nu in Holland én op het affiche. ‘Kijk naar dit beeld. Hoe snel denken we dat het een Talibanstrijder is of een moslim in gebed? Het boezemt angst in. Terwijl die tulband van oosterse kaproen vroeger stond voor onze Hollandse trots. Van Eyck beeldde er rijke kooplieden mee af.’ We weten niet meer wat ons vreemd is of vertrouwd, wil Wubbe zeggen. En die lacune vormt een voedingsbodem voor populisme. ‘De tulband staat dichter bij ons dan we denken. Hadden deze notabelen soms ook een ‘kopvoddentax’ moeten betalen, volgens Wilders’ wilde ideeën?’

Wubbes woede is hoorbaar, al wil hij zeker geen politiek pamflet maken. Dat past niet bij zijn lyrische stijl. Hij wil juist het contrast vangen tussen die Hollandse benepenheid, dat strenge moralisme, en de vrije ondernemersgeest die Nederlanders ook eigen is. ‘Als het ons uitkomt gaan we opportunistisch om met het vreemde. Dan zijn we weer die kleine natie die zich roert in een grote wereld.’

Wubbe heeft geprobeerd bewegingen te verzinnen die appelleren aan de kneuterige boerenmotoriek zoals bevroren in Delfts Blauwe afbeeldingen. De donkere kostuums, hoog gesloten, dragen het gereformeerde stempel van ‘de angst voor Gods toorn’. Ook het harmonium – volgens Wubbe ‘mooi in lelijkheid’ en vroeger het centrum van samenkomst op vroege zondagochtenden – moet bijdragen aan een sfeer van religieuze benauwdheid. Daar tegenover plaatst Wubbe de kracht en dynamiek van een ondernemende groep. ‘Met energieke bewegingen kun je grootsheid verbeelden, lef, om bijvoorbeeld land te winnen op water of onbekende zeeën te bezeilen. Ik heb getracht een ondernemend volkje neer te zetten.’

Let wel, zegt hij, ‘je kunt in dans niet letterlijk zijn. Ik ga de Nederlandse geschiedenis niet in dans uitdrukken. Maar het moet gek lopen willen toeschouwers straks in Holland niet Nederland herkennen.’

Zijn de Scapino-dansers, veelal afkomstig uit het buitenland (Amerika, Frankrijk, Italië, Finland, Engeland, Duitsland, Australië, België, China), wel bekend met het calvinisme, de VOC, het Staphorst-gevoel en de Nederlandse koopmansgeest? ‘Het klinkt vreemd, maar een danser hoeft niet altijd precies te weten wat ik wil laten zien. Dan bijt hij zich alleen maar vast in wat ze denken dat ze moeten uitdrukken. Ik wil dat ze open blijven, zich persoonlijk laten zien.’ De tulp, ja die kennen zijn dansers allemaal wel. En de klompen. Maar die heeft hij na rijp beraad eruit gelaten: ‘Hans van Manen maakte ooit al het beroemde Clocks voor Scapino, op groene grasmatjes. Dat valt niet te evenaren. Maar toen ik las dat het woord tulp uit het Arabisch komt en tulband betekent, wilde ik dat cliché wel graag gebruiken.’

Tijdens zijn research ontdekte hij dat Nederland in 1637 de eerste beurskrach ter wereld had: de overspannen tulpenhandel spatte uit elkaar als een zeepbel. Een analogie met de huidige kredietcrisis is snel gelegd.

Hij hoopt dat politici zich in Nederland snel ontdoen van de angst voor de angst. En kritisch stelling nemen tegen gemakkelijk populisme, zonder zich als links te laten wegzetten, of onpatriottisch. ‘Politici zijn benepen rekenmeesters geworden. Waar ik bang van word, is hun gebrek aan binding met cultuur.’ Zijn schrikbeeld is Italië. ‘Een schijndemocratie en niemand lijkt dat onder ogen te willen zien.’

Wubbe koppelt zijn nieuwe creatie aan een herneming van het verraderlijk rustige Quartet uit 2007. Als opening maakt hij een nieuw modern spitzenstuk, een nonchalant en brutaal ogende flirt voor vier dansers, met snel, pittig voetenwerk.

In Holland valt op dat mannen en vrouwen dit keer bij Wubbe geen onderscheidende kostuums dragen. Bewust, zegt hij. ‘De gelijkwaardigheid van de seksen vind ik een groot goed in Nederland. Dat moeten we blijven verdedigen. Persoonlijk heb ik een hekel aan de gedachte achter een hoofddoek. Die is volgens mij verzonnen door onzekere mannen.’

Durft Wubbe zich nu wel of niet trots op Nederland te noemen, Rita Verdonks toe-eigening van dat gevoel ten spijt? ‘Nee, trots ben ik niet. Maar ik zie wel een land waar de meeste randvoorwaarden goed zijn geregeld. Buitenlandse dansers verblijven hier graag. We zouden hier veel gelukkiger moeten zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden