'Ik ben iemand van het visueel uitpakken'

De vorm was er eerder dan de inhoud. Voor Dik Trom, zijn speelfilmdebuut, dook regisseur Arne Toonen direct het atelier in om te schilderen hoe de film eruit moest zien. 'Het is heel erg een art-direction film.'

Voor zijn speelfilmdebuut had hij een stoere mannenfilm in gedachten. Niet een familiefilm over een oer-Hollandse kinderheld. Toen hij het script voor de film Dik Trom kreeg toegestuurd, was zijn reactie dan ook: wat moet ik hiermee? Maar al bij de eerste bladzijden zag regisseur Arne Toonen (35) het voor zich. 'Ik wilde een eigen wereld creëren, iets wat je nog nooit hebt gezien.' Dik Trom moest niet in het rijtje komen van Pietje Bell, Kruimeltje en De Kameleon. 'Hartstikke tof, maar de molen, de kinderkopjes en de klompen zijn al gedaan.'


Van dondersteen Dik Trom uit de boeken van Cornelis Johannes Kieviet blijft alleen de naam en het feit dat het om een dik jongetje gaat overeind. 'Ik dacht direct, ik ga de andere kant op', zegt Toonen, die in 2003 afstudeerde aan de Filmacademie en, na jaren werkzaam te zijn geweest als regisseur van reclamefilms, terugkeerde naar de cinema met de One Night Stand-film Hou Holland Schoon (2008), en de korte films Oh Deer! (2009) en Val Dood! (2009). Hij dook zijn atelier in, waar hij tevens als kunstenaar werkt. Om materiaal te zoeken bij het beeld dat zich in zijn hoofd allang gevormd had.


Hij bladerde door boeken met het werk van schilder Edward Hopper en fotograaf David LaChapelle en liet zich inspireren door Jean-Pierre Jeunets film Amélie en het oude werk van Tim Burton. Rommelend met tubes verf vond hij de pasteltinten voor het door dieet geobsedeerde stadje Dunhoven, waar de familie Trom in de film naartoe verhuist omdat pa Trom er een restaurant kan openen.


'Dikkedam, waar de familie Trom vandaan komt, moest juist gefilmd worden in primaire kleuren, om het extra te doen afsteken', zegt Toonen. 'Ik zag Dikkedam direct voor me als een stadje dat is blijven hangen in de jaren vijftig.' Iedereen is er te dik, maar stijlvol en respectabel met bretels en pofmouwtjes. Met al die plaatjes onder de arm presenteerde hij zijn ideeën aan producent Eyeworks. Zo hadden ze er nog nooit over nagedacht. Het leek hen wel wat. Maar of hij alsnog even een regievisie kon schrijven. Toonen: 'Want ja, wie the fuck was Arne Toonen?'


Tijdens de voorbereidingen van Dik Trom was het een puntje van kritiek: dat Toonen vooral met de vorm bezig was en minder met de inhoud van de film. 'Dik Trom is heel erg een art-direction film. Natuurlijk bestaat het gevaar dat je je in de vorm verliest. Maar ik ben iemand van het visueel uitpakken. Tijdens het draaien zelf kan ik me dan helemaal richten op de inhoud.'


Toonen kan zich storen aan de hoeveelheid talking heads in speelfilms. Een gemiste kans om emoties visueel uit te drukken. 'In De gelukkige huisvrouw zit een scène waarin je de kamer waar Carice van Houten aan het bevallen is, onder water ziet lopen, als één van haar waanvoorstellingen. Dat vind ik zo'n sterk beeld.'


'Ik heb wel eens het verwijt gekregen dat ik te veel vlotte trucjes zou gebruiken om bepaalde emoties op te wekken', zegt Arne Toonen. Maar volgens hem worden overal trucjes toegepast, ook in arthousefilms, zij het op een andere manier. Bijvoorbeeld de camera die gericht op het achterhoofd met een personage meeloopt. 'Dan hoor ik de regisseur denken: je ziet het karakter niet, maar je bent wel bij hem.'


Zijn voorliefde voor 'visuele uitpakmomentjes' was ook al te zien in het postapocalyptische sprookje Anderland, waarmee hij afstudeerde aan de filmacademie. 'Als ik die film terugzie, denk ik wat saai en traag', zegt Toonen. 'Tempo is belangrijk. Je moet een scène niet langer rekken dan nodig is. Dat is misschien iets dat ik heb overgehouden aan de reclamewereld.' De overstap van korte films en commercials naar een lange speelfilm bezorgde Toonen ook faalangst. 'Hoe houd ik de spanningsboog vast? Hoe blijven de karakters interessant? Ik vind het nogal een verantwoordelijkheid dat je mensen vraagt anderhalf uur van hun leven naar jouw speelfilm te kijken', zegt Toonen.


In Dik Trom wordt bourgondisch tegenover spartaans gezet. De familie Trom uit Dikkedam - 'we zijn misschien dik, maar wel gelukkig' - doet zich te goed aan alles wat vet en zoet is. Ze vallen uit de toon in het stadje Dunhoven, een persiflage op de gezondheidswaanzin en het geldende schoonheidsideaal. Zo is er niet Sonja Bakker maar Sonja Slager ('vliegensvlug mager met het dieet van Sonja Slager') en doen de meisjes op de school van Dik, omringd door klappende trotse ouders, mee aan een schoonheidswedstrijd waar het vooral om een lage Body Mass Index gaat.


'Voor volwassenen zit er een extra laag in de film', zegt Toonen. 'Dik Trom moest voor ouders geen verplicht nummertje worden.' Hij liet de volwassenen over de top spelen. Dik en zijn vriendinnetje Lieve spelen normaal. 'Je gaat je met de kinderen identificeren.'


Toonens vrouw Birgit Schuurman speelt één van de skinny bitches uit Dunhoven en schoonbroer Thijs Römer kreeg de rol van de sportschoolhouder Dolf. 'Je hele familie zit in de film', krijgt hij soms te horen. Daarover is Toonen duidelijk: 'Alleen Marcel Musters, die pa Trom speelt, heb ik zonder auditie gekozen.' Vrouw Birgit deed ook auditie voor de grotere rol van Sonja Slager, die naar actrice Loes Haverkort ging. Toonen: 'Loes had een gekte, met haar wenkbrauwen en ogen. En Thijs speelde zo onvoorspelbaar. En zijn slicke kop helpt. Een mix tussen een Viking-achtige god en tennisser Björn Borg.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden