Ik ben een mier, nee ik ben een fruitvliegje

In Egypte ga ik meedoen aan de eerste vrouwenloop van Caïro, maar ik ga ook een straatkinderenproject bezoeken als kersverse ambassadeur van de stichting Women Win....

De oprichtster van Women Win, Astrid Aafjes, heb ik vorig jaar ontmoet op een conferentie in Casablanca over vrouwenemancipatie door middel van sport.

Geïnspireerd door die conferentie en door Courir pour le plaisir, de jaarlijkse vrouwenloop in Casablanca, is een jaar later Women Win geboren.

Mijn vlucht is ongelukkig getimed, waardoor ik erg laat bij de open dag van het straatkinderenproject arriveer.

De kinderen spelen een voetbalwedstrijd, ze geven een judo- en karate-demonstratie en er wordt muziek gedraaid en gedanst. De kinderen krijgen na afloop petjes, ballen, T-shirts en, de meisjes, kettingen en oorbellen.

De projectleidster S. , zelf moeder, heeft de taak op zich genomen de straatkinderen een warm thuis te geven. Deze kinderen zijn vaak van ouders die zelf ook van de straat komen. Ze staan niet geregistreerd en kunnen hierdoor geen regulier onderwijs krijgen en ook hebben ze geen rechten omdat ze officieel niet bestaan. Deze organisatie geeft kinderen een dak boven het hoofd, voeding, kleding en onderwijs.

Straatkinderen worden vaak mishandeld en misbruikt. Daarom krijgen ze sportactiviteiten om sterker te worden en meer zelfvertrouwen te krijgen.

Vooral verdedigingssport is voor de meisjes belangrijk, opdat ze zich beter kunnen verweren tegen seksueel misbruik en zich fysiek ook beter kunnen verweren tijdens ruzies op straat.

De meisjes worden vaak verkracht en wanneer ze verkracht zijn, worden hun gezichten door de verkrachters met hun nagels tot bloedens toe opengekrabd als teken voor andere mannen dat deze meisjes een seksueel publiek bezit zijn.

S. vertelt me over H. die sinds haar zesde op straat leeft en nu inmiddels 18 jaar is. Ze kan niet praten, waarschijnlijk ten gevolge van een traumatische gebeurtenis in haar leven. Ze heeft al eerder een kindje gekregen, maar dat is overleden. Inmiddels is ze weer zwanger geraakt op straat.

S. vertelt dat het belangrijkste nu is dat ze H. leert van haar baby te gaan houden, ondanks de moeilijke omstandigheden.

Straatkinderen die aan hun lot worden overgelaten, leven niet lang, vertelt S.

Even later komt H. naar ons toe lopen. Met diepe oerklanken en een stralende lach omhelst ze S. en laat ze trots haar nieuwe Nike-pet zien die ze op haar hoofddoekje draagt.

Ontroerd door het bezoek aan het straatkinderenproject loop ik ’s middags de vrouwenloop in een soort trance.

Er zijn meer dan zevenduizend deelneemsters. Vooraan bij de start hangt een groepje Egyptische vips met zware make-up en kapsels alsof ze net van de kapper zijn gekomen.

Even later komt Suzanne Moebarak de loop openen. Ze loopt een stukje mee samen met haar vips. Het is symbolisch, maar je hebt deze mensen wel nodig om dit soort initiatieven van de grond te krijgen en om je doelgroepen te kunnen bereiken, zegt een medewerker van een hulporganisatie.

Na dit korte bezoekje aan Caïro moet ik vanaf Casablanca met een regionale vlucht naar Tanger, in een vliegtuigje waarin ongeveer twintig man kunnen. Een zakenman vraagt nerveus aan de piloot of het wel veilig is om met dit vliegtuig te vliegen. De jonge piloot moet erg lachen en stelt hem gerust.

De man vraagt me in gebrekkig Arabisch of het normaal is in Marokko om met zulke kleine vliegtuigen te vliegen. Ik antwoord in nog gebrekkiger Arabisch dat ik niet weet wat hier normaal is, omdat ik gewend ben om met tram 7 en 3 te reizen in Amsterdam.

Ik probeer ons een beetje gerust te stellen met de opmerking dat we meer kans maken op een dodelijk ongeluk op de grond dan in de lucht.

En trouwens, als je dag komt, dan komt die gewoon en kun je het niet tegen houden. De profeet, vrede zij met hem, zei dat wanneer hij inademt hij niet weet of hij zal uitademen, omdat de dood zich elk moment kan aandienen.

Maar dit is niet de juiste plek om spiritueel te gaan zitten doen, merk ik. De man probeert een gesprek aan te knopen, wat een prettige afleiding is, omdat ik bijna aan het hyperventileren ben.

Hij blijkt onderaan te zijn begonnen en is nu miljonair. Hij vertelt over zijn werk en hoe hij gelooft in positief denken en dat hij ondanks teleurstellingen en tegenwerkingen toch altijd alle problemen weet te overwinnen.

We landen veilig en dan zegt hij: ‘Alleen Allah weet waarom wij elkaar hier hebben ontmoet en ik wil niet gewichtig doen, maar je hebt niet met zomaar iemand te maken.’

Ik zeg tegen hem dat ik dat helaas niet over mezelf kan zeggen. Ik ben te vergelijken met een mier, nee, mieren zijn zeer gewichtig, nee, ik ben zelfs onbelangrijker dan een fruitvliegje. Ik neem afscheid van hem.

In de taxi bedenk ik dat de man prima dat project van S. zou kunnen steunen om de straatkinderen ook iemand te laten worden.

Ik ga die niet-zo-maar-iemand- meneer een aardige (ietsjes berekenende) mail sturen en uitleggen waarom Allah wilde dat wij elkaar zouden ontmoeten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden