Column

Ik ben niet Charlie, ik ben een simpele jongen

Facetimen met mijn zus in Amerika is een ontluisterende ervaring. Zij zit, op welk moment van de dag dan ook, goed in de haartangkrul en de zelfbruinende make-up, ze heeft een zachte trui aan en haar tanden zijn stralend wit. In het hoekje van mijn telefoonscherm zie ik mezelf. Bleek, moe, wallen. Nul make-up en een dikke wollen trui. En een onderkin, maar dat zal wel aan mijn telefoneerhouding liggen.

Mijn zus vertelt dat ze ons in de zomer komt opzoeken. Ze wil dan ook naar Parijs, maar haar vriend, een Amerikaan, durft daar niet heen. 'Hij is bang dat ze daar nu alle Joden aan het neerschieten zijn.'

Eerst begrijp ik niet wat ze bedoelt. 'Heeft dat iets te maken met die Charlie Hebdo-aanslag?'

Ze zucht. 'Ja... Nou ja, je weet ook niet wat daar verder gaat gebeuren.'

Ik verzeker haar ervan dat ik niet denk dat Dave daar op straat zal worden doodgeschoten. Zijn beroep is het installeren van ingewikkelde apparatuur in de huizen van rijke mensen; apparaten waarmee je tegelijkertijd het licht kunt dimmen, een romantisch muziekje kunt aanzetten, het vuur kunt oppoken, het bad kunt laten vollopen en de oven kunt voorverwarmen. Ooit logeerde ik een weekend bij hem. Steeds als ik een lichtknop meende in te drukken, zette ik een film op de thuisbioscoop aan of werd de hele kamer ineens paars.

'Ik denk niet dat ze op mensen uit Dave's beroepsgroep uit zijn', zeg ik geruststellend.

'En wat is dat met dat Je Suis Charlie?' zegt mijn zus geïrriteerd. 'Vind jij die cartoons leuk?'

'Ik vind ze nogal slecht', zeg ik, 'maar die mensen bedoelen ook niet dat ze ze goed vinden. Ze maken een statement.' 'Ja, voor de vrijheid van speech', zegt mijn zus, die langzaam haar Nederlands aan het vergeten is.

Ik moet lachen om die uitdrukking, maar dat doe ik niet hardop. Ik denk aan de vrijheid van speech op bruiloften en partijen. Een vrijheid die mensen altijd hard bevechten, maar die je in de meeste gevallen niet zou moeten verlenen.

'Maar je hoeft toch niet te zeggen dat je Charlie bént?', zegt ze bozig. 'En wat denken jullie daar, dat er verder nooit aanslagen gebeuren? Waar veel meer mensen bij sterven?'

Ik wil haar van alles uitleggen, maar tegelijkertijd weet ik ook niet precies welk punt ik wil maken.

'Dave wordt niet doodgeschoten', zeg ik uiteindelijk maar.

Ik denk aan de presentator Ajouad El Miloudi, die van de week in een praatprogramma over de Charlie-aanslag zichzelf 'een simpele jongen' noemde en zich afvroeg of hij zijn mening over het hele gebeuren moest geven. Dat vond ik verfrissend. Ik ben niet Charlie, ik ben een simpele jongen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.