'Ik ben gewend heel veel aandacht te krijgen'

Drie kinderen en hun ouders over opvoeden, onderhandelen en (financieel) ondersteunen...

tekst Sara Berkeljon. fotografie Anke van Iersel

Maurits van Driem (22) studeert bedrijfskunde en woont in een studentenhuis. Broer Frido (20) studeert International Business in Hongkong. Vader Hans (61) is directeur van de Holland Business Promotion Group en voormalig directeur van attractiepark Six Flags. Moeder Albertine (52) is pas toen de kinderen uit huis waren weer gaan werken, bij de tromobosedienst. Ze wonen in Epe.

Hans: ‘Op zondag ontbeten we aan een volledig gedekte tafel met alles erop en eraan. Sommige mensen voelen zich daar unheimisch bij, want alles is keurig netjes. Maar wij vinden dat je, als je naar een diner gaat, moet weten waarvoor elk vorkje dient. Dat je niet naast de baas van Philips zit en niet weet wat het vorkje voor de zalm is. Dus dat hebben we er bij de jongens duidelijk ingebracht.’ Albertine: ‘Later hoorde ik dat sommige kinderen hier niet durfden te komen, omdat ze dan hun boterhammetjes met mes en vork moesten eten. Maar mijn eigen ouders waren nog tien tandjes erger met regels dan wij. Bij mij thuis was het nogal eens verstikkend.’

Hans: ‘Streng gereformeerd, waren ze.’

Maurits: ‘Ik denk dat wij, vanuit het perspectief van ma, veel vrijheden hadden. Maar vergeleken met anderen was het streng. Voor ma is op je 16de uitgaan ontzettend liberaal, maar voor ons was dat niet zo. Toen ik ging studeren werd ik daardoor meer in het diepe gegooid dan vriendjes van me. Want ma was er altijd.’ Albertine: ‘Ik wilde de jongens begeleiden op weg naar straks, naar de maatschappij. Daarom heb ik ook geen betaald werk gedaan. Een kind moet zich welkom voelen, zich kunnen ontplooien.’

Hans: ‘Ik was zo druk met mijn werk bezig dat we een bewuste beslissing hebben genomen: ik zou me op het werk concentreren, mijn vrouw zou zich op de kinderen richten.’

Albertine: ‘En ik vind regels belangrijk. Dat eeuwige onderhandelen werkt niet. Maar ik zou ons niet dogmatisch noemen, eerder traditioneel. Vriendinnetjes mochten hier namelijk wel gewoon blijven slapen. Alleen niet op 15-jarige leeftijd.’

Maurits: ‘Pas na mijn 18de.’

Albertine: ‘Ik weet nog dat je een keer thuiskwam, zo wit als een krijtje. Je had geblowd, ik zag het meteen. Ik vind dat niet verstandig. Mijn man doet er iets luchtiger over.’

Maurits: ‘Jij bent bang dat ik de overstap maak naar harddrugs.’

Albertine: ‘Maar wij hebben niet gezegd: nooit meer doen. Er werd hier niet met de deuren geslagen, nooit eigenlijk.’

Maurits: ‘Ik heb niet zo’n spectaculaire puberteit gehad. Ma houdt niet van schreeuwen, harde geluiden. We hebben weleens een discussie, maar we lopen niet boos bij elkaar weg.’

Albertine: ‘We hebben wel wat strijd gehad over jullie haardracht. Van die malle kapsels wilden jullie, waarvan ik zei: nou* Die sprietjes, zó lelijk.’

Maurits: ‘Een tikje braaf was ik wel, maar ik heb wel een beetje tegen het systeem aangeschopt. Door van die baggy broeken te dragen.’

Albertine: ‘En die speciale gympen.’

Maurits: ‘Ja, die wilde ik per se hebben, met luchtkussentjes.’

Hans: ‘Mijn vrouw is redelijk slim qua mode en design, dus wat ze dan deed was: schoenen voor ze uitzoeken die zo mooi waren, zo flashy, dat ze in één keer weer om waren. Weer weg van dat pad.’

Albertine: ‘Wat hij nu aan heeft, heeft hij helemaal zelf uitgezocht, hoor.’

Maurits: ‘Je kunt mij in Groningen ook tegenkomen in een pinguïnpak. Als je in mijn huis komt, zul je zien dat ik ook als een beest kan leven. Maar hier zorg ik dat ik er een beetje verzorgd uitzie. We hebben wel aanvaringen gehad omdat ik me niet geschoren had of naar bier stonk.’

Albertine: ‘Om twee uur ’s middags!’

Maurits: ‘Maar ik ben nu vijfdejaars, dat ruige is er wel af. Ik heb ook hard gestudeerd, vrijwel alles in één keer gehaald.’

Hans: ‘En omdat hij op schema ligt, doen we over geld niet moeilijk.’ Maurits: ‘Mijn studieschuld liep aardig op, dus nu betalen mijn ouders mijn collegegeld, studieboeken en kleding.’

Albertine: ‘Hij belt dan: ik heb een nieuwe broek gekocht, en dan maak ik geld over. Ik wil gewoon niet dat hij nog leent. Ik vind het gevaarlijk. Dus hij krijgt nu 600 euro per maand van ons. Het is een lening, maar als we het niet nodig hebben, hoeven we het niet terug.’

Hans: ‘Hij eet eigenlijk een stukje van de erfenis op.’

Maurits: ‘Ik heb daar veel mazzel mee. Ben er heel dankbaar voor.’

Hans: ‘Hij is veel in het buitenland geweest, hij heeft in Taiwan gestudeerd. Hij is in India geweest, en nu net naar zijn broer in Hongkong. Hij moet straks opereren in een global economy, daarom supporten we hem op al die reizen. Het klinkt blasé, maar dat doen we bewust.’

Albertine: ‘Ik zie het niet als verwennen, maar als kansen geven. Want we stellen ook eisen.’

Hans: ‘Wat ik mis, nu de boys het huis uit zijn, zijn de gesprekken. Tijdens hun jeugd was ik er vaak niet. Nu heb ik daar moeite mee. Je hebt natuurlijk de regels, maar het is ook verrekte belangrijk dat je met elkaar kunt práten. Dat je in het haardvuur kunt kijken en het over van alles hebt. Want het is niet alleen geld, er zijn ook andere dingen belangrijk in het leven.’

Koosje Laan (25), is freelance theaterproducent en woont sinds haar 19de in Amsterdam. Moeder Ivon Spee (57) is kunstenares en woont op een woonboot in Alkmaar. Vader Cees (57) is glasblazer en woont op een woonboot in Amsterdam. Ivon en Cees zijn gescheiden toen Koosje 13 was. Koosje bleef bij haar moeder wonen. Ze heeft een tien jaar oudere zus en, bij haar vader, een stiefbroer en een stiefzus.

Ivon: ‘Mijn vrienden hebben hetzelfde met hun kinderen: alles moet uitgepraat worden. Want vroeger konden wij dat niet met onze ouders. Er werd niet geluld. Ik kom uit een roomskatholiek gezin, was de jongste van twaalf kinderen, had geen prettige jeugd. Dus ik ben op m’n 16de uit huis gegaan. Toen ik kinderen kreeg dacht ik: alles behalve dat. Dus ik heb altijd naar ze geluisterd. Toen mijn oudste dochter voor het eerst met een jongen naar bed ging belde ze mij op: ‘Mam, ik moet je wat zeggen!’

Koosje: ‘Ik ben mentaal de hoogte ingedrukt door jou en Cees, denk ik. Ik was een paniekerig kind, bang voor irreële dingen, zoals bromvliegen. Daar werd dan een soort zelftherapie op losgelaten, zo van: hier meid, een vliegenmepper, erachteraan!’

Ivon: ‘En wat dacht je van de bokswedstrijd?’

Koosje: ‘Ik durfde niet kwaad te worden, dus gingen we iedere avond vechten. Dan moest ik Ivon echt slaan, totdat ik te sterk werd en zij zoiets had van: nou, volgens mij is ze nu wel weerbaar genoeg.’

Ivon: ‘Iets te, misschien wel.’

Koosje: ‘Ik ben emotioneel heel beschermd opgevoed. Ik werd niet weggehouden van het echte leven, helemaal niet. Maar als ik iets moeilijk vond, was er altijd een ouder om urenlang met me te praten. Niet dat ik ben opgehemeld, maar als je dat praten gewend bent als kind, verwacht je soms dat anderen net zoveel tijd aan je besteden. Dan voel je je lullig als niet iedereen met open armen voor je klaarstaat. Ja, ik ben gewend heel veel aandacht te krijgen.’

Ivon: ‘O god, wat erg.’

Koosje: ‘Ik denk dat het juist goed is. Het voelt heel gelijkwaardig. Als ik om drie uur thuis wilde komen en jij vond twaalf uur laat genoeg, dan werd het half twee. Ik kan me nog herinneren dat ik zei dat ik rookte. Jij zei: ‘Je gaat godverdomme niet buiten staan roken als zo’n halve hanggroepjongere. Dan liever binnen.’’

Ivon: ‘Dat hangen, ja. Vreselijk.’

Koosje: ‘En je zei: ‘Steek maar een sigaret op.’ Ging je naar me zitten kijken. Die eerste sigaret binnen was echt verschrikkelijk. En je vroeg of ik wel eens een blowtje rookte. Mijn oom had toppen op zolder te drogen en wij hadden wietplanten in de tuin staan, dus dat was niet iets ergs.’

Ivon: ‘Totaal niet.’

Koosje: ‘In de brugklas schaamde ik me soms voor m’n ouders. Mijn vader was lekker met ijzer bezig, mijn moeder had verf in het haar. Ze waren niet de doorsnee-ouders die ik wilde.’ Ivon: ‘Er hingen naakten aan de muur.’

Koosje: ‘Later was het opeens te gek dat ik zulke ouders had. Jouw moeder is zó grappig, zeiden klasgenootjes. Of: jouw ouders zijn zo lekker vrij.’

Ivon: ‘Vreselijk.’

Koosje: ‘Die schaamte was snel over.’ Ivon: ‘Je bent opgevoed met het idee dat iedereen goed is. In iemand in een keurig pak kan een gigantische vrijdenker schuilen. Ik ben ook gewoon een bezorgde trut, al lijkt het allemaal heel vrij.’

Koosje: ‘Jullie hebben mij altijd zélf laten beslissen. Als je je kind op die manier verantwoordelijkheid geeft, ga je dat ook zelf voelen. Ik wilde al heel snel ook geen zakgeld meer.’

Ivon: ‘Dat is heel goed. Ik heb Koos niet verkeerd opgevoed. Maar als ik eerlijk ben had ik haar die scheiding willen besparen.’

Koosje: ‘Nou, ik geloof niet dat kinderen blij worden van ouders die omwille van het kind bij elkaar blijven. Ik begreep het ook, omdat ik nooit ben afgeschermd van jullie ruzies. Er werd over gepraat.’

Ivon: ‘Erg open.’

Koosje: ‘Ik ben na hun scheiding dichter bij allebei m’n ouders komen te staan. Symbiotisch lijkt een negatief woord, maar we zijn erg op elkaar ingespeeld.’

Ivon: ‘Ik weet nog dat Koos aan me vroeg: heb jij wel eens homoseksuele gevoelens gehad?’

Koosje: ‘Toen had ik mijn eerste vriendin. Ik was 19, daarvoor had ik altijd vriendjes.’

Ivon: ‘Toen heb ik verteld dat ik ook eens met een vrouw ben geweest.’

Koosje: ‘Jij kan uit jezelf soms dingen vertellen, waarvan ik denk: jezus, ik weet niet of ik álles wil weten. Maar ik wil wél alles kunnen vragen. Dat ik verliefd werd op een meisje is nooit een probleem geweest.’

Ivon: ‘Ik vond het allemaal enig. Prachtig. Vroeg me af hoe je dat dan weet, dat je biseksueel bent.’

Koosje: ‘Dat praten doen we nog steeds heel veel.’

Ivon: ‘Ja, maar inmiddels word ik óók wel moe van altijd maar die gesprekken over alles.

Koosje: ‘Iets wat je er zelf hebt ingestopt!’

Ivon: ‘Dat geïnteresseerde van mij, altijd maar dat geïnteresseerde. Nu zeg ik soms: ik heb óók een leven. Ik ben niet alleen maar een eierstok.’

Sanne Klein Hesselink (21) volgt een mbo-opleiding verpleegkunde en woont met haar ouders en broer Willem (19) in Utrecht. Vader Henk (58) is onderwijzer, moeder Anneke (54) is verpleegkundige.

Henk: ‘Op de middelbare school kreeg je 25 gulden. Was dat per week of per maand?’

Sanne: ‘Ik denk per maand, hoor.’

Henk: ‘Best een behoorlijk bedrag, maar Sanne heeft hetzelfde probleem als ik: ze geeft te veel uit. An doet hier het financiële huishouden. Ik weet niet eens hoeveel ik verdien. Interesseert me niks.’

Sanne: ‘Ik kon 1.000 euro rood staan. Ik kocht te veel: kleren, schoenen, tassen. Dat liep helemaal uit de hand. Toen hebben pappa en mamma me uit de brand geholpen.’

Henk: ‘Een saneringsprogramma opgesteld.’

Sanne: ‘Met dat rood staan dacht ik: hoe kom ik hier ooit uit?’ Henk: ‘Het is een duur leerproces geweest, maar je hebt het geleerd. Wij hebben haar van die roodstand verlost, wij betalen haar studie. En als ze af en toe wat nodig heeft, dan is dat geen probleem.’

Sanne: ‘Dan vraag ik een tientje. Ik betaal geen kostgeld, maar er wordt wel verwacht dat ik meehelp in het huishouden. Ik heb er niet altijd zin in. Dan denk ik: láát me nou.’

Henk: ‘Wij zeggen weleens: en nu ga je afwassen! Dan gebeurt het. Maar zo vaak eet Sanne niet meer mee.’

Sanne: ‘Ik ga hier m’n eigen gang. Na mijn stage in Antwerpen wil ik wel op kamers, maar ja. Het is superduur en hier zit ik vlak bij het centrum.’

Henk: ‘Ze zegt soms: als ik afgestudeerd ben wil ik niet werken, maar wél op kamers. Tja.’

Sanne: ‘Ik bedoel niet dat ik helemáál niet wil werken, maar ik wil dingen doen die ik leuk vind. Een tijdje ontwikkelingswerk doen.’

Henk: ‘Met je mbo verpleegkunde heb je een goeie basis. Brood op de plank is belangrijk, maar motivatie is nóg belangrijker. Dat is iets wat ik van mijn ouders niet heb meegekregen. Ik kom uit een arbeidersmilieu in de Achterhoek. Voor mijn ouders was studeren het summum. Ik zat op de kweekschool, maar ik vond het vreselijk. Van m’n ouders móést ik het afmaken. Dat begrijp ik: zij hadden die kans nooit gehad. Maar ik had hele andere avonturen in mijn hoofd.’

Sanne: ‘Wat had je willen doen?’

Henk: ‘Misschien iets met boeken, of met muziek. Toen ik op school zat las ik Jack Kerouac, ik luisterde naar Frank Zappa. Ik werd erg beïnvloed door de hippiegedachte.’

Sanne: ‘Papa is nog steeds erg van de moderne muziek. Hij gaat best wel met z’n tijd mee.’

Henk: ‘We gaan samen naar concerten, naar de film. En ik ga nog steeds kijken als Sanne moet volleyballen. Dat wij altijd belangstelling toonden, betaalt zich nu terug. Al wilde ze niet altijd over haar problemen praten.’

Sanne: ‘Op de middelbare school heb ik geen leuke tijd gehad. Ik kwam elke dag huilend thuis. Ik had faalangst, was onzeker. Zat in de mediatheek mijn pauzes te verdoen.’

Henk: ‘En als ik vroeg hoe het was op school, zei ze altijd: goed. Ach, ik heb ook nooit veel met mijn ouders gepraat. Maar ik zag je lijden. Je hebt toen die assertiviteitscursus gedaan, je hebt bij jeugdzorg gelopen. Daar ben je hartstikke sterk uitgekomen.’

Sanne: ‘Ja, wel sterker, maar ik ben nog steeds onzeker.’

Henk: ‘Wie niet, Sanne? De meeste mensen geven dat alleen niet toe. Jij hebt een hele ontwikkeling doorgemaakt, altijd omhoog. Je bent een laatbloeier. Je gaat nu naar Antwerpen, je wilt straks hbo gaan doen*’

Sanne: ‘Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik kon doen wat ik wilde. Als ik op mijn 16de uitging, mocht ik zelf weten hoe laat ik thuis was.’

Henk: ‘Dat moet in vertrouwen gebeuren. Ik weet uit ervaring hoe frustrerend het is als je om twaalf uur thuis moet zijn, want dan wordt het vaak pas gezellig. Sanne heeft wat ik ook heb, dat ongeremde, dat na-onsde- zondvloedidee. Ook wat drinkgedrag lijkt zij op mij.’

Sanne: ‘Pap, nu lijken we net van die alcoholisten!’

Henk: ‘Nou, dat valt best mee...’

Sanne: ‘Ik heb toch nooit de behoefte om heel erg uit de band te springen?’

Henk: ‘Nee. En dat is tóch de invloed van de ouders, denk ik dan.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden