'Ik ben gewend dat ik mezelf te bewijzen'

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Dat onderzoekt de Volkskrant in een reeks interviews. Theaterdirecteur Touria Meliani (47): 'Ik ben niet gelovig, maar ik ben ook niet tegen het geloof.'

Touria Meliani: ' Beeld Robin De Puy

Zes jaar nadat ze samen het podium in Amsterdam-Noord hadden opgericht, zei Chris Keulemans tegen Touria Meliani: jij bent vanaf nu de directeur van de Tolhuistuin. 'Veel mensen dachten dat ik het hulpje was. Chris en ik waren het theater met z'n tweeën begonnen. Hij was de directeur en ik de eerste werknemer.'

Hoe was het, directeur te zijn?

'Eerst dacht ik: kan ik dat wel? Daarna besefte ik dat het opviel. Misschien ben ik wel de enige theaterdirecteur in Nederland van Marokkaanse afkomst. Een vrouw, en dan ook nog Marokkaans en niet academisch geschoold. Mijn profiel is anders dan dat van bijna alle andere theaterdirecteuren: dat is een witte man van 50-plus met ervaring als directeur. Ik ben opgevoed door een alleenstaande moeder, een ongeletterde vrouw die werd uitgehuwelijkt.'

Waaraan merk je het verschil?

'Aan de manier waarop andere directeuren gewend zijn de zaken aan te pakken. Dat is de standaard geworden voor wat geldt als professioneel. Ik pak de dingen op mijn manier aan en dat kunnen zij niet altijd volgen. Iedereen maakt weleens fouten. Als ik een fout maak, wordt dat automatisch gekoppeld aan het feit dat ik een vrouw ben en Marokkaans en een andere opleiding heb genoten dan zij. Als ik een keer heb gehuild of mijn emoties toon: het komt doordat ik een vrouw ben.

'Ik ben begonnen op de mavo, deed daarna mbo en vervolgens hbo. Ik ben gewend dat ik mezelf moet bewijzen. Er is continu die spiegel waarin ik kijk en me afvraag: kan ik het wel? Lang hield ik me onzichtbaar. Mijn moeder had me alleen gezegd dat ik hard moest werken, verder niets. Andere directeuren weten wel hoe ze zichtbaar kunnen maken: hier ben ik. Waarschijnlijk verdienen de meesten ook meer dan ik. Mannen zeggen sneller: dit wil ik verdienen. Punt. Ik denk vanuit het collectief: wat is een eerlijk bedrag in vergelijking met de andere mensen die hier werken?'

Touria Meliani (Marokko, 1969) is sinds 2014 algemeen directeur van cultuurhuis de Tolhuistuin in Amsterdam-Noord. Ook is ze een van de initiatiefnemers van IEDER1, een parade die op 25 september door Amsterdam trok om de diversiteit van Nederland te vieren.

Zijn er ook voordelen?

'Nieuwe makers komen sneller naar ons podium omdat ik de directeur ben. Het is belangrijk dat zij hun verhaal kunnen vertellen over het Nederland van nu, daar vraagt het publiek om. Op een vacature met mijn naam eronder wordt anders gereageerd. Als er een Hollandse naam stond, zouden veel van die nieuwe makers denken: dat is niet voor mij bedoeld, dat is voor die andere mensen. Bij ons is de drempel lager om met een voorstel te komen. Wanneer zij een plan voorleggen, begrijp ik wat hun gedachte is, ik weet waar ze vandaan komen. Een andere directeur zou het bekijken vanuit zijn eigen netwerk. Het geven van kansen aan jong en divers talent wordt vaak gezien als liefdadigheid, als een soort ontwikkelingshulp. Terwijl ik het zie zoals het is: jong talent, dat op een andere manier theater maakt.'

Ze vertelt over Sylvia, haar buurmeisje in Winterswijk. Bij Sylvia thuis zag Touria Meliani een beeld van Jezus aan het kruis. 'Ik vroeg: die is toch niet opgehangen? Sylvia zei van wel. Ik vroeg mijn moeder hoe dat kon. Ging Sylvia dan naar de hel? Nee, dat niet. En haar ouders? Die wel, zei mijn moeder. Ik vroeg: maar wie zorgt er dan voor Sylvia?

'Daarna geloofde ik niet meer in het systeem met een god en een kerk of een moskee. Ik ben niet gelovig, maar ik ben ook niet tegen het geloof.'

Touria Meliani Beeld Robin de Puy

Leef je anders dan je familie?

'Mijn broer is overleden, we zijn met vijf zussen. Ik ben de enige die niet is getrouwd en geen kinderen wilde. Eerst was ik veertien jaar met een joodse Arubaans-Spaanse man, nu met een man uit Nijmegen. Ik heb tegen mijn moeder gezegd: dit is de man van wie ik houd, als je dat niet accepteert, kan ik er niets aan doen. Natuurlijk was haar eerste reactie: je bent niet met een moslimman, o mijn god. En jullie zijn niet getrouwd, o mijn god. Later vroeg mijn moeder een keer, toen ze bij haar thuis het bed opmaakte: kom je een keer logeren, met hem? We zijn nu zelfs zover dat als mijn moeder op bezoek komt en er staat ergens in mijn huis een fles wijn, dat ik die gewoon laat staan.'

Nederlands
'In mijn dromen, mijn gedachten, in hoe ik praat.'

Marokkaans
'Als ik domineer tijdens het koken. Ik sta in de keuken zoals mijn moeder dat doet.'

Eten
'Een broodje merguez met yoghurt-muntsaus, koriander en olijfolie.'

Partner
'Een architect uit Nijmegen met wie ik over zoveel meer kan praten dan over afkomst en identiteit.'

Mohammedcartoons
'Ik ben niet zo tegen dingen. Wel tegen hardheid.'

Hoe kwam je moeder naar Nederland?

'Mijn vader was al in 1964 naar Europa gegaan. In Debdou, het Marokkaanse dorp waar we woonden, kwam hij steeds minder. In 1975 vond mijn moeder het genoeg, ze nam ons mee naar Nederland. Mijn vader droeg een witte sjaal, hij was een bohemien die cappuccino wilde drinken. Hij wilde niet in Nederland leven. Drie jaar na onze aankomst ging hij terug naar Marokko. Daar heeft hij een nieuw gezin gesticht. Mijn moeder bleef achter met zes kinderen.'

Hoe vond ze dat?

'Mijn moeder komt uit een gezin met veertien kinderen. Zij is van de generatie: je doet het gewoon, je zorgt maar dat het lukt. Een van mijn eerste herinneringen in Nederland gaat over jezelf zichtbaar maken. Mijn vader had mijn moeder niets verteld over Sinterklaas. We werden uitgenodigd bij de buren en ineens kwam een man met een witte baard binnen. Niet lang daarna was het Offerfeest. Mijn moeder sprak geen Nederlands, maar ze nodigde wel die mensen uit. Voor het eerst aten ze lamsvlees, een islamitische slager was er niet, dus moesten mijn ouders een schaap slachten. Zo liet mijn moeder zien: dit zijn wij.'

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) interviewt voor de Volkskrant Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Mede gebaseerd op deze serie verscheen vorig jaar zijn boek Kaaskoppen. Hij spreekt onder anderen nog met Joseph Klibansky (Zuid-Afrikaans) en rapper F1rstman (Pakistaans).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden