'Ik ben behoorlijk goed'

Paul Thomas Anderson doet niet mee aan de 'bullshit' in Hollywood. Hij schrijft scenario's voor zijn eigen plezier en dat van bevriende acteurs....

Door Jan Pieter Ekker

Paul T. Anderson wil graag weten wat er in Rotterdam is gebeurd. Tijdens zijn bezoek aan het afgelopen filmfestival had hij iets opgevangen over 'een doodgeschoten politicus' - naar zijn idee 'een krankzinnig verhaal waar zeker een film in zit'.

De regisseur, geboren in Studio City in Californië, verbaast zich erover dat het moordverhaal hem nu pas ter ore is gekomen. 'Ik heb van mezelf het idee dat ik goed op de hoogte ben. Maar dit is totaal langs me heen gegaan.'

Zijn voorliefde voor afwijkend nieuws spreekt uit Punch-Drunk Love. De film is gebaseerd op een bericht uit Time Magazine over een ingenieur aan de Universiteit van Californië, die voor nog geen drieduizend dollar 12.150 Healthy Choice-puddinkjes kocht en daarbij 1,25 miljoen airmiles cadeau kreeg. Dankzij een fout in het systeem kon de Pudding Guy zijn leven lang gratis vliegen.

In Punch-Drunk Love speelt lach-of-ik-schiet-komiek Adam Sandler puddingman Barry Egan. Hij is een gefrustreerde nerd in een helblauw pak, die veel te stellen heeft met zeven kakelende, dominante zussen. Als hij de labiele Lena (Emily Watson) ontmoet, ontstaat de 'punch-drunk love' uit de titel - een boksersterm voor de gemoedstoestand die optreedt na te veel klappen. 'Ik houd zoveel van je dat ik met een moker op je gezicht wil rammen', zegt Barry. 'Ik houd zoveel van jou dat ik je oogballen wil uittrekken om op te zuigen', antwoordt Lena.

Het berichtje is volgens Anderson slechts een van de vele uitgangspunten voor zijn surrealistische romantische komedie. 'Ik weet niet precies hoe mijn werk totstandkomt, wat er eerst is en waarom. Ik weet wel dat ik een verhaal voor Adam wilde schrijven, dat ik graag eens iets met Emily wilde doen, en dat ik na Magnolia niet weer een zielige film wilde maken. En ik hoorde via via een goed verhaal over telefoonseks, over een meisje dat de mannen die haar belden na het werk terugbelde en chanteerde.'

Andere belangrijke inspiratiebronnen waren de films van Jacques Tati, Technicolor-musicals en het liedje He needs me van Shelley Duvall, afkomstig uit Robert Altmans Popeye (1980). 'Ik kende de film niet goed, maar ik had de soundtrack gekocht omdat er nummers opstaan van Harry Nilsson, die ook muziek voor Magnolia heeft geschreven. Toen ik met mijn vriendin naar He needs me luisterde, ging er een siddering door me heen. Ik wist direct dat ik het zou gebruiken.'

Ondanks de nieuwsberichten, films, liedjes en verhalen van anderen zeggen zijn films vooral iets over hem zelf, meent Anderson.

'Ze vormen een reflectie van waar ik mee bezig ben, waar ik ben, waar ik aan denk. Net als Barry kom ik uit een grote familie. De dynamiek tussen mijn broers en zussen heeft mij gevormd tot wie ik ben. Voor mij heeft dat wel goed uitgepakt, maar het kan ook makkelijk te veel worden.'

Paul T. Anderson (1970) is autodidact: na twee colleges aan de New York University Film School besloot hij dat veel films kijken een betere opleiding was. Hij werkte als productie-assistent bij televisiefilms en spelletjesprogramma's, ontmoette acteur Philip Baker Hall, en beloofde hem een rol in zijn eerste film.

Anderson hield woord. Samen met Baker Hall maakte hij zijn eerste korte film Cigarettes and Coffee (1993) en zijn speelfilmdebuut Sydney (1996).

Na de Europese première in Cannes veranderde de Amerikaanse studio Goldwyn de montage van Sydney. De ingetogen karakterstudie over een wereldwijze beroepsgokker die een jonge hond onder zijn hoede neemt, kreeg bovendien een andere naam: Hard Eight. Anderson nam daarop de beslissing alleen nog scenario's te schrijven voor zijn eigen plezier en dat van bevriende acteurs.

'Sydney was een leermoment. Dit laat ik me niet nog eens gebeuren, besloot ik. Hoe? Door me arrogant op te stellen. Dat kan ik doen, want ik ben behoorlijk goed. Misschien niet geniaal, maar wel behoorlijk goed. En ik doe wat ik zeg. Er wordt zoveel bullshit verkocht, gelogen en gedraaid in Hollywood. Er wordt zoveel geld verspild. Tachtig miljoen dollar voor een film is heel normaal; ik zou niet weten waar ik het aan op moet maken. Bij mij wordt alles goed besteed, ik maak niets op aan domme onzin. Daarom kan ik maken wat ik wil.'

Volgens Anderson heeft hij Adam Sandler dan ook zeker niet gekozen omdat hij na de artistieke successen Boogie Nights (1997) - over een naïeve jongen die razendsnel carrière maakt in de pornoindustrie - en het veelbekroonde ensemblestuk Magnolia ook wel eens een kaskraker wilde maken. 'Adam bereikt een enorm publiek, in een heel ander soort komedie. Zijn fans willen hem helemaal niet iets anders zien doen dan hij normaal altijd doet. Voor mij geldt het tegenovergestelde. Ik heb Adam gecast omdat ik een grote fan van hém ben, maar met de films waar hij doorgaans in speelt, heb ik niets.'

Anderson heeft nog andere acteurs op zijn lijstje staan. 'Ik zou graag eens werken met Juliette Binoche. Of met Nicole Kidman. In The Hours is ze fantastisch, net als Julianne Moore. En met Daniel Day-Lewis niet te vergeten. Hij is onwaarschijnlijk goed in Gangs of New York. Hij weet het al. Ik ken mensen die hem kennen. Zo werkt dat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden