‘Ik ben heel competitief’

Michel De Coster is CEO van BT (voorheen British Telecom) Benelux en bassist van de Belgische rockgroep De Mens. De uren die nog overblijven brengt hij het liefst door op het racecircuit....

‘Het gaat niet zo goed met me’, zegt Michel De Coster meteen bij binnenkomst. ‘Ik ben door mijn rug gegaan.’

Dat wordt nog wat vanavond. Over een half etmaal treedt de chief executive officer van BT Benelux (voorheen British Telecom) met zijn rockband De Mens op in de beursschouwburg van Brussel. Als de pijn in zijn rug het ten minste toestaat. ‘Ik ga misschien wauwelen, want ik heb net nog een pijnstiller genomen.’

Dat klinkt veelbelovend. Je bent nu zes jaar CEO van BT Benelux. Verveel je je niet?

‘Nee, verveling is niet het juiste woord. Maar soms is er wel iets, ik zou het metaalmoeheid noemen. Zes jaar geleden woedden er overal brandjes, nu heb ik alles redelijk onder controle. De overname van INS Group (Een Belgische netwerk- en systeemintegrator, red.) vorig jaar was een welkome afwisseling.’

Wat was er zo leuk aan die overname?

‘Ik had het nog nooit gedaan. Ik doe zoiets graag, omdat ik veel aandacht besteed aan de softere issues. Je hebt de cijfers, je kijkt naar de strategie. Maar bij een overname moet je vooral een relatie creëren. Zij zien niet BT, maar zij zien De Coster. Als dat een arrogante vlegel is, willen ze hun bedrijf niet aan je verkopen.’

Is dat een kwestie van verleiden?

‘Ja. Ik ben een beest, dat is mijn grote probleem. Nee, het is een truc, ik heb het moeten ontdekken. Ze moeten zien dat je toch wel een toffe kerel bent. Als ik bij BT vertrek, heb ik ook het liefst dat mensen zeggen: het was wel een toffe kerel. Waarom? Omdat dat een goede sfeer creëert.’

En dat is belangrijk, een goede sfeer?

‘Ik vind: You need to have a good time. We zijn hier niet lang. Er mag wel gelachen worden. Sommige mensen nemen zichzelf heel serieus en denken dat het dan beter gaat. Ik kan ook ontevreden zijn over zaken, maar allez, een menselijke relatie opbouwen vind ik belangrijk.’

Over vertrekken gesproken, zie je je toekomst binnen BT liggen of erbuiten?

‘Als je ergens zes jaar zit, gaan de meesten iets anders doen. Bij gebrek aan een andere optie kan ik hier wel voort en ben ik het verplicht om dat met evenveel energie te doen. Maar ik zou niet tegen een nieuwe sprong zijn, ook omdat ik 45 ben.’

Dus nogmaals: binnen BT of erbuiten?

‘Het liefst binnen. BT is een prachtig bedrijf, ik werk hier graag. Het is ook een gek bedrijf. Mensen verwachten van mij dat ik altijd enthousiast blijf, ik mag de armen niet laten zakken. Ik ben degene die het budget voor volgend jaar het eerste ziet. Dat vreet aan je. Binnen tien jaar wil ik minder werken. Dit tempo hou je niet vol tot je 65ste. Er is continu druk om resultaten neer te zetten. Ik kan je nu tien dingen citeren waar ik de komende uren een beslissing in moet nemen.’

Zoals?

‘We hebben een aantal kandidaten, onder wie een goede voor de functie van hoofd sales, die we nu al weken aan het lijntje proberen te houden. Ik vind die kandidaat goed, maar kan hem op dit moment om administratieve redenen geen contract aanbieden. Daar moet ik iets op verzinnen. En zondag hebben we een concert in het Amsterdams Concertgebouw. Ik moet beslissen met welke klanten ik op stap ga en wie met welke accountmanager.’

Hoezo is BT een gek bedrijf?

‘Als bedrijf zijn we een beetje manisch-depressief. We zijn in staat tot ongelooflijke dingen; de grootte van de deals, de complexiteit, de gedurfde dingen die we doen. Je kunt hier echt entrepreneur zijn. Maar soms hollen we onszelf voorbij. We zijn geen average company. Wat we doen is revolutionair. De transformatie van een klassieke telecom-organisatie naar een ict-bedrijf, van een product naar een service company en met een enorme verscheidenheid aan gebruikers, van de klassieke beller tot de moderne spelers op de zakelijke markt. Dat voorbeeld wordt nu bijvoorbeeld door KPN gekopieerd.’

Twaalf uur later gaat in een middelgrote schouwburg in het hartje van Brussel het licht uit. Op het podium verschijnen drie in het zwart geklede veertigers. Twee hebben een gitaar om hun nek, eentje zit achter een drumstel. Zanger Frank Vanderlinden zingt korte, Nederlandstalige liedjes links op het podium. In het midden staat De Coster, strak shirt, zwart zweetbandje, de basgitaar strategisch op zijn heupen. Hij dribbelt als een Robbie Williams over het podium en staat dan weer ineens pal voor het publiek, gooit zijn heupen naar voren en steekt zijn kin in de lucht. De Coster als één bonk testosteron.

Hoe komt een muzikant en politicoloog op deze hoge functie bij BT terecht?

‘Ik ben op een bepaald moment gevraagd. Dat is een gok geweest, want op het moment dat mensen voor je kiezen hebben ze een beeld van je dat hopelijk aan de realiteit beantwoordt. Ze baseren zich op je cv, of op iets uit de media. Als ik iemand aanneem zie ik diegene twee, soms drie keer. Ken je iemand dan?

‘Ik zit hier nu omdat ik hard heb gewerkt. De eerste anderhalf jaar werkte ik zeven dagen op zeven. Maar ik ben alleen een workaholic als het echt nodig is. Ik schat dat onze ceo Ben Verwaayen intelligenter is. Ik zie vier stappen vooruit, hij zes. Dat probeer ik dan weer te compenseren door hard te werken en m’n softere kant in te zetten.’

Uit wat voor gezin kom je?

‘Ik heb twee broers en een zus. Mijn ouders werkten beiden bij luchtvaartmaatschappij Sabena. Mijn vader moest jong gaan werken om zijn moeder te onderhouden. Hij heeft zich via avondschool opgewerkt tot expert-boekhouder. Hij heeft alleen maar gewerkt, totdat hij op zijn 61ste dood neerviel. Toen heb ik meteen een tattoo laten zetten. Waarom? Ik weet het niet.’

En zit die er nog steeds?

‘Ik heb pas een nieuwe.

‘Mijn vader had weinig interesses buiten het werk. Hij luisterde naar muziek, maar het weekend was om op adem te komen. Als gezin waren we erg op onszelf. Dat heb ik zelf ook wel. Ik zie mijn vrienden wel, maar een week op vakantie met mijn vrienden, dat is de hel. Dan wil ik de hele tijd een goede gastheer zijn. Ik kan me het best ontspannen met mijn vrouw, als ik verder niet hoef na te denken.’

Wat heb je van je vader geleerd?

‘Ik heb te weinig van hem geleerd. We hebben weinig tijd samen doorgebracht. De goede gesprekken kwamen met de jaren. Wat ik van mijn vader heb geleerd is om mijn eigen plan te trekken. Dat is een fantastische les, maar misschien ook een ongewilde les.

‘Mijn vader was gefrustreerd dat hij vroeg moest werken. Hij kon ons laten studeren en dan moesten we er ook iets van maken. Ik heb op het tweede jaar na alle studiejaren met grote onderscheiding gehaald. Terwijl ik tijdens mijn schooltijd meer buiten de klas stond dan erin. Ik was een rebel. Ik had een heel agressieve kant.

‘Dat komt af en toe nog wel eens naar boven. Bij een optreden bleef eens iemand maar ‘Wash en Go!’ roepen tegen de kale Frank. Op een bepaald moment ontplofte ik, zette mijn basgitaar aan de kant en gaf hem een toek op zijn bakkes. Frank zei: ‘waarom doe je nou zoiets?’ Maar ik kan het niet verdragen. Dat was wel uitzonderlijk hoor.’

Was er veel ruzie bij jullie thuis?

‘Nee, met mijn vader maakte je geen ruzie.’

Durf je dat nu wel met Verwaayen?

‘Da’s moeilijk. Ik durf het nu meer, maar hij dwingt wel respect af. Toen ik hem de eerste keer ontmoette, werkte ik in Amsterdam. Hij vroeg me: werkt dat wel, een Belg in Amsterdam? Ik antwoordde: en een Hollander in Londen, werkt dat? Hij keek me aan en zei ‘I like you’.’

In de kleuterklas leerde je medebandlid Frank Vanderlinden kennen. Was dat liefde op het eerste gezicht?

‘Nee, ik was een etter op school. Omdat ik me thuis niet zoveel kon uiten waarschijnlijk. Het is heel dubbel om zo te spreken over mijn achtergrond. Enerzijds ben ik ook geworden wie ik ben, dankzij mijn ouders, alhoewel ik veel zelf heb gedaan. Maar soms lees je van mensen die zeggen uit een warm gezin te komen, die samen op vakantie gingen. Ons gezin was dat niet. Ik werd ‘s zomers een maand lang naar een vakantiekolonie gestuurd. Ik vond het perfect gezellig, ik wist niet beter. Pas achteraf heb ik gezien dat er andere dingen waren. We maakten thuis ook geen ruzie. We aten wel samen en dan praatten mijn ouders voornamelijk over Sabena. Mijn vrouw werkt ook bij BT, maar we geven elkaar iedere dag een kwartier om over het werk te praten, meer niet.’

Terug naar Frank.

‘Frank was meer het boekentype, ik had branie. Op een gegeven moment zijn mijn ouders verhuisd. Ik ben muziek blijven spelen. Op de universiteit kwam ik Frank weer tegen. Toen zijn we samen gaan spelen. Daarna ben ik voor mijn werk naar Frankrijk vertrokken en heb ik drie jaar in Parijs gewoond. Toen ik terugkwam, kwam de commerciële televisie op. Lokale artiesten kregen ineens speelruimte. Ik zocht Frank op en vroeg hem of wij niet zoiets wilden doen. Een paar maanden later hebben we een demo opgenomen.’

‘We zijn geen commercieel succes, we trekken nooit volle zalen. We spelen op ons best als we voor 150 man spelen. Onze best verkochte cd verkocht 10 duizend exemplaren. We zijn niet plat genoeg om commercieel te zijn en niet extravagant genoeg om in de alternatieve scène thuis te horen. Maar nu vijftien jaar later zijn we wel een soort gevestigde waarde geworden.’

Wat haal je uit muziek?

‘Je weet waarom mannen in een bandje spelen, hè? Laat je niets wijsmaken, alleen daarvoor.’ (lacht)

‘Nee serieus, het is een lekkere uitlaatklep.’

Zou je fulltime met muziek bezig willen zijn?

‘Dat was even een droom; Engelstalige rock maken en dan gaan toeren. Maar Frank houdt niet zo van reizen. Ach, hier hebben we onze stek. Als ik fulltime muzikant zou zijn, zou ik ook nooit een bedrijf kunnen overnemen. Ik ben ook niet zo’n goeie muzikant. Ik speel gitaar maar ik kan geen noten lezen, ik speel op gehoor. En ik ben materialistisch ingesteld, ik heb graag mooie dingen.’

Dus je werkt hier om je dure smaak te bekostigen?

‘Onder andere. Ik ben niet rijk geboren en ik ben niet financieel onafhankelijk, niet als ik mijn huidige levensstijl wil aanhouden. Mijn bandleden kunnen van minder rondkomen, maar ik niet. Je haalt al mijn trauma’s naar boven. Moeten we het ook nog over mijn ongebreidelde libido hebben en waar dat vandaan komt?’ (lacht)

Rij je nog steeds in een Porsche?

‘Nee, ik heb net een Aston Martin gekocht. De auto van James (blaast het topje van zijn wijsvinger uit, red.) Bond. Ik heb altijd een zwak voor snelheid gehad. Ik ben ook heel competitief. Ik weet niet waar het vandaan komt. Als ik fiets met mijn vrouw en iemand haalt me in, ga ik erachteraan. Ik kan het niet laten.

‘Die Aston Martin heeft klasse. Er zijn toch een aantal merken die erin slagen om een aureool te creëren rondom hun product. Ik heb thuis een Ducati motor. Ken je die niet? Da’s straf. Ducati en Ferrari zijn merknamen met honderd procent naamsbekendheid. Ik vind het geen probleem om voor zo’n motor meer te betalen, alhoewel, als dan de remmen niet werken*’

De remmen niet werken?

‘Een jaar terug reed ik met 200 km per uur over het circuit, toen bleek dat de remmen het niet deden. Ik droom nog wel eens van het ongeluk. Je hebt nog 1,5 seconde voordat je valt. Dan werkt het brein feilloos. Je kijkt naar de opties: spring ik eraf of ga ik liggen?

‘Ik dacht: die motor komt in de zandbak terecht en dan vlieg ik eroverheen. Maar de hele motor vloog eroverheen. Toen ging de motor bokken. Ik kon hem niet meer houden. Ik viel 80 meter verderop tegen vangrail. Het eerste wat ik zei was: “Zet verdomme die motor af”. Dat is slecht voor de motor namelijk, als-ie blijft draaien.

‘Toen heb ik voorzichtig mijn tenen bewogen. Ik voelde ze nog. Daarna ben ik knock-out gegaan, ik had mijn sleutelbeen gebroken.

‘Sindsdien heb ik nog maar twee keer gereden. Ik ben bang geworden. Ik race altijd tegen een vriend. Tien jaar lang won ik van hem, maar sinds het ongeval ben ik trager.’

Hoe rijm je je liefde voor het racen met de wens van BT om meer maatschappelijk verantwoord te ondernemen?

‘Ik vind dat de milieuproblematiek wordt uitvergroot.’

Dus er is eigenlijk geen probleem?

‘Er is waarschijnlijk een probleem, maar je zult evenveel wetenschappers vinden die het tegenovergestelde beweren. Ik heb een aantal dingen gelezen. De meerderheid stelt dat de opwarming van de aarde een issue is. Maar anderen zeggen dat het een cyclus is.

‘Waar ik vooral moeite mee heb is dat milieu de nieuwe religie wordt. Als je er niet in meegaat, word je verketterd. Ik zit in de raad van bestuur van het circuit van Zolder. Dat bestaat al honderd jaar. Nu heeft een gepensioneerde straaljagerpiloot een goedkoop huis in de buurt gekocht en nu gaat hij ageren. En jawel hoor, hij vindt wel een journalist die daarin meegaat. Ik wil minder politiek, minder regels, meer vrijheid. Ik ben tegen de betutteling.’

Maar moet je als CEO van BT Benelux niet het goede voorbeeld geven?

‘Dat ga ik doen. Ik heb een plan om het woon-werk verkeer te verbeteren door het gebruik van de fiets en het carpoolen te promoten en we willen een roetfilter gaan verplichten. We hebben overigens dit jaar voor de Belgische organisatie ook een ISO-certificering behaald voor ons milieumanagementsysteem, en sinds 1 november zijn we in heel België ook overgeschakeld op groene energie.’

Dus je gaat iedereen verplichten een roetfilter op de auto te zetten en dan rij je zelf op zondag op het circuit op je Ducati?

‘Eh ja. Verdomme, dank je, Dennis (pr-medewerker, red.), topidee dit interview. Ik koop me ook niet vrij. Ik moet je eerlijk zeggen, ik heb in mijn team twee kampen: de non-believers, die zeggen dat het allemaal wel meevalt. Dat vind ik ook wel een beetje. In China wordt er heel veel vervuild en wij zitten hier maar ons best te doen. Maar in het team zit ook een aantal mensen dat meent dat we er iets mee moeten. Ik heb erover nagedacht. Het hoort bij onze corporate responsability. We gaan er als Benelux organisatie daarom vanaf nu toch actiever mee aan de slag.’

‘Ik zag je even verstarren toen we het over het CO2-verhaal hadden. Ik zakte op je sympatico-schaal. Ik vind dat een beetje onterecht.’

Vind je het belangrijk dan, dat je sympathiek overkomt?

‘Ja, als baas van een bedrijf moet je goed weten wat er leeft.’

Maar is het belangrijk om sympathiek gevonden te worden?

‘Ik weet dat het voor veel mensen belangrijk is om te werken in een bedrijf waar ze zich een beetje kunnen vereenzelvigen met hun manager.’

Waarom?

‘Je gaat langer mee als baas als je toch een zekere menselijkheid toont. Je moet ook zichtbaar zijn. Maar laten we niet overdrijven, veel mensen zien me amper. Ik organiseer daar wel anniversary meetings voor. Alle mensen op het hoofdkantoor die deze maand jarig waren nodig ik uit om taart te komen eten. Dan deel ik taart uit en vraag ze: ‘Had jij deze morgen goesting om te komen?’ Dan is het stil en zeg ik: ‘Ik ook niet hoor!’ *

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden