'Ik ben niet pro-black of pro-white'

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Dat onderzoekt Robert Vuijsje in een reeks interviews. Beeldend kunstenaar Michael Tedja ( 44 ): 'Niet pro-black of pro-white.'

Beeld Robin De Puy

De vader van Michael Tedja is geen prater. Pas een paar jaar geleden begreep hij hoe zijn familiegeschiedenis in elkaar zat. 'In ons gezin waren veel spanningen, ik wist alleen niet waarmee het te maken had. In mijn jeugd trok ik meer naar mijn moeder toe, later zag ik pas hoe belangrijk de geschiedenis van mijn vader was. Ik dacht dat ik bepaalde dingen zelf had bedacht, nu zie ik dat het ook door hem kwam.

'De moeder van mijn vader komt uit een Hindoestaanse familie van de hogere kaste. Een van de mensen uit die familie, Lachmipersad Frederik Ramdat Misier, was van 1982 tot 1988 waarnemend president van Suriname. Mijn oma was zwanger geraakt van een creoolse man die meerdere gezinnen had. Toen duidelijk werd dat haar kind niet volbloed Hindoestaans zou zijn, zei de familie van mijn oma: je moet dat kind weghalen. Zoiets moet je niet zeggen tegen een zwangere vrouw. Mijn oma is daarna verstoten uit haar familie.'

Je praat over ze alsof het niet jouw eigen familie is.

'Ik voelde me meer verwant met de kant van mijn moeder, ze is creools en indiaans, daar was het gezellig. Af en toe ontmoette ik wel wat familie van de kant van mijn vaders moeder, de Hindoestaanse kant. Ik weet nog dat ik het daar erg strikt vond.'

Wat begreep je later pas over je vader?

'Dat ik misschien toch meer Hindoestaans ben dan ik zelf dacht. Ik zie de familie van zijn moeder als kil, alsof het geen mensen van vlees en bloed zijn. Zo voel ik me soms als ik poëzie sta voor te lezen op een podium. Niemand begrijpt echt waarover het gaat - dat is geloof ik ook de bedoeling. Als ik daar helemaal alleen sta, voel ik me het meest thuis. Ik kan ook jaren aan iets werken zonder dat iemand het ziet. Tot ik voel dat het af is.'

Hoe groeide je op?

'In Vlaardingen-Holy woonden we in een grote flat, in een middenklassebuurt. Mijn ouders en mijn zus hebben de sociale academie gedaan. Het eerste wat mijn ouders deden toen ze hier kwamen, was voor Nederlanders zorgen. In onze buurt woonden er niet veel, maar ik kende wel Surinaamse matties die het moeilijk hadden. Geen vader, geen geld, niemand die had gestudeerd. Zo was het niet bij ons, ik zag juist het omgekeerde. Mijn vader was therapeut in een kliniek waar kinderen van rijke mensen kwamen. Als ik naar zijn werk ging, zag ik hoe hij witte kinderen opvoedde. Mijn moeder werkte als intern begeleidster op een middelbare school, de kinderen kwamen ook naar haar toe met hun problemen.

'Bij ons thuis was altijd debat, maar niet op de klassieke manier. Niet zo van: wij moeten opboksen tegen de blanken. We hadden het erover, alleen niet met als insteek: we hebben een uitkering en dat komt door de slavernij. Door het werk van mijn ouders zag ik hoe Nederland ons nodig had, ik heb het nooit nodig gevonden om tegen de witte maatschappij aan te trappen.

'Ik ben een Nederlandse kunstenaar, met Surinaamse roots. Het zou niet eerlijk zijn tegenover kunstenaars in Suriname als ik zou zeggen dat ik een Surinaamse kunstenaar ben. Zij hebben al niet de mogelijkheden die ik hier heb en dan zou ik ook nog hun identiteit innemen.'

Nederlands of Surinaams?

Nederlands
'Ik kom er vaak achter dat ik meer weet van kunst dan de meeste blanke landgenoten. Maakt mij dat een soort super-Hollander?'

Surinaams
'Mijn ouders komen ervandaan, maar mijn werk moet niet alleen belangrijk zijn voor de Surinaamse gemeenschap.'

Eten
'Black angus entrecote met gepofte kastanjes in tamarindesaus.'

Partner
'Een kunstenares uit Groningen, de moeder van mijn zoon. Wat dat over mij zegt? Dat ik meer op blanke vrouwen val?'

Mohammed-cartoons
'Tekenen is gezond. Iedereen moet schrijven, tekenen of dansen precies zoals zij dat willen. De kunst is altijd superieur.'

Hoe werd je kunstenaar?

'Mijn ouders vonden: je moet mensen helpen. Ik wilde een autonome, bijna elitaire positie innemen. Dat elitaire zag ik als mijn eigen keuze. Iedereen doet de sociale academie, dan ga ik naar de Rietveld Academie. Ik zat tussen twee kampen, waar ik allebei niet helemaal bij hoorde. Surinamers vonden: hij denkt zeker dat hij beter is dan wij. Hollanders dachten: wie denkt hij wel dat hij is, die man komt maar gewoon uit Suriname, wat komt hij ons vertellen?

'Als kind begon ik met tekenen, het was een noodzaak om daarmee verder te gaan. Onze zoon neem ik nu mee naar musea, op die leeftijd wist ik zelf niet dat zoiets bestond. Ik wist alleen dat ik wilde tekenen en schrijven, ik schreef ook vaak op mijn tekeningen. Op de Rietveld zat één andere donkere student in mijn klas toevallig. Die was echt pro-black, ik neem die positie niet op die manier in.

'Ik ben niet pro-black of pro-white, dat vind ik te beperkend. Je stelt je afhankelijk op als je je door iemand laat discrimineren. Als jij het zo voelt, geef je de ander de mogelijkheid om dat voor jou te zijn. Ik laat me niet opsluiten in de dwangbuis van etnische solidariteit, ik vind dat je het moet neutraliseren. Het is een onderwerp, maar het is slechts een onderwerp zoals alle andere. Ik weet dat het speelt, ik weet dat mijn werk anders wordt beoordeeld, alleen ben ik daar niet bewust mee bezig.

'Twee jaar geleden had ik een tentoonstelling in het Cobra Museum in Amstelveen. Die werd gerecenseerd in de Volkskrant. De recensente, Sacha Bronwasser, schreef dat het goed was, maar ook dat ik verward was. Ik had tien jaar aan die tentoonstelling gewerkt, ik had het precies zo gemaakt als ik het wilde, daar was niets verwards aan. Ik denk dat een recensent ervan uitgaat: het werk kan goed zijn, maar een zwarte kunstenaar kan niet iets zien wat ik nog niet had bedacht. Als de witte recensent het niet begrijpt, kan het niet aan de recensent liggen. Dan moet het dus aan mij liggen.'

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) interviewt bekende en minder bekende Nederlanders over de rol die hun afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met zanger Marco Borsato (Italiaans) en presentatrice Shay Kreuger (Antilliaans).

Michael Tedja

(Nederland, 1971) won in 2001 de Charlotte Köhlerprijs. Zijn werk is opgenomen in de collecties van het Stedelijk Museum in Amsterdam, het Centraal Museum in Utrecht, het Fries Museum in Leeuwarden, Museum Jan Cunen in Oss en het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem. Zijn dichtbundel Regen is net verschenen. 'Regen is oer-Hollands, maar je kunt het ook omdraaien en vanaf rechts lezen. Dan staat er: Neger.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden