Ik ben geen fotograaf

De schilder en schrijver Man Ray is toch vooral beroemd om zijn portretfoto's van de vooroorlogse Parijse kunstscene.

Voor Man Ray (1890-1976) was de schilderkunst superieur aan de fotografie. Een pamflet dat hij publiceerde in 1937 gaf hij zelfs de titel: Photography is not an art. Dat was ontregelend en opruiend bedoeld - en Man Ray slaagde in die bedoelingen. De ironie wil dat sommige van Man Rays portretten hem wereldberoemd hebben gemaakt, terwijl zijn schilderijen en sculpturen nog altijd relatief weinig bekendheid genieten.


Een aantal van die portretten is bijna iconisch geworden. Coco Chanel heeft haar gezicht half afgewend en houdt elegant maar toch ook met licht mannelijke bluf een sigaret tussen de lippen. Een nog jonge Salvador Dali kijkt in 1929 zelfbewust in de lens, maar er schemert ongemak en zelfs onderdrukte paniek. Is die onderdrukte paniek authentiek of een pose?


En dan is er Kiki de Montparnasse, de prostituee uit Parijs die 'promoveerde' tot een van Man Rays vaste modellen: op de bekendste foto die hij van haar maakte is zij van de rug af gezien. Op de eerste afdruk van de foto tekende Man Ray de f-vormige klankgaten van een viool. Toen maakte hij een reprint. Le violon d'Ingres (1924) 1 heet het portret en het is exemplarisch voor de meerdere bedoelingen die Man Ray vaak met een foto had.


De foto is om te beginnen een ode aan de schilder Jean Auguste Dominique Ingres en in het bijzonder aan diens Baadster van Valpinçon uit 1804. Man Ray bewonderde Ingres. Maar de foto mocht niet uitsluitend een brave ode zijn. Ingres had als liefhebberij vioolspelen en violon d'Ingres is in Frankrijk een uitdrukking voor vrolijk hobbyisme. Met de titel benadrukte Man Ray dat hijzelf met smaak zijn hobby - lekker rommelen met de dames - kon uitoefenen dankzij Kiki.


Gevraagd naar de bedoeling achter die vioolvorm op Kiki's rug antwoordde Man Ray dat de viool een fantastisch instrument is, het enige instrument dat recht doet aan de uniciteit van de vrouw. Hier sprak, in enigszins gedateerde bewoordingen, de liefhebber die liever vereerde dan denigreerde.


Man Ray nam deze en andere portretfoto's tussen de bedrijven door. Als gezegd beschouwde hij de portretten niet als kunst maar als ambachtswerk, al dan niet in opdracht. Meer waarde hechtte hij aan de experimenten met en in foto's die hij uitvoerde in zijn studio. Zo plaatste hij allerlei voorwerpen op lichtgevoelig papier en belichtte die attributen vervolgens van diverse kanten.


Man Ray was ijdel genoeg om zijn naam aan dit genre te verbinden: de rayografie. Die techniek bracht hem naar eigen idee het dichtst bij de schilderkunst. 'Ik schilder in mijn rayografieën het licht, zoals Vermeer en Dürer. Het enige verschil is dat ik nu toevallig niet over mijn penselen beschik maar over ander gereedschap.'


Bij een ander zou die schreefgroei tussen ambities en voorkeuren en publieke waardering misschien tot een tragisch randje rond om het kunstenaarschap hebben geleid. Maar Man Ray was nuchter en goedgeluimd over de relatieve miskenning van zijn schilderkunst en de - in zijn ogen overdreven - bewondering voor zijn fotografie.


Man Ray was een triple-talent, want hij kon óók nog eens een potje schrijven. Hij publiceerde pamfletten en schotschriften, honderden kunstkritieken. Zijn memoires uit 1963, Belicht geheugen, zijn geestig en levendig en vormen een onuitputtelijke bron van lenig vertelde anekdoten. Zo typeerde hij de jonge Dali nadat hij hem in 1929 had gefotografeerd als volgt: 'Hij was een slanke jongeman met een schuchter snorretje als een gepotlode derde wenkbrauw, dat later meer de bedreigende vorm van stierenhoorns aannam.'


In Belicht geheugen stipt Man Ray met zelfspot aan hoe men al in de jaren dertig zijn schilderkunst negeerde en zijn fotowerk prefereerde: 'In (...) de jaren dertig werd ik opnieuw als fotograaf erkend; ik verkeerde in de hogere kringen en werd gevraagd door reclamebureaus en modetijdschriften. (...) Mijn studio stond vol fotografische parafernalia, om indruk te maken op mijn cliënten, maar de muren hingen vol met mijn schilderijen en een paar ezels stonden tussen de fotolampen. Niemand, behalve de surrealisten en een paar vrienden, bekeek die schilderijen.'


De tentoonstelling in de National Portrait Gallery bevestigt wat de lezer van de memoires al wist: Man Ray kende iedereen, was in iedereen geïnteresseerd en omgekeerd, iedereen wilde graag door hem worden geportretteerd. In de National Portrait Gallery (NPG) zien we, onder heel veel anderen, Ernest Hemingway, James Joyce, Virginia Woolf, Gertrude Stein, Pablo Picasso, Henri Matisse, Tristan Tzara, Aldous Huxley, Ava Gardner, Jean Cocteau, Juan Gris en Marcel Duchamp.


De meeste van de portretten in de NPG maakte Man Ray in Parijs, waarheen hij vanuit Amerika vertrok omdat de VS naar zijn idee hopeloos achterliep in de kunst en literatuur. Al kort na zijn aankomst in Parijs wist hij contact te leggen met vrijwel alle kunstenaars en schrijvers die daar in die jaren leefden en werkten en vrijwel allemaal nog relatief onbekend waren.


De nuchtere en opgewekte Amerikaan vervulde al snel een niet te onderschatten rol in de artistieke cercle in de stad. Veel beginnende en onbekende kunstenaars klopten bij hem aan met de vraag om een portrettering. Een van hen was Erik Satie. Man Ray nam vaak intuïtief het besluit wie het wel en wie het niet 'waard' was om te worden geportretteerd. Van Satie kende hij niet één muziekstuk, maar hij nodigde de componist direct in zijn studio uit voor een portret.


Man Ray fotografeerde liever vrouwen dan mannen en met name de vrouwen die zich opwierpen als zijn muze, onder wie Kiki de Montparnasse en Juliet Browner met wie hij, na jaren van tumultueuze affaires, in 1946 zou trouwen.


Wie zijn oeuvre in NPG overziet, krijgt de indruk dat Lee Miller de muze was die het meeste indruk op de fotograaf maakte. Miller, geboren in 1907, was een fotomodel uit New York, die later zelf een carrière als fotograaf zou maken.


In 1929 maakte Miller de oversteek naar Parijs met slechts één bedoeling: zij wilde per se assistente worden van de door haar bewonderde Man Ray, ook al had zij vooraf gehoord dat hij uit principe niet werkte met assistenten.


Miller was onmiskenbaar Man Rays meest karakteristieke en fotogenieke muze die, anders dan Kiki en Juliet, zich ook sterk bewust leek van de experimenten die hij met sommige portretten wilde uitvoeren. Onverwacht teder is het solarisatieportret 2 dat Man Ray in 1929 van Miller maakte: een positief in plaats van een negatief beeld bij het ontwikkelen van een overbelichte foto.


Het is een voor Man Ray atypische zachte foto, waarbij de portrettist nu eens geen dada-grapje wilde maken. In plaats daarvan plaatste hij zijn model zonder ironie op een voetstuk.


Het indringendst zijn twee zelden eerder getoonde portretten van Lee Miller samen met haar vader. De foto's stemmen nogal onbehaaglijk, want ze zijn oogstrelend mooi en vreemd tegelijk. Zijn dit vader en dochter of man en - veel jongere - minnares? En zou Man Ray hebben geweten dat Miller senior, Theodore, sterk leek op de Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung?


Lee, halverwege de 20, zit op een van die foto's bij haar vader op schoot en legt kozend en met ingehouden droefenis haar hoofd op zijn schouder. En vader Miller mag op Jung lijken, maar het is alsof diens tijdgenoot - en latere rivaal - Sigmund Freud deze foto heeft georkestreerd. Deze twee foto's zijn Robert Mapplethorpe en Hans van Manen avant la lettre.


Na de Tweede Wereldoorlog interesseerde de portretfotografie hem steeds minder. De schaarse portretten uit die jaren, van onder anderen Juliette Greco en Yves Montand, ogen conventioneel en plichtmatig. Opmerkelijk is slechts een portret, uit 1968, van Catherine Deneuve 3. Zij bevindt zich in een decor dat lijkt te bestaan uit voorwerpen uit het atelier van een surrealist. Deneuve draagt Man Rays beroemde gouden 'lampshade oorbellen'. Een fijn portret - maar niet baanbrekend en eigenzinnig.


Tegen het einde van zijn leven maakte Man Ray de iconisering van zijn portretfotografie uit de jaren twintig en dertig mee. Dat vond hij amusant. Maar ook werd hij in die jaren bij herhaling door journalisten en studenten herinnerd aan zijn pamflet van weleer, waarin hij had beweerd dat fotografie geen kunst was. En dat vond hij ergerlijk.


De telkens terugkerende vraag van die journalisten: hoe keek hij terug op dat pamflet nu juist zijn fotowerk overal ter wereld in museale collecties was opgenomen? Man Ray verzon een list om van dit 'gezeur' af te zijn. Hij leende een korte tekst van Erik Satie -met diens goedkeuring - en wijzigde enkele woorden: 'Als Satie het over muziek heeft, heb ik het over schilderkunst.'


En zo kwam het dat Man Ray op hoge leeftijd nog een nieuw pamflet presenteerde, waarin hij en passant een nieuwe betekenis gaf aan een vakterm uit de natuurkunde: fotometrie. Hij schreef, opnieuw met de nodige ironie: 'Iedereen zal zeggen dat ik geen schilder ben. Dat is juist. In het begin van mijn loopbaan heb ik mij meteen tot de fotometografen gerekend. Mijn werken zijn pure fotometrie.'


Fotometrie is de natuurkundige term voor de meting van hoeveelheden lichtenergie, door een bron verspreid of door een oppervlakte opgevangen. Een slimme en accurate zet van de kunstenaar-op-leeftijd om die term te annexeren. En de term dekt de lading: Man Ray ving een leven lang het licht en speelde er naar de gewoonten van het dadaïsme en surrealisme een vrijbuitersspel mee. Maar ook ving hij zonder er speciaal op uit te zijn andermans energie, de energie van de al die geportretteerden.


Al die portretten vormen een oeuvre van modern-klassiek allure. Dat is, mede gezien Man Rays zelfbenoemde hoofdbezigheid als schilder en beeldhouwer, een 'fotometrisch' mirakel.


De tentoonstelling Man Ray Portraits in de National Portrait Gallery (St Martin's Place, Londen - open van 10.00 tot 17.00 uur) is te zien tot en met 27 mei en omvat 150 afdrukken gemaakt in de periode tussen 1916 en 1968

.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden