‘Ik ben geen xenofoob maar een francofiel’

Al decennia geldt de 78-jarige presidentskandidaat Jean-Marie Le Pen als de strijdlustige vertolker van de dagelijkse sores. Met immigratie en veiligheid scoort hij nog steeds....

Plaats Jean-Marie Le Pen tegenover een zaal met linkse studenten en de leider van het extreemrechtse Front National blijkt, ondanks zijn 78 jaar, nog niets van zijn vechtlust te hebben verloren. ‘Stelletje imbecielen’, roept hij de studenten toe, wanneer zij hem voor ‘fascist’ en ‘racist’ uitmaken.

Het vrouwenblad Elle stond een beschaafde gedachtewisseling over de positie van de vrouw voor ogen. Plaats van handeling: de elite-opleiding Sciences Po, hartje Parijs. Al zes presidentskandidaten zijn Le Pen voorgegaan, onder wie zijn drie grootste rivalen: Nicolas Sarkozy, Ségolène Royal en François Bayrou. In keurige betoogjes hebben zij op beleefde vragen uit de zaal gereageerd.

De sfeer slaat om, zodra Le Pen het podium oploopt. Zwaar geagiteerd, na bij aankomst al door studenten te zijn uitgejouwd. ‘In de banlieues zijn ze beter opgevoed’, bijt hij woedend van zich af.

Hij weigert te gaan zitten. In zijn donkerblauwe maatkostuum met opvallende, gele das banjert hij over het podium. De vragen verstaat hij slecht – hij lijkt zich niet of nauwelijks te hebben voorbereid. Gevraagd naar drie maatregelen voor vrouwen in zijn programma schieten hem er maar twee te binnen. ‘Ik heb niet mijn reclamefolder meegenomen’, bromt hij ter verdediging.

Wanneer wordt aangedrongen, springt hij behendig over op een stokpaardje. ‘Mevrouw, ik ben kandidaat voor het presidentschap. Een president is een staatshoofd, zijn regering is er voor de details. De andere kandidaten lijken dat nogal eens te vergeten. Het is niet aan een president te bepalen wat de openingstijden van crèches moeten zijn’, zegt hij op de van hem bekende, raillerende toon.

Met die visie op het presidentschap sluit Le Pen aan bij generaal De Gaulle, die zich als president in de jaren vijftig en zestig vooral om de ‘grandeur’ van Frankrijk bekommerde. Tegenwoordig pogen daarentegen alle presidentskandidaten de indruk te wekken dat zij dicht bij de dagelijkse problemen van burgers te staan.

Le Pen doet daar niet echt moeite voor. Dat ontslaat de gevorderde zeventiger van de sores om zich in allerlei beleidsdetails te verdiepen. Maar belangrijker: hij heeft het niet nodig.

Al decennialang geldt hij als de vertolker van de dagelijkse sores, als het gaat om thema’s als immigratie en veiligheid. Met genoegen ziet hij toe, hoe zijn tegenstanders juist op die terreinen de strijd met hem aan proberen te binden.

Zo poogt de rechtse Sarkozy extreemrechtse kiezers te paaien met zijn plan voor een nieuw ‘ministerie van immigratie en nationale identiteit’ – een verband dat Le Pen al veel eerder legde.

Zo opponeert de centrum-rechtse François Bayrou tegen de verderfelijkheid van het politieke systeem, dat afwisselend links en rechts aan de macht brengt en Le Pens partij, het Front National (FN), uit het parlement weert – ook dat is al jarenlang een favoriet thema van de FN-leider. Tenslotte vindt de socialiste Ségolène Royal dat ieder gezin voortaan de Franse vlag op de nationale feestdag, quatorze juillet, moet uithangen en dat het volkslied vaker moet worden gezongen; bezigheden waarin de FN-aanhang pleegt te excelleren.

‘De kiezers zullen het origineel prefereren boven de kopie’, luidt steevast het antwoord van Le Pen, wanneer hem om commentaar op dergelijk imitatiegedrag wordt gevraagd. Zelf hoeft Le Pen niet zo gek veel te doen. De kiezers weten waar hij voor staat. Wie zijn afschuw van het politieke systeem wil uiten en niks (meer) op heeft met extreemlinks, stemt op hem. De bodem is vruchtbaar, want een royale meerderheid van de kiezers (61 procent) zegt noch in links noch in rechts vertrouwen te hebben.

Le Pen hoedt zich ondertussen voor al te radicale uitspraken. ‘Ik ben geen xenofoob, maar een francofiel’, zegt hij tegen zijn gehoor van linkse studenten, uiteraard onder hoongelach.

Hij pleit voor een ‘immigratiestop’, maar keert zich niet tegen de reeds aanwezige buitenlanders. Die mogen blijven, zolang ze maar zelf het hoofd boven water houden en dus geen beroep op subsidies en uitkeringen doen.

Wanneer hij daags na zijn Elle-optreden zich naar Argenteuil, een problematische voorstad van Parijs, begeeft, is zijn toon zelfs toeschietelijk.

‘Wij willen u helpen uit deze getto’s te komen, waar Franse politici u in hebben geparkeerd. U bent volledige Fransen.’

Met het paaien van allochtonen heeft Le Pen succes – circa 100 duizend immigrantenkinderen zouden wel eens op hem kunnen gaan stemmen.

‘Fransen eerst’ klinkt hen, bezitters van een Frans paspoort, lang niet gek in de oren. Voor een ander publiek wil Le Pen overigens nog wel eens een wat feller geluid laten horen. Op een verkiezingsbijeenkomst in Zuid-Frankrijk, waar het FN een op de drie kiezers achter zich weet, besprak hij op een bijeenkomst met zijn eigen achterban het lot van kinderen van illegalen, die in Frankrijk naar school gaan.

‘Natuurlijk denk ik aan hun belangen. Daarom mogen ze met hun ouders mee terug naar het land waar ze vandaan komen’, stelde hij olijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden