'Ik ben een dromer'

De liefde voor de sport komt van moeders kant - 'ze is een enorme Feyenoord-supporter'. Binnenkort verschijnt het tweede boek van presentator-journalist-theatermaker-schrijver Wilfried de Jong (47)....

Hoe kom jij nou je huis binnen?, vroeg Wilfried de Jong eind vorig jaar in het televisieprogramma Holland Sport aan Marco van Basten. 'Doe je de deur open en trek je gelijk je schoenen uit of niet?' De bondscoach keek even als een kip naar onweer.

'En toen zei Van Basten dat hij een poef had. Ja, dat vond ik een van de hoogtepunten van het interview. Daar werd ik intens gelukkig van.'

Waarom?

Stilte.

Wilfried de Jong tikt op tafel, ritmisch. Tiktetiktik.

Dan: 'Ik had het nog nooit gehoord, uit zijn mond. Persoonlijk heb ik zelf 's avonds Teletekst pagina 601 aangezet om te kijken of het nieuws was. Nee. Er stond wel dat See-dorf niet was geselecteerd. Maar niet: Marco van Basten heeft poef. Het zou de wereld iets leuker kunnen maken als er soms dit soort koppen op de voorpagina's van kranten stonden.'

Is het geen geforceerde manier van Van Basten interviewen?

'Dat Marco van Basten een poef heeft is de gewoonheid ten top. Het is ook logischere en mooiere taal dan dat iemand zegt: ''Ik pro beer op de rand van de zestien met een tien en hangende vleugelspelers de tweede bal af te vangen.'' Die poef kan ik nog wel natekenen, met die benen in kousen erop. Maar een nummer tien die de afvallende bal pakt...'

Waar g t dit over, zag je Van Basten denken.

'Het is ook leuk, om dat te zien. Je moet mensen in een interview ontregelen, vind ik. Niet uit gemenigheid, maar uit nieuwsgierigheid. De bondscoach werd er voor mij meer van vlees en bloed van.

'Ik vond het ook grappig dat Van Basten een kerstboodschap had. Dat iedereen in vrede met elkaar moest leven. Als je de paus goed vertaalt zegt ie het hetzelfde, maar het is een andere manier om Van Basten te leren kennen.'

De serveerster van café Rotterdam haalt zijn bordje weg (perentaart lag erop). 'Zullen we effe wat alcohol erin gieten?', vraagt De Jong. 'Wat kan ons het rotten. Worden we tenminste echt wakker.'

De eeuwige jongen.

'Ik draag een pak, ik betaal de belastingen, ik heb twee kinderen, ik ben 47. Ik wil best de eeuwige jongen zijn, maar het is niet helemaal waar. Ik ben onrustig en heb veel energie. Die moet eruit. Misschien dat anderen me daarom jongensachtig noemen.'

Als kind keek De Jong al achterom in de auto, als het landschap glooiend werd, in de Ardennen, of Frankrijk. 'Dan voelde ik een flinke helling, zag ik de steilte en wilde ik op de fiets zitten.'

Heel mooi gitzwart asfalt had je in de buurt van de Etna, herinnert hij zich. 'Met van die vers gemaakte gele verkeersstrepen aan de kant van de weg, dat zag er zo lekker uit. Maar ik zat verdomme in een auto. Die innerlijke drang om te gaan fietsen was zo groot. Om dat geplak van het asfalt onder die twee bandjes te voelen en te denken dat je een weergaloze coureur bent...'

Dat beeld je je dan in?

'Ajax bestond honderd jaar. De oud-Ajacieden speelden nog een keer in de Arena. Cruijff leek redelijk fit. Toen kwam Piet Keizer het veld op. Die was meer breed dan hoog. Die raakte twee ballen en ging eraf. Maar ik ben toch nieuwsgierig of Piet Keizer niet even dacht aan Wembley, aan de tijd dat hij nog een jonge frêle speler was, toen hij de bal met links buitenkant opzij tikte.'

Jij denkt dan meteen aan wat zich in zijn hoofd afspeelt?

'Het eerste wat ik denk is: Piet, dit had je niet moeten doen. Omdat Piet zich voortbewoog als een soort aangeschoten neushoorn. Maar ik probeerde me te verplaatsen in zijn hersens, ja. En dacht: die is niets anders dan ik. Hij wil nog weleens het gevoel hebben dat hij in het stadion aan de bal is.

'Overigens heb ik nooit in een stadion gespeeld, dus wie ben ik om dit te melden. Ik zaalvoetbal met een paar vrienden, die allemaal een meniscusoperatie of wat dan ook achter de rug hebben. Ik sta doorgaans in een sporthal waar een oude man met een bos sleutels in zijn hand om tien uur zegt: ''Wil je de doeltjes nog even opruimen?'' Dan ga je toch wel heel treurig de auto in.'

Op 7 april komt het tweede boek van de presentator-journalist-theatermaker-schrijver uit, De linkerbil van Bettini. Een bundel over sport: al jarenlang schrijft De Jong literaire verhalen voor Hard gras en De muur en sinds 2003 heeft hij een column op de sportpagina van NRC Handelsblad. Voor de VPRO presenteert hij zondagmiddag samen met Matthijs van Nieuwkerk live Holland Sport. Het eigenzinnigste sportprogramma op de Nederlandse televisie, met gemiddeld 250 duizend kijkers. Opvallendste onderdeel: de massagetafel, waarin sporters bijna naakt, aan de hand van hun littekens, vertellen over hun pijn.

Eens heeft De Jong gezegd dat zijn enige talent is dat hij kan kijken. Hij is een 'detailhandelaar', in zijn absurdistische korte verhalen, zijn columns, zijn interviews, zijn manier van vertellen. 'Het spuugvlekje op zijn colbert was al bijna drooggeblazen door de wind', schrijft hij in zijn laatste bundel, over een jonge dikke speerwerper die eigenlijk helemaal geen speerwerper wil zijn - maar die bij toeval heel ver kan werpen.

In Florence, in Italië, De Jongs lievelingsland, een land met stijl, flitste het idee van de speerwerper door zijn hoofd. Zo gaat het bij hem meestal, met onderwerpen voor verhalen. Ze zijn er ineens. 'Meestal is het vrij fotografisch. Boem: er is gelijk sfeer. Een bevroren moment. Iemand ziet er zo uit en doet dat. Een buikige jongen die onhandig is en met een speer gooit. Ik ben voortdurend op die manier in de weer; word ook wel moe van mezelf. Zeker als ik met anderen op stap ben. In je eentje is het gemakkelijker. Ik ben een dromer en loop ook echt weg te dromen, te dagdromen.'

Hij wijst naar de pylonen van de Eras-musbrug, waar het café op uitkijkt. 'Ik zie er de benen in van een vrouw die het water induikt. Die vrouw zit al een jaar of zeven met haar kop onder water. Die moeten we nodig eens gaan redden.'

Zijn vader was directeur van een bedrijf in diepvriesproducten. 'De romantiek komt van moeders kant.' De liefde voor de sport ook. 'Ze is een enorme Feyenoord-supporter, nog steeds.' Vader De Jong had helemaal niets met sport. 'Als kind keek ik altijd heel vreemd op als we met vakantie gingen. Dan had mijn vader een korte broek aan, waaronder van die spierwitte stevige beentjes uitkwamen. Je hebt vaders aan wie je ziet: die houdt van sport. Die loopt er losjes bij, trapt eens tegen een balletje. Mijn vader badmintonde een beetje, op vakantie dan.'

Ook in cultureel opzicht viel er in huize De Jong weinig te beleven. 'We hadden welgeteld negen elpees, waarvan drie keer Fons Jansen, omdat ie bij ons in de familie zat. En mijn ouders hielden erg van Willem Duys-achtige figuren, van Toots Thielemans en Louis van Dijk.' Boeken? 'Helemaal weinig. We hadden nog geeneens een boekenkast, geloof ik. Ja, mijn vader was gek van Loe de Jong. Elke verjaardag waren we er snel uit. We hoopten maar dat die Loe een beetje doorwerkte. Kwam er weer zo'n dikke pil uit en kon mijn vader opnieuw de oorlog in.'

Fantaseerde je als jongetje al zo veel?

'Ik denk dat je er als kind maar op losleeft en je je helemaal niet bewust bent dat je beeldender bent dan een ander. En wie fantaseert er niet?'

Er bestaan mensen met weinig verbeeldingskracht.

'Ik geloof dat niet. Altijd krijg ik te horen: jij bent Rotterdammer, hè? Jij kent de stad goed. Helemaal niet. Achter elk raam van die twee zwarte flats aan de overkant zit een verhaal, waarvan ik niets weet. Daar wonen mensen die misschien de meest fantasievolle dingen in bed doen. Dingen die nog helemaal niet bekend zijn op de wereld en zij maken er video-opnamen van. Weet jij veel.

'Of je zit in de tram en denkt: ''Rotkop, die vent. Saai hoedje op en een bril van niks.'' Misschien is die man hyperintelligent. Misschien is ie zijn tijd ver vooruit.'

Het is arrogantie om te denken dat je meer fantasie hebt dan anderen.

'Ja blasé, hou ik nooit zo van. Nieuws gierig blijven, dat is les 1, in alles. Op de massagetafel vertelde een ijsspeedwaycoureur me dat ie zijn sleutelbeen had gebroken. Nou, dat heb ik in al die jaren wel meer gehoord. Maar hij rijdt rondjes in Rus land, waar het ijs slechter is dan in Assen. In de banden van die motoren zitten spikes waardoor in Rusland grote brokken ijs op zijn lichaam schieten. Dus heeft hij overal blauwe plekken. Ik ben dan toch blij dat ik zoiets heb gehoord. Een mooi verhaal. Kom je zelf niet op.'

Wat was je moeilijkste interview?

'Johan Neeskens staat me bij, in Holland Sport. Niet zo'n prater. Hij heeft een huis in Oostenrijk of Zwitserland. We hadden iemand geregeld van het Residentie Orkest die ptoettoet deed op zo'n lange alpenhoorn. Kon Neeskens lekker voor zich uit mijmeren op het geluid van de Alpen, dachten we. En Neeskens zat daar...'

De Jong kijkt even heel strak voor zich uit.

'...Zo naar te kijken. ''Nou da's mooi'', zei Neeskens.'

De Jong: 'Verdomme, dacht ik. Weet je wat dat kost?'

Je projecteerde je eigen verbeeldingskracht op hem.

'Ik snap helemaal wat je bedoelt. Dat klopt. Af en toe gebeurt dat.'

De kritiek vanuit de traditionele journalistiek is dat bijvoorbeeld Hard gras en Holland Sport meer achter sporters zoeken dan erin zit - een literair kunstje.

'Absolute bullshit. Hard gras is gewoon mooi journalistiek werk. Soms neigt het naar literatuur - zo je wilt. Het is geen haar beter, maar ook geen haar slechter dan een wedstrijdverslag. ”Vleugelspelers kwamen maar moeizaam langs hun backs, en als het al een keer lukte wist Dirk Kuyt zijn opgelegde kansen niet te verzilveren.” Als ik het iets langzamer voorlees kan het zo in een dichtbundel, maar het is tegelijkertijd ook helemaal niets.

'Marco van Basten heeft een poef en hij schoot tijdens het EK in 1988 tegen Rusland vanuit een onmogelijke hoek de bal erin. Die reikwijdte heeft Van Basten. Ik vind alletwee interessant. Laat iedereen het lekker zelf uitzoeken.'

In zijn fictieve verhalen schrijft de Feyenoord-supporter over boksen, wielrennen, speerwerpen. Niet over voetbal. Fictie leent zich er niet voor. De omgeving is saai. Een veld met een hek eromheen. 'Je kunt er niet bij wegdromen.' Een wielrenner gaat van stad naar stad, wordt verrast door de regen, krijgt een wesp in zijn mond, moet even naar adem happen - en aan de finish staat een huilende vrouw met een bos bloemen. Wielrenners kunnen verhalen.

'Voetballers zijn vrij slechte vertellers. Wielrenners hebben een reizend beroep, leven uit de koffer. Ze zitten in allerlei verschillende hotels, in allerlei landen, met andere mensen, talen, eten. Voetballers spelen eens in de zoveel tijd een groot toernooi. Ed de Goey zegt dan: ''Ik moet drie weken van het vrouwtje weg.'' Arme Ed.'

Lijkt me een schat, Ed de Goey.

'Ik weet niet of het leuk is met Ed de Goey te leven.'

Jij zegt dat iedereen fantasie heeft.

'Onder dat vlaskopje van Ed de Goey zitten hersens die zijn gevoed door zijn jeugd, opleiding, werk, vrienden. Dus daar zit ook fantasie in. Misschien kan ie wel heel erg diep in de breipatronen van zijn eigen trui kijken. Ziet hij er voormalig Joegoslavië in.'

Ik denk het niet.

'Mooie vraag: Ed, wat zie je in je trui? ''Nou, ik zie daar voormalig Joegoslavië in. En dat kleine zwarte puntje is Tito.'' Zo Ed!'

Serieus: 'Iedereen heeft fantasie, maar het kan zwaar ingekapseld zijn, in medische termen dan. Als je fantasie oproept bij jezelf, creëer je vrijheid in je hoofd. Het mooiste dat er is, maar het is ook bedreigend. De eerste keer dat ik het meemaakte was ik een jaar of 15, op een camping met vrienden in het Bois de Boulonge. We dronken wat en gingen op onze rug liggen. Een jongen vertelde wat ie in die sterren zag en dat er achter die sterren nog meer zat en achter het heelal nog meer. Toen schrok ik: ho effe, ik ben nu op een plek waarvan ik niet meer zo goed weet hoe het zit. De bodem werd even onder me weggeslagen.'

Hij herinnert zich een volkomen associatief verhaal, waarin hij zijn gedachten helemaal de vrije loop liet. Niks van a tot z. Een 'half affe tekst', die hij ook nog ergens durfde voor te dragen. Het voert te ver die tekst te herhalen - een lezer zou al snel de draad kwijtraken. Maar het verhaal begint met een man die achter de lopende band veertjes op eieren zit te plakken en bereikt een tussentijds hoogtepunt als een hele dikke Surinaamse werkster wordt neergeschoten vanuit een kapotte auto.

'Je had die zaal moeten zien! Dan krijg ik last, van gedachten die over mekaar heen bui telen. Dan kijk ik om me heen en denk: begrijpen de mensen me nog?'

Later zegt hij: 'Het is ook wel vermoeiend, hoor, om elke keer lef en durf te tonen. Het maakt je niet zekerder. Ik voel me prettig in onzekerheid, omdat ik dan het creatiefst ben. Maar af en toe verlang je ook naar hele botte zekerheid, waardoor het niet knaagt in je hoofd.'

Onzekerheid kan je verlammen.

'Dan heb je je column ingeleverd bij de krant en denk je: heb ik Cruijff wel goed gespeld? 's Avonds durf ik 'm niet uit de brievenbus te halen. De telefoon neem ik niet op. Als er een sms'je piept schrik ik: o God. Geen plezierig gevoel. Maar ik heb wel het besef: het doet er kennelijk toe voor mezelf, wat ik maak. Het is niet zomaar wat. Dat is me toch eigenlijk het meeste waard.

'Ik ken uit het theater ook goede acteurs die lopen te kokhalzen als ze opmoeten. Ter wijl de Louis d' Ors en de gouden beelden en de weet ik wat opgestapeld in de achterkamer liggen. Maar zelf denken ze nog steeds dat ze niks kunnen. Kennelijk moet je die onzekerheid toelaten.'

Halvemaan, vraagt hij ineens, 'Schrijf je dat los of aan elkaar? Ik moet de laatste correcties doorgeven voor mijn boek. Kijk, sperziebonen weet ik. Weet jij sperziebonen?'

Ja.

'Ha! Goed antwoord. Dan hoef je het tenminste niet meer te zeggen.'

Pok.

Zijn glas valt om.

'Oh wat erg. Oh-oh.'

De cassetterecorder doet het nog.

'Dat toont professioneel gedrag. Het is witte wijn, hè? We gaan ervan uit dat ik die Gaultier van je niet hoef te vergoeden. Shit. Stomerij betalen? Ik heb wel meer dat ik een glas... vanwege mijn gesticuleren...'

Onrust, hè?

'We gaan door.'

Waarom vind je Maradona de grootste voetballer?

'Hij heeft laten zien hoe glorieus je kunt zijn in het voetbal én hoe diep je kunt zinken. Zo klassiek als hij zijn weelde draagt, of niet weet te dragen. Zoals hij zijn verdriet en verlies toont: het maakt allemaal niet meer uit nu. Maar als hij besloot dat een wedstrijd gewonnen moest worden, dan won hij die. Dat kunnen er niet veel zeggen.

'Ik ben voor een documentaire naar Na pels geweest met twee foto's van hem. Een oude, in een Napoli-shirt, en een in Cuba, met twee hartslagmeters aan elkaar geplakt vanwege zijn dikte. Die foto's liet ik zien aan de Napolitanen. Geweldig. Ik hoefde niets meer te vragen. De mensen maakten de verhalen over de hoogte- en dieptepunten in zijn leven omdat ze de foto's zagen. Daar zat alles in.'

Jij zoekt het drama.

'De rest is altijd minder.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden