Ik ben helemaal verliefd op haar werk

VOORGEDRAGEN DOOR EDWIN JACOBS (53), DIRECTEUR VAN HET CENTRAAL MUSEUM IN UTRECHT

Emma van der Put (25)

Kijken met vertraging - dat is misschien de beste manier om te beschrijven wat videokunstenaar Emma van der Put doet. Haar videowerken kenmerken zich door vertraging en een bijzonder gevoel voor detaillering. Soms lijkt het alsof je naar een serie stilstaande beelden kijkt en vergeet je dat de camera langzaam, o zo langzaam voortglijdt, als een oog dat al het zichtbare voorzichtig maar gretig aan een onderzoek onderwerpt. Een kijkoperatie.


Het kan van alles zijn: een kermis, een vrouw met donkere brillenglazen die een vuurtje weerspiegelen, een kleine stad bekeken vanaf een heuvel. Elk van die alledaagse onderwerpen, hoe druk, luid en beweeglijk ook, weet Van der Put met haar videocamera subtiel te bedwingen. Ensceneren doet ze niet. Wel zet ze, wanneer ze gaat monteren, de boel naar haar hand met behulp van slow motion, geluid dat ineens verdwijnt of een detail waarop sterk wordt ingezoomd.


In haar videowerken Montmartre (2011) en Mother (2012) krijgen alledaagse momenten een bepaalde sensuele tastbaarheid. Ze filmt de haartjes van een blad, ze vangt de wereld in zacht, grijs licht. 'Ze maakt dingen die helemaal niet groot zijn, groter', zegt Edwin Jacobs, die 'helemaal verliefd' is op het werk van Van der Put.


Ze is een 'heel goede kijker', eentje die niet per se een nieuwe kunstvorm introduceert, maar wel twee kunstvormen, cinema en fotografie, op een unieke manier met elkaar verweeft. Er is beweging, sobere verstilling, soms zelfs abstrahering - alles gevat in één beeldtaal van kleur en licht die duidelijk in een Nederlandse traditie past.


Neem de videoloop Funfair uit 2012. Het werk is een soort collage van licht, kleur en geluid, beelden die werden gefilmd op de kermis in het Amsterdamse Westerpark. 'Je kunt een kermis op tachtig verschillende manieren laten zien', zegt Jacobs. 'Maar je denkt bij een kermis niet meteen aan intimiteit.'


Toch was dat precies waar Van der Put zich volgens hem in haar video op richtte: het kleine, de 'menselijke maat' tussen al die schreeuwende en bewegende elementen. 'Zij kijkt van een figuurlijke afstand naar de situatie, zodat iedereen zich ermee kan identificeren'.


Het deed hem denken aan de film Fanfare (1958) van Bert Haanstra. Die gebruikte het wel en wee van het fanfarekorps in het fictieve dorp Brederwiede als decor waartegen zich het leven in een kleine gemeenschap afspeelde. 'Hoe langer je naar Funfair kijkt, hoe meer de kermis naar de achtergrond verdwijnt en je de mens ziet, als figuur die zich verhoudt tot zijn omgeving.'


'Emma van der Put staat op de schouders van twee reuzen', zegt Jacobs. Die reuzen zijn de beeldend kunstenaars Ger van Elk en Jan Dibbets, mannen van een generatie terug, van wie Van der Put het conceptuele werken en de toepassing van het Nederlandse licht niet klakkeloos overneemt, maar aanwendt en omsmeedt tot ze van haar zijn. Zij is 'zo talentvol', dat ze hun nalatenschap op geheel eigen wijze beheert.


Van der Put gaat heel groot worden. 'Ze zal zich, net als regisseur Steve McQueen, niet binnen het kunstcircuit, maar via de cinema ontwikkelen.' Jacobs weet ook wanneer: 'Binnen nu en pakweg zeven jaar'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden