Ik ben gepassioneerd

Om Willem van Zoetendaal kun je moeilijk heen als je iets wilt in de fotografie. Hij maakt boeken, heeft een galerie en leidt de afdeling fotografie van de Rietveld Academie....

door Arno Haijtema foto's René Clement

Vanuit zijn geleende appartement bij Central Park in New York loopt de Amsterdamse fotografiekenner Willem van Zoetendaal de galerie van Julie Saul. Daar, in een verbouwd pakhuis in Chelsea, opent op een zomerse vrijdagavond de tentoonstelling van Céline van Balen en Carla van de Puttelaar. Twee fotografen uit de stal van Van Zoetendaal. Het is de eerste keer dat hij 'zijn' kunstenaars presenteert in New York, het Mekka van de fotografie. Misschien is hij er daarom nog meer dan anders op gebrand dat alles perfect verloopt.

Hij heeft zich ervan vergewist dat de invitaties voor de opening, opgestuurd aan een paar duizend relaties van de galerie, goed zijn gedrukt. Op de voorkant staat Van Balens portret van een islamitisch meisje, getooid met hoofddoekje - Nederland kent het van een recente postzegel.

Een dag voor de opening had Van Zoetendaal er nog op toegezien dat het werk op de juiste manier hangt. Zodanig dat ze onderling samenhang vertonen. De extraverte beelden van Van Balen mogen de delicate naakten van Van de Puttelaar niet wegdrukken. Na wat onvermijdelijke schermutselingen - Van Balen zelf was meteen tevreden - is alles in orde gekomen. Van de Puttelaar, rising star, is net bevallen, en daarom in Nederland gebleven.

Van Zoetendaal slentert ontspannen door Chelsea, in afwachting van de opening. De straten worden bevolkt door Amerikanen aan wie de economische voorspoed voorbij is gegaan. Oude mannen, die de hitte van hun flats zijn ontvlucht, zoeken op de trottoirs in de schaduw van een luifel verkoeling, gezeten op klapstoeltjes. In een wedkantoor volgen kerels de paardenrennen via de kabeltelevisie. 'Numbah fooa, numbah fooa', brult een dikke jongen met steeds meer vertwijfeling naar nummer vier. Een bleke zestiger met bolle brillenglazen schreeuwt 'fockin' mule' naar het beest waar hij zijn dollars op had verwed.

De buurt mag wat sjofel zijn, de oude pakhuizen in de buurt van de Hudson zijn voor steeds meer kunsthandelaren aantrekkelijke vestigingsplaatsen geworden, nu het chique SoHo definitief onbetaalbaar is geworden. Julie Saul is een van de al 160 galeries die de wijk naar Chelsea hebben genomen. In de winter opende zij haar galerie aan West 22-nd Street.

Voordat hij de 22-ste Straat inslaat, wijst Van Zoetendaal op een gigantisch reclamepaneel, dat ondanks zijn omvang eerder ingetogen is dan schreeuwerig. 'Valt me hier op, dat de billboards minder agressief, veel subtieler zijn dan ik had verwacht.' Schuin tegenover Sauls galerie huist een kledingzaak met bespottelijk prijspeil. 'Driehonderd dollar voor een overhemd', lacht Van Zoetendaal. Maar evengoed 'fantástisch, toch?', zoals hier de handelswaar wordt uitgestald - alsof het een museale collectie betreft.

Try Out

Nieuwsgierig en met onvermoeibaar oog voor de gedaanten waarin de Amerikaanse cultuur zich manifesteert, zwerft ontwerper, galeriehouder, hoofd van de afdeling fotografie aan de Gerrit Rietveld Academie, uitgever, tentoonstellingsmaker en fotoverzamelaar Willem van Zoetendaal (1950) door de stad. Trekt in een café bewonderend het goudbedrukte, door condens verweekte etiket van een flesje Budweiser bier. Loopt een galerie binnen om de omvang van de ruimte te laten zien. Met het accent dat zijn Haagse afkomst verraadt: 'Ongelooflijk, groot als een museumzaal, toch?' En waarschuwt voor overdreven verwachtingen van zijn Amerikaanse expeditie.

Voor menigeen zou een expositie samenstellen in een topgalerie in de Big Apple de kroon op een carrière betekenen. Van Zoetendaal beschouwt het vooral als een try out. Het is met hem, net als met veel Nederlandse fotografen, de afgelopen pakweg vijf jaar hard gegaan. Hij publiceerde met zijn uitgeverij Basalt een twintigtal boeken, met werk van fotografen die internationaal zijn doorgebroken, of op het punt staan dat te doen. Onder hen Rineke Dijkstra, Koos Breukel, Paul Kooiker, Van Balen en Van de Puttelaar. De meeste van zijn uitgaven werden geselecteerd bij de best verzorgde boeken.

Van Zoetendaal bouwde een naam op bij Paris Photo, de belangrijke, enige exclusief aan fotografie gewijde beurs in Europa. Hij is uitgever van het onregelmatig verschijnende Guaranteed Real Dutch Photography, met nauwelijks tekst. Vorig jaar opende Van Zoetendaal zijn eigen galerie in Amsterdam. Hij ontwierp postzegels. En vanaf september is hij vast gastconservator bij het Haags Gemeentemuseum.

De bloeiperiode die de Nederlandse fotografie doormaakt valt, niet toevallig, samen met het succes van Van Zoetendaal - voor een niet onbelangrijk deel is hij er zelfs verantwoordelijk voor. Natúúrlijk zijn het de fotografen zelf die met hun talent en doorzettingsvermogen hun carrière gestalte geven. Maar velen hebben met Van Zoetendaal in een van zijn vele hoedanigheden te maken gehad en hebben veel aan hem te danken.

'Wat de publicaties betreft, beschouw ik mezelf als een toegepast kunstenaar', zegt Van Zoetendaal, die in 1981 aan de Rotterdamse Kunstacademie afstudeerde als grafisch ontwerper. 'Ik ben een intermediair. Foto's kunnen elkaar versterken, maar ze kunnen elkaar ook schade berokkenen. Ik voel me verantwoordelijk voor de beeldregie. Die is voor een belangrijk deel bepalend voor het verhaal dat de foto's vertellen.' Welk verhaal dat is? 'Het is voor iedereen een ander, zijn eigen beeldverhaal. Ik heb een bedoeling met mijn rangschikking. Maar wat de toeschouwer daar vervolgens mee doet? Ik heb hooguit een vaag vermoeden.'

Al sinds Van Zoetendaal in de jaren tachtig vormgever werd bij NRC Handelsblad - onder meer verantwoordelijk voor een aantal supplementen - is hij ervan doordrongen dat een foto de realiteit heel beperkt weergeeft. 'Hoe je overkomt op een foto, daar heeft een geportretteerde weinig zeggenschap over. Het is de fotograaf die je uitstraling bepaalt.

'Toen ik een keer een aanmoedigingsprijs kreeg, werd me gevraagd een portret van mezelf te leveren voor de brochure. Heb ik een foto van een dikke toreador opgestuurd, die overigens ook met mijn naam erbij is geplaatst. Het was óók serieus: het beeld van de Spanjaard zegt iets over mij, meer dan mijn eigen hoofd.'

Fotografie hoort de verbeelding te dienen, die opvatting vormde de leidraad van zijn docentschap, toen Van Zoetendaal in 1992 begon als hoofd fotografie op de Rietveld Academie in Amsterdam. 'Toen ik er kwam, was de afdeling nogal uitgeblust. Ze was vooral gericht op studiofotografie, op de technische kant van het vak. Uit die traditie komen Rineke Dijsktra en Inez van Lamsweerde. Zij waren studenten van voor mijn tijd, de jaren tachtig.

'Ik heb docenten aangetrokken die fotografie meer als een verlengde van beeldende kunst zagen, die studenten stimuleren een persoonlijk statement te maken en niet alleen in de techniek te duiken.' Daarin is vooral de kwaliteit van 'zijn' studenten voelbaar, zegt hij. 'Wie hun werk bekijkt, vraagt zich niet in de eerste plaats af hoe het is gemaakt, maar waarom.' Wat niet wegneemt dat hij van zijn studenten verwacht dat zij de techniek beheersen. En zijn waardering voor Dijkstra en Van Lamsweerde is er geenszins minder om. 'Die twee hebben het pad voor de Nederlandse fotografie internationaal geëffend.'

Van Zoetendaal trok Dijkstra aan als docente op de academie. Ze bleef een paar jaar, tot ze wereldwijd furore ging maken met portretten van pubers op het strand, tegen de achtergrond van de zee. 'Oneindig liefdevol' vindt Van Zoetendaal haar werk. 'Technisch prachtig. En het is gecomponeerd als een traditioneel portret, met de horizon die de achtergrond doorsnijdt. Daarbij zie je op al die strandfoto's haar verwantschap met de pubers. Het zijn steeds óók zelfportretten. Ze maakt ons deelgenoot van haar gevoelens bij haar eigen volwassenwording.'

Voor wie de opvattingen van Van Zoetendaal ter harte neemt, is het dus nog maar de vraag wie de bezoeker in de Julie Saul Gallery bij de ingang écht aankijkt. Is het de fotografe, het model of zijn ze het allebei? Anderhalve meter hoog en onontkoombaar is Céline van Balens kleurenfoto met het gezicht van Fatma, dat pal tegenover de deur hangt. Grote, donkere ogen, nesthaartjes rond de mond en tussen de wenkbrauwen, schitterend gave huid, donker haar - een hedendaagse Mona Lisa met een hoofddoekje. Ze is gevangen in het dikke zwarte kader met AGFA en een getal erop, coördinaten van het filmpje die zijn meegedrukt.

'Veel mensen denken dat ik de rand afdruk als bewijs dat ik het héle negatief gebruik. Dat wordt gezien als een extra verdienste', zegt Van Balen smalend. 'Maar dát heeft er dus niets mee te maken. Die zwarte rand is een begrenzing, het dwingt tot concentratie op míjn beeld.'

En weg is Céline, ze duikt weg in Sauls kantoortje, op de vlucht voor de bezoekers die de galerie binnensijpelen en zich aan kunsthistorische bespiegelingen wagen, waaraan Van Balen een hekel heeft. Doodzenuwachtig was ze voor de opening van haar show, de ex-studente van Van Zoetendaal, die in 1997 afstudeerde en zich vorig jaar aansloot bij diens galerie. Ze heeft zich vanmiddag onderweg een klein beetje moed ingedronken, maar speelt evengoed liever met de teckel van Julie Saul dan met de gasten te kouten.

Voor Saul, een bewegelijke vrouw die wat wegheeft van Bette Midler, is het altijd afwachten hoe de belangstelling voor nieuwe fotografen is. 'Het zou natuurlijk mooi zijn als er meteen critici kwamen. Maar this is New York', lacht ze, 'met heel veel galeries en heel veel concurrentie. Het is al moeilijk aandacht te krijgen als je Amerikaanse fotografen presenteert, laat staan relatief onbekende Nederlandse.'

Waarom zij de Nederlandse fotografes dan toch binnenhaalt? 'Ik ben al jaren geïnteresseerd in wat wel jullie moderne Renaissance wordt genoemd. De strandfoto's van Rineke Dijkstra raakten me diep, lang voordat iemand in New York van haar had gehoord. Ook de portretten van Céline en de meisjesportretten van Hellen van Meene (ook ex-Rietvelder) hebben dat persoonlijke én verwijzen tegelijk naar de Hollandse meesters.'

Met Van Zoetendaal heeft ze al jaren contact. 'Willem werkt naar Amerikaanse maatstaven ongebruikelijk. Op de academie is hij lang niet zo formalistisch als Amerikaanse fotografiedocenten. De manier waarop hij studenten en ex-studenten begeleidt, zou hier wel eens de wenkbrauwen doen fronsen. Niemand twijfelt aan zijn integriteit, maar met al die functies kan hij natuurlijk wel eens met conflicterende belangen te maken krijgen. Wat goed is voor de artiest, is niet altijd goed voor business.'

Van Zoetendaal vindt die constante begeleiding juist vanzelfsprekend. 'Als docent ben je een collega van de student. Het verschil is dat jij meer ervaring hebt. Maar je leert van elkaar, het is wederzijds.' Daarom stimuleert hij samenwerking van docenten en studenten, bij het fotograferen en afdrukken, op tentoonstellingen en met publicaties. Het maakt allemaal deel uit van één geheel. Dat de banden tussen hem en ex-studenten blijven bestaan, vloeit daar logisch uit voort.

Met commerciële belangen heeft dat niets te maken, zegt hij. 'Ik ben gepassioneerd, het gaat mij er niet om rijk te worden van de fotografie. Natuurlijk is het fijn als mensen mijn boeken kopen, maar ik verdien er eigenlijk niks aan. Er zijn voor mijn speciale uitgaven in Nederland hooguit 750 kopers, zo klein is de markt.' Boeken zijn voor Van Zoetendaal expositieruimtes in een andere gedaante. Hij richt ze in volgens hetzelfde principe als tentoonstellingen: met een minimum aan tekst, een nauwgezet ritme, afwisselingen van formaten en beeldrijmen, en soms met doelbewuste botsingen.

Hij noemt het boekje Hyde van Koos Breukel, waarin de fotograaf de geteisterde, aan aids lijdende en inmiddels gestorven danser Michael Matthews op de huid zit. De verzorging van het boek, de vormgeving en de manier waarop Breukel het uitgeputte lichaam heeft gefotografeerd maakt, volgens Van Zoetendaal, 'een gevoelig onderwerp als aids toegankelijk, en geeft het een zekere visuele schoonheid'.

De uitwerking van het boek Utrechtse Krop is vergelijkbaar. Er staan soms tamelijke gruwelijke negentiende-eeuwse medische foto's in - patiënten met huidafwijkingen, vergroeiingen, geamputeerde ledematen. Die oude, in een archief herontdekte foto's worden afgewisseld door hedendaagse kleurenbeelden van Paul Kooiker, die lichaamsdelen als een kalend hoofd en een moedervlek op een arm telkens op 30 centimeter afstand fotografeerde. De door Van Zoetendaal en zijn voormalige compagnon Frido Troost in het boek samengebrachte fotografen, de anonieme negentiende-eeuwer en Kooiker, bewerkstelligen tezamen empathie met onvolmaakten - en wie is dat niet?

Van Zoetendaal ziet Utrechtse Krop ook als een manier om een collectie te ontsluiten die anders waarschijnlijk nooit in de openbaarheid zou komen. 'Met een boek kun je particulier bezit tot gemeenschappelijk eigendom te maken. Beelden dóórvertellen, dat is mijn ding.' Die hoeven niet met artistieke bedoelingen te zijn gemaakt. 'Ik heb juist een zwak voor foto's die een duidelijk praktisch doel hebben gehad. Ze bezitten soms zo'n onbedoelde, terloopse en daardoor ontroerende kracht.'

Als hij wordt geraakt door dergelijke, dikwijls anonieme beelden, kan dat leiden tot onverwachte resultaten. Hij laat het Basalt-boekje Stofgoud zien, waarin werk van Rineke Dijkstra worden afgewisseld door honderd jaar oude foto's van Jacob Molenhuis - fietsenhersteller en getalenteerd fotograaf te Kloosterburen. Niemand had ooit zijn roerende post mortem-foto's gezien van baby's, of zijn rauwe plattelandsportretten, als Van Zoetendaals voormalige compagnon Troost niet op de collectie glasnegatieven was gestuit in het Spaarnestad Archief. 'Er liggen talloze collecties langzaam te vergaan', zegt Van Zoetendaal.

Provocatie

In de Julie Saul Gallery worden, dertig, veertig gasten geflankeerd door de moslimmeisjes van Van Balen, en door haar nieuwe werk: Oost-Europeanen, in opdracht van het Nederlands Foto Instituut (NFI) gefotografeerd in Berlijn. De andere wand wordt gesierd door Van de Puttelaars foto's van een bijna of geheel naakt vrouwenlichaam, met een uiterst witte huid, zo zacht dat elke aanraking haar lijkt te beschadigen. Een heup. Een buik. Een pyjamabroek, en fijn dooraderde voeten, eveneens onmiskenbaar vrouwelijk.

Het is op te vatten als een lichte provocatie, de sensuele beelden van Van de Puttelaar, tegenover de strenge, preutse moslimmeisjes. Hoewel: wie de gezichten van de meisjes bekijkt, ziet geen gevangenen van een fundamentalistische religie, maar zelfbewuste, krachtige individuen. De beelden zijn bij nadere beschouwing, door het formaat en hun detaillering, ook mateloos intiem.

Van Balen is er niet op uit dergelijke bespiegelingen op te roepen bij de toeschouwer. 'Het hindert me wel eens, zoals mijn werk wordt ingedeeld in de multi-cultihoek. Van het NFI kreeg ik de opdracht: fotografeer multi-cultureel Berlijn. Nou, we zijn buurthuizen langsgegaan in Kreuzberg en hebben andere ontmoetingsplekken van Turken opgezocht. Maar mooie beelden trof ik niet aan. Op een gegeven moment was ik het zat en ben mensen op straat gaan aanspreken.' Zo ontstonden de close portretten van Berlijners met slavische gelaatstrekken - gebruinde, tanige gezichten, zwart haar. Niks zielige asielzoekers, maar personality's.

Twee 'moslimmeisjes' zijn vandaag al verkocht aan een particuliere verzamelaar uit San Francisco, maar dat maakt Van Balen niet euforisch. 'Je weet nooit of iemand werk koopt omdat hij het mooi vindt, of als belegging.' De verzamelaar heeft laten weten dat hij de twee werken wil schenken aan het Museum of Modern Art in San Fransisco, nadat hij er thuis een tijdje van heeft kunnen genieten. Stelt dat dan niet tevreden? 'Natuurlijk is het schitterend. Maar je weet nooit of een particulier zo'n schenking doet omdat hij het museum een gunst wil verlenen, of omdat hij een conservatrice leuk vindt.'

Ik weet het niet

Op een warme avond slenteren Van Zoetendaal en Van Balen door Midtown Manhattan. Van Zoetendaal vertelt zijn voormalige studente, die vorig jaar de overstap naar zijn galerie maakte, over de architectuur van het Chrysler Building, dat in het laatste zonlicht flonkert boven Manhattan. Een beetje nurks laat Van Balen de uitleg over zich heenkomen. Ze heeft het niet zo begrepen op het voortdurende lawaai, de overvolle straten en de New Yorkers.

'Ik wilde wat geld wisselen voor de metro. Maar als ik mensen op straat aansprak, negeerden ze me allemaal. Ze lopen je hier straal voorbij!' En toen ze aan iemand vroeg waarom niemand reageert als ze op straat naar iemand lacht, kreeg ze te horen: ''Wie een onbekende toelacht, wordt algemeen als gestoord beschouwd.'''

De tocht gaat langs een congrescentrum, een praalpaleis met kletterende waterval in de hal en ongegeneerde kroonluchters. Een lichtkrant rept van een Graduation Celebration, die hier wordt gehouden. Voor de ingang stoppen stretched limousines, waaruit betoverend mooi geklede jongens en meisjes tevoorschijn komen. De meeste graduates hebben gemeen dat ze tot een etnische groep behoren: Chinees, Portoricaans, Afro-American. Vanavond behoren blanke stelletjes tot de minderheid.

Een beetje treurig oogt de entree van de afgestudeerden wel, want er is nauwelijks iemand die opmerkt hoe ze als sterren in Hollywood-stijl door die cartoonesk lange limo's worden afgeleverd. Misschien is het daarom dat het flitsen van die ene camera door de feestgangers wordt verwelkomd.

Van Balen heeft de camera van de verslaggever geleend en neemt de regie in handen. Ze dirigeert de stellen een voor een naar een marmeren achtergrond, kletst tegen ze, lacht, gebaart, laat de lens ongegeneerd vlak langs hun gezichten gaan. En binnen de kortste keren maakt hun goed geprobeerde glamour uitstraling plaats voor de veel minder zelfverzekerde houding van jongvolwassenen.

'Ja Céline, dit was toch prachtig, niet dan', roept Van Zoetendaal als de laatste feestgangers de besloten ballroom zijn binnengegaan. 'Ik weet het niet, ik weet het niet', klinkt het mismoedig. Die camera, die kent Van Balen niet, en vermoedelijk spiegelt de flits in het marmer. En wat voor film zit er eigenlijk in? Nee, het kan niks geworden zijn. 'Kóm op nou, Céline', zucht Van Zoetendaal. Maar zijn vrolijkheid werkt niet aanstekelijk.

Een dag later komt Van Balen nog even op de fotosessie terug: 'Stel nou dat er toch iets fatsoenlijks op dat filmpje van je staat, dan laat je het wel even zien hè?'

In september openen in het Haags Gemeentemuseum de eerste van jaarlijks vier fotokabinetten waarbij Willem van Zoetendaal als vast gastconservator optreedt. In de eerste editie, met als thema 'vrouwen', werk van Paul Kooiker, Gerard Fieret en Arno Nollen.

Nieuw werk van Céline van Balen is in maart 2002 te zien in het Frans Halsmuseum in Haarlem.

Koos Breukel exposeert van 2 september tot en met 7 oktober in het Centrum Beelden Kunst, Alphen aan den Rijn.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden