»ik ben een wegloper, ik heb altijd een paspoort op zak«

'IK NEUK TAARTEN IN TONEELSTUKKEN, IK HEB VUURWERK IN M'N KONT GESTOKEN, EN HEB OP HET TONEEL MET VOLLE OVERGAVE INCEST BEDREVEN....

'Mijn lijf beweegt raar. Ik heb altijd een merkwaardige verhouding met dat lijf gehad. Ik ben opgevoed door een moeder die niet lopen kan, misschien heeft dat ermee te maken. ''Jij hebt toch zo'n vreemde manier van voortbewegen”, hoe vaak ik d t niet hoor. Anderen kunnen me echt genadeloos persifleren. Op de toneelschool wisten ze niet goed wat ze met me aan moesten.'

Even lijkt het alsof hij zwaar overdrijft. Die schokschouderende motoriek, de maaiende armen waarmee hij een fles char donnay neerplant. Een clown met een onzichtbare hoelahoep, de ogen neergeslagen. Hij gaat zitten, staat abrupt weer op en zegt: 'Zie je? Korte benen, een slierend bovenlijf en armen die altijd van alles doen. Mijn lijf is altijd met dingen bezig, separaat van mijzelf. Ik zag je net wel kijken: hij heeft een doekje, hij friemelt met een sigaret, hij heeft een dit, hij heeft een dat. Mijn lijf leidt bijna z'n eigen leven.' Hij haalt zijn schouders op, schudt het hoofd. Inhaleert gulzig, schatert.

Onrust. Een en al vulkanische onrust. Als jongetje al. 'Nu zouden ze het misschien adhd noemen.' Net van een repetitie thuis, had Roeland Fernhout vliegensvlug de luxaflexen omhoog getrokken, was de trap naar de entresol opgestormd om een kluwen beddengoed te dresseren, was naar de voordeur gehold om de sleutel aan te pakken voor een logeeradres in Brussel (waar hij met de To neel groep Amsterdam een week op de bühne staat), had hijgend de bril met het jaren-vijftigretromontuur afgezet en niet zonder pathos uitgeroepen dat de chaos in zijn leven nu zó extreem is, dat hij niet meer toekomt aan het betalen van rekeningen of het bijvullen van de ijskast. 's Avonds in de Stads schouw burg als de acrobatische luitenant in Car men, en overdag opgeslokt door repetities voor een nieuw stuk: dit zogenaamde dubbelen gaat al weken non-stop door en het maakt hem bijna gek. Bo ven dien zit Sha ke spea res Othello eraan te komen, waarin Fern hout straks de rol van Jago doet. 'Spelen, spelen, spelen, de rest bestaat amper meer.'

Neem muziekspektakel Carmen, in de kritieken volledig afgebrand: dat het jeugdig publiek toch massaal bleef toestromen, wordt door insiders vooral op het conto geschreven van gangmaker Roeland Fernhout, die de voorstelling met enorme power naar een explosie van energie weet op te tillen. 'Ik heb vaak in lelijke toneelstukken gezeten, maar nu gebeurde er iets unieks: de agressie die we van de pers over ons heen kregen werkte juist in ons voordeel. Het is een hit geworden. We hebben er ook loeihard aan gewerkt, we gaan ermee naar Frankrijk. En dat kan alleen als je er collectief in gelooft. Spelplezier is mijn basis. Die basis is onuitputtelijk. Daar haal ik mijn energie vandaan.'

Op repetities geldt hij als notoire laatkomer. Iemand die in bed lang ligt te peinzen over de ideale armhouding om de essentie van iemands karakter uit te drukken. En dat zó doet, dat hij zonder woorden in staat lijkt de hoofdrolspeler te overspelen. Hij stond in tv-series als Diamant en All Stars, wordt de Tom Cruise van de lage landen genoemd. Fernhout is hot. Zulke kwalificaties maken hem op een korzelige manier verlegen, er moet flink gerelativeerd worden. Want nota bene een paar keer afgewezen na audities. Voor de eerste keer op z'n veertiende al; met nog de tv-serie Fame in z'n hoofd, over kansarme kinderen die in New York een kunstopleiding volgden. 'W t een overgave, w t een intensiteit. Alles op het spel zetten: zó wilde ik ook leven.' Zo'n uitblinker was hij allesbehalve. Toen.

Bij het jeugdtoneel in Den Haag was er altijd wel iemand beter dan hij. Maar zó gemakkelijk kregen ze Fernhout niet weg. Hij beproefde zijn geluk in Arn hem. Met iets uit Hamlet. Weer verkeerd. 'Ik wou bew¡jzen dat ik kon spelen, in plaats van dat ik aan het spelen was. Het was één schreeuw van: jongens, neem mij! Neem mij aan! Bij die tweede afwijzing viel alles in duigen. Als acteur word je constant afgewezen, als je daar niet mee om kunt gaan, krijg je het moeilijk. Ik was knock out, ik heb twee uur lang als verdoofd aan de flipperkast gestaan.'

Weer opgekrabbeld, waagde hij in Am ster dam een poging. Hoger dan magere voldoendes ging de score niet. Tot de doorbraak kwam. Niet op de toneelschool zelf, maar in vakantietijd. Als tegenspeler van Kim van Kooten in de speelfilm Zusje leek Fernhout een statement af te leggen; zoals een beetje schrijver dat doet met zijn debuut.

Een rol waar het talent van afspatte, maar Roeland Fernhout laat zich niet door enige loftuiting in de luren leggen. Hij weet waar het toen technisch niet deugde, waar het 'lelijk gespeeld' was.

Niemand had op zo'n overrompelend succes gerekend, zegt hij; daarom lag de ambitie er zo dik op bij Sibe ria, de opvolger van Zus je. 'Ambitie kan alles vernietigen wat mooi en kwetsbaar is. Geen wonder dat die film toen volledig gekapseisd is. Zonder ambitie ben je ook nergens, maar ambitie is een gevaarlijk 'ier om mee te spelen. Ambitie is een monster.'

Zijn moeder belt hij niet meer elke dag. 'Daar schaam ik me voor, maar dat hoort erbij. Mijn moeder is top. We hebben een hoop vervelende dingen meegemaakt. Ze zat met twee jongens en die deden niks dan vechten om de liefde van hun alleenstaande moeder. Dat kon ze helemaal niet aan. Als wij vochten, ging ze weg. Dat is geëscaleerd, tot aan de politie toe. Ik ben ook perioden uit huis geweest. Ik liep vaak weg. Ik ben een wegloper, stemmingsgevoelig. Himmel hoch jaucht-zend, zum Tode betrübt, ook. En alles wat niet hier is, maar ergens anders, dat is pas interessant. Het cliché van dort ist das Glück. Terwijl ik toch in staat ben me te binden, alweer twaalf jaar een relatie heb, en nu vijf jaar bij To neel groep Amsterdam zit. Maar elke dag is een beslissing: wat ga ik doen? Elke optie moet open blijven, anders kan ik het niet aan. Dan ben ik weg. Ik heb altijd een paspoort op zak. Ik moet weg kunnen.

'Toen ik opgroeide was de enige goeie moeder de mijne. Mijn moeder is beeldend kunstenares en ze loopt op twee stokjes. Als kinderen van school werden opgehaald door moeders die wél konden lopen, kon dat nooit wat zijn. Later kom je erachter hoe uitzonderlijk het toch is om te worden opgevoed door iemand met een dwarslaesie. Ze had haar rug gebroken bij een auto-ongeluk in Zuid-Frankrijk. Na dat ongeluk zijn mijn ouders getrouwd.'

Ze scheidden toen hij een jaar of vier, vijf was. Nu pas heeft hij wat meer contact met zijn vader, zijn broer had hij zes jaar niet gezien. Hij zegt: 'Een kind is sterker dan een volwassene, flexibeler. Daardoor heb ik ook de invaliditeit van mijn moeder aangekund. Als ik naar bed moest zei ik: wie het eerst bij m'n kamer is, dat soort grapjes. We hebben veel gelachen, vooral toen een mevrouw ons gezinstherapie kwam geven. Toen was het: wij drieën tegen de rest van de wereld.'

De tweede echtgenote van zijn vader bracht twee jaar geleden het gezin van vroeger weer samen, met kerst. 'Mijn moeder heeft m'n vader vaak vervloekt en daarom zei ik tevoren: ''Mam, als je vervelend doet, dan zeg ik dat je een hap of een slok moet nemen. Dan kun je tenminste even niet praten.'' Het werkte. Daar zaten zijn ouders, na al die jaren weer naast elkaar. Nu zonder de spanningen die altijd ontstonden zodra ze samen in één ruimte waren. 'Toen zag je hoe de wereld er uitzag door hun plezier, hun humor, hun relativeringsvermogen. Mijn hele jeugd is beheerst door wat ze n¡et hadden. Voor het eerst zag ik nu de liefde waar ik uit vandaan kwam. Dat is sentimenteel, maar ook iets moois als je dat als kind nooit hebt gekend. Een groot cadeau.'

Roeland Fernhout weet niet of hij door het gemis van zijn vader extra behoefte had om zich te bewijzen. 'Ik wilde vooral dat mijn moeder trots op mij was.' De schreden naar het grote toneel waren wankel. Er zou over hem gevaderd worden. Zijn rol als Ben vo lio in Romeo en Ju lia zal hem nog lang heugen. Zou hij zich buiten zijn personage opstellen, of de stroming volgen die juist het zintuigelijke dicteert? De openingszin was nog niet bestorven, of regisseur Ivo van Hove intervenieerde al met een donderend nee! 'Doods bang was ik, in totale verwarring. Ik dacht: Ivo vindt mij een bord poep. Hij begreep niet wat ik aan het doen was, ik trouwens ook niet. Wéér zat m'n ambitie me in de weg. Wéér keek ik naar mezelf door de ogen van een ander.'

Als niemand het leuk vindt wat ik doe, dan moet ik ervoor zorgen dat ik het zelf wél leuk vind: met die instelling kwam Fern houts herkansing. 'En toen was ik er doorheen. Als je tegen alle verwachtingen voor iets hebt moeten knokken en je bereikt het dan tóch... de moeilijke weg is altijd interessanter.' En zo trad Fernhout toe tot een nieuwe lichting acteurs die klaarstaat om de macht over te nemen. Copuleren met een taart, dat was nog niet vertoond. Fernhout deed het in True love, toneelstuk over de menselijke lust. 'Dat stond niet in het script.'

Be staat er voor zo iemand een rol die fysieke afkeer inbezoemt? Die rol is lastig te vinden. Ik noem de kinderverkrachtende psychiater in de Amerikaanse film Happiness en Roe land Fernhout schiet overeind. 'Nat££rlijk zou ik dat willen. Dat is dé rol, hoe moreel verderfelijk ook.' De lakmoesproef doorstond hij al met glans: op menig netvlies staat nog altijd de tv-thriller De trein van zes uur tien waarin een yup op een bloedstollende manier wraak neemt op zijn rivaal die zijn baan heeft ingepikt. Fernhout dankt zijn groei mede aan Gerardjan Rijn ders 'de énige toneelschrijver van Neder land. Ik hou veel van hem, van Ivo trouwens ook.'

Nóg een leerschool was er. Een lief de vooral. Een onuitwisbare. Die van Am ster dams house-tempel Roxy. Fern hout vervulde daar 's nachts de functie van gla zen ophaler. Om zijn studie te bekostigen. De veelbelovende acteur ('speler vind ik zuiverder klinken, acteur klinkt zo oe beleboe, zo opgeblazen') is amper gelauwerd met een Gouden Kalf of hij moet er vandoor: glazen spoelen.

In die tijd heeft hij alles geslikt en ge snoven wat het uithoudingsvermogen nodig had. En meer. 'Mijn leven is nu te heftig om er ook nog drugs bij te hebben, maar als je eenmaal gebruikt hebt, zul je nooit helemaal drugsvrij worden. Ik zal het niet propageren, maar schamen doe ik me me niet voor de keuzen die ik gemaakt heb. Ik las een interview met een vrouwelijke dj die beweerde: ''Het sterkste wat ik nog drink is appelsap”. Dus gold appelsap binnen de kortste keren als hét eufemisme voor alles wat je naar binnen kunt gooien aan chemische troep.'

Roxy, dat was dansen op de rand van de vulkaan, Roeland Fernhout zal het met weemoed beamen. 'Ik hou niet van spreken in generaties, daar geloof ik niet in. Tussen mij en een oudere collega als Kitty Courbois zie ik geen generatiekloof, maar het verschil is dat ik ben opgegroeid in een tijd dat er iets nieuws gebeurde, namelijk de house, wat nu een besmet woord is. Nu de house zo vercommercialiseerd is en gedegradeerd tot bonke-bonke-muziek in tennishallen, prijs ik me gelukkig dat ik die tijd heb mogen meemaken. Een van de gelukkigste perioden in m'n leven; een explosie van creativiteit die zich over alle leeftijden uitstrekte. Toen was het: het leven vieren, maar nooit puur om het hedonisme alleen. Ik herinner me gruwelijke performances van mannen met spelden en veiligheidsspelden in hun gezicht. Met heel veel bloed. En bloed was gevaarlijk. Bloed en zaad, dat was de dood. Je zag mensen dansen die hun lijf hadden geschminkt met het carposi sarcoom, de aan aids gerelateerde huidkanker: het kostuum als statement. House was een beweging die midden in het leven stond, nu is het alleen maar lege tmf-vrolijkheid.'

Toen Roxy afbrandde heeft hij gehuild. Uit een kast haalt hij brokstukken tevoorschijn van het Roxy-balkon, gered uit de smeulende puinhopen. Hij koestert ze als een kostbaar relikwie. Het liefst had hij de letter x van de gevel geplukt, maar bij die actie donderde hij op straat. Hij verstuikte zijn enkel, die hem nog een jaar parten speelde. De naam Roxy wordt koesterend uitgesproken, maar het gezicht verstrakt wanneer de naam valt van Cyrus Frisch. De regisseur die hem overhaalde om in Namibië mee te doen aan een speelfilm mag van Fernhout worden doodgezwegen.

Het zou een film worden over een westerling in een hongerkamp, de Novib had geprotesteerd tegen het decor van stervende Afri kanen. 'Terwijl Cyrus beweerde dat hij het wou opnemen voor het arme volk zag ik iemand die de armoede en de doodsnood van die mensen genadeloos uitbuitte om maar te krijgen wat hij op film wilde hebben.

'Tijdens het draaien, in de woestijn, kwam ik er met een schok achter dat mijn vrienden in de crew moordenaars waren. Verkrachters. Er zaten ook verkrachte vrouwen bij die zwanger waren. De interactie tussen Cyrus en de spelers werd moeilijker. Ik kreeg aanbiedingen van mensen die vroegen of ik hem dood wilde hebben. Als ik ja had gezegd, was hij nou dood. Wes ter se normen verliezen hun geldigheid in Afri ka. Na een scène heeft Cy rus mij geprobeerd te wurgen. Let ter lijk.

'Ik weet nog steeds niet waarom. Ik begrijp niet dat iemand zo ver kan komen. Dat was voor mij de grens. Ik vind nog dat ik te ver ben gegaan in m'n medewerking, daar heb ik gewetenswroeging over. Ik ben opgestapt. Maar Afrika zit diep onder mijn huid, ik wil terug. Behalve de allerergste periode uit m'n leven was het ook de gelukkigste tijd.'

In de woestijn zag hij haarscherp de lijn waar kunstenaarschap ophoudt en het fatsoen begint. Terwijl hij toch niet meteen met fatsoen wordt geassocieerd. 'Ik neuk taarten in toneelstukken, ik heb vuurwerk in m'n kont gestoken, en heb op het toneel met volle overgave incest bedreven. Maar je droom uitleven waardoor mensen geschaad worden, dat is iets wat ik nooit, nooit, zou willen.'

Hedonisme en decadentie: heeft hij niks op tegen. Wél tegen mensen die erin blijven steken, en niet op zoek zijn naar meer dan louter vorm. 'Ik speel nu in De nacht van de Bonobo's, dat gaat over rijke mensen die op Ibi za te veel drugs gebruiken en zich krampachtig in lichtheid wentelen. Er komt een zin in voor die luidt: ''Willen we een krant? O nee, alsjeblieft geen krant.” Dus vooral niets wat je beleving van het moment teniet kan doen. Het is de totale afwijzing van de maatschappij om je heen.

'Dat is het wezenlijke verschil met de

Ro xy -tijd. We leefden toen weliswaar een leugen, een hele prettige leugen ook, maar we stonden tegelijkertijd midden in onze problemen, met het organiseren van aidsbenefietprogramma's. Tegenwoordig wordt gedacht dat alles maakbaar is. Ben je lelijk, neem een facelift. Ben je homo, kun je toch trouwen. Kun je geen kind krijgen, laat je opereren. Mensen zijn niet meer in staat de consequenties van hun identiteit te aanvaarden. Dat vind ik de ziekte van deze tijd. Maak baarheid is een lapmiddel. Lapmid de len kunnen niet verhullen dat je met lege handen achterblijft, omdat je je niet hebt afgevraagd: hoe kan ik binnen mijn beperkingen tot diepe expressie van mezelf komen? Ik zelf probeer niet te maskeren wat niet haalbaar is.'

En dat is?

Hij lacht ontwijkend. 'Rust.' Hij zegt het met een zucht die van ver komt.

Haastig: 'Ik ben altijd op zoek naar intensiteit, daar waar het op het scherpst van de snede is. Ook in het dagelijks leven. Ik hou niet van de bullshit eromheen.' Fernhout kan zich ergeren aan artiesten die in het café met luidruchtig gedrag hun superioriteit ten opzichte van het klootjesvolk lijken te belijden. 'Wat is nou acteren? Acteren is het zeggen van zinnetjes in de juiste volgorde. Na tuur lijk is het veel meer, maar dat kun je nooit benoemen. Dus wat doen acteurs? Die mystificeren hun vak, om het speciaal te laten lijken. Omdat ze bang zijn door de mand te vallen. Zo van: kijk ons eens bijzonder zitten te wezen. Ik hou veel van acteren, maar het staat niet op een hoger plan dan Formule 1-racen. W t ee doet is niet belangrijk. Liefde en overgave, daar gaat het om.'

Lak aan het oordeel van anderen. Dus laat Roeland Fernhout zich niet zeggen: Rilke moet je lezen, en de Story moet je vooral niet lezen. Dus leest hij Rilke én de Story. En tussendoor een boek over kwantummechanica waarin staat dat ons essentiële ik na onze dood in enigerlei vorm blijft bestaan. Dertig jaar is hij, en vaak bezig met de vraag hoeveel leed een mens kan dragen. 'Ik ken twee mensen die Auschwitz hebben overleefd. Ze zijn alletwee stuk, maar de een is veel stukker dan de ander. Dat intrigeert me. De ene mens loopt z'n leven lang bij een psychiater wegens de dood van z'n marmotje en een ander die verkracht is door het hele hockeyteam blijkt het vrolijkste mens dat je je maar kunt voorstellen.'

Hij heeft mensen, die heel goed kunnen nadenken, doodongelukkig zien worden. Hij zegt: 'Op de middelbare school noemde een docent mij Felix. Omdat ik volgens hem niet nadacht en Felix zoiets betekent als gelukkige. Hij had ongelijk. Ik kan zichtbaar met volle teugen genieten. Maar ik zag al vroeg dat het leven niet gelukkig is, dat is een van de voordelen van een niet-standaard gelukkige jeugd. Als ik in de Privé een dikke nicht met een zwart kindje op het strand zie zitten, dan denk ik: ik snap het niet meer, het leven is een rotcadeau. Je mag het wel hebben, maar niet houden. Terwijl je nog bezig bent met uitpakken, moet je het alweer teruggeven. Zoals een vriend van mij. Over leden toen ik achttien was. Aids.'

Opwinding is vanavond in de toneelspeler gevaren. Hij weet een illegaal restaurant. In een kraakpand. Met een topkok. En dito calvados. De sfeer heeft er iets vrijgevochtens; heimwee naar Roxy. Een meisje kust hem op de mond. Hij jaagt er in enkele uren een half pakje sigaretten door en constateert dat het merkwaardige wezens zijn, vrouwen. Die willen je veranderen. Man nen, weet hij, zullen dat nooit doen. Hij zegt: 'Mijn dromen zijn nooit groot geweest. Ik ken mezelf, ik ben geen Pierre Bokma, geen Gijs Schol ten van Aschat. Maar ik heb wel het talent om mijn talent te ontwikkelen. En dat twee de talent is m'n geluk. Want met talent alléén kom je er niet, dat heb ik gezien op de toneelschool. Dan blijft 't verstopt.'

Hij heeft geoogst met keihard werken. Applaus kreeg hij al vroeg, op elfjarige leeftijd. Als deelnemer aan een vredeskamp in Tsjecho slowa kije, waar iedereen het uniform van communistische pioniers droeg, behalve de Ne der landers: 'Wij defileerden in klederdracht en op klompen.' Zijn moeder had hem naar dat kamp gestuurd. Zijn moeder heeft op alle premières voor hem geklapt. En zijn moeder zal er zeker zijn als hij binnenkort in Othello staat, ijkpunt in het leven van iedere toneelspeler. 'Mijn moeder komt altijd', zegt Roeland Fernhout vertederd. 'Daar hoef ik niet voor te zorgen. Mijn moeder nodigt zichzelf wel uit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden