Ik ben niet grijs

Jaap de Hoop Scheffer (61) is, na zijn hartstoornis van afgelopen zomer, weer helemaal de oude. De voormalige politicus, minister en topman van de NAVO fietst tegenwoordig met een plastic tasje over zijn zadel door Den Haag....

Jaap de Hoop Scheffer heeft nog een afscheidsbezoek aan president Barack Obama tegoed. Daags voordat hij als vertrekkend secretaris-generaal van de NAVO naar Washington zou vliegen, werd hij afgelopen zomer getroffen door een hartstoornis. Het gebeurde in Brussel.

‘Ik had het geluk, tussen aanhalingstekens, dat ik heel snel in het ziekenhuis was en gedotterd kon worden. Als het 24 uur later was gebeurd, had ik in het vliegtuig naar de VS gezeten. Dan waren de risico’s groter geweest. Ik heb begrepen dat de schade aan de hartspier afhangt van de tijd die verstrijkt tot ingrijpen.

‘Toen ik uit het ziekenhuis was ontslagen, belde Obama. Hij zei: ‘Ik geef je nog een behoorlijk afscheid als je er weer toe in staat bent.’ Hij stuurde een brief om de uitnodiging te bevestigen. Wanneer het ervan komt, weet ik niet. Zijn agenda is zwaarder belast dan de mijne.’

Jaap de Hoop Scheffer, tegenwoordig twee dagen per week hoogleraar op de campus Den Haag van de Universiteit Leiden, waar hij internationale politiek doceert, is fysiek weer de oude. ‘Je kunt me met enige regelmaat op m’n racefiets aantreffen in de Haagse dreven, het Westland, Noordwijk, Katwijk.’ Niet meer gevolgd door veiligheidsmensen, zoals in Brussel.

‘Ik ben weer mijn eigen man, ik beslis wanneer ik wat doe. Veel lezen, een film kijken met mijn vrouw. Bij de NAVO werd je geleefd. Het was wel een keurslijf hoor.’

De overgang is groot?

‘Voor de secretaris-generaal stond altijd een helikopter of vliegtuig klaar. De ene dag vloog ik naar Japan, de volgende dag hing ik in een heli boven Afghanistan. Nu fiets ik rond met een AH-tas over het zadel, om niet nat te worden. Het is ongetwijfeld slecht voor mijn ego, maar goed voor de nederigheid dat mijn mandaat bij de NAVO op een gegeven moment afliep.’

In zijn nadagen bij de NAVO kreeg De Hoop Scheffer van premier Jan Peter Balkenende een afscheidsceremonie op het Catshuis aangeboden. Wie de bijeenkomst gadesloeg, was verrast: Jaap de Hoop Scheffer toonde zijn emoties. De man die door collega-politici en in de media werd omschreven als kil, glad en grijs, was zichtbaar aangedaan toen hij een hoge onderscheiding in ontvangst nam.

‘Ik heb als vertrekkend secretaris-generaal veel onderscheidingen gekregen, maar het meest bijzonder zijn toch die in je eigen land. Zeker als je die uit handen krijgt van een persoonlijke vriend, in gezelschap van andere vrienden als Maxime Verhagen (minister van Buitenlandse Zaken, red.), en laat ik mijn vrouw Jeannine niet vergeten, dan doet je dat wat. Tijdens die ceremonie dacht ik aan mijn politieke carrière in Nederland, er kwamen beelden boven Ja, dat raakte me.’

Emoties en Jaap de Hoop Scheffer, een ongebruikelijke combinatie?

‘Dat is een goede waarneming. Bij de NAVO was ik de internationale diplomaat die in mijn genen zit. Als hij zijn werk doet, zoekt naar compromissen tussen 27 landen, verdraagt zich dat niet met het tonen van eigen gevoelens, eigen opvattingen. Sommigen noemen dat grijs. Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Het maken van sweeping statements, zoals de Engelsen het zo mooi zeggen, en het tonen van emoties, pasten niet in de rol die ik had. Emoties bewaar ik voor de kring van de eigen geliefden.’

De Hoop Scheffer maakt een overstapje naar Nederland en de Haagse politiek. Na twaalf jaar in diplomatieke dienst was hij achttien jaar politicus: Kamerlid, politiek leider van het CDA, minister van Buitenlandse Zaken.

‘Laat ik zeggen hoe ik Nederland nu waarneem. Alles is publiek geworden. Het publieke en het privédomein zijn volledig door elkaar aan het lopen. Emotietelevisie, emotie-interviews zijn aan de orde van de dag. Naar mijn opvatting moeten publiek en privaat gescheiden zijn.

‘Mensen brengen uit vrije wil hun persoonlijke emotie in het publieke domein. Of ik ervan gruw? Nee, dat is te sterk uitgedrukt. Het is een trend, het hoort er kennelijk bij.’

Wat is er nog meer veranderd sinds u begin 2004 naar Brussel ging?

‘Tijdens mijn reizen kreeg ik die vraag verrassend vaak voorgelegd. Zelfs de president van Kazachstan vroeg me wat er aan de hand is in Nederland, waar zaken zich in de polder doorgaans rustig ontwikkelen, dat een goede naam heeft op het gebied van persoonlijke vrijheden en mensenrechten. Ik antwoordde dat na de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh woelingen zijn ontstaan in onze samenleving. En dat er een grote maatschappelijke onvrede is, gericht op iedereen die gezag heeft. De autoriteit staat in een kwaad daglicht.

‘Burgers verwachten meer van de overheid dan die kan bieden. Ik zie dat de politiek bezig is het burgers naar de zin te maken. Maar je moet soms zeggen: wat u vraagt, kan niet. Politici moeten uitleggen dat ze zelden keuzen maken tussen het verkeerde en het goede. Je zoekt een middenweg, waarmee je per definitie niet iedereen tevreden stelt. Politiek is een uitzonderlijk moeilijk vak.’

U ondervond dat aan den lijve. Eind 2001 moest u het veld ruimen als CDA-leider. U toonde geen wrok, het leek u langs de koude kleren af te glijden.

‘Dat was natuurlijk niet zo. Het was een buitengewoon emotionele gebeurtenis, ook voor mijn naaste omgeving. Maar als ik nu terugkijk op die crisis, denk ik dat ik de juiste keuze heb gemaakt door niet links en rechts om me heen te slaan – met allerlei reacties als gevolg. Het is dan algauw de ene werkelijkheid tegenover de andere. Je kunt maar beter zwijgen.

‘Het was een bewuste keuze, die ik samen met mijn vrouw maakte. Als ik een uitermate controversiële figuur was geworden, weet ik niet hoe mijn verdere loopbaan eruit had gezien.

‘Ik constateerde gebrek aan vertrouwen in de partij. Toen had ik kunnen zeggen: daar heb ik geen boodschap aan, ik blijf. Een van de redenen dat ik het fractieleiderschap heb neergelegd, was dat naar mijn opvatting Jan Peter mij moest opvolgen. Die opvolging heeft het CDA geen windeieren gelegd.’

Als dank haalde hij u als minister van Buitenlandse Zaken naar zijn kabinet?

‘Daarmee doe je Balkenende tekort, en mij eerlijk gezegd ook. Ik behoorde tot diegenen die met enig gezag over buitenland- en veiligheidsbeleid konden spreken. Voordat ik fractieleider werd, voerde ik jarenlang als Kamerlid het woord over buitenlandse zaken, defensie en ontwikkelingssamenwerking. Het verbaasde me niet dat Balkenende me vroeg, omdat we in die crisisperiode een sterke band hadden opgebouwd. Hij had in het kabinet – zijn eerste – behalve deskundigen ook politieke makkers nodig. Mensen met wie je door diepe dalen bent gegaan.’

Na anderhalf jaar ging u naar de NAVO. Men zei: dankzij de Nederlandse steun aan de Amerikaanse invasie in Irak, begin 2003. Oud-premier Wim Kok noemde u en Balkenende schoothondjes van George Bush.

Fel: ‘Mensen die dat zeggen, hebben geen argumenten meer. Als ik het even naar de huidige tijd transformeer, hoor ik dat Geert Wilders een racist wordt genoemd. Als je iemand zo’n etiket opplakt, diskwalificeer je hem en discussieer je niet meer. De denkbeelden van Wilders staan mijlenver af van de mijne. Maar helpt het, en dat is een retorische vraag, om je eigen geweten te sussen met termen als racistisch of extreem-rechts?

‘Ik had in mijn stoutste dromen niet verwacht dat mijn naam na anderhalf jaar ministerschap zou worden genoemd voor de NAVO-topfunctie. Ik heb me niet kandidaat gesteld. En, zeg ik naar eer en geweten, ik heb ook niet gelobbyd. Tijdens de besluitvorming in Nederland rond Irak speelde mijn kandidatuur nog lang niet.

‘Het benoemingsproces is ondoorzichtig, zoals dit jaar bij de keuze van de eerste ‘Europese president’. De Britse Labourminister van Buitenlandse Zaken Jack Straw heeft in juni, juli 2003 mijn naam in de hoed gegooid. Er waren eerst andere namen: Jozias van Aartsen (oud-VVD-minister, en nu burgemeester van Den Haag, red.) en zelfs Wim Kok (oud-premier, red.) is nog even aan de orde geweest. Enfin, de Engelsen hebben zich opgeworpen als wegbereiders.

‘Op een bepaald moment ontstond een ground swell, een soort onderstroom, die leidde tot consensus over mijn kandidatuur. Goede persoonlijke contacten met mijn Franse en Duitse collega’s zullen geholpen hebben, evenals het feit dat ik goed Frans spreek.

‘Ik had altijd een goede relatie met de Amerikanen, dat is natuurlijk voor de NAVO van belang. Maar als ik, om dat vreselijke woord te gebruiken, hun schoothondje was geweest, zouden de Franse president Jacques Chirac en de Duitse Bondskanselier Gerhard Schröder mij nooit hebben gesteund. Zij waren fel tegen de oorlog in Irak. Tegen mij zeiden ze: we hebben je nodig om de wond te helen die de oorlog heeft geslagen in het bondgenootschap.

‘Balkenende voelde er aanvankelijk niet zo veel voor om me naar Brussel te laten vertrekken. Ik heb gezegd: als je wilt dat ik in Den Haag blijf, doe ik dat. Zo zijn onze verhoudingen. Hij liet me gaan.’

Als kersverse NAVO-chef noemde u de missie in Afghanistan een lakmoesproef voor het bondgenootschap. Verstandig, gezien de beroerde situatie in dat land anno 2009?

‘Ik heb nooit gezegd dat de NAVO teloorgaat als het in Afghanistan zou mislopen. Maar het is wel degelijk een lakmoesproef: de grootste, meest complexe missie in het 60­jarig bestaan van de NAVO. Het beeld is gemengd. Ik heb heel Afghanistan bereisd en enorm veel vooruitgang gezien. Miljoenen kinderen gaan naar school, er is economische ontwikkeling. Maar er is nog een lange weg te gaan. We hebben de steen der wijzen nog niet gevonden. Daarover moeten we eerlijk zijn, net als over het doel van de missie.

‘Ik heb in het Nederlandse debat de tegenstelling tussen ‘wederopbouwmissie’ en ‘vechtmissie’ altijd vreemd gevonden. We zitten er niet alleen voor de Afghanen, maar ook voor onze eigen veiligheid. Dat deel van het verhaal heb ook ik te weinig voor het voetlicht gebracht. Het is een missie waarin we ons teweerstellen tegen terreur, tegen de politieke islam zo je wilt. Dat is direct gerelateerd aan onze eigen veiligheid.

‘Opgeven veroorzaakt een enorme instabiliteit in een van de gevaarlijkste regio’s ter wereld. Geen land, ook Nederland niet, kan zeggen: we abandonneren, we gaan weg. Dan sluiten we onze ogen voor de risico’s.’

U bent nu tijdelijk hoogleraar op een leerstoel...

‘Genoemd naar de grote rechtsgeleerde Peter Kooijmans!’

die als eerste prominente CDA’er kritiek uitte op de Nederlandse steun voor de Irakoorlog, vooral op de juridische grondslag.

De Hoop Scheffer beent naar een bureau waar documenten liggen waarmee hij zich heeft voorbereid op zijn gesprek met de commissie-Davids, die onderzoek doet naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog. Hij pakt een schriftje en declameert: ‘Op 20 januari 1993 is er een Kamerdebat met Kooijmans (destijds minister van Buitenlandse Zaken, red.). Hij doet dan al wat Balkenende en ik vele jaren later hebben gedaan: hij verwijst naar VN-resoluties die het gebruik van geweld tegen het Irak van Saddam Hussein rechtvaardigen. Dan komt vanuit de Kamer de vraag of de minister niet bang is dat hij zich later nog eens moet verantwoorden voor het Internationaal Gerechtshof. Hij zegt: ‘Ik laat het aan de geschiedenis over of ik mij voor het Hof heb gediskwalificeerd met het innemen van dit standpunt.’

‘Er is een rechte lijn van vier opeenvolgende ministers – van Kooijmans, Hans van Mierlo (D66), Jozias van Aartsen (VVD) naar mijzelf – die VN-resoluties hebben beschouwd als rechtvaardiging voor geweld. Ik bestrijd de gedachte dat het kabinet-Balkenende in 2003 een nieuwe weg is ingeslagen. Nog steeds ben ik van opvatting dat de juridische afweging die wij hebben gemaakt de juiste is geweest. Veel mensen zijn het ermee oneens, en dat zal altijd wel zo blijven. Het zij zo.’

Heeft u nooit getwijfeld? Bijvoorbeeld toen de Amerikaanse minister Colin Powell toegaf dat hij fout zat met informatie over massavernietigingswapens?

‘Achteraf, nu er niets is gevonden, is het gemakkelijk praten. De bewijslast lag bij Saddam Hussein. Hij heeft geweigerd aan te tonen dat hij niet meer over die wapen beschikte. Wij wisten niet of er massavernietigingswapens waren, en daarom heeft het kabinet het corpus aan VN-resoluties gebruikt als hoofdargument. Al die resoluties spraken over ontwapening, en werden door Saddam Hussein terzijde geschoven.’

Was u voorstander van militaire in plaats van politieke steun?

Na enige aarzeling: ‘Die vraag wil ik wel beantwoorden. Ik heb als minister nooit aangestuurd op meer dan politieke steun. Tot zover Irak.’

In januari brengt de Onderzoekscommissie Irak verslag uit. Het zal een eventuele (internationale) voortzetting van De Hoop Scheffers carrière niet frustreren. Want die ambitie zegt hij niet te hebben. Een turbulente loopbaan lijkt beëindigd.

‘Toen ik in Brussel ging nadenken over wat ik zou doen na terugkeer in Den Haag, heb ik besloten dat ik geen functie in de politiek of het openbaar bestuur zoek. Ook in het internationale circuit heb ik voldoende gezien en meegemaakt. Ik heb in een maalstroom geleefd. Den Haag was nog hectischer dan Brussel. Er waren veel hoogte- en dieptepunten. Ik leefde 7 sur 7, zoals de Fransen zeggen, ik werkte dag en nacht.

‘Lezingen houden, conferenties bijwonen – dat wil ik nog. De adrenaline die in mijn lijf zit, fiets ik er wel uit.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden