IK ben de man

Uitstraling is net zo belangrijk als balbehandeling, een subtiele voetbeweging is tien keer meer waard dan een doelpunt. Straatvoetbal is cultuur geworden....

Dit is de situatie: tientallen jongens hangen in diverse stadia van onverschilligheid rond een minivoetbalveldje dat is ingericht op de bovenverdieping van het Arnhemse jongerencentrum Wil lemi. Ze komen uit Nijmegen, Arnhem, Rot ter dam, Amsterdam, Almere, en zelfs helemaal uit Oss, de meesten zijn niet ouder dan achttien, en 90 procent is van Suri naamse, Turkse, Marokkaanse of Antil liaan se afkomst.

De pompende hiphop is nu al, om een uur of zeven 's avonds, op oorverdovende discotheeksterkte, elk zinvol gesprek is onmogelijk. Ondanks de bloedhitte binnen, blijven sommige jongens koppig hun dikke, gewatteerde jassen dragen. De atmosfeer is zwaar van de bestudeerde attitudes. Iedereen lijkt zonder veel enthousiasme te wachten op de dingen die komen gaan, op een paar Marok kaanse jongens na, die in een hoekje achteraf alvast hun passeerbewegingen oefenen. Ze zijn niet ouder dan dertien.

Effectief een-tweetje

Keiharde muziek, rondhangende jeugd, bier, sigarettenrook, broodjes pom Voor een buitenstaander lijkt het niet de gelukkigste opmaat voor een sportevenement, maar in feite is dit zootje ongeregeld het perfecte decor voor een toernooitje straatvoetbal. Zelfs de gespeelde verveling van de toeschouwers hoort er helemaal bij. Alleen het veld deugt niet, daar is iedereen het over eens. Deze variant van het straatvoetbal kent in zijn normale uitvoering een boarding, waar een slimme speler handig gebruik van kan maken. Maar hier in Arnhem heeft de organisatie een soort dranghekken neergezet, die maken niet alleen een effectief een-tweetje met de zijkant onmogelijk, ze zijn ook nog gevaarlijk. Want als het om winnen of verliezen gaat, verloopt het spel niet altijd even zachtzinnig.

Peruaanse muts

Eindelijk, eindelijk gaat er iets gebeuren. Twee jonge negers maken zich langzaam los van het podium aan de rand van het speelveld, en beginnen somber kijkend wat kunstjes met de bal uit te halen. Bal opwippen, razendsnel je voet eromheen halen en de bal met de wreef weer opvangen. Toktok tok toktok de jongens kijken erbij alsof ze de afwas aan het doen zijn.

De toeschouwers slaan het gade met geveinsde desinteresse. Die ene draagt een

2 pac-shirt, de ander onderscheidt zich in dit kleurrijke gezelschap met een waanzinnige, gebreide Peruaanse muts die hij diep over zijn voorhoofd heeft getrokken. Hun tegenstanders, van respectievelijk Turkse en Suri naamse afkomst, kijken uitdagend toe. Ter wijl de beat zwaar blijft dreunen en de ver zamel de toeschouwers zich langzaam maar zeker rond de hekken beginnen te verzamelen, zet het partijtje zich in beweging.

De kolderieke uitdossing van sommige spelers verbaast niemand. Als jij je tegenstander kan imponeren door een panty of een blauwgeruite bandana half over je kop te trekken en met onmogelijk grote shorts aan je kont het veld te betreden, dan zul je dat zeker niet nalaten. Je uitstraling is misschien wel net zo belangrijk als je balbehandeling. En daarom doe je geen warming-up of iets dergelijks. Dat zou alleen maar kunnen verraden dat je werkelijk je best doet om te winnen. Terwijl de kunst nu juist bestaat uit het uitstralen van de juiste nonchalance. Kijk, moet je zeggen met je houding, ik kan jullie aan zonder dat ik maar één zweetdruppel te veel hoef te verspillen. Ik verveel me bijna terwijl ik jullie alle hoeken van het veld laat zien.

Whoeoeoeoeoeoe!!! Een storm van gejuich steekt op als later op de avond één van de spelers met een subtiele voetbeweging zijn opponent de verkeerde kant op heeft gestuurd. Ongehinderd schuift hij de bal in het doeltje. De jongen, een blanke slungel uit Oss, speelt het cool.

Een doelpunt vier je niet bij straatvoetbal. Een kort handgebaar naar een teamgenoot, dat is alles.

In dit spel draait het in de eerste plaats om status. Je wilt de man zijn, de bink van de avond, en hoe bereik je dat? Niet door simpelweg die bal erin te schieten. Winnen helpt, maar is niet noodzakelijk. Winnen, en scoren, dient een hoger doel: het volstrekt vernederen en voor joker zetten van je tegenstander, waarmee je tegelijkertijd het publiek showt dat jij de grootste straatvoetballer van allemaal bent, en dat jij meer dan wie ook recht hebt op respect (een woord dat je veel hoort in kringen van straatvoetballers).

Panna-knock-out

Het begon op straat. Natuurlijk begon het op straat. Al is het moeilijk te zeggen wanneer het straatvoetbal zich begon te ontwikkelen tot het duel van kunsten vliegwerk dat nu bekend staat onder namen als ring soccer of panna knock-out.

Vast staat dat er op een gegeven moment op de pleintjes van de grote steden iets op gang kwam dat steeds verder af kwam te staan van het klassieke partijtje voetbal, met jassen op de grond en kopdoelpunten die voor twee tellen. Scoren werd minder belangrijk. Jongens, vaak van Surinaamse of Ma rokkaanse afkomst, waren er steeds meer op uit om elkaar voor schut te zetten met die bal. En dat deden ze door de meest ongelooflijke bewegingen te ontwikkelen, de ene nog mooier dan de andere. Soms imiteerden ze voetbalidolen als Ronal do, Zidane of Pro si necki, maar veel vaker nog verzonnen ze hun eigen trucs, die ze net zo vaak oefenden tot ze een bepaalde techniek tot in de perfectie beheersten.

Sportfabrikant Nike, er altijd als de kippen bij om in te haken op 'jeugdcultuur', plukte het fenomeen van de straat in de aanloop naar het Europees Kampioenschap voetbal 2000. Er werd een toernooi voor straatvoetballers georganiseerd en in commercials werden de trucjes en bewegingen verder gecultiveerd, zelfs tot het punt dat het onduidelijk was wat eerst kwam: het 'originele' straatvoetbal of de Nike-variant daarvan. Nike begon ook met het sponsoren van jongens die naam hadden gemaakt op de straat. Inmid dels was het Nederlands definitief uitgebreid met het woord panna.

De panna is straatjargon voor de diepste vernedering die je iemand tijdens een partijtje kunt aandoen. Het is in feite niets meer dan het klassieke poorten: je tegenstander passeren door hem de bal door de benen te spelen. Kom je iemand op die manier voorbij, dan zou die klojo die zich heeft laten foppen nog het liefst onder een rotsblok kruipen van schaamte.

Ajax

Nordin Wooter kent het gevoel als je een keer wordt gepoort. Dan ben je dus echt zwaar de, uh, nou ja in ieder geval is het een afgang. En al je vrienden staan erbij en kijken ernaar, en ze lachen je uit. Maar wat een fantastisch gevoel als je zelf iemand voor paal zet. Als opgroeiende jongen leerde Wooter het voetbal op de pleintjes van Amsterdam-Noord, en sindsdien is hij altijd een beetje straatvoetballer gebleven, ook toen hij de kans kreeg om prof te worden bij Ajax. Tegen woordig speelt Wooter bij rbc uit Roosen daal, na zijn jaren bij Ajax voetbalde hij jarenlang in Spanje (Real Zaragoza) en En ge

land (Watford). Als hij in die jaren 'szomers in Nederland was, en het weer was goed, dan kon je er vergif op innemen dat in de loop van de dag overal in het oude, vertrouwde straatvoetbalcircuit mobieltjes begonnen te rinkelen. Afspraken waren razendsnel gemaakt. Hé man, waar zit je? Waar gebeurt het? Nou, die en die gaan naar het Iepen plein. En vervolgens stapte Wooter zonder aarzelen in de auto en reed hij van zijn hometown Almere naar Amsterdam-Oost. Of naar het basketbalveldje bij metrostation Gein, in de Bijlmermeer. Of naar het Balboa-plein in West, waar in hun tijd Gullit en Rijkaard voetbalden. Het hing er maar net van af wel ke plek op dat moment hot was. Schoenen aan en spelen maar. Niet omdat je ervoor betaald kreeg, maar omdat het leuk was. Zo begon het voetbal tenslotte ooit. Met plezier. 'Bij een club moet je je aan regels houden, en aan posities', zegt Wooter met een toon die spijt verraad. 'Op straat speel je puur op gevoel.'

Denk niet dat Wooter, omdat hij toevallig betaald voetbal speelt, de grote man is bij die partijtjes. Echt niet. De laatste jaren heeft hij op straten en pleintjes talloze gasten gezien die nog veel beter waren dan hij, jongens met zo'n verschrikkelijk goede techniek dat het bijna zonde was dat ze geen podium hadden. Het bracht hem op een idee, en dat idee leidde uiteindelijk tot de oprichting van zijn bedrijf Masters of the Game. Wooter en een select groepje straatvoetballers geven hiermee clinics en demonstraties bij bedrijven of andere instellingen.

Door de onderlinge competitie komt de lat telkens een beetje hoger te liggen. Want jongens blijven jongens. Als de één een nieuw foefje heeft uitgevonden waaraan bij wijze van spreken twee dubbele scharen en een hakje achter het standbeen langs te pas komen, dan wil de ander daar de week daarop weer overheen met iets dat nog geraffineerder is en sneller gaat. En zo voort.

Tot zelfs Wooter het niet meer kan bijhouden. 'Bij de club moet ik ook aan mijn conditie en kracht werken, maar de jongens die ik ken van de straat zijn elke dag bezig met nieuwe trucs. Ze oefenen net zo lang tot ze er iemand mee kunnen uitspelen. En daar krijgen op straat weer respect mee.'

Interessante markt

Wooter wil met Masters of the Game het straatvoetbal als lifestyle aan de man brengen. De scene gaat om meer dan alleen voetbal. 'Al die jongens houden van een bepaalde stijl', verklaart hij. 'Daar hoort muziek bij, een bepaalde sfeer, en dat proberen we uit te dragen bij die evenementen.'

Masters of the Game heeft een eigen website met videobeelden van de mooiste trucjes van de 'Masters', en het bedrijf brengt via de site dvd's en kleding aan de man. De komende maanden houden de Masters ook een summer tour door Nederland. De intentie is om uiteindelijk ook wat aan al die activiteiten te verdienen. Wooter: 'Je kunt niet maar blijven organiseren zonder dat je er beter van wordt.'

Toch is hij kritisch op het 'commerciële' Nike. 'Nike organiseert veel omdat straatvoetbal nu hip is. Ze zien een interessante markt. Maar wij zijn echt van de straat. Ik heb gezien hoe ze op die toernooien van Nike elkaar bijna door de hekken heen gooien. Bij ons is er veel meer onderling res pect. Het gaat om de techniek. Op het veld kan je een heel eind komen als je groot en sterk bent, maar op straat doe je niet mee als je geen bewegingen in huis hebt.'

Straatkoningen

Het commentaar van Marciano Vink (ex-Ajax, ex-psv) na een intensief partijtje tweetegen-twee komt in horten en stoten. 'Ik heb (hijg) bijna een jaar niet gevoetbald (hijg). Dit is (hijg) heel inten(hijg)sief.' Vink zoekt steun bij de boarding. Even op adem komen. Dit is een andere stiel dan hij gewend is. Veel stilstaan en afwachten, en dan plotseling de versnelling. Die partijtjes zijn een regelrechte aanslag op je conditie, ook al duren ze maar een paar minuten. En dan speel je ook nog tegen jongens die de bal aan een elastiek lijken te hebben. Je krijgt er geen vat op. 'Wat die jongens met hun voeten kunnen is ongelooflijk.'

Masters of the Game geeft een clinic in een sportcentrum in Almere, en Wooter heeft het op de één of andere manier voor elkaar kregen dat een paar (oud)profs hun kunsten komen vertonen. Aron Winter is er, Vink natuurlijk, Orlando Trustfull en Arno Splinter. Naast de bekende namen lopen hier ook voetballers rond die bij de vaste kijkers van Studio Sport geen belletje doen rinkelen, maar in het straatcircuit hoge ogen gooien. Jermaine Vanenburg en Edward van Gils bijvoorbeeld, en ook jongens die alleen bekend staan onder een kort maar krachtig 'Moesi', 'Skil'O' of 'Boukha'.

Goochelaars zijn het. Kunstenaars op de vierkante meter, die hun status van straatkoningen op de juiste manier weten te dragen. Ze dragen lange sportbroeken die om hun benen slobberen, met daaronder lage Nike(!) of Adidaszaalschoenen. Ze praten over panna's, akka's, klemmen en snekies zoals andere mensen het over het weer of over de rentestand hebben.

Iedereen lijkt iedereen te kennen in het straatcircuit. Oude bekenden drukken hun knokkels tegen elkaar. Korte omhelzingen volgen. Kleine kinderen hangen eromheen. Dit is waarschijnlijk wat Wooter bedoelt met de scene; een nauwelijks te omschrijven cultus van jongens die helemaal down zijn met elkaar. Ze stralen allemaal hetzelfde ontspannen zelfvertrouwen uit. Dit is de wereld waar ook jongens als Edgar Davids, Kiki Musam pa en Mario Melchiot bijhoren. Gearriveerde profs, stuk voor stuk, maar als ze even in Nederland zijn en het weer is goed, dan is een partijtje straatvoetbal met twee, drie telefoontjes georganiseerd. 'Als hij in Amster dam is, voetbalt Edgar nog steeds op straat', weet Wooter. 'En als Kiki over is uit Spanje, belt hij mij altijd om te horen waar we spelen.' Kennelijk is het niet af te leren.

Vanenburg

Boemkakaboemkakaboemkakaboem De keiharde hiphop schalt door de hal. In het twee-tegen-twee wordt langzaam duidelijk dat het 'straatvoetbal' dat hier wordt gespeeld ongeveer net zo veel met voetbal heeft te maken als pingpong met tennis. Van Gils en Vanenburg (geen familie) spelen tegen twee jongens die duidelijk te fanatiek hun best doen om echte straatvoetballers te zijn. Ze zweten. Ze lopen zich vrij. Ze geven elkaar de bal af. Ze spelen, kortom, het 'normale' voetbal. Maar als Van Gils of Vanenburg de bal krijgen, gebeurt er iets heel anders. Ze geven die bal niet meer af. Van Gils draagt een nonchalant op zijn hoofd zittend petje, een eenvoudig wit T-shirt en een lange sportbroek, en in zijn nek zit een grote tatoeage. Met een bal aan zijn voeten transformeert hij tot een soort Zinedine Zidane in het kwadraat. Hij haalt de bal onder zijn voet door en achter zijn standbeen langs, niet één of twee keer maar wel twintig keer als het moet, net zo lang tot zijn tegenstander helemaal gek is van al dat draaien en keren.

En dan, als de concentratie even verslapt, slaat hij toe als een hongerig roofdier: twee snelle voetbewegingen, tiktik, en in een fractie van een seconde is hij er langs. Woeoeoe!!!

Maar Vanenburg en Van Gils verliezen wel, dik zelfs. Dat komt omdat ze het, zelfs bij een open kans, niet kunnen laten om hun tegenstander nog een keer te omspelen, en nóg een keer; gewoon voor de gein. Ze lachen er zelfs bij, terwijl ze het ene na het andere doelpunt om hun oren krijgen. De tegenstanders zijn twee jongens met korte sportbroeken, die de bal er gewoon in schieten als ze een opening zien. Die hebben dus niet helemaal begrepen waar het eigenlijk om gaat.

Ironie

De 26-jarige Van Gils heeft nog even aan het profbestaan geroken, maar verder dan het tweede elftal van clubs als az en Excelsior is hij nooit gekomen. Nu voetbalt hij in de zaal. 'Hier kun je het pure spel nog zien. In het betaalde voetbal gaat het alleen maar om de centen. Wij hebben er echt plezier in.'

Plezier of niet, de ironie van het huidige, georganiseerde 'straatvoetbal' is dat het grotendeels van de straat is gehaald. Toernooien zijn verplaatst van de pleintjes naar sport hallen en discotheken. Maar de straat zelf blijft natuurlijk de basis van alles, verzekert Wooter.

Als de zon er weer bij is, het is zaterdagmiddag en je hebt even niets te doen, dan bel je gewoon een paar van de jongens en een uurtje later sta je met zijn allen op het pleintje waar je het ooit allemaal geleerd hebt. Dan probeer je voor het eerst die beweging waar je de hele week op hebt geoefend, en waarbij je doet alsof je naar links gaat, terwijl de bal gewoon achter je standbeen blijft liggen. En die gozer trapt erin, hij struikelt over zijn eigen benen en je neemt de bal mee onder je voet en bent hem voorbij. Woeoeoeoe oeoeoe!!!, klinkt het vanaf de kant, en op zo'n moment weet je dat de rest van de dag niet meer kapot kan. Want jij bent de man. En daar gaat het om.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden