'Ik ben niet iemand waar mensen meteen voor gaan'

Met Oud geld, Pleidooi en Taxi bereikte ze het grote tv-publiek, nu is actrice Yvonne van den Hurk (46) met het stuk Chopin?...

Lang voor de verbazing kon toeslaan over zoveel media-aandacht, en lang voordat er subsidie werd toegekend, had Yvonne van den Hurk tegen pianist Alexander Drozdov gezegd: whatever happens, we gaan dit stuk spelen. Al moeten we elke avond met de trein naar weet-ik-het-waar en houden we er niets aan over - we géén dit spelen.

Een paar dagen voor de première van Chopin? togen Drozdov en zij met de taxi naar Muiden voor een try-out in een restaurant. Het leek een rampzalige avond te worden. De vleugel stond weggedrukt in een hoek, de gedekte tafels stonden verspreid door de zaal, dus Van den Hurk zegt tegen de restauranteigenaar: 'Hoe zie je dat voor je? Zo kan ik niet spelen, die tafels moeten aan de kant.' Had hij gedacht dat ze al zingend met een microfoon tussen de gasten door zou lopen. Foutje in de communicatie, jammer, maar die tafels moesten dus blijven staan.

Pas toen ze dreigde rechtsomkeert te maken, kon er geschoven worden, en werd het een geweldig optreden, voor een muisstil publiek. 'Met dank aan Alexander', zegt Van den Hurk, 'want zoals hij speelt - práchtig.'

Waarom ze eigenlijk verbaasd was over de aandacht van de media?

'Omdat het zo'n klein dingetje is. Ik speel geen Elektra of zo, het is een 'concertvoorstelling' van een uur, voor een pianist en een actrice. Alexander speelt de muziek van Chopin, ik kruip in de huid van zijn muze en geliefde George Sand, en probeer erachter te komen wat voor mens er schuilging achter de grote componist. Het is niet hoogdravend, niet pretentieus. Dus toen ik ineens door iedereen werd gebeld dacht ik: het zal wel komkommertijd zijn.'

Dat was je eerste gedachte?

'Nee, die was: terecht. Maar dan roept iemand anders komkommertijd, en dan denk ik: dat zal het wel zijn. Nou ja. Het geeft ook rust. Al te hoge verwachtingen zijn nooit goed.'

Zondagmiddag vier uur, in het meer dan riante appartement met uitzicht op het Rijksmuseum. 'Drinken we eerst thee, dan kunnen we over een uurtje aan de wijn', zegt Yvonne van den Hurk. Een paar dagen daarvoor had ze zich ook al zo gemoedelijk getoond. Met - onverwacht - Brabantse tongval had ze een aantal journalisten ontvangen voor een voorproefje van haar nieuwe stuk. 'Met een dialect maak je het meteen ongedwongener', knipoogde ze toen.

Ze is bij het grote publiek niet meer zo bekend als in de tijd van Pleidooi, Unit 13 en Taxi, maar de laatste jaren heeft Van den Hurk zeker niet stilgezeten. Ze bewerkte Een nagelaten bekentenis van Marcellus Emants, en speelde er een rol in. Ze haalde 21 beroemde vrouwen over om mee te doen aan De vagina monologen, regisseerde Peter Faber in Caveman, had plannen om Agnes van Peter van Straaten op de planken te brengen.

Een rode draad in die producties?

'Die is er niet. Of het moet zijn dat er een paar samenwerkingsverbanden uit elkaar zijn geknald.'

Toch is er één thema dat haar altijd boeit: de eeuwige strijd tussen bravoure en bescheidenheid. George Sand versus Chopin, zo is het nu op de planken, maar privé kent ze het ook, met een moeder die zich de kaas niet van het brood liet eten en een vader die altijd bang was het fout te doen. De twee kanten zijn in haar verenigd, en dat is, zegt Van den Hurk met gevoel voor understatement, 'best verwarrend'. 'Mijn eerste reactie is altijd: o, dat kan ik wel. Daarna komt de twijfel. Vooral de laatste tien jaar.'

En die twijfel geldt?

'Of ik wel echt de goede actrice ben die ik dacht te zijn toen ik van de toneelschool kwam.'

Je bent van de lichting '83 van de Toneelschool in Maastricht. Pierre Bokma zat bij je in de klas, Joke Tjalsma, Peter Blok. Gijs Scholten van Asschat kwam een jaar later. Wat was het voor club mensen?

'Een vriendenclub.'

Welke rol vervulde jij daarin?

'Ik was degene die de boel bij elkaar hield. Dat wil zeggen: er gebeurde altijd wat bij mij. Zoete inval. Of ik had lekkere wiet, of een lekkere fles - meestal het laatste.'

Was het al meteen duidelijk wie er later groot zou worden?

'Ik geloof dat Pierre en ik werden gezien als talentvol. Het hing ook een beetje af van wat een docent van je vond. We hadden er een, een Roemeen, die zei tegen mij: du sollst nur Kinder spielen. Terwijl ik natuurlijk graag in Virginia Woolf wilde staan.'

Met welke grote droom kwam jij van school?

'Ik was een adept van het Werktheater. Het was begin jaren tachtig, de glorietijd, met Peter Faber, Shireen Stroker, Helmert Woudenberg, Joop Admiraal. Daar wilde ik bij. Improviseren! Maatschappelijk relevante stukken maken. Later bedachten we dat we zelf zo'n clubje zouden oprichten - Pierre, met wie ik een verhouding had, Debbie Korper, Arie Kant en ik.

'Op de dag van de diplomauitreiking hoorden we dat onze subsidieaanvraag niet werd gehonoreerd. Pierre kon zo naar Globe. Arie en Debbie hadden een aanbieding van Scholengroep Centrum. Ik zie mezelf nog staan, een kaarsje opstekend in de Onze Lieve Vrouwenkerk: nu blijf ik alleen in Maastricht achter.'

Voelde dat als verraad?

'Een beetje wel. Maar het heeft toch niet zo'n indruk gemaakt, want ik ben uiteindelijk met Arie en Debbie meegegaan om twee jaar lang voor scholieren te spelen. God, wat zijn we geschoffeerd. Kwam je op, riepen ze: broek uit! Of je kreeg een boterham met pindakaas naar je hoofd. Daar heb ik veel van geleerd.'

Wat?

'Dat niet iedere scheet die je laat mooi is.'

Het lijkt me voor een getalenteerde leerling toch een teleurstellende eerste stap: op middelbare scholen spelen.

'Tuurlijk. Maar het was ook gewoon een slechte tijd voor pas afgestudeerde acteurs. Alle gezelschappen zaten vol, er kwam voor niemand een aanbieding, behalve voor

Pierre. Maar dat was ook zo'n waanzinnig talent.'

Heb je iets van hem opgepikt?

'We hebben maar één keer samen in een stuk gestaan, op de toneelschool. Op mijn beoordeling stond daarna: 'Jij mag nooit meer met Pierre spelen.' We waren heel heavy tegen elkaar, ook op de vloer. Bovendien, ik weet niet of ik iets van Pierre had kúnnen oppikken. Zijn talent om zich te transformeren, om zich in een rol in te leven, is zo waanzinnig. Ik heb een heel ander talent. Het spelen komt bij mij heel erg van binnenuit. Sommige mensen worden daardoor geraakt, anderen vinden het te klein. Te weinig vervreemdend.'

Twee jaar na je afstuderen kwam je als aanstormend talent binnen bij het Ro Theater.

'Toen werd het één dol pakket van grote rollen in grote stukken, en niet alleen bij het Ro Theater, ook bij Hollandia, en bij Globe. In 1986 werd ik genomineerd voor een Theo d'Or, voor mijn vertolking van Nora in Het poppenhuis. Ik had nog nooit gehoord van de prijs.'

Een paar jaar later werd je gevraagd voor de tv-serie Pleidooi. De halve vriendenclub van Maastricht zat erin, iedereen had het over de chemie in de groep.

'Als daar al sprake van was, dan ligt die voor mij in de goede scripts en in de tijd die we kregen om te repeteren. En ja, wij uit Maastricht hadden vaak aan een woord genoeg. Dat scheelde. We waren niet bang om onszelf aan elkaar te laten zien.'

Beoordeelde je elkaar op: wie is waar in zijn loopbaan?

'Nee. Het was voor ons allemaal de eerste keer dat we aan het grote publiek werden getoond.'

Het is iedereen daarna pas zo voor de wind gegaan.

'Ja, al ben ik een andere weg gegaan dan de meesten van mijn Pleidooi-collega's.'

Je werd niet gevraagd voor opvolger Oud geld. Wie bepaalde dat?

'De regisseurs, Mike van Diem en Willem van de Sande Bakhuyzen. Die zeiden: als het verhaal zich afspeelt in het milieu van het oude geld, dan moeten er acteurs in die uit dat milieu komen. Ik kwam dat niet, nee, maar ik was niet de enige. En bovendien, als acteur kun je iets ook spélen. Ik dacht dat dat nu juist de essentie van het vak was.'

Hoe heb je op die afwijzing gereageerd?

'Ik dacht: als ik eruit word geflikkerd, dan zijn we ook geen vrienden meer.'

Heb je je ooit afgevraagd of het iets in jouw houding was waardoor dit kon gebeuren?

'Ik ben fel, ja. Als iemand niet goed is voorbereid, whoever he is, dan ben ik niet tactisch. Dat is niet slim. Een acteur kan beter met stroop zwaaien dan met azijn. Weet je, het is helemaal niet zo moeilijk om met mij te werken. Ik ben niet zo'n actrice die zegt: je staat in mijn licht, zo kan ik niet spelen. Maar als ik onzeker ben, en dat is iedereen als hij met een nieuwe rol begint, dan kan ik heel somber en serieus en destructief zijn. Maar uiteindelijk ben ik ook wel weer zo professioneel dat ik mezelf kan relativeren. Inmiddels is de relatie met een deel van de Maastrichtse club weer genormaliseerd.'

Een paar jaar geleden kwam er na een artistiek conflict een breuk tussen jou en Joke Tjalsma - ook actrice, en je beste vriendin. Waarom?

'Ik had haar gevraagd mee te spelen in Moord, een bekentenis, naar het boek van Marcellus Emants. Ik had subsidie aangevraagd, de flyers waren gedrukt, ik moest alleen nog het script schrijven. De eerste versie die Joke las, vond ze niet goed. Begrijp ik ook, achteraf. Maar toen werd het een machtsstrijd. Op een ochtend kwamen we bij elkaar en zei zij, out of the blue: 'Ik wil niet met je spelen, ik ga niet met je spelen, ik zal niet met je spelen.' Oké, zei ik, dan betekent dit ook het einde van de vriendschap.

'Later heeft ze me een brief gestuurd waarin ze schreef dat ze ja had gezegd tegen het stuk, omdat ze hoopte dat ik daardoor weer plezier kreeg in het spelen. Die brief heb ik teruggestuurd. Ik dacht: wie ben jij om dit te zeggen? Ik heb geen hulp nodig. Trots, ja heel erg. We hebben elkaar daarna anderhalf jaar niet gezien. Maar we misten elkaar zo, dat het weer is goedgekomen.'

In Chopin? is ze zelfs je regisseur. Waarom lukt samenwerken nu wel?

'Omdat we nu niet náást elkaar staan. Ik zou er ook niet aan moeten denken.'

Waarom niet?

'Joke is meer Chopin en ik George Sand. Ik ben makkelijker. Zij is op de vierkante centimeter perfectionist.'

Volgens mij kun jij er ook wat van.

'Ik ben ook niet makkelijk. Maar als een ander moeilijk doet, dan kan ik daar niet tegen. Ik vind snel iets ondermijnend.'

'De bambino met de grootste mond', zo herinnert haar zus Agnes zich haar. Yvonne, de jongste van vier kinderen, maar absoluut de vinnigste. En de creatiefste. Zodra ze kon lopen, danste ze door het huis, zodra ze kon schrijven, tikte ze op de typemachine haar eerste verhalen. Elke woensdag en zaterdag werden er thuis toneelstukjes opgevoerd, en was zij initiator, tekstschrijver, regisseur en hoofdrolspeler. Een leidertje, ook nu nog, beaamt Yvonne van den Hurk. Als ze bijvoorbeeld met Agnes staat te koken, bedenkt zij welk gerecht ze gaan maken, en gaat Agnes de uien snijden. 'Tja. Zo is het.'

Geef je anderen wel voldoende ruimte?

'Dat leer ik. Moet ik nog leren. Ik geef sinds een aantal jaren les op een paar theateropleidingen, en ik merk dat het me in de rol van docent makkelijker afgaat om een ander te laten groeien.'

Kun je er niet tegen als iemand anders onzeker is?

'Ik ben er te ongeduldig voor. Ik weet ook wel dat het beter is om iemand te helpen dan tegen hem te zeggen: je weet het niet, hè?'

Zo onsympathiek is het vast niet bedoeld...

'Ik ben niet iemand waar mensen meteen voor gaan. Ik ben misschien een beetje George Sand: je houdt van haar, of je haat haar. Er zit niks tussen. Ik kan heel autoritair en arrogant overkomen, maar wie me beter kent, ziet iemand die twijfelt, en graag zorgt, en het gezellig maakt.'

Volgens je zus ben je het bindende element in jullie familie.

'Dat klopt wel, ja. Ik organiseer veel en ik ben een leuke tante.'

Waarom heb je zelf geen kinderen?

'Omdat ik al heel jong, als oppas en als kleuterleidster, de negatieve kanten van het hebben van kinderen heb gezien. Als je kinderen krijgt, moet je volledig toegewijd zijn, mag je niet meer te veel met jezelf bezig zijn. Daar lijden je kinderen onder. Dus toen ik op de toneelschool kwam, en eindelijk de ruimte had om helemaal te doen wat ik wilde, wist ik zeker: ik wil ze niet.'

Hoe komt het eigenlijk dat er zo weinig bekend is over je privé-leven?

'Ik heb een open relatie, al twaalf jaar, onze intimi weten ervan, maar ik heb er geen behoefte aan daarover te praten.'

Wat zegt het over jou dat je een open relatie kunt hebben?

'Dat ik, ondanks het feit dat ik een enorme piekeraar ben, toch goed in het moment kan leven. Als we samenzijn denk ik: dit is het. En als mijn vriend weggaat, kan ik het ook weer loslaten. Ik heb het niet nodig om dagelijks bij hem te zijn, een ring om mijn vinger te hebben.'

Wat is de kracht van jullie relatie?

'We laten elkaar groeien. Mijn vriend heeft me heel erg gestimuleerd om het heft in eigen hand te nemen. Niet af te wachten of er rollen mijn kant opkwamen, maar zelf producties op de planken te brengen.'

Voel je je inmiddels meer maker of actrice?

'Het is aan het verschuiven. Als je twintig jaar speelt, komt er een moment dat je denkt: ik weet het allemaal wel. Er komt nu een nieuw verlangen. Een verlangen om het meer in eigen hand te houden.'

En waarmee wil je het publiek raken? Met de boodschap van het stuk, of met je spel?

'Ik vind het belangrijker dat mensen bij het onderwerp stil staan, dan dat ze zeggen: mooi gespeeld. Als ik op de afgelopen twintig jaar terugkijk, is dat toch wel de rode draad in mijn carrière. Daarom wilde ik bij het Werktheater. Daarom vond ik het fijn om aan Pleidooi mee te doen. Daarom heb ik De vagina monologen gecoproduceerd. Ik ben nu bezig met de voorbereiding voor een soortgelijk stuk als de Monologen, maar dan over de overgang. Over hoe waanzinnig vrouwen daaronder lijden, ook in hun werk, en over het taboe dat daarop ligt.'

Chopin? past niet in dat rijtje maatschappelijk geëngageerd theater.

'Nee, de opzet van dit stuk is geweest: mensen van Chopin te laten houden.'

Hoop je ook dat je vaker voor theaterrollen wordt gevraagd?

'Het is geen open sollicitatie, als je dat bedoelt. Wat ik wel hoop, is dat ik weer lol in het spelen krijg. In deze fase van mijn leven heb ik vooral behoefte aan een beetje lichtheid. Zoals in de tijd dat ik achter op de plaats bij ons huis circusje organiseerde, en mijn vriendinnetje Liesbeth Blom zo ver kreeg om aan de rekstok te gaan hangen, terwijl ik zelf een ballenact deed. Zoals ik de straten afliep om kinderen uit te nodigen voor het optreden - 5 cent entree en ze kregen ook nog twee Belga's toe. Zoals mijn moeder altijd trouw kwam kijken, maar wel met de krulspelden in het haar, want het leven ging gewoon door. Zó wil ik het weer. Simpel. Daar voel ik me het lekkerst in.'

Daarom dus citeert ze George Sand die, door Chopin geconfronteerd met haar tekortkomingen als schrijfster, zegt: 'Ik weet zeker dat ik over vijftig, zestig jaar volledig vergeten zal zijn. Het is het lot van alles wat niet eersterangs is, en ik heb me nooit eersterangs gevoeld. Al schrijf ik nog honderd romans, naar dit niveau zal ik nooit opklimmen. Zoveel zelfinzicht heb ik wel.'

Maar of ze dat meent?

'Nou, ik leg het natuurlijk niet voor niets in de mond van iemand die in haar tijd enorm werd bewonderd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden