'Ik ben er nog in geen twintig jaar'

Drie dagen lang kwamen jonge toneelschrijvers in Amsterdam bij elkaar om ideeen technieken uit te wisselen. 'Ik ben geen zolderkamerschrijver.'Wat opvalt bij jonge toneelauteurs, zegt Danie Wagenaar: 'Ze hebben danwel een grote mate van originaliteit in hun schrijven, danwel ze beschikken over een goede techniek....

Het is inmiddels de derde editie van de Syndicaat Schrijversdagen, dit jaar in samenwerking met theaterwerkplaats Gasthuis, dat ze opnam als prelude op een eigen programma met jonge auteurs: Gastschrijvers. Er is recentelijk behoorlijk wat animo in die richting. Geef aankomend auteurtalent de kans, zo lijkt het devies, na veelgehoord en nauwelijks onterecht gemopper dat Nederland, integenstelling tot Frankrijk of Groot-Brittannigeen toneelschrijftraditie kent.

Wagenaar (35), nu zo'n acht jaar verbonden aan de jongerentheatergroep, kreeg steeds zoveel materiaal opgestuurd, dat ze besloot er op deze manier iets mee te doen. 'Het is een uitwisseling' zegt ze energiek, 'ik kan ze niet leren schrijven, ik ben gewoon regisseur. Maar het is wel fijn om de tekst die ze normaal alleen met de computer delen nu meteen te horen - te horen waar die niet klopt.'

De eerste dag van in totaal drie, is voor echte beginnelingen, zonder enige opleiding, jong meestal, maar niet per se. De tweede groep bestaat uit mensen die gericht al enige tijd met schrijven bezig zijn, zoals bovengenoemd elftal. Zij krijgen twee dagen. Opdracht: schrijf binnen bepaalde tijd een stuk rond een thema; 'verandering en versmelting', is het dit jaar. Veel meer restricties zijn er niet.

Sommigen zitten nog midden in een opleiding, anderen zijn afgestudeerd, bijvoorbeeld aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht (HKU). Esther Gerritsen komt daar vandaan, een jonge schrijfster die flink aan de weg timmert en met wie Wagenaar regelmatigwerkt.

Gerritsen komt ook vrijdagmiddag binnenwaaien, voor het kringgesprek met Maria Goos. Goos' succes, met stukken als Familie en Cloaca, lijkt beslist opmaat geweest voor meer aandacht en waardering voor het mer, met bijgevolg gevoelens als: het kan dus kennelijk w hier. 'Je hoeft niet van haar werk te houden', zegt Wagenaar, 'maar ze heeft wel sterstatus en dat is een apart fenomeen.'

'Schrijven leer je door je eigen werk terug te zien,' zegt Goos, refererend aan eigen ervaring met tv-series als Pleidooi en Oud geld. Ze trekt al gauw zo'n twee uur uit, soepel verhalend. Over hoe je te vroeg in de grote zaal kunt belanden, om als fel Botho Straussadept zelf met een mager, plotloos werk op de proppen te komen. Maar ook hoe er, al wandelend met de hond, opeens een heel stuk bij je kan binnenvallen, 'als een meteoor.' Twintig jaar schrijfarbeid passeert de revue, waarin Goos' fascinatie voor machinaties tussen mensen een constantebleef; en waarop zich binnen de groep een voorzichtige discussie ontvouwt over de vrouwelijke wijze van schrijven (emotioneel uitgewerkte personages) en de mannelijke, die meer gericht zou zijn gericht op structuur van een stuk.

'Van je opleiding kun je behoorlijk geremd raken', zegt Anna van der Kruis (22) na afloop. Ze deed de HKU-schrijfopleiding, maar durfde pas het laatste jaar te geloven in eigen kunnen. Zo'n ontmoeting met Maria Goos voedt, zegt ze. En met een kleine zucht: 'Maar doet je ook denken: ik ben er nog in geen twintig jaar.' Een echte fan van Goos is ze niet, ook niet van Gerritsen. Enda Walsh van Discopigs en ook Enver Husicic (deze week in het Gasthuisprogram) zijn haar helden. Maar evengoed mensen uit andere disciplines. 'Ik houd van uitwisseling, interactie, van feedback, in dat opzicht zit ik hier goed. Ik ben geen zolderkamer-schrijver.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden