'Ik ben alleen ijdel als het om mijn werk gaat, anders niet'

Nederland kan het zich nog nauwelijks voorstellen, maar 2014 wordt het eerste jaar zonder Ferry Mingelen bij de NOS. Maar we dachten toch zeker niet dat we voorgoed van hem af zijn.

Dit is het tweede deel in een interviewserie die op 21 december wordt afgerond met een interviewspecial van het Volkskrant Magazine.


Toen eerder dit jaar bekend werd dat Ferry Mingelen (66) per 1 januari weg moet als politieke duider bij de NOS, na bijna dertig jaar, regende het warme woorden. 'Er zullen ook mensen zijn die dachten: eindelijk is die zeikerd vertrokken, maar die hebben zich minder laten horen', zegt Mingelen met zijn welbekende gevoel voor understatement. Columnist Johan Fretz zei het in de Volkskrant zo: 'Politiek zonder Ferry is als Bassie zonder Adriaan, als Gordon zonder ruzie, als Jan Pronk zonder geldingsdrang, als Dion Graus zonder dwerghamster. Ferry moet dus blijven.'


De reacties deden Mingelen goed, maar wrang genoeg maakten ze zijn naderende afscheid ook moeilijker. Want ze veranderden niets aan het besluit van Marcel Gelauff, de hoofdredacteur van NOS Nieuws: het was en bleef tijd voor vernieuwing. Mingelen had zelf graag langer willen doorgaan, als het aan hem lag nog vier jaar tot zijn zeventigste, maar één jaar was ook al goed. Dan was hij gestopt met 67, op de toekomstige pensioengerechtigde leeftijd. Maar het zat er écht niet in.


U had misschien wel tot uw negentigste door willen gaan?

'Ook goed. Maar ik heb mijn teleurstelling al uitgebreid laten blijken, ik heb niet zoveel behoefte dat nu te herkauwen. Marcel Gelauff en ik hebben gesprekken gehad en we zijn het niet eens geworden.'


Was u verrast door alle reacties op uw vertrek?

'Ja, en wat er vooral leuk aan was: ze kwamen onder andere van mensen die een uitgesproken mening hebben, terwijl ik zelf nogal gelijkmatig ben.'


U bedoelt: uitgesproken figuren prezen u, terwijl u zelf niet zo bent?

'Ze waardeerden de manier waarop ik mijn werk heb gedaan. Ik ben iemand van enerzijds-anderzijds, zoals Thomas van Luyn mij heeft nagedaan.'


Hoe bent u nu onder het afscheid van de NOS?

'Het grote risico dat ik loop is dat het straks 7 februari is, buiten 2 graden en het regent, en dat ik denk: wat nu? Van dat vooruitzicht krijg ik af en toe een slechte bui. Maar dan spreekt mijn lief mij streng toe: richt je op de toekomst, terugkijken schiet niet op, het is zoals het is.'


Uw vrouw is een stuk jonger dan u.

'Twintig jaar.'


Zij is actrice en jullie hebben nog jonge kinderen. Vindt u het daarom erg dat u moet stoppen? U bent straks de enige die thuis zit.

'Ik ben druk bezig geweest om te voorkomen dat dat probleem gaat ontstaan - maar niet alleen omdat ik bang ben om achter de geraniums te zitten, ik wil het zelf graag. Ik ben nog niet klaar.'


U heeft eens gezegd dat u geen sociaal leven heeft, uw werk is uw sociale leven. Als dat wegvalt, is dat inderdaad wel een probleem.

'Mijn werk betekende altijd: 's middags en 's avonds aan de slag, waardoor ik weinig tijd had om te volleyballen of bij de klaverjasclub te zitten. Mijn sociale leven bestaat natuurlijk voor een belangrijk deel uit mijn vrouw en kinderen, maar verder ligt het in de politiek en op de redactie van de NOS.'


Kortom: Ferry Mingelen stopt niet met werken, hij gaat alleen iets anders doen. Hij wordt politiek commentator bij Pauw & Witteman en gaat wekelijks een column schrijven voor De Persdienst, waarbij de regionale dagbladen van Wegener en Media Groep Limburg zijn aangesloten. Geen sprake van dat hij dat vanuit de leunstoel gaat doen - hij vindt niets zo hinderlijk als mensen die op routine hun meningen over de politiek debiteren. 'Ik dwing mijzelf om nauw betrokken te blijven bij de politiek', zegt hij vanachter een kop koffie in het Haagse café Dudok.


Ja, de journalistiek is zijn leven en toch zag het daar in zijn jonge jaren niet naar uit. Na de hbs-A in Delft had hij geen idee wat hij wilde. Hij had stukken geschreven voor de schoolkrant en de journalistiek leek hem spannend, maar de advocatuur trok hem ook. Hij ging eerst maar eens in militaire dienst, waar hij een beroepskeuzetest deed. De uitslag: beide richtingen waren te hoog gegrepen. Mingelen lacht bij de herinnering; 'Er zijn vast mensen die zeggen: dat blijkt veertig jaar later nog steeds.'


In 1969 stuitte hij op een advertentie voor een leerling-verslaggever bij Het Vrije Volk. Hij kon aan de slag als gemeenteraadsverslaggever in Den Haag en in 1970 stapte hij over naar de parlementaire redactie van Trouw. Een toenmalige collega weet nog hoe Mingelen zich ontpopte tot een 'mateloos ambitieus' journalist, vooral in relatie tot mederedacteur Gerard van der Wulp, die het later nog tot baas van de Rijksvoorlichtingsdienst schopte. Toen historicus Loe de Jong in 1978 een persconferentie zou geven over het Waffen SS-verleden van CDA-voorman Willem Aantjes, vochten Mingelen en Van der Wulp bijna in de deuropening van de redactie om als eerste ter plaatse te zijn.


Weet u dit nog?

'Het is een leuk verhaal, maar ik heb een slecht geheugen. Het zou best kunnen. Ik ben altijd heel goed geweest met Gerard, maar ik herinner me wel dat we eindeloos hebben gezeurd over het chefschap van de parlementaire redactie. Ik zou chef worden, maar daar had Gerard bezwaar tegen. Ik werd dus coördinator. Ja, het waren de jaren zeventig, hè?'


Wat was uw ambitie? De beste journalist van Nederland worden?

'Nee.'


Bekend worden?

'Ook niet. Ik wilde gewoon mijn werk goed doen.'


Elkaar verdringen in de deuropening - dat gaat verder dan gewoon je werk goed doen.

'Vind ik niet. Ik ben calvinistisch.'


Had u een calvinistische opvoeding?

'Nee, ik kom uit een licht hervormd gezin, we gingen alleen met Kerst en Pasen naar de kerk. Het zat in mijn karakter: als je iets doet, moet je het goed doen.'


Het was belangrijk voor u dat u reacties kreeg op uw stukken. Toen u voor de persdienst GPD in Brussel zat, kreeg u geen respons meer. Onder andere daardoor vond u het daar niet leuk.

'Dat is waar, zeker. Het is voor een journalist prettig om reacties te krijgen, dat houdt je scherp en het is goed voor je ijdelheid. Een beetje journalist is ijdel, je wilt dat je gelezen of gehoord wordt.'


Bent u ijdel?

'Wel als het over mijn werk gaat. Ik vind het erg fijn als ik jarenlang sta te presenteren en mensen zeggen: dat doet hij goed. Maar buiten de studio hoef ik niet gezien te worden.'


Sinds 1985 komt u als presentator bijna dagelijks op de televisie. Hoe bent u al die jaren met beide benen op de grond gebleven?

'Wat bedoel je daarmee? Ik heb een leven zoals iedereen.'


Dan nog kan de roem je wel naar het hoofd stijgen.

'Ik heb zelf het idee dat dat nooit is gebeurd. Ik ben altijd op de fiets naar mijn werk gegaan. Ik leid geen luxeleven, we gaan nooit in sterrenrestaurants eten en ik heb mijn hele leven geweigerd ergens een smoking te dragen, dat vind ik verschrikkelijk.'


U bent inderdaad een calvinist...

'Ik heb een hekel aan mensen die zich groter voordoen dan ze zijn. Vind ik echt héél erg.'


Die houding heeft u geholpen met beide benen op de grond te blijven?

'Ja, en mijn vrouw en kinderen. Ik sta 's ochtends om zeven uur op en dan geef ik de konijnen te eten. Ik ben gelukkig met mijn leven en ik sluit me helemaal niet af voor gewone mensen. Ik kom zelf uit een eenvoudig gezin.'


Wat bedoelt u met eenvoudig?

'Mijn vader was verzekeringsagent, zo'n man die op de brommer met een leren jas langs zijn klanten ging. Ik kom uit een gezin met drie kinderen, we woonden in Rijswijk op een bovenwoning. Ik weet precies hoe het leven is voor mensen die niet veel verdienen en ik heb geen behoefte me boven hen te verheffen. Een reden waarom ik dit werk zo mooi vind, is dat ik ook aan hen kan uitleggen waarom de beslissingen van de politiek belangrijk zijn.'


U wilt het Binnenhof juist verklaren voor de minderbedeelden?

'Voor iedereen, maar als mensen uit de Schilderswijk tegen me zeggen dat ik de dingen zo helder uitleg, vind ik dat extra mooi.'


U heeft dertig jaar onafgebroken de politiek op de televisie geduid. Dan heb je concurrentieslagen overleefd, dat kan niet anders.

'De eerste jaren waren moeilijk, ik heb een groot conflict gehad met Ton Elias, Kees Sorgdrager en Cees Gravendaal. In die begintijd was mijn presentatie vreselijk. Presenteren kun je alleen leren door het veel te doen. Zij wilden mij weg hebben, maar het heeft ertoe geleid dat zij vertrokken en ik bleef. Het heeft me gehard, het was geen leuke tijd.'


Hoe heeft u de jaren erna overleefd?

'Ik heb nooit meer problemen gehad.'


O nee? Er is in de loop der tijd zoveel veranderd aan uw programma: Den Haag Vandaag werd opgenomen in Nova en Nova werd Nieuwsuur. De enige constante factor al die jaren was u.

'Er zijn tijden geweest dat ik 's nachts van frustratie door de straten liep omdat er weer iets was veranderd. Maar voor mij bleef toch altijd de kern dat er dagelijks verslag moest worden gedaan van de Haagse politiek. Het was de kern van mijn bestaan.'


U bent niet erg uitgesproken, zei u net zelf ook. U doet geen boude beweringen, beledigt niemand. Komt het ook daardoor dat u zo lang op één post kon blijven?

'Intern ben ik anders. Er zijn dingen gebeurd waar ik buitengewoon tegen was en waar ik me tegen heb verzet. Maar het is wel zo: in de journalistiek is nergens een plek zoals deze, nergens heb je meer ruimte om politiek Den Haag te laten zien en te duiden. Als je dat graag wilt, heb je niet veel keuze.'


U bent intussen de éminence grise van de Haagse journalistiek. Maar u heeft in de loop der jaren ook kritiek gehad.

'Ja, kom maar op.'


U heeft soms een badinerend toontje.

'Je kunt van alles over de journalistiek zeggen, maar ik vind het ambachtelijk werk. Ik praat mensen bij over wat er in Den Haag gebeurt en ik probeer dat zo objectief mogelijk te doen. Mijn toontje is alleen een soort stijlmiddel. Mensen moeten wel blijven kijken.'


U bent geen newsgetter.

'Mijn functie is dat ik de politiek duid, maar als er tijdens de uitzending onderhandelingen gaande zijn, ben ik ook verslaggever en ga ik achter nieuws aan. Dan sta ik voor een dichte deur en geef de laatste stand van zaken door. In die zin heb ik al die tijd met mijn poten in het bluswater gestaan.'


Hoe vindt u het dan als RTL het belangrijkste nieuws uit de Troonrede als eerste brengt?

'Primeurs zijn goed omdat daaruit blijkt dat de redactie actief is, daar heb ik waardering voor. Dat neemt niet weg dat veel primeurs erop neerkomen dat iemand een persbericht van morgen vandaag al naar buiten brengt. Leuk, maar dat vind ik niet heel belangrijk. Echte primeurs, over een afluisterschandaal of zo, behoren tot de onderzoeksjournalistiek en die zit niet zo in een redactie die dagelijks onderwerpen verzamelt.'


Er is nog één ding dat ik graag van u wil weten.

'Wat ik stem. Ja, dat ga ik niet vertellen.'


U heeft het nooit willen vertellen en dat doet u nog steeds niet?

'Televisiekijkers moeten mij kunnen vertrouwen. Ik kan niet hebben dat ze denken: die vent zegt dat wel, maar dat is omdat hij die of die partij verdedigt.'


Er bestaan vermoedens dat u links bent.

'Vroeger was alles links, de tijdgeest was links, zelfs rechts was links. En journalistiek wordt nog steeds met links geassocieerd, omdat het lange tijd maatschappijkritisch was en dan ben je al gauw links.'


Klopt het vermoeden?

'Dat ik kritisch ben, klopt.'


En dat u links bent?

'Dat gaat niemand wat aan.'


Ik dacht: nu gaat hij het eindelijk zeggen.

'Ontzettend lullig voor je. Heb je daar al die tijd voor zitten praten.'


Wanneer gaat u het wel zeggen? Over tien jaar als u echt stopt?

Ironisch: 'Goed, over tien jaar als ik echt stop.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden