INTERVIEW

'Ik ben een zelfstandig ondernemer zonder klussen'

Daan Heerma van Voss interviewt mensen die werkloos zijn geworden. Architect Joep Manschot ( 43 ) raakte door de crisis zijn opdrachtgevers kwijt: 'Ik zie mijzelf als een zelfstandig ondernemer zonder klussen.'

Joep Manschot: `Het vooruitzicht om in deeltijd les te geven op een basisschool, of waar dan ook, staat me niet tegen.' Beeld Ivo van der Bent

Morgen is het weer papadag. Vandaag is het stil in huis. De koopwoning ('gekocht in de goede jaren') kijkt uit over de binnenvaartschepen die in de Rotterdamse Maashaven liggen aangemeerd. Architect Joep Manschot (43), nu vijf jaar zonder vast werk, leidt me rond. Aan de muren hangen tekeningen van zijn twee dochtertjes, zijn zoontje van 1 is nog te jong om te tekenen. Op het krijtbord naast het raam staat in blokletters: ontbijtkoek. Manschots vriendin Karin, communicatieadviseur van beroep, is druk aan het werk. Ze zit achter een laptop en telefoneert. Wij gaan beneden zitten, in een kleine kamer naast de voordeur. 'Op papadag draag ik zorg voor de kinderen', zegt Manschot. 'Ik haal ze op van school, ga met ze naar de markt, breng ze naar circusschool Rotjeknor. Mijn leven bestaat uit heel stille en heel drukke, dynamische dagen.'

Werkloosheid

Van oral historian Studs Terkel (1912-2008) verscheen in 1974 Working: People Talk About What They Do All Day and How They Feel About What They Do, waarin 'gewone mensen' vertelden over hun werk. Terkel bracht met dat standaardwerk het veranderende Amerika in kaart. Voor V begeeft schrijver Daan Heerma van Voss zich nu in de wereld van de werklozen. Om de week een nieuw verhaal, een schets uit het andere Nederland.

Wat waren uw verwachtingen toen u in 1999 afstudeerde?

'Ik kreeg meteen een vaste baan, dat was in die tijd gebruikelijk. Architectuur was booming. Ik heb in die tijd bij verschillende architectenbureaus gewerkt. Bij het eerste ging ik al na een jaar weg, na wat intern gedoe. Het was eenvoudig om een nieuwe baan te vinden: bij dat tweede architectenbureau werkte ik drie jaar, totdat ik daar een verschil van inzicht kreeg met de leiding. De kloof tussen de werkvloer en de directiekamer was te groot, dat vonden alle werknemers, maar ik was degene die de strijd aanging. Die strijd heb ik verloren. Toen ben ik meer de stedenbouwkundige kant op gegaan.'

Joep Manschot

Studeerde in 1999 af als architect. In 2008 begon hij voor zichzelf. Drie jaar later raakte hij zijn vaste opdrachtgevers kwijt. Hij volgt nu een opleiding aan de pabo en geeft als gastdocent les.

U maakt veel ruzie?

'Ik ben uitgesproken. Wat eigenwijs misschien. Dat werkt over het algemeen niet in je voordeel. Maar ik heb nooit spijt gehad van de confrontaties die ik ben aangegaan. Misschien had ik mijn mening soms iets anders kunnen verwoorden, maar zo zit ik nu eenmaal niet in elkaar. Als ik me anders moet gedragen, dan ben ik mezelf niet meer. En ik geloof er niet in dat mijn eigenwijsheid de reden is dat ik geen werk meer heb. Het is de economie geweest en niets anders.'

Wanneer werd het moeilijk om aan werk te komen?

'Rond 2008. Dat was het jaar dat ik voor mijzelf begon, als stedenbouwkundige. De eerste klap van de crisis raakte vooral de architectenbureaus; architecten werken direct op de markt. Als een huis niet meer wordt verkocht, blijven de investeerders weg en wordt het bouwproject stilgelegd. De wereld van de stedenbouwkundigen is meer gericht op de lange termijn, er is minder snel sprake van paniek. Tussen 2008 en 2011 was het bestaan als vrije ondernemer goed, ik verdiende meer dan toen ik als architect in vaste dienst was.

'De overheid verheerlijkte de voordelen van het vrije ondernemerschap, benadrukte het avontuurlijke: niet langer in loondienst, vrijheid, et cetera. Dat doen ze nog steeds. Wat ik me toen niet realiseerde, en wat niemand me heeft gezegd: het is eenrichtingsverkeer. Wanneer de opdrachten niet binnenkomen, kun je niet terug naar het veilige systeem waar je vroeger nog deel van uitmaakte. Elk jaar als ondernemer wordt het moeilijker weer een vaste baan te vinden en ondertussen krijg je geen premies meer, bouw je geen pensioen op. Het is springen zonder vangnet. En in 2011 veranderde de sprong in een val. De crisis raakte iedereen. Van buiten ingehuurde mensen als ik kregen als eersten geen werk meer.'

Had u als student ooit rekening gehouden met dit scenario?

'Geen moment. Dat deed niemand toen. Tegenwoordig worden architecten opgeleid tot allrounder, waardoor ze flexibeler zijn. Wij waren architecten pur sang en wilden niets anders zijn. Achteraf gezien waren we naïef.'

Beschouwt u zichzelf als werkloze?

'Nee, ik zie mijzelf als een zelfstandig ondernemer zonder klussen. Bovendien loop ik stage op een basisschool en werk ik als gastdocent op de universiteit van Delft. Ik zou ook alles op alles kunnen zetten om een baan te vinden in een heel andere sector, maar dat doe ik niet. Karin en ik hebben besloten de broekriem aan te halen. Zo'n crisis is van tijdelijke aard. Het is een kwestie van een lange adem hebben. Van liggen tot de storm voorbij is en dan weer omhoogkomen.

'We kunnen hier wonen op één salaris. We hebben alleen wel moeten snijden in ons uitgavenpatroon. Kinderkleren kopen we op Marktplaats; we gaan naar de Lidl; we hebben geen abonnement meer op een krant; met vakantie kamperen we. En het spaargeld slinkt. Het zij zo.'

Wat vinden uw kinderen en vriendin van die offers?

'Kinderen passen zich over het algemeen snel aan. Ik merk niets van jaloezie op leeftijdgenoten omdat die meer zouden krijgen. Karin accepteert het ook. Wat zij wel moeilijk vindt, is het idee dat zij de enige kostwinner is. Als haar nu iets zou overkomen, dan heeft het gezin acuut een probleem. Dat voelt ze. Er ligt meer druk op haar schouders en ik ben afhankelijker van haar dan vroeger. Ik heb relaties van vrienden en kennissen onder dergelijke veranderingen zien lijden, met als resultaat dat ze stukliepen. Ik zou niet weten wat ik moest als dat ook bij ons zou gebeuren.'

Is bezuinigen de enige maatregel die u heeft genomen?

'Nee. In de zomer van 2012 zag ik aankomen dat ik het heel rustig zou gaan krijgen. De markt bleef uiterst moeilijk. Tijdens mijn werk als gastdocent besefte ik hoe vreemd het eigenlijk is dat ik zomaar, zonder enige didactische ervaring of opleiding, studenten mag begeleiden. Het werk lag me wel, en tegelijk dacht ik: hier zou ik veel beter in kunnen worden dan ik nu ben. Ik meldde me aan bij de pabo. Het vooruitzicht om in deeltijd les te geven op een basisschool, of waar dan ook, stond me niet tegen. Nog steeds niet trouwens.'

En het vooruitzicht van een voltijdsbaan als leraar?

'Toen ik begon bij de pabo, was ik nog niet klaar voor dat vooruitzicht; ik zag de bijscholing als een verbreding van mijn kennis. Als ik vandaag zo'n baan aangeboden zou krijgen, zou ik het zeker overwegen.'

En toch is elke stap die u in die richting zet, een stap verder weg van uw vroegere droom: een leven als architect.

'Dat is een heel moeilijk idee. Gelukkig is het een geleidelijk proces. Wanneer ik daadwerkelijk zo'n aanbod zou krijgen en ik min of meer definitief moest kiezen, dan zou dat even slikken zijn. Maar ik ben pragmatischer geworden. Je moet soms berusten in de stroming van het water.'

Wat vertelt u uw kinderen als ze vragen waarom hun vader werkloos is?

'Ze zijn gelukkig nog te jong om te weten wat werkloos zijn inhoudt. Ze zien mij studeren, ze zien mij naar de universiteit gaan. Ze hebben geen idee dat ik vroeger veel meer verdiende dan nu. Ik leg me toe op het leven als huisman, dat gaat me goed af, en het komt hun ook ten goede.

'Onlangs kreeg ik een rol als partner in een klein architectenbureau aangeboden. Het zou niet al te veel betalen; ik diende mijn betrokkenheid te zien als een investering in mijzelf en mijn carrière. Maar het zou tot te veel druk op het huishouden leiden. Dat risico kon ik als verantwoordelijke huisman niet nemen. Dus ik zei nee.

'Het is een moeilijke cirkel; alleen een job die goed betaalt, kan me eruit trekken.'

Zijn vriendin Karin komt beneden. Ze trekt een regenjas aan, zegt: 'Ik ga even kostwinner zijn' en stapt naar buiten.

Werklozen vinden het vaak moeilijk hun gevoel van trots te behouden. Herkent u dit?

'Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die dat moeilijk vinden. Maar dan moet je iets meer een alfamannetje zijn, denk ik. Iemand die zijn eigenwaarde ontleent aan het feit dat hij een provider is. Ik ben geen alfamannetje. Ik heb mijzelf ook nooit keiharde doelen gesteld, ik hoefde niet voor mijn 30ste zo en zo veel verdiend te hebben.'

Mensen die langdurig geen baan hebben, krijgen vaak last van gevoelens van doelloosheid en na verloop van tijd zelfs klachten van depressieve aard. Hoe ervaart u dat?

'Bij hoge werkdruk, wanneer veel eisen aan je worden gesteld, kun je meer aan. Als je geen werk hebt, dan zijn er zeeën van tijd en is het niet langer nodig om efficiënt te zijn. Tijd is niet langer kostbaar. Je verliest de regie over de uren. Dat is wel ontwrichtend, ja. Maar voor depressiviteit ben ik niet bang. Karin is scherp, houdt me onder druk. Met gelanterfant of zelfmedelijden moet ik niet komen aanzetten.'

Wat heeft u in deze tijd zonder vast werk over uzelf geleerd?

'Dat het voor mij uiteindelijk niet het einde van de wereld is om afstand te nemen van een droom. Wat betekent dat ik andere dromen belangrijker vind. Dat is een grote geruststelling.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden