'Ik ben een moederskind'

Vroeger wist Jack Wouterse (47) niet eens dat het kon, acteur worden. Na een carrière als verkoper van afzuigkappen en als circusdirecteur liep hij toevallig tegen dat acteren aan....

Het 'ene langoustientje' was nog lekkerder dan het 'andere jakobsschelpje'. Jack Wouterse is net terug van een korte vakantie in Spanje, waar hij zes van de zeven avonden in 'alleen maar hele goede tenten' heeft gegeten. Tien, twaalf gangen, tweeënhalf uur tafelen, allerlei wijnen erbij...

Verrukt: 'Die zalm met die...'

Spanje, zíjn land.

Hij wil er met vrienden uit de filmwereld een huis kopen. 'Iedere makelaar is een oplichter. Klaar. Maar je hebt oplichters en oplichters. Binnen 1 seconde voelde ik bij zo'n makelaar: die man moet ik niet. Mijn vrienden gingen nog een dag met hem aan de slag en zeiden daarna: hij zit ons gewoon te belazeren. Ik heb meteen door: die man is fout. Snap je? Wat een hond ook heeft.'

Waaraan merkt u dat dan?

'Weet ik niet. Heb ik van mijn moeder, dat soort slap gelul. Maar het is wel zo. Zij was heel intuòtief. Ik ben erg op moeders, een moedersgek. Daardoor ga ik ook blind af op dat eerste oordeel. Of ik iemand wel of niet vertrouw, wat ik ertegen zeg. Soms ga je ermee de mist in, maar in de regel klopt het wel.'

Uw moeder plaagde vroeger: 'Jij kunt later alleen maar sloper worden.'

'Ik had Mecano, als kind. Allemaal van die schroefjes. Mijn vader moest het voor me in elkaar zetten, terwijl ik ernaast zat. Het enige wat ik echt goed kan en leuk vind is slopen, gewild of ongewild. Alles wat ik in mijn handen krijg, gaat kapot. Als ik knopjes zie moet ik eraan zitten en dan is het meteen stuk.'

En nu bent u een van de meest gevraagde acteurs in Nederland.

'Dat ging helemaal vanzelf. Maar mijn moeder heeft het nooit meegemaakt.'

Vroeger wist Wouterse niet eens dat het kon, acteur worden. Dat dat een beroep was. 'Ik kom uit een heel ander milieu.' Zijn vader was militair, zijn moeder werkster.

'Wij gingen ook nooit naar toneel of zo. Dat vonden we zo'n onzin. 'Als ze niet weten wat ze op het podium moeten doen, gaan ze roken en whisky drinken', zei mijn vader altijd.'

Hij speelde al wel, in het wild. Gooide hij zijn moeder op de bank: 'Mens, ik sla je kapot!' Dan moest ze zó hard lachen. Ze wist dat het een toneelstukje was voor voorbijgangers - het gezin Wouterse woonde bij een winkelcentrum. Op de voetbalclub (Jack was in zijn jonge jaren een tank in de spits) hing hij de cabaretier uit na een tray'tje bier: 'Ik kan tien gehaktballen op!' Gejoel in de kantine. 'Daarna ging die elfde er ook nog wel in.'

De havo was geen succes. In de wereld van Jack Wouterse zijn een hoop zaken 'gelul' en daar vallen zekere schoolse aspecten ook onder. 'Al dat gelul op die scholen. Natuurkunde, echt. Die inhoudelijke dingen vond ik helemaal niks.' Sportleraar wilde hij nog wel worden: 'Dat leek het minst op een baan. Ik had wel door dat ik van een echte baan niet gelukkig zou worden.' Maar voor de sportacademie waren te veel aanmeldingen, dus 'koos ik maar de pedagogische academie. Zo gaan die dingen toch?'

Ook weer: geen succes, die pedagogische academie. Hij stopte, en moest werk vinden. Het tweede kaartje dat hij pakte bij het arbeidsbureau was voor een verkoper afzuigkappen. 'Ik zat op zo'n kantoor met zo'n chef die de hele dag door zo'n ruit keek of jij wel genoeg belde. Dat doe je dan een jaar en dan denk je: sodemieter op.'

Wat wil ik nou het liefst?, vroeg hij zich af. Hij herinnerde zich de lessen voordracht die hij kreeg op de pedagogische academie. 'Kon je in twee uur een thriller maken. Speelde ik de butler.' Wouterse schreef zich in voor de toneelschool. Te laat. De inschrijftermijn voor acteurs was al verstreken. Die voor docenten dramatische vorming was nog open. 'Wist ik veel. Alles beter dan verkoper afzuigkappen.'

Een 'heel links schooltje', was het. Over politiek had Wouterse nog nooit nagedacht, maar 'je moest links zijn, dus dan ga je links zijn. Anders kwam je die school niet op. Jaren zeventig, hè?' Hij mat zichzelf net op tijd de vereiste politieke houding aan. 'Dan hoorde je over een bepaalde theatergroep dat iedereen die goed vond en zei je dat na.' Hij werd op het nippertje aangenomen.

In het derde jaar raakte zijn vriendin - de vrouw met wie hij nu al meer dan een kwart eeuw samen is - zwanger. De toneelschool gaf hem meteen een aanstelling als leraar. 'Ik werd betaald zodat wij dat kind konden betalen. Zo ging dat daar.'

Na een kort docentschap belandde hij in het circus, als clown - later begon hij met vrouw en zoon Koen zelfs zijn eigen circusje. 'Alles' heeft de acteur daar geleerd. Spelenspelenspelen, een act drieduizend keer doen. Zoals het 'roofdierennummer' waarbij reus Wouterse in berenvel de piste inliep met een heel klein bastaardhondje aan een groot dik touw. Probeerde hij zijn hoofd in de bek van het hondje te steken.

's Ochtends om negen uur doen voor driehonderd kleuters en 's nachts om vier uur voor vierhonderd dronken Hells Angels.'

Een oudere clown gaf hem een wijze les, in het begin van zijn carrière. Toen Wouterse nog overal de controle over wilde houden: over het nummer, de timing, het publiek. 'Briljant', zei de clown. 'Maar verlies jezelf nu eens helemaal in het strikken van je veter. Vergeet het publiek, maak heel alleen die veter vast - de toeschouwers gaan wel mee met jou.'

Jezelf ergens in verliezen is beter voor het acteren?

'Dat ís acteren. Dat is Zijn of Niet Zijn - en al dat gelul meer.' Hij murmelt nog wat onverstaanbaars. Mgroah - aan hoogdravende teksten heeft hij een hekel.

Probeert opnieuw: 'Je loopt te klooien met een lepel en vouwt 'm dubbel. Dat acteer je niet; dat gebeurt je. Want dat is namelijk spelen. Je laat het je overkomen en daar moet je een ander bij durven laten zijn.'

Overgave is eng.

'Over mij is weleens gezegd dat ik een acteur ben zonder camera-angst. En dat is wel heel handig, als je veel met camera's werkt. Ik ken een acteur die nu in de ziektewet zit. Die doet niets liever dan spelen, maar hij is er zo bang voor. Bang voor black-outs, bang dat de regisseurs prestaties van hem verwachten waaraan hij niet kan voldoen - je bent zo naakt.

'Mijn visie is: je moet lelijk durven zijn. Je moet kunnen zeggen: kan mij het schelen. Een recensent heeft eens over mij geschreven: 'Jack Wouterse, dikste acteur van Nederland, bloot op het toneel. Stuitend.' Uitroeptekenuitroepteken. Ja man, donder op, ik ben dik, nou wat-moe-je-dan? Al dat magere gelul. Of er aan die siliconentrutten wat te zien valt. Pas geleden zag ik Simone Signoret weer. Die vrouw smeert niks dicht. Die heeft een kop, die leeft, dat is een mens, daar hou je van.'

Zijn carrière als acteur begon de circus-directeur eind jaren tachtig. Regisseur Johan Doesburg van Het Nationale Toneel zocht 'een grote vent met gevoel', voor John Steinbecks Of Mice and Men. 'Die heb ik thuis rondlopen', zei de vrouw van Wouterse. Nog steeds speelt, of beter gezegd, is Wouterse die grote vent met gevoel, in veel rollen. Zoals de paranoòde politieman in Van Goghs Najib & Julia, die worstelt met de relatie tussen zijn dochter en een Marokkaan.

Gelaagde filmrollen (Met grote blijdschap) wisselt hij gretig af met het ongepolijstere werk (Vet Hard). 'Ik mag graag 's avonds op de bank met mijn vrouw naar dat soort filmpjes kijken. Beetje knokken, seks die fout gaat. De gewone dingen.' Bovendien: het is heerlijk een groot publiek te hebben. Een 'volksacteur', dat is wat de in de Bijlmer woonachtige Gouden Kalveren-winnaar het liefst wil zijn. Op vrijdagavond speelt Wouterse voor bijna twee miljoen kijkers de morsige, zwaarmoedige inspecteur Grijpstra. 'Ik voel mezelf toch een soort arbeider. Ik hou van de gewone man. Mijn familie gaat niet naar toneel. Ook nauwelijks naar de bioscoop. Die kijken naar Grijpstra & De Gier.'

De afgelopen jaren heeft hij ook niet meer in het theater gestaan, na een paar aangrijpende rollen, zoals die van de doodzieke, racistische Ian in Blasted, of als de psychisch verwarde Keefman. 'Dat ging zo diep dat ik even niet zat te wachten op dat soort toneel. Ik verander voor mijn omgeving. Er hangt kwaadaardigheid om je heen, omdat dat in die rollen zit. Als ik iemand moet spelen die longkanker heeft, denk ik ook echt dat ik het heb.'

Is dat niet het kenmerk van een goede acteur?

'Zou kunnen. Maar het leven wordt er niet leuker van. Ha! Ik hou van lekker eten, een glaasje wijn en een stukje kaas erbij.'

Bij Keefman zat iemand in de zaal wiens broer zijn halve leven had doorgebracht in psychiatrische instellingen - uiteindelijk pleegde hij zelfmoord. 'Zo'n toeschouwer zit te huilen en komt naar je toe: 'Bedankt voor het moment dat Keefman even dacht koning te zijn, dat was zo positief.' Eén seconde positief, de rest is alleen maar zwart en daar komt hij je voor bedanken. Dan besef je pas hoe ver je gaat, via zo iemand.'

Moet je als acteur af en toe ook niet zo diep gaan, voor jezelf?

'En dan zit je ook nog met die files, moet je naar de schouwburg in Zoetermeer, en twee maanden repeteren in zo'n donker hok met gordijnen.'

Maar goed, vertelt Wouterse voorzichtig, hij overweegt het podium weer op te gaan. Hij gaat de rechten aanvragen op een Russisch stuk, een monoloog die hij wil verfilmen. Namen noemt hij niet, eerst moet het voor elkaar zijn. Om de rol door en door te leren kennen, wil hij het stuk eerst opvoeren in het theater. Dan vertrekt hij naar Rusland om het op te nemen, in 'het echt', tussen junks en alcoholisten.

Ja, Russen weten wat leven is. 'In hun monologen zitten prachtige stukken tekst. Vind ik ook zo mooi aan die zigeunerfilms. Waarom gooien ze een glas kapot? Waarom zuipen mensen? Waarom dansen mensen? Die passie mis ik in Nederland. Dat is de reden dat ik zulk soort werk wil maken. Dat is de reden waarom ik naar Spanje wil. Dat heeft met intuòtie te maken. Met mijn moeder.'

Zijn moeder was heel speciaal. 'Dat zullen wel meer zonen van hun moeder zeggen, maarre... die vrouw had gewoon wat. Ik ben toevallig tegen dat acteren opgelopen. Zij had zeer grote talenten, die ze nooit heeft kunnen ontwikkelen.'

Haar levenswijsheid bracht ze over op Jack en zijn twee zussen. 'De manier waarop je met mensen omgaat. De manier waarop je praat. Het respect voor iedereen. Zij lulde door alle taboes heen. Ze keek niet naar wat iemand niet kon, maar naar wat ie wel kon. Mongooltjes? Gewoon meedoen. Werken met zijn allen: pak aan die doos. En iedereen hield van haar omdat het gemeend was.'

Hoe vond u het dat uw moeder werkster was, terwijl ze zoveel ander talent had?

'Ze moest het huis schoonmaken van rechters en dokters. Maar ook daarop oefende ze haar invloed uit. De titel: ik ben iemand neem je een mens nooit af.'

Zijn moeder overleed jong, op haar 55ste, aan kanker. Tot op het laatst bleef ze zich aan het leven vastklampen. 'Wat bij anderen een paar maanden duurt, duurde bij haar jaren. Je zag haar veranderen in een klein kaal hoopje dat alleen nog maar Mona-toetjes at.'

Ze werd diepgelovig, wees euthanasie fel af. 'Die hele lange weg had ze ook nodig om mijn vader, die veel minder zelfstandig was, van alles voor te schrijven. 'Je moet zoveel sparen, je moet wel een vriendin nemen, maar er niet mee trouwen...' Allemaal om te regelen dat hij weer verder kon met zijn leven. Ze bleef doorgaan tot de laatste snik, de laatste druppel: die wou gewoon niet dood. En toen...'

Hij stopt.

'Ik heb er eigenlijk helemaal geen zin in dat te vertellen.'

Niet doen dan.

'Nee, volgens mij heeft een ander er ook niks aan. Maar nadat ze was overleden dacht ik: ik moet een stuk van haar, hoe noem je dat, implanteren. Dat stuk van haar dat ik zo goed vond, mag ik nooit verliezen. Ik moet ook tegen iedereen zeggen: 'Goedemorgen!' Al geven ze maar een knikje terug, maakt niet uit. Goedemorgen!'

Om er zin aan te geven.

'Ja. Je moet er niet aan denken je kind te verliezen. Maar je moet altijd blij zijn met wat je hebt gehad. Het is onzinnig je boos te maken over wat er niet is. Dat klinkt heel hard en zal soms heel moeilijk zijn, maar bij mij heeft dat inzicht louterend gewerkt.

'Ik merk, als ik bij de bakker ongegeneerd geintjes sta te maken, hoeveel er van haar in mijzelf zit. Ik zie het ook aan mijn zussen. Zo makkelijk als die omgaan met iedereen. Mijn moeder kwam uit een gezin van dertien en ze hebben allemaal dezelfde afwijking. Al die zussen van mijn moeder zijn te eerlijk, hebben een te grote mond, praten hetzelfde. Mijn tantes ruiken zelfs zoals mijn moeder rook.'

Je kunt je vastklampen aan het idee dat er nog een stuk van een dierbare in jezelf zit.

'Absoluut. Bij dood moet je je opnieuw afvragen: waar ben ik mee bezig? Wat wil ik nou verder? Daar kun je kracht uithalen.'

In Spanje kwamen ze een Brits stel van halverwege de veertig tegen dat een Bed & Breakfast was begonnen. 'Zooooo goed. Die deden wat iedereen wil doen. Wij daar eten. Die Engelsen kunnen inderdaad niet koken. Goor. Maar ik vond ze zó goed.'

Dat gaat natuurlijk vreselijk mislukken.

'Ja, dat zal wel. Maar mislukken maakt niet uit. Nog zo'n levensles van me komt van J.J. de Bom, de kindervriend. Een jongetje van 10 vertelt tegen Joost Prinsen dat hij op ballet wil, maar dat al zijn vriendjes zeggen: 'Homo, je moet op voetbal.' J.J. de Bom zegt: 'Dat verhaal gaat over mij. En nu ben ik 50 en heb ik nooit op ballet gezeten.' Dat gaat mij niet overkomen, besloot ik. Ik ga alles doen wat ik wil. Als ik op mijn zestigste muzikant wil worden, doe ik dat. Desnoods kan ik maar twee tonen spelen op mijn trombone en moet ik met de pet rond - vanaf dat moment ben ik muzikant.'

Zijn nieuwste droom is om 'Endemolletje' te gaan spelen. In Spanje hebben Wouterse en zijn filmvrienden hun oog laten vallen op een voormalige bodega, van waaruit ze een eigen productiemaatschappij willen oprichten. Wie weet wil Talpa wel afnemen. John de Mol moet vol. Idee'n genoeg, voor leuke programma's.

'Ik wil nog steeds een keer filmpjes maken over een eenmanscircus, met mijzelf in de hoofdrol. Dan ga ik rondrijden in Spanje, in zo'n wagen als in Lucky Luke, met een hond en een kip. En dan krijg ik een lekke band en moeten die beesten eruit, je kent het wel. Zulke filmpjes.' Of Talpa daarvoor interesse heeft? 'Ach, ik kan hooguit een keer met ze gaan praten.'

In september beginnen de nieuwe opnamen voor Grijpstra & De Gier. Rond die tijd wil hij, met hulp van trainer Adje, 30 kilo zijn afgevallen. Anders dreigen zijn knie'n het te begeven. Hij begint er zelf over. 'Story of my life. Je wilt niet weten wat ik weeg.'

Hoe komt dat toch?

'Verslaving. Het is bij mij alles of niks. Zo eet ik. Zo drink ik. Zo werk ik. Mateloos. In een stuk verbouw ik het decor in één minuut. Vijftig emmers en bergen planken van de ene naar de andere kant. Helemaal. Ja, toch die sloper over wie mijn moeder het had.'

Hij wil er niet mee koketteren, dat laatste moment voor haar dood.

'Nu niet meer vechten', zei hij, op haar sterfbed. 'Je hebt het goed gedaan. Mijn zussen zijn gelukkig, ik ben gelukkig, je mag nu stoppen. Dankjewel.' Jarenlang weigerde ze te sterven, maar toen Jack dat aan haar vroeg was het alsof er een schakelaar omging. Binnen 10 seconden gleed ze weg. 'Zo ver ging het tussen ons.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden