Ik ben de Haat

Het Planbureau waarschuwt voor getto-vorming in wijken met grote concentraties allochtonen. Zoals flat Florijn, in de Amsterdamse Bijlmer. Taxichauffeurs willen die kant niet op, de politie adviseert er 's avonds niet te komen, in de lift ruikt het naar uitwerpselen....

PETER BEKKERS

In december 1966 sloeg de burgemeester van Amsterdam de eerste paal in de grond van de functionele stad de Bijlmer. De droom was mooi: een man met een goeie baan komt 's avonds in de auto uit zijn werk en rijdt hoog boven het maaiveld over de Bijlmerdreef naar zijn parkeergarage, die door een hoge overdekte loopbrug is verbonden met de flat waar hij woont. De flat heet Florijn. Als het regent wordt de man niet nat. Als het vriest krijgt hij het niet koud.

Een lift brengt hem verder omhoog. Daar wachten vrouw en kind, met wie hij na het eten nog wat gaat wandelen in de parken die zijn aangelegd onder de snelwegen, de metrolijnen en de loopbruggen. Het kind kan onbekommerd spelen tussen de bomen, de struiken, de planten en de bloemen. Regent het, dan is er altijd wat te doen in de gezamenlijke recreatieruimte.

De man is nooit alleen in de functionele stad, maar altijd in groepen of stromen. Ook zijn vrouw is nooit alleen. Er zijn duizend gelukkige mannen zoals hij, met een goede baan, een gezin en een auto. Iedereen woont, werkt en ontspant zich op dezelfde uren. Hij wordt niet beroofd, zijn auto wordt niet opengebroken, hij krijgt geen mes in zijn rug, want allen zijn hetzelfde, allen zijn gelukkig in de functionele stad, de stad van de toekomst waarin geen wanhopigen zijn. En iedereen lacht en elke lach is een teken van het vreugdevol samenzijn in de Bijlmer.

'En we komen je afhandelen, gore baggerkop' Zo begint een gedicht uit de bundel De jungle bloedt van Vincent Vollemans. We schrijven 1995.

'Ik ben de HAAT! Ik ben de Haat! Ik ben de HAAT' Zo eindigt een ander gedicht uit dezelfde bundel.

Vincent Vollemans (31) laat geweld, angst en haat zien. Niet om erover te klagen, maar om het te laten schitteren. Hij woont in de flat Florijn, die met 800 woningen de grootste en langste honingraatflat is uit de Bijlmer.

Is het veilig om hem op te zoeken, 's avonds, in zijn flat? De politie: 'Komt u van buiten? Dan zou ik het niet doen als ik u was. U weet de weg niet. Wij kunnen uw veiligheid niet garanderen. Florijn is een van de ergste flats in de Bijlmer.'

W. Kwekkeboom, hoofd stafbureau van woningbouwvereniging Nieuw Amsterdam, die de flats beheert: 'Heeft de politie dat gezegd? Dat vind ik bij de spinnen af. Er zijn flatwachten in Florijn, dat zijn een soort stadswachten. Als iemand bang is of de weg niet weet kan hij vragen om begeleiding en die krijgt hij dan. Als er geweld is in de flat of vandalisme komen ze meteen.'

Lucienne Gena, coördinatrice van het streetcornerwork in de Bijlmer voor dakloze jongeren tot en met 25 jaar, gevestigd onder de parkeergarage van Florijn: 'Je moet niet in je eentje in het donker een lang stuk lopen, je moet nooit met een tas lopen, je moet rechtop lopen, je moet bij het lopen recht naar voren kijken en op bepaalde plekken niemand in de ogen kijken. Maar ik wil er wel op wijzen dat er een groot verschil is tussen gevoelens van onveiligheid en werkelijke onveiligheid.'

Een politieman van bureau Flierbosdreef: 'Het geweld komt in golven, als poepen zeg maar. Het is voornamelijk een verslaafdenprobleem. Het ergste is het in Kraaiennest, Heesterveld, Fazantenhof en de FD-flats, waartoe ook Florijn behoort. De golf van berovingen is al een paar jaar aan de gang, daar kan ik niet omheen. Maar ik blijf zeggen dat het niet erger is dan elders in de stad.'

Een Ghanese bewoner van Florijn: 'Ik ben bedreigd door een man met een pistool en door een man met een mes. Ze werden gearresteerd, maar de volgende dag zag ik ze weer op straat. Als je in Ghana wordt gearresteerd voor zo'n daad dan word je gemarteld. Je wordt heel slecht behandeld en je krijgt gevangenisstraf. Dat is beter.'

Vrijdagavond, negen uur. Twee taxi-chauffeurs weigeren naar Florijn te rijden, ondanks de belofte vooraf contant te betalen. De parkeergarage van de flat Florijn is vrijwel leeg. Tl-buizen verlichten de garage. Het klinkt zo hol als een ruimte maar kan klinken. Hier en daar staan in het halve duister groepjes jongens en mannen. Een van de jongens tikt op het raam van de auto. 'Als je de auto hier parkeert, doe de deuren niet op slot, anders breken ze de auto open.'

De overdekte loopbrug over, langs het groepje snorders (chauffeurs van illegale taxi's), de lange gang door, de lift in die naar uitwerpselen van mensen ruikt, dan langs een eindeloze rij deuren tot aan de deur van Vincent Vollemans, de enige blanke op de galerij. Hij kijkt naar een kickboksfilm op TV. Is er veel kickboksen op TV?

'Alleen maar.'

'De politie heeft me gewaarschuwd hier 's avonds niet te komen.'

Vollemans: 'Dat klopt, het is gevaarlijk, maar ze moeten niet overdrijven. Als het donker wordt verandert de scene. Dan moet je oppassen. 's Avonds wordt er een ander spel gespeeld. De criminelen en de junkies weten precies wie uit de Bijlmer komt en wie niet. Er lopen hier jongens rond, misdadigers voorbij ieder criminaliteitsmodel, los van elk sociaal vangnet. Ze hebben andere ogen, ze komen van achter een struik of een boom tevoorschijn en opeens staan ze voor je.'

Uit De jungle bloedt: 'Rot op met de bomen! Vergas het struikgewas, sloop de groengordel, mol de planten, vermink de bloemen verschrikkelijk! Hak in op het bos' En: 'Klets niet! Ik wil geld zien, en wel een beetje snel - jij ga klappe vange! Getortilleerde drollekop! Tyfusmiet'

Vollemans: 'Mijn gedichten zijn niet zwaar van doorleefdheid. Dat is meer voor de dominees van de Nacht van de Poëzie. Het gaat mij louter om de schittering van de criminele actie. Die wil ik laten zien, zonder moreel commentaar. Eigenlijk schrijf ik geen gedichten, maar emblemen, hologrammen. Ik wil het kwaad laten verschijnen. De Bijlmer gebruik ik als kruit. Toch is het niet iets wat ik doe met de Bijlmer, het is iets wat de Bijlmer doet met mij. Als ik in dat hologram ben, moet ik knip kunnen doen met mijn vingers, anders blijf ik erin. Er zijn een heleboel mensen die dat niet meer kunnen, die komen niet meer terug, die gaan die horror léven. Zo krijg je seriemoordenaars en andere monsters.'

Hij wil weg uit Florijn. Het is alsof er een muur om de Bijlmer staat, alsof je door een zwart gat moet kruipen om in de stad te komen: 'Je bent hier geen mens, je lijkt meer op een soort van beest. Het is echt een getto. Junks slapen in de containerplaatsen. Iedereen heeft z'n eigen stortterrein voor de deur. De bomen hangen vol luiers en WC-papier. Afrikanen gebruiken wc-papier, maar ze gooien het niet in de wc. Ze bewaren het gebruikte papier in een mand en als die vol is, storten ze het over de rand van de galerij. Ze plassen overal. Dat zijn ze gewend. We hebben hier niet alleen kakkerlakken, maar ook andere, geheel nieuwe species. En er komen alleen maar soorten bij. Florijn heeft een heel eigen phylogenetica. In andere flats is het nog erger.'

De helft van de bewoners van Florijn is werkeloos. De leegstand is 3,7 procent, de verhuisgraad vijf keer zo hoog: 17,6 procent. Kwekkeboom: 'Dat is een probleem, je weet nooit precies wie er in de flat woont. De onderlinge betrokkenheid is gering. Elke week verhuist er wel iemand.'

Hans Weenink, huismeester van Florijn, inspecteert 's ochtends vroeg de woning van een bewoonster die een huis heeft gevonden in Amsterdam-oost. Ze gaat Florijn verlaten. 'Goed', zegt hij tegen haar, 'dan ben je van de woning af, dan heb je het gehad hier. Jammer dat je weggaat.' Weenink is groot en sterk, hij is nergens bang voor, behalve misschien een beetje voor zijn superieuren, die niet graag zien dat hij de flat in een al te kwaad daglicht stelt.

In de woning naast Vollemans is een ruit kapot. Het is vannacht gebeurd. Weenink doet er het zwijgen toe. Vollemans: 'Ik zal je zeggen wat er is gebeurd. Het was een inbraak. De politie komt niet, dat weten de inbrekers. De flatwacht neemt zogenaamd kleine taken over van de politie, maar dat is alleen maar een excuus voor de politie om niet te komen. De flatwachten hebben geen wapens, dat weet iedereen. De inbrekers pleuren een ruit in en wachten of er wordt gereageerd. Ze staan gewoon voor het huis te wachten. Komt er niemand, dan gaan ze naar binnen. Er is totaal geen sociale controle meer. Als ik niet had gereageerd, was alles van waarde weg geweest.'

In juni 1996 wordt er beslist wat er met de flat Florijn zal gebeuren, sloop of renovatie. Kwekkeboom: 'De Bijlmer zal tussen nu en 2006 een complete metamorfose ondergaan. Essentieel voor de functionele stad was de scheiding van wonen, werken, verkeer en recreatie. Die scheiding wordt waar mogelijk ongedaan gemaakt door middel van sloop, renovatie en nieuwbouw. Wat hier wordt gesloopt is de functionele stad. Het was een mooi idee. Het werkte niet. In 2006 moet de metamorfose voltooid zijn. Dan zal het een gewone stad zijn met gewone flats en gewone huizen en straten.'

Vincent Vollemans: 'Al die plannen, het helpt niets. Het kwaad zit in ons systeem. Breek je de Bijlmer af, dan verhuist het kwaad naar een andere plek. Er is een tunnelsysteem, een soort infernaal internet, waar het doorheen kan reizen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden