Ik ben ik, ben ik ik

Kijk, hier heb je z'n schoenen, zijn leren mantel, en wanten. Waar is de tijd? Hier is de tijd. Esther Jansma....

Kader Abdolah

Morgen krijgt ze de VSB poëzieprijs uitgereikt. Deze hoogste Nederlandse poëzieonderscheiding krijgt ze voor haar vierde bundel: Hier is de tijd.

Even kijken hoe oud zij is. Eénenveertig. Mooie leeftijd voor een dichter.

Dat is me vaker opgevallen, Nederlandse dichteressen zijn heel krachtig in hun poëzie. Hoe komt dat? Waar komt die kwaliteit vandaan?

Neem er de tijd voor en lees bijvoorbeeld het gedicht Geschiedenis van Lidy van Marissing:

hoe de oude stoelen naast de

tafel kraken even, scheef en verlegen staan, wij weten van niets, een

roerig verleden houdt in hout zich in, niemand voelt of ziet de nerven beven, krom- getrokken door dagen en

jaren. . .

Of dit kindergedicht van Elma van Haren:

Weet je, in augustus aan zee zag ik op de boulevard duizenden dode lieveheers-

beestjes. . . voor hen is het heel lang, een hele zomer leven.

Dus heb ook ik maar niet

gehuild om al die oranjerooie dood.

De zon gaat oranjerood onder en komt omhoog oranjerood.

Helaas heb ik geen ruimte meer om meer voorbeelden te geven. Morgen is het de dag van Esther Jansma. Zullen we een korte wandeling langs haar gedichten maken?

Je loopt op het strand: de zee,. . . je zet je schoenen in het zand:

Koeiehuid. . .

Je kiest de kleinste korrel.

Aarde.

Esther Jansma kijkt net zo diep als oud-Perzische dichters, zij zetten nog een paar stappen verder: Gorshidi binie har zarre ra ke beshkafi... in elk korreltje dat je splijt, kom je een zon tegen.

De dood maakt van mensen een plek, dicht Jansma.

de plek waar de man was: het

lichaam dat zich vergat. . . op de stenen in die straat in die

stad. . . wijs op twee van alle tegels die

er liggen.

Stenen kistjes.

Ik hoor Omar Khayyám: Mardo makke tjashme négari boedast. . . wees voorzichtig waar je ook loopt want je zet misschien je voet op de ogen van een geliefde.

Laten we verder wandelen. Ingeslapen, in een landschap gestaan met jou, een nacht en een zee om ons heen. . . (wie daar in zinkt vervalt): gevlucht het land af, bang geweest: ik in ik, jij in jij naast

mij in het water. Zee opgedronken en veelvoud vergeten. Geen kust

hier.

Nu langzaam. Geen later.

Mooi, drie keer mooi. Wat is dat 'zee opgedronken'. Geen later. Ik in ik, jij in jij naast me in het water.

De liefde op haar Hollandse manier? De zee komt om hen een handje te helpen zodat zij hij kan worden en hij zij.

In een land waar overal water is, water loopt, water valt, wordt dat gedicht het product van het eenwordingsproces in de liefde.

Lees nu eens deze: Sjeeg klopte op de deur van zijn geliefde.

'Wie is daar?'

'Ik', antwoordde Sjeeg.

Ze deed de deur niet voor hem

open.

Hij klopte opnieuw.

'Wie is daar?'

'Jij', antwoordde Sjeeg.

En toen deed ze de deur open.

Nu weer terug naar Jansma:

Ze keken elkaar in het identiek

gezicht.

En dachten: ik ben ik, ben ik ik.

Even nadenken. Ik begrijp niet of mevrouw Jansma met die ik ik, IK bedoelt, of dat ze met die ik ik, jij jij bedoelt. Daar ontbreekt een vraagteken, maar toch doemt een vraagteken op, onzekerheid. En dat past niet in de liefde.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden