Ik beken, ik ben een HEMA-vrouw

IJs&Weder

Nee hè. Weer drie vestigingen opgeheven. En het ging toch al niet zo florissant met de Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam.

Tot ver buiten Amsterdam had die intussen zijn vleugels uitgeslagen; ook in Antwerpen, Münster of Marseille kun je zomaar tegen een HEMA aanlopen, wat natuurlijk wel een vertrouwd gevoel geeft. Ónze eigen afwasborstel, helemaal in Zuid-Frankrijk. De prijzen waren allang niet meer 25, 50, 75 cent of 1 gulden, zoals na de oprichting in 1926. En het heilzame principe dat van ieder artikel maar 1 soort in het assortiment zat, was ook opgeheven.

Misschien brak die hoogmoed de van nature nederige winkel op. Maar ik moet er toch niet aan denken dat ik de ineenstorting van de HEMA nog moet meemaken. Dan is het definitief gedaan met het laatste restje Hollandse identiteit.

Bij ons thuis heet hij de Mensenvriend. Dat hebben we heus niet zelf bedacht; de typering is van Gerard Reve. De Volksschrijver deed er graag veldonderzoek. Op winderige dagen, met een miezerig regentje, als de mensen naar natte hond ruiken en de halflege patatzakken over straat schieten, ging hij naar de Mensenvriend. Hij keek hoe klanten er mismoedig hapten in hun rookworst, nationaal symbool. Of hij sloop achter een middelbare vrouw aan naar de afdeling waar regenkapjes werden verkocht. Die vrouw zou straks, achter het wegwaaiende, opbollende plastic ding aanhollen en 'Hoei, boei! Me regenkapje!' schreeuwen. Zo had hij weer voor dagen stof. Maar hij was ook krenterig genoeg om te weten dat de wijn er drinkbaar en goedkoop was.

Ik beken, ik ben een HEMA-vrouw. Niet altijd geweest. In mijn puberteit ging ik er voor geen goud naar binnen, tenzij overmand door enorme zin in een vet saucijzenbroodje. Het was toen een beetje zielige winkel. Je kon er eigenlijk geen cadeautje kopen, vond mijn moeder, te goedkoop, te gewoontjes. Sommige mensen, wist zij, kochten iets bij de HEMA, en deden er een Bijenkorf-verpakking omheen. Dat leek me sterk, want in elk HEMA-artikel stond groot HEMA gegraveerd.

De Bijenkorf, dat vond en vind ik een stomme winkel. Altijd die parfumwalm, die weeë lucht van bonbons, die nare tassen van nepkrokodil. Kakkineus, duur, maar nooit echt mooi of bijzonder. Een mevrouwenwinkel.

Pas in de jaren tachtig werd de HEMA hip. Nou ja, hip. Het was dé winkel voor mensen die beslist niet hip wilden zijn, maar ook niet burgerlijk of snobistisch. Die geen zin hadden in gegraai in de bakken van Zeeman of de korsetkleurige degelijkheid van de Aldi. Die gewoon sokken zochten die niet afzakten, een panty die niet glom. Vaker dan in de boekhandel of het theater kwam ik er vrienden tegen.

HEMA was het eerste woord dat mijn zoontje kon lezen; verheugd veerde hij op in zijn kinderzitje als hij het rode logo zag. 'Jezus', zei mijn dochter laatst, toen we oude foto's bekeken. 'Overal heb ik een HEMA-trui aan!' Hoe jaren negentig: truien in zuurstokkleuren, met een olijke hond of beer erop, meestal van het toen nieuwe stofje fleece - kleren die je nu alleen nog in de derde wereld ziet. 'Fleece-truien konden toen nog hoor', sputterde ik. Het was ook een statement, denk ik nu: mijn kind is geen aankleedpop voor designspullen of Oililly-frutsels, maar hoeft ook niet in fletse afleggertjes te lopen, die uitstralen dat wij intellectuelen niks om uiterlijk geven. HEMA, precies goed.

De HEMA is een probaat middel tegen een opkomend depressietje. Een kwartier rondlopen en dan thuiskomen met vers geurende ruitjesschriften, een kaartje met fijne drukknopen (waarvan er nog vier in de la liggen), twee rode fietslichtjes (maar we hadden witte nodig), onderbroeken voor de man in de verkeerde maat (die nooit geruild zouden worden), een schattig rekje met zelf te kweken kruiden (dat niet uit de verpakking zou komen). Veertig euro verspild, maar o, wat knap je ervan op.

Dat de kraakheldere, blijmakende HEMA-folder met kindertjes in alle kleuren en vrouwen in alle diktes - niet meer op glimmend maar op dof papier wordt gedrukt, was al een veeg teken. Waarom kun je er tegenwoordig ook komkommers en vies magnetron-eten kopen? Onnodig. En dat de ongezonde HEMA-worst nu ook een biologische versie kent, vind ik geen oppepper. Ach HEMA, word toch weer onze vriend.

Aleid Truijens is schrijfster, literatuurrecensente en biografe. Reageren? opinie@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.