'Ik aarzel het liefde te noemen'

Zijn dagelijkse routine op het parkbankje werd aangenaam onderbroken toen Siewerd (76) een veel jongere Italiaanse leerde kennen.

Beeld .

'Hallo.' Ik stond bij de ingang van het appartementencomplex waar ik sinds drie maanden woonde. Zojuist had ik drie kwartier op mijn bankje gezeten, bij de vijver. Zoals iedere dag had ik er een sigaar gerookt en me verwonderd over de energieke waterhoentjes en op deze bijzondere dag had ik me verbaasd over het vallen van de kastanjes op het dak van de berging, het klonk als een mitrailleur. Het waren altijd introspectieve, beetje melancholieke momenten daar aan de waterkant. Momenten waarop ik in het reine probeerde te komen met alles wat ik had gedaan en niet had gedaan in mijn leven, ik overdacht de dood van mijn grote liefde een paar jaar geleden en mijn slechte verstandhouding met mijn kinderen na een eerdere scheiding. Hoewel de bankoverpeinzing me niet altijd blij stemde, was ik gehecht geraakt aan de dagelijkse routine. Het was of dat mij verzoende met wie ik was geworden: een oude man met een lekker Corona-sigaartje.

In zo'n stemming was ik die ochtend toen zij mij groette en ik op weg was naar boven. Weemoedig en welgezind. Een mooie jonge vrouw, begin 40. Ik kende haar niet. De hond naast haar was een prachtig wolfachtig dier, dus we hadden meteen een gespreksonderwerp. Ze had het over diens op handen zijnde sterilisatie en ik maakte een flauw grapje over mijn eigen sterilisatie jaren geleden. Daarna liepen we door en vergat ik het voorval. Maar een week later zag ik haar weer. Dit keer dook ze ineens op achter mijn bankje. Hallo, zei ze weer. Ik draaide me om. Ze bleef staan en vertelde dat ze van haar werk kwam. Ze bleek een winkel te hebben met Italiaanse producten en aan haar stem hoorde ik ineens dat ze niet uit Nederland kwam. Ze praatte maar door. Ik hoefde alleen maar te luisteren en te knikken en ineens zei ze: heb je zin om zondag mee te gaan naar een concert? Ik was verbaasd. Hier klopte iets niet. Ten eerste was zij jong en mooi en ik stokoud en ten tweede kenden we elkaar niet. Maar ik had niks te verliezen en natuurlijk stemde ik toe.

Die dag moet een maandag of dinsdag zijn geweest. In de dagen die ons scheidden van het concert op zondag verlegde ik mijn rookmoment van een uur of 11 's ochtends naar tussen de middag, omdat ik inmiddels wist dat ze dan altijd thuis kwam om haar hond uit te laten. Zo kreeg mijn dagelijkse uitje een nieuwe glans. Om een uur of half een kwam ze aanrijden in haar Renault Mégane met sportvelgen, draaide het raampje naar beneden en zei: ik kom eraan hoor. En wanneer ze de auto had geparkeerd, kwam ze naast me zitten en praatte vrijuit alsof we elkaar al jaren kenden. Ze sprak met brede Italiaanse gebaren over haar winkel, haar leven, haar hond. Ik vond het fijn naar haar levendige gebabbel te luisteren. Het was of zij mij uit mijn gemijmer haalde en me als het ware bij mijn kraag pakte en mij in het hier en nu zette. Soms raakte ze al pratend lichtjes mijn knie. Eerst dacht ik dat ze dat per ongeluk deed. Dan schoof ik een eindje op, zodat de buren niet zouden denken dat ik die jonge vrouw zat te versieren. Maar toen ze me na een paar dagen nog steeds op die manier bleef aanraken, dacht ik, ik blijf gewoon zitten. Een dag voor het concert ging ik naar de stad om een nieuw overhemd, een nieuwe broek, een leren jack en nieuwe schoenen te kopen. En die zondagmiddag liep ik naar beneden en trof haar op de afgesproken plek bij het bankje, in gesprek met een buurvrouw, in een pastelkleurige nieuwe jurk die haar prachtig stond. Ik was niet nerveus, mijn hart klopte niet woest in mijn keel, ik had nog steeds geen idee wat haar bewoog mij mee te vragen, maar nogmaals, wat had ik te verliezen. Ze pakte mijn arm en samen liepen we naar de auto en tijdens het concert nam ze mijn hand in de hare en legde die op haar dij waar ze hem anderhalf uur liet liggen.

De cynische verklaring van haar uitnodiging zou kunnen zijn dat ze werd gedreven door eenzaamheid. De humane, dat ze geborgenheid zocht en mij koos omdat ik op mijn leeftijd geen fratsen meer heb. Ze had net een ingewikkelde verhouding met een getrouwde man achter de rug. Ik was een verademing na die affaire en wat die week begon als vrijblijvend gezelschap, ontwikkelde zich in anderhalf jaar tot een diepe, deels erotische vriendschap die nog steeds aanhoudt. Ik aarzel het liefde te noemen. Dat zou egoïstisch zijn. Ik heb haar niets te bieden. Geen toekomst, geen kinderen. Iedere dag komt ze naast me zitten aan de waterkant of ze belt aan en komt binnen. We praten, zoenen, soms vrijen we. We zijn ook al eens samen met vakantie geweest, maar ik besef heel goed dat het ieder moment afgelopen kan zijn en zo hoort het ook. Zij zegt vaak genoeg: ik hou niet van je, maar ik ben wel erg gek op je. En op mijn beurt zeg ik tegen haar: je moet verder in je leven, zoek een leuke man van 40. En dat weet ze zelf ook, maar tot die tijd ben ik haar vriend. Bang voor het moment haar kwijt te raken ben ik niet. Het klinkt misschien raar, maar na de dood van mijn vrouw is er weinig meer dat me uit balans kan brengen. Ik neem nooit het initiatief, maar wacht altijd tot zij naar mij komt. Want het laatste wat ik wil, is dat loopje naar haar bovenverdieping weer te moeten afleren, straks, als ze verliefd is geworden op een man van haar eigen leeftijd.'

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Siewerd gefingeerd. Ook geïnterviewd worden over liefde en lust? Mail een korte toelichting naar lust@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden