'Ik ben een Augenblick-girl'

Toen de Finse filosofiestudente Riikka Pulkkinen de roman De grens schreef, ontdekte ze dat dáár haar hart lag. Nu de tweede is verschenen, Echt waar, gewagen critici al van de 'typische Pulkkinen-stijl'. In haar woonplaats Helsinki legt ze uit wat dat is.

Nadat ze met kleine hapjes de pastrami van zalm genuttigd heeft, begeleid door een fijne Riesling, taxeert de 31-jarige Riikka Pulkkinen ('nee niet Rika maar Riikka, wij Finnen houden van onze klinkers en medeklinkers') het porseleinen bord dat tevoorschijn is gekomen. Op de rand staat het logo van Kosmos, het restaurant in hartje Helsinki waar we hebben afgesproken. 'Deze borden zouden heel goed vijftig jaar oud kunnen zijn.' Toentertijd startte de legende van Kosmos als een magneet van artistiek volk. 'In de jaren zestig dansten de dichters hier op tafel. En nog altijd komen hier vooral culturele types. Het is een ongeschreven wet dat een schrijver die een grote prijs heeft gewonnen, de Kosmos afhuurt voor een feest.'


Niet dat zij dat zelf heeft gedaan, toen vier jaar geleden haar roman De grens het best verkochte debuut van Finland was. Ze kijkt liever toe dan dat ze ergens het middelpunt is. 'Het blijft wennen dat mijn leven zo veranderd is. Eergisteren was ik in Oulo, 600 kilometer vliegen naar het noorden van Finland, om een lezing te houden. In de stilte daar boven ben ik opgegroeid, dus ik heb ook mijn ouders weer even gezien. Maar gisterenavond had ik alweer een interview in de bibliotheek hier in Helsinki. En tegelijkertijd vonden er elders in de stad de eerste openluchtrepetities plaats van het toneelstuk dat is gemaakt van Echt waar, mijn tweede roman. Daar kon ik niet eens bij zijn. In november is de première.'


De enorme weerklank van haar boeken heeft Pulkkinen in die zin overvallen, dat ze haar studies filosofie en algemene literatuurwetenschappen, waar ze vijf jaar geleden mee bezig was, nog niet heeft afgemaakt. Pijnlijk maar waar. Ze maakt een excuusgebaar met de rechterhand, die met elastiekjes en een ingenieus mechaniek is ingepakt ('ik ben Riikka Scissorhand'), nadat ze een paar maand geleden had besloten eens te gaan paardrijden. 'Dat deed ik vroeger zo graag. Moet ik blijkbaar niet meer doen. Bij mijn eerste galop na al die jaren slingerde het paard mij van zijn rug. Pink gebroken, van mijn schrijfhand nog wel, en een paar nagels kwijt. Een kleine operatie was nodig.'


Daardoor ligt het werken aan haar derde roman tijdelijk stil, en dat frustreert haar. Ze wil verder, en wel in een hoger tempo dan waartoe de linkerhand haar nu dwingt. Het schrijverschap heeft haar in de ban, nadat ze als twintiger en studente zomaar wilde zien hoe ver ze zou komen met een roman schrijven. Dat werd Raja (2006), waarvan de Nederlandse vertaling De grens (2009) aan de elfde druk toe is. In de herfst van 2010 kwam de opvolger: Totta, ofwel Echt waar, die inmiddels aan veertien landen is verkocht.


Als een literaire douanier onderzoekt Pulkkinen personages in grenssituaties. In De grens: een getrouwde leraar die een intense relatie begint met een pupil van zestien, en een vrouw wier man aan alzheimer lijdt en die een andere man leert kennen. In Echt waar: een kleindochter die ontdekt dat haar opa Martti, een schilder, in de vrijmoedige sixties gedurende drie jaar een relatie heeft gehad met Eeva, een studente die nota bene de nanny was van zijn dochter. Terwijl opa's echtgenote Elsa een beroemde onderzoekspsychologe is, die in die turbulente jaren voortdurend op pad moest om lezingen te geven, en die ondanks haar wijsheid en humor (tegen haar man, als die haar op hoge leeftijd heeft vastgelegd: 'Na mijn dood vragen ze jou: waarom wilde u een lege aardappelzak schilderen?') niet in de gaten had wat zich thuis afspeelde.


Pulkkinen: 'In Finland hebben we dit gezegde: schoenmakerskinderen krijgen zelf geen schoenen.


'Elsa heeft beroepsmatig het geloof dat kinderen de vreselijkste situaties kunnen overleven, en ze gelooft in haar eigen gezin. Daarom heeft ze haar eigen dochter nooit verteld wat er in de jaren zestig is gebeurd, namelijk dat ze als klein kind enige tijd een tweede moeder heeft gehad. Die dochter heeft dat overleefd, door het later te verdringen. Om een identiteit te hebben, moeten we ons goed herinneren waar we vandaan komen, maar om te overleven, moeten we de herinneringen die te pijnlijk zijn weer zien te onderdrukken.'


Liefde en dood, daar gaat het over bij haar - niets nieuws, met dien verstande dat Pulkkinen haar manier heeft om over het begin en einde daarvan te verhalen. 'Mijn boeken spelen zich in Helsinki af, de Kosmos komt in Echt waar voor, herkenbare plekken helpen mij bij het schrijven, maar die locaties zijn niet essentieel. Wie heeft de macht, vroeg ik me af toen ik De grens schreef; de leraar die een leerlinge verleidt grenzen over te gaan, of de leerlinge die een getrouwde leraar uitdaagt? En bij Echt waar is die jonge Eeva die studeert, en die kinderjuf wordt bij een fameus echtpaar, een soort inbreker: zij wordt de intimiteit van een gezin binnengehaald en dan gaat ze twee levens tegelijk leiden. Dat van een studente die met leeftijdgenoten meediscussieert over revolutie en kunst, zeer abstract en heftig; en dat van een tijdelijke moeder en heimelijke minnares.


'Je kunt dat een commentaar noemen. Terwijl de jaren zestig bol stonden van experimenten en revolutionaire theorieën, ook over de liefde, zag men de praktijk over het hoofd, waardoor er in die fijne tijd ook slachtoffers zijn gemaakt. Eeva wil alles of niets in liefdeszaken, en omdat haar liefde een getrouwde man is kan dat alleen maar niets worden. Na drie jaar trekt zij zich terug uit die relatie. Anna, de kleindochter van de schilderende opa, wil zoveel jaren later uitzoeken waar Eeva is gebleven, van wie na 1968 elk spoor ontbreekt.


'Bij Eeva's lot dacht ik aan het zondebokmechanisme, zoals de Franse antropoloog René Girard dat heeft gedefinieerd. Een groep zoekt altijd een zondebok, om zich daarvan te ontdoen en zich vrij te voelen. Maar iemand kan zich ook als offer aanbieden, stelt Girard, die naar Christus verwijst. Eeva voelt zich iemand van vroeger, door haar bijna antieke idee van liefde dat geen stand houdt in de jaren zestig. Zij offert zich op, in de meest letterlijke zin. Zij verdwijnt.'


Tegen het eind van haar onderzoekingen zegt Anna: 'Ik krijg steeds meer het idee dat liefde niet in deze wereld thuishoort.' Dat kan een reactie zijn op het droevige lot van Eeva, die niet ouder is geworden dan 26 jaar. Anderzijds: Anna is wél in leven, jong, heeft een vriend, met andere woorden: misschien is háár pessimisme van tijdelijke aard.


Pulkkinen: 'Ja, voor Eeva was liefde onvoorwaardelijk. Anna spiegelt zich aan haar. Maar om te overleven, is haar ontdekking, moet ze er toch een ander beeld van de liefde op na gaan houden. Daarom zegt ze dat liefde niet in deze wereld thuishoort. Maar hoe haar eigen leven er uit zal zien, kan ze niet overzien. Het leven van een voorbijganger in woorden vangen is zo lastig niet, maar het binnen je eigen verhaal uithouden, dat is moeilijker.'


Geef Riikka Pulkkinen een detail en ze bouwt er een verhaal omheen. In beide romans leende ze dit persoonlijke trekje aan haar vrouwelijke hoofdpersonen uit: bij een passant op straat of iemand in de tram verzint ze in enkele trefzekere zinnen een volledige biografie. 'Klopt, dat doe ik instinctief. Critici en lezers hier hebben het zelfs over de impressionistische Pulkkinen-stijl.' Die tot observaties kan leiden als deze, in Echt waar: 'Oma lacht; Anna ziet de verbazingwekkend roze tong. De menselijke tong blijft altijd hetzelfde, van kinderjaren tot ouderdom; diezelfde tong zoekt de moederborst en later ook ander voedsel, diezelfde tong vormt woorden, liefdesverklaringen en bevelen en wetenschappelijke argumenten en nog meer liefdesverklaringen en verzoeken en dankbetuigingen voor zorg en verzorging.' Een leven in twee zinnen.


Pulkkinen: 'Misschien is die neiging van mij een Heideggeriaanse tic. Ik heb de Duitse denker natuurlijk tijdens mijn studie gelezen, en hij heeft de term Augenblick-ervaring gemunt: een detail opmerken dat een heel leven weerspiegelt. Een vriend van me noemt mij een 'Augenblick-girl', en zo kan ik mezelf ook zien. Het zijn een soort drempelervaringen - ik hád ze altijd al, en bij het schrijven komen ze mij goed van pas.'


De schilder Martti in Echt waar heeft het gevoel alleen maar uit waarnemingen te bestaan: 'Sommigen noemden dat inspiratie, maar het ging om iets dat veel pretentielozer was, veel natuurlijker.' Hij kan dan pesterig tegen een curator zeggen: 'Mystiek heeft er niets mee te maken. Ik doe afstand van mezelf en krijg de wereld ervoor in de plaats.'


Pulkkinen knikt: 'Misschien wat pompeus, maar zulke termen bezigde men in de jaren zestig - en in de kern kan ik Martti wel volgen. Dat is trouwens iets wat ik bij alle personages probeer: ze te begrijpen, ook al overschrijden ze soms grenzen. Weinig zo irritant als een schrijver die merkbaar over zijn personages oordeelt.'


Riikka Pulkkinen: Echt waar.

Uit het Fins vertaald door Annemarie Raas.


De Arbeiderspers; 304 pagina's; € 19,95.


ISBN 978 90 295 7603 1.


Van De Grens verscheen zojuist een pocketeditie (€ 7,50).


CV

1980 geboren op 8 juli in Tampere (Finland)


1998 begint studies filosofie en algemene literatuurwetenschappen, Universiteit van Helsinki


2006 werkt in deeltijd in de Academische Boekhandel van Helsinki, als haar debuutroman Raja verschijnt (De grens)


2007 debuutprijs voor het populairste debuut van Finland, 50 duizend exemplaren


2010 tweede roman Totta (Echt waar)


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden