INTERVIEW

'Ik ben een geciviliseerde Nederlander geworden'

Welke rol speelt afkomst in een leven in Nederland? Robert Vuijsje onderzoekt het in een reeks interviews. Voormalig Hells Angels president Unu: 'Ik bracht rust in de club.'

'In de sambal van de Albert Heijn proef je de olie van de machine, bij ons de liefde.'Beeld Robin de Puy

De lunchroom zit een paar deuren verderop, vlakbij zijn tattoowinkel, de Big Red Machine Supportshop, aan het Amsterdamse Waterlooplein. Wanneer Unu het pand betreedt en doorloopt naar achteren, maakt de eigenaar een grap. 'Ja, ik wil je ook niet in het zicht hebben.'

Even later brengt hij Unu's tosti, met sambal bij, en slaat hem te joviaal op de schouders, alsof hij een knuffelbeer is. Unu: 'Ik zou deze tent moeten afbreken, maar ik ben een geciviliseerde Nederlander geworden.'

Hij werd geboren in Zeeland. In de barakken van het kamp waar zijn ouders werden opgevangen toen ze naar Nederland kwamen. 'Na de oorlog, toen de Jappen net weg waren, kreeg je die klompendansers weer. Indo's kozen er bewust voor om naar Nederland te komen, die waren snel verwesterd. Wij Molukkers kwamen vanwege een politiek probleem, we wilden onafhankelijk zijn. Het plan was dat we zes maanden bleven, Nederland zou op de Molukken even zorgen voor onze onafhankelijkheid. Dat duurt al meer dan zestig jaar.'

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, ­Beste vriend) gaat voor V in gesprek met ­bekende en minder bekende Nederlanders over de rol die hun afkomst heeft op hun leven. Hij spreekt onder anderen met acteur Nasrdin Dchar (Marokkaans) en horecamagnaat Won Yip (Chinees).

Tot zijn 6de woonde hij in een kamp buiten het dorp Oostburg, achter prikkeldraad. 'Toen besefte Nederland dat het nog wel even ging duren. Ze bouwden een woonwijk voor ons in Moordrecht, een dorp tussen Rotterdam en Gouda. Een wijk met alleen Molukkers, ze kwamen uit kampen in het hele land. Westerbork en Vught, de kampen waar ze een paar jaar eerder Joden in hadden gestopt.

'Ooit was er een tijd dat ik dacht in hunnie en wij. Zo denk ik al vijftig jaar niet meer. Op school ging ik goed om met de Hollanders. Ik zag de verschillen. Bij ons thuis staat de koektrommel open. In een Hollands gezin gaat hij even open, dan moet je er snel bij zijn voor de deksel op je hand klapt. Maar het was goed, ik had veel Hollandse vrienden.

'Na de politieke acties en de treinkapingen merkte ik dat ik niet meer zo populair was. De vriendschappen verwaterden. Ik speelde gitaar. Als ik met mijn gitaarkoffer over straat liep, keken ze me aan alsof daar een raketwerper in zat. In de media werd een sfeer gecreëerd zoals nu met de islam gebeurt. Een sfeer waarin kinderen wordt geleerd: deze mensen zijn slecht. Dat lukte toen en nu weer. Het kortzichtige is gebleven.'

Kende u de treinkapers?

'Ik kende er één, ene Eli, of hij is doodgeschoten weet ik niet.'

Nederlands Misschien als ik ooit een keer op de Molukken kom. Dat ik dan besef hoe Nederlands ik ben.
Moluks Dat voel ik me altijd. Bij het koken, bij het opvoeden van mijn kinderen.
Eten Kogo kogo. Een Moluks gerecht met groente en rauwe vis. Ik gebruik er makreel voor.
Muziek The Eagles, Santana, hiphop. Er moeten veel gitaren in zitten.
Zwarte Piet Bepaalde tradities moet je behouden, daar moeten ze niet over janken. We leven in een janktijdperk. Er zijn belangrijkere dingen, zoals de ouderenzorg.

Was u toen al een leider?

'Molukkers worden nu iets langer, misschien komt het door de voeding. In die tijd was ik de grootste. Als we ergens waren en er ontstonden problemen, werd altijd gezegd: stuur de grootste maar. Ik moest komen, ook als ik net een meisje aan het versieren was.

'De afspraak was: als ik win is het oké, als ik verlies moeten jullie erop duiken, net als piranha's op een prooi.

'Wanneer je met een groep bent en ze kijken allemaal naar jou als er iets moet gebeuren, dan ben jij de leider.'

Werd u op die manier ook de leider van de Hells Angels?

'Ik denk het. De vorige president was uitgevallen, er moest een nieuwe komen die rust in de club kon brengen.'

Was u de eerste niet-blanke president van de club?

'In Europa wel. Daarbuiten misschien ook. Het kan dat ze in Nieuw-Zeeland eerder een Maori als president hadden.'

Beeld Robin de Puy

Bent u daar trots op?

'Het was een roerige tijd, ik ben trots dat ik de rust heb kunnen bewaren. Het gaat om goed luisteren, compromissen sluiten en rustig blijven.'

Motorclub Satudarah bestaat uit Molukkers. Is het niet vreemd dat u president was van die andere club?

'Toen ik in 1981 voor de Hells Angels koos, bestond Satudarah nog niet. Molukkers zijn trouw. Net zoals mijn vader altijd loyaal bleef aan het KNIL, zo ben ik al 33 jaar member van de Hells Angels. Ik ken de oprichters van Satudarah. Het is het Ajax-Feyenoord-gevoel.

'Als Molukkers elkaar op straat zien, voelen we het meteen. Satu Bangsa, wij zijn één volk. Je geeft een knik met je hoofd en een hand. Je vraagt uit welke negorij de ander komt, uit welke kampong. Ik kom van het eiland Haruku, de kampong heet Oma.

'Ik reed op een Honda, zo is het begonnen. Motorrijders zwaaien naar elkaar, automobilisten doen dat niet. Het is een vorm van respect, een bepaald volk, een soort levenshouding. Dat herkende ik van de Molukkers.'

Daniël Uneputty, alias Unu

Unu werd ge­boren als Daniël Uneputty (Nederland, 1954). ‘Mijn ouders gaven me een bijbelse naam. Soms vergeet ik dat ik Daniël heet. In Moordrecht noemen ze me nog zo. Daar kom ik vaak. Mijn sambal haal ik daar. Veel van mijn Hollandse vrienden bestellen Sambal Unu. Bij Albert Heijn proef je de olie van de machine, bij ons de liefde.’ In 2012 stopte hij als president van het Amsterdamse chapter van de Hells ­Angels. Door het OM werd de ­motorclub ervan beschuldigd een criminele organisatie te zijn. Unu is nooit veroordeeld.

Heeft u een Molukse vrouw?

'Patricia is Hollands, we zijn 28 jaar samen. Zij is mijn vrouw en mijn buddy. Nee, het was niet moeilijk. Ik was verliefd, dan ga je ervoor. Een relatie met een vrouw is altijd een avontuur, welke kleur ze ook heeft.'

Bent u wel eens op de Molukken geweest?

'Nee. Als de tijd daar is, ga ik erheen. Het is nu tijd voor familie, ik heb vier kinderen, mijn ouders leven nog. Mijn vader is 90, mijn moeder 84, ze zitten in een verzorgingstehuis in Gouda. Soms is mijn vader verbitterd. Hij heeft altijd bij het KNIL gezeten, zijn leven gewaagd voor Nederland, hij dacht dat daarvoor meer respect zou zijn. Mijn vader heeft geen talenknobbel, zijn Nederlands is slecht. In het tehuis kan hij zijn gevoelens niet delen met zijn lotgenoten. Die spreken geen Maleis.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden