Column

Ik ben Ivo Niehe niet

Hij ken het zelluf toch nie lese.

Beeld ANP

Zo nu en dan brengt de postbode een pakje waarin een vertaling van Bonita Avenue zit. Vandaag kwam de Hongaarse, die waarschijnlijk net voor het sluiten van de grenzen op de post is gedaan.

En, bekt het een beetje? Geen idee, ik ben Ivo Niehe niet. Of een vertaling deugt is een kwestie die zich door mij niet laat doorgronden.

Er bestaan twee typen vertalers, dat weet ik inmiddels wel, namelijk: vragers en zwijgers. Vragers sturen verontrustende lijsten met vaak honderden vragen die meestal dom lijken, maar misschien daarom juist heel goed zijn - ook dat weet ik niet.

Het tweede type vraagt juist helemaal niks. Plotseling is er de vertaling. Ook dat verontrust me. Wie zijn de goeie?

Zelfs aan een vertaler ruiken, helpt mij niks. Een tijdje geleden rook ik aan mijn Tsjechische vertaalster, een knuffelgrage dame van moeilijk schatbare leeftijd die dezelfde geur had als mijn oma zaliger, wat ik een goed teken vond. Iemand die zo lekker ruikt kan geen kwaad doen.

Zij vond mij, verklaarde ze, lang niet zo'n griezel als ze al die tijd gedacht had.

Mijn nieuwe oma had nul vragen.

Bij thuiskomst lag er in de bus het vertaaltijdschrift Filter. Mijn vriend Maarten Steenmeijer had het naar me opgestuurd, er stond een recensie in van de Tsjechische vertaling. 'Bonita Avenue,' luidde de titel, '- hoe zout heb je het ooit gevreten?'

Vol vertrouwen begon ik te lezen. Maar wat bleek, mijn nieuwe oma had er potje van gemaakt. Vrijwel alles wat een vertaler fout kan doen, had ze fout gedaan. Volgens de tweetalige scribent kon je de verhaallijn nog wel ongeveer volgen, maar de stijl was grondig vernietigd. Metaforen klopten niet, staande uitdrukkingen had oma niet herkend. Als 'Clinton' in het origineel 'niet over de brug kwam', stonden ze in het Tsjechisch 'te wachten tot Clinton over een brug liep'.

Ook had oma talloze woorden verkeerd gelezen, 'veertien' als 'veertig', 'rechts' als 'recht', 'cartoon' als 'karton', enzovoort. Lange zinnen had ze in stukjes geknipt, of gewoon maar weggelaten. Of er zelf een mooie bijbedacht - waarvoor dank.

In een opsomming met Van Basten en Gullit vertaalde ze 'Rijkaard' met 'patser.' Dat vond ik dan wel weer komisch, Frank Patser, Suzy schoot er zelfs van in de lach, en die weet wel wat leuk is.

Wat me tegenviel van oma was dat ze naar het einde toe, aldus mijn spion in Filter, steeds slordiger werd. Een oplopende hoeveelheid fouten per alinea. Als je het mij vraagt rook oma al vroeg de stal. Nu heb ik dat ook wel eens, met de nieuwe Franzen bijvoorbeeld (geen reet aan) - maar niet tijdens het vertalen!

Hoe we geboren worden, intelligent of gehinderd, met een talenknobbel of zo dyslectisch als een borrelglaasje, daaraan doe je niets. Dus daar ben ik niet boos over. Maar afraffelen is wat anders. Dat valt onder het kopje: vlijt.

In die zin heb ik meer vertrouwen in mijn Griekse vertaalster, die wel duizend vragen had, de een nog dommer dan de andere, maar dat is juist goed. Volgens mij deed ze eerder al Feta van Elsschot, dus met de reputatie zit het wel snor. Maar mijn Tsjechische oma had ook een snor. Dus: ik weet het niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.