'Ik ben niet lulletje lampekatoen'

Sinds het verlies van de voetbalrechten leeft Studio Sport-presentator Mart Smeets (58) op drijfzand. 'Ik zou het correct en chic vinden van de NOS als ze dit standbeeld op waardige wijze aan het werk hielden.'..

Het heeft iets van een gekooide...'

Tijger.

'Ja, die gekooide tijger zit er wel in. Die vind ik bij mezelf bijna voortdurend terug, elke dag. Sinds het verlies van de voetbalrechten is het drijfzand bij Studio Sport. Maar ik zeur niet, ik zeik niet, ik zanik niet, ik schud niet aan bomen, ik zaag geen poten door. Leiding geven is een grote kunst, die menigeen niet verstaat. Mijn bazen moeten nu de ruimte krijgen om er goed uit te komen. Ik steun ze, geestelijk dan. Want niemand vraagt me wat, niemand zegt me wat.'

Wat vindt u van de verkoop van de voetbalrechten?

'Ik mag daar niets over zeggen. Ik moet jou nu direct vertellen dat je over de voetbalrechten NOS-directeur Gerard Dielessen moet bellen. Daar hou ik me dus aan. Maar tuurlijk lach ik me daar...'

De gekooide tijger.

'Natuurlijk is het onzin om dat te vragen aan iemand die 32 jaar mede het vaandel van die club heeft gedragen. Die het allemaal heeft gezien. Die het allemaal heeft meegemaakt.'

Heeft u enig idee hoe het verder gaat lopen?

'Geen enkel. Niks. Ik zou het heel chic en correct vinden van de nos als ze dit oude standbeeld op waardige wijze aan het werk hielden. Ik ben niet lulletje lampekatoen die je er op uit kunt sturen om eens in de zoveel tijd ergens wat te roepen.'

Studio Sport wordt uitgehold.

'Het is een buts in het bestaan van de redactie. Die pijn doet aan alle kanten. Maar ik kan er vrij nuchter over praten. En zelfs dat wordt me kwalijk genomen. Onzin: gedachten zijn vrij, zei mijn opa. In dat hele proces heeft men geprobeerd John de Mol af te schilderen als een rijke stinkerd die op macht belust is. Als een op geld beluste parvenu die op gemakkelijke wijze rijk is geworden. Ter wijl ik vind dat ie het heel keurig gedaan heeft. Ik heb hem nog niet kunnen betrappen op proletendom, in zijn optredens. Maar als ik dat verwoord ben ik anti-NOS, heb ik gehoord. Gedachten zijn vrij, maar in dit geval blijkbaar niet.'

Heeft John de Mol u gevraagd?

'Ik ben niet benaderd, nee.'

Wat als hij alsnog belt?

'Dan gaan we praten. Ik ben ontzettend benieuwd naar zijn plannen voor de nieuwe zender. En verder: niks. Ik heb nog altijd een plaats bij Studio Sport. Niets is eeuwig, alles is eindig. Dus... Maar ik zou het heel gek vinden als John de Mol me zou benaderen. Het was pijnlijk om te lezen, maar in het Alge meen Dagblad stond een beetje pissig stukje: dat ik daarvoor te belegen was, en te veel nos. Daar kon ik me wel in vinden. Ik ben in de herfst van mijn carrière aangekomen. Je wordt er niet aantrekkelijker op voor de televisie. Tegenwoordig moet je jong en snel en wat slordig zijn.'

Wordt u nog genoeg gewaardeerd door de NOS?

Hij valt even stil. 'Dat hoop ik wel.'

Weer een stilte. 'Maar ik ben er niet zeker van.' Dan: 'Ik weiger te accepteren dat je op 58-jarige leeftijd niks meer kunt. Henk van Dorp is intussen ook al 65, geloof ik. Dat hoor je nooit, die mag door blijven werken.

'Kijk naar de BBC, wat een prachtige zestigjarigen daar zitten, die jou vertellen hoe de wereld eruit ziet. Dat wil jij niet weten van Beau van Erven Dorens, dat wilde jij weten van Boebie Brugsma.'

Heeft u dan te horen gekregen dat u te oud bent voor de televisie?

'Het is niet expliciet tegen me gezegd. Dan zou ik ook eh....reageren. Maar ik ben anderhalf decennium ouder dan mijn bazen. Ik heb ook anderhalf decennium meer ervaring dan mijn bazen. Zij zouden van die ervaring kunnen leren - of daar iets mee kunnen doen.'

Zou het kunnen zijn dat u als lastig wordt ervaren?

'Mijn vrouw Karen zegt: ” Ik kan me indenken dat mensen jou lastig vinden, want je staat op je ponteneur.” Maar lastig vind ik een groot woord, een prikkeldraadwoord. Ik zeg wat ik denk, maar probeer zo weinig mogelijk mensen te kwetsen. Er zijn collega's die ik echt niet goed vind en die ik zou willen adviseren: doe het zus of zo. Maar ik wil niet kwetsen. Ik kan niet kwetsen.'

Natuurlijk heeft u collega's gekwetst met uw uitspraken.

'Nou ja, dat is er dan doorheen geschoten. Nooit met voorbedachten rade.'

Hebben collega's u weleens verteld dat u lastig bent?

'Nee, maar dat is wel essentieel voor het verhaal. Of het respect is weet ik niet, maar mij wordt niet alles gezegd. Als iemand bijvoorbeeld vindt dat ik iets niet goed heb gedaan, wordt mij dat zelden of nooit verteld.

'Ik ben nu al weken achter elkaar onderweg. Steeds maar in het buitenland aan het werk. Ik ben in al die tijd één of twee keer gebeld, door iemand van de Studio Sport-redactie in Nederland. Terwijl ik denk: als je me wat wil zeggen, bel dan even. Nee. Weet je wat ze dan doen? Dan bellen ze naar iemand anders in ons gezelschap, vaak een van de jongere redacteuren: wil jij aan Mart vragen of....'

Dat moet met uzelf te maken hebben.

'Karen zegt: ze vinden het waarschijnlijk eng, om dat te doen.'

Waarom? Valt u dan uit?

'Dat doe ik nooit. Een voorbeeld. Schaatser Gerard van Velde maakt in januari die geweldige val op de wereldkampioenschappen sprint. 's Avonds gingen we er achteraan in Salt Lake City. Een redacteur sprak met de dokter, met alles en iedereen en schreef een rapportje. De afspraak met de redactie in Hilversum was dat ze me 's nachts om vier uur zouden bellen, opdat Studio Sport de dag daarop kon openen met het laatste nieuws over Van Velde. Journalistiek gezien een must.

'Ik heb de wekker om half vier gezet, zit keurig klaar met een blaadje voor mijn neus. Je voelt 'm al aankomen: ik heb tot half vijf gewacht. Niemand vond het nodig me te bellen. Daar heb ik dus niets van gezegd. En degene die de beslissing genomen heeft dat ik niet gebeld hoefde te worden, heeft zich nog steeds niet gemeld.'

Waarom zegt u zelf niets?

'De fout ligt bij hem. Hij heeft het niet goed gedaan. Maar misschien moet ik alsnog met hem gaan praten.'

Het lijkt wel obstructie.

'Dat heb ik ook bedacht. Maar dat is het niet. Dit voorbeeld geef ik je alleen omdat je wilt weten hoe ze bij Studio Sport met me omgaan. Nou, zo dus. En dan denk ik: dat kán toch niet waar zijn. Ik ben toch geen boeman? Verre van dat. Ik wil jongere collega's graag laten zien en horen en voelen hoe leuk het vak is.'

Dan moet u ze juist om opheldering vragen.

'Karen, die mee was, zei die nacht ook: ” Bol, je zóu ook zelf kunnen bellen.” Maar hij moet komen, niet ik.'

Het heeft ook iets hooghartigs van u: ik sta daar boven.

'Zo ligt het helemaal niet. Het houdt me bezig, anders zou ik het je niet vertellen. Ik heb het met mijn bazen besproken, dat wel.

'Soms denk ik weleens: ik ben te aardig, te lief. Ik zou harder moeten zijn, harder moeten optreden.'

Maar door niet te reageren....

'Dat is harder ja. Dat is misschien wel waar. Maar in dit geval vind ik dat ik gelijk heb. Klaar.'

Mart Smeets bestelt twee glazen wijn, in het Haarlemse koffietentje waar hij wilde afspreken. Nee, niet thuis - er moet nog iets van een eigen wereld overblijven. Wat er zich tussen die vier muren afspeelt is van hem en Karen, zijn tweede vrouw, voormalig stewardess en ex-speelster in het Nederlands basketbalteam. Verder is hij publiek bezit.

Er is niemand in het koffiehuisje die niet stiekem op hem let. Cheers, proost Smeets. 'Op mooie tijden. Wat dan ook.'

Heel af en toe merk je dat hij het moeilijk heeft. Hij lijdt pijn - reumatische klachten (maar geen geklaag daarover). Tijdens het gesprek is hij even weggeweest: een stukje tik ken tussendoor. Ja, dat kan Smeets, een column van 450 woorden in een kwartier. Zoefzoef. 'Maar dat stukje zat allang in mijn hoofd hoor.'

Hij heeft net zo veel tentakels als een inkt vis, weet iedereen die weleens de televisie of radio aanzet, een krant, een tijdschrift of een van zijn sportromans openslaat. Schrijven, becommentariëren, presenteren. Tip van muziekliefhebbers: luister naar zijn radioprogramma For the record, 's nachts. Een ode aan de alternatieve Amerikaanse muziek. Een duidelijk herkenbaar Mart Smeets-geluid.

Wat rustiger aan doen, nu hij ouder wordt? 'Misschien is mijn probleem wel dat ik niet weet hoe ik een stap terug moet doen, omdat ik vind dat ik niet ouder word.'

Verleden jaar maakte u een mooi portret van Armstrong, waarin veel tijd is gaan

zitten. Wilt u zich niet meer op dat soort speciale producties gaan concentreren?

'Dat zijn de krenten in de pap. En deze pap werd nogal heet opgediend. De inhoud van dat interview is de hele wereld overgegaan, waarom weet ik nog steeds niet.

'Ik zou graag meer van die portretten willen maken. Mijn baas heeft ook gezegd: ga het maar doen. Dat vind ik leuk, maar te gemakkelijk. Ik wil dat het wordt gestructureerd. Maar ik hoop dat het lukt want ik ben nu niet echt blij. Ik moet iets vinden wat ik leuk vind en wat ik goed kan. Dat is niet het werk dat ik nu doe.'

Heeft de leiding voldoende vertrouwen in u?

'Dat moet je aan die mensen vragen. Ik ben wel van plan binnenkort een gesprek met mijn chef aan te gaan. Vanochtend bedacht ik dat ik nu toch weleens wil weten hoe de vlag erbij hangt. Dat recht heb ik en dat neem ik. Ik hou te vaak mijn mond.'

Wie bedoelt u precies met uw chef?

'Maarten Nooter.'

Een vrij onbekende naam.

'Ja, maar dat is... Hoe moet ik dat nu netjes zeggen, zonder hem te desavoueren. Dan belt er iemand van een grote sportbond op die zegt: Mart, kan ik je iets vragen? Nee, dan moet u mijn baas hebben, zeg ik. Wie is dat?, vraagt hij. Maarten Nooter, zeg ik. Waar op hij zegt: die heb ik nog nooit gezien. Kan die wat? Zo gaat dat. Dan denk ik: Maarten, profileer jezelf. Dat hoop ik erg, dat ie dat doet. Daar wil ik hem ook best bij helpen. Als ik met mijn twee bazen door Ahoy' loop, weet niemand wie ze zijn en iedereen wie ik ben. Bizar, maar zo is het. Omdat ik word aangezien voor mister Studio Sport.'

U straalt niet uit naar uw chef: jongeman, je zit hier nu wel maar wat stel je nu eigenlijk voor?

'Helemaal niet. Zeker niet. Ik ben geen hond die een kunstje komt doen. Ik leef me in, en probeer mijn werk zo goed mogelijk te doen. En wie nou mijn baas is, is eigenlijk niet zo belangrijk. Maar misschien is dat ook wel de kwintessens. Dat ik mijn eigen baas ben.'

En daar kunnen echte bazen heel veel moeite mee hebben.

'Dat zou kunnen. Er zijn mensen die mij verschrikkelijk vinden. Dat kan.'

Studio Sport is Mart Smeets, zei Koos Postema.

'Daar kan ik niks aan doen. Het zou heel aanmatigend zijn om ja te zeggen. Maar ik ben dertig jaar met mijn kop op de buis geweest. Het trademark van Studio Sport - zondagavond om zeven uur op de bank met je bord op schoot - dat ben ik voor anderen nog steeds. Ik word er op aangesproken, op straat. En dan zeg ik: jongens het spijt me, maar ik presenteer al drie jaar niet meer op zondagavond. ” Neem me niet in de maling”, zeggen ze dan, ” jij zit daar godverdomme op zondagavond.” Nee, dat is Tom Egbers.'

Je loopt over straat en iedereen herkent je - wat is dat voor gevoel?

'Het is een tweede natuur geworden. Ik kan heel stoer zeggen: als je het niet leuk vindt, moet je ermee ophouden. Soms zitten er enorme klootzakken tussen. ” Ze hadden jou en je hele klotefamilie moeten vergassen”, krijg je dan te horen. ” Vuile homojood!” Nou, dankuwel. Supporters zetten een mes op mijn keel, omdat hun club niet als eerste was uitgezonden door Studio Sport. Dreig brieven met doodskoppen erop, kreeg ik thuis. Weet je waarom ik dood moest? Omdat we geen Formule-1 meer uitzonden.

'Verleden week zat ik in de trein, eersteklas. Kun je je ongeveer voorstellen waarom? Komt er een man tegenover me zitten die zegt: ” Vuile vieze kapitalist die je d'r bent. Van mijn centen eerste klas reizen.”

'Het is de deformatie van het beeld. En dan doe ik ook nog sport: ik ben van het volk. Ze mogen alles tegen je zeggen. Ze mogen alles met je doen. Ik ben van hen.'

Ik kan me voorstellen dat je jezelf kwijtraakt als je zo bekend bent.

'Die periodes heb ik ook wel gehad. Dan ga je op watten lopen, hè. Dan denk je ineens dat je wat bent. Maar je bent niks. En dat merk je weer als je eraf valt.'

Hoe uit zich dat?

'Het zijn merkwaardige momenten in je leven. Ik was op het ABN-tennistoernooi, gewoon aan het werk, en ik moest zestig meter overbruggen. Terwijl je loopt besef je dat iedereen weet wie je bent en dat iedereen naar je kijkt; 27 mensen zeggen ook wat: ” Dag meneer Smeets”, ofwel ” Hee klootzak”. Ik ken niemand die daar zit, maar ze hebben wel allemaal een mening over je. Dat geeft een heel vreemd gevoel. Dan recht je je schouders en loop je zo snel mogelijk door. En dan zegt het publiek: hij is arrogant.

'Als ik direct een broodje ga kopen op de Grote Markt, staat er een paar minuten later op internet dat ik een broodje heb gekocht op de Grote Markt. Want je hebt tegenwoordig zoiets als vip-spotting. Dat gaat mijn verstand te boven. Ik laat het gaan, maar op een bepaalde manier deformeert het je.'

Weet u nog wie u zelf bent?

'Jazeker. Een normaal denkend, hardwerkend mens. Heel liberaal. Politiek gezien neig ik altijd naar de linkerkant. En ik voel me thuis bij mensen die welopgevoed zijn - ik haat proletarisch gedrag. Ik vind het vreselijk, volks gedrag. Maar goed, dat mag je niet zeggen, want dan ben je arrogant.'

U bént van het volk.

'Ik hoef me toch niet als het volk te gedragen? Je helpt een dame in haar jas. Je schuift de stoel aan voor een vrouw. Als iemand dat niet doet denk ik: die heeft het niet geleerd. Maar het erop nahouden van manieren is voor anderen vaak offensive, is mijn ervaring. ” Kijk eens wat een onzin.” Als ik naar een begrafenis ga, heb ik een donker pak aan en een zwarte das. Ik ga daar niet in een rode broek lopen. Ik heb collega's die dat wel doen.

'Gisteravond: een van mijn collega's stapt voor de regie-assistente de lift in. Sorry, zeg ik, en ik laat hem terugstappen. Dat komt aan hoor.'

Poeh, hebben we die Smeets weer, denken ze dan bij Studio Sport.

Afgemeten: 'Goed. Prima.'

Later: 'Je moet het beestje kennen, misschien ligt het daaraan. Ik kan hummig zijn, ook door die pijn. Vroeger was ik gelijkmatiger. Ik kan me voorstellen dat ze weleens denken: o jezus. Maar als je je huiswerk doet, weet je hoe ik in elkaar zit, kun je daarmee omgaan.

'Er wordt weleens gezegd dat ik mijn vaste mensen heb - ik hecht aan vakmanschap. Ik heb mijn lievelingsredacteuren, cameramensen en producers ja. Er zijn er met wie ik het ontzettend goed kan vinden en met wie ik heel open praat. Daar kan ik me tegen aanschurken, die vertrouw ik, daar luis ter ik naar. Die zeggen ook alles tegen mij. Die kennen mijn nukken, weten hoe ze me kneden moeten. En die zitten naast anderen die nooit iets tegen je zeggen.

'Misschien dat dat clubje vertrouwelingen ook wel wordt gebruikt om mij te laten presteren. Dat zou kunnen. Afgelopen wereldkampioenschappen all round schaatsen was er in Moskou een toegevoegd eindredacteur bij, die tot dat clubje behoort. Hij vangt de klappen op; dan hoeven ze niet met mij te overleggen. Misschien denkt de leiding: anders begint ie weer te zeiken dat ie niet genoeg te doen heeft. Want ik had daar niet genoeg te doen.'

Ik krijg intussen wel een beeld van hoe u daar rondloopt op die redactie.

'Fysiek ben ik zelden aanwezig. Zal ik je wat moois vertellen? Ik heb dus geen bureau meer. Al dertien jaar heb ik geen eigen bureau meer. Als ik binnenkom voor de nachtdienst, kan ik gaan zitten op een lege plek, van iemand anders.'

U vindt dat erg?

'Het stoort me soms. Dat daar niet automatisch voor is gezorgd. Andere presentatoren hebben het ook niet. Humberto Tan en Jack van Gelder hebben ook geen eigen ding. Waardoor dat komt moet je mij niet vragen.

'Ik heb het weleens gevraagd maar daarop nooit een afdoende antwoord gekregen. Ja, het was al zo vol, werd er gezegd.

'Ik ga naar Hilversum als ik dienst heb. De rest doe ik thuis: daar heb ik een bureau en een eigen computer. Dat is keihard waar.'

Maar dan vraagt u toch gewoon om een eigen bureau?

'Het is niet des Studio Sports om dat te doen. Daar ben ik geen uitzondering in. De andere presentatoren doen het ook niet. Het is geen major item hoor, maar het geeft wel de plaats aan-van. Dat is waar.'

In welk opzicht?

'De gekooide tijger-plaats. De laatste jaren heb ik me voortdurend geplooid. Geplooid naar wat de NOS van me wil.

'Maar ik zet me niet af hoor. Ik heb altijd met ontzettend veel liefde voor de NOS gewerkt. Vreselijk veel liefde zelfs.'

De gekooide tijger - toch geen prettige positie.

'Ach. De vraag is: komt de tijger ooit vrij, of laten ze 'm langzaam inslapen? No body knows.'

Of zakt de hele dierentuin op een gegeven moment in elkaar?

'Dat zou ik verschrikkelijk vinden voor al die jongens en meisjes die daar werken. Er hoeft maar iemand te komen van een andere omroep die zegt: ik wil ook graag dat schaatsen en dat wielrennen. En dan? En dan?'

Buiten geeft hij een handkus. Vrijwel meteen stevent de eerste voorbijganger op hem af. Mart Smeets!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden