IJzersterk werk van oude trendsetter

Goed getimede tentoonstelling die in de opzet wel erg verstild en sober is.

Azzedine Alaïa in de 21ste eeuw


Groninger Museum. T/m 6/5. groningermuseum.nl


Waarom nu, een tentoonstelling gewijd aan de 71-jarige modeontwerper Azzedine Alaïa? Conservator Mark Wilson van het Groninger Museum geeft niet echt een dwingende reden. 'Ik wachtte er eigenlijk op dat iemand anders het zou doen', zegt hij. In 1998 stelde hij ook al een Alaïa-tentoonstelling voor het Groninger Museum samen, die twee jaar later nog in New York te zien was. Sindsdien is er in geen enkel ander museum nog een solo-expositie met werk van de ontwerper georganiseerd. Vandaar, zegt Wilson, dat hij het zelf maar weer heeft gedaan. 'Bovendien zijn Alaïa en ik goed bevriend.'


Dat lijkt wat willekeurig, maar in feite had de timing van Azzedine Alaïa in de 21ste eeuw niet beter gekund. Zijn invloed in de modewereld doet zich meer dan ooit gelden. Verwijzingen naar ontwerpen van hem uit de jaren tachtig en negentig - reptielenprints, metalen ritsen, kokerrokken, ingenieus opengewerkt zwart leer - kwamen de afgelopen seizoenen volop over de catwalk voorbij. Het ultravrouwelijke silhouet dat hij al sinds het begin van zijn carrière neerzet, met een smalle taille en nadruk op de heupen, is momenteel in de mode zeer actueel. En zijn klantenkring blijft zich maar vernieuwen. Waar vroeger Tina Turner, Grace Jones (die de 1 meter 50 kleine ontwerper in haar armen het podium opdroeg toen hij 1984 gelauwerd werd door de Franse minister van Cultuur) en heel vroeger Greta Garbo zijn kleren graag droegen, zijn dat nu Victoria Beckham en Michelle Obama. Toch is Alaïa geen allemansvriend. Integendeel. Onlangs sneerde hij naar Karl Lagerfeld dat die 'geen schaar had aangeraakt' in zijn leven. Over Vogue-hoofdredacteur Anna Wintour, zo'n beetje de machtigste vrouw in de mode, zei hij dat hij geen cent geeft voor haar smaak. Het schaadt hem vooralsnog niet. De zaken gaan best, zeker sinds 2007, toen het Zwitserse luxeconcern Richemont een belang in het bedrijf nam. En Alaïa is op zijn oude dag weer net zo trendsettend als hij was in de jaren tachtig. Filmregisseuse Sofia Coppola trouwde in augustus in een jurk van hem, en dat zegt wat: Coppola maakt altijd precies de juiste modekeuzes op precies het juiste moment.


Coppola's knielange, half-transparante lila jurk is niet op de tentoonstelling in Groningen te zien. Wel een jurk die er behoorlijk op lijkt, uit de zomercollectie van 2010. Hij staat in de zaal met chiffon. Want zo is de expositie ingedeeld: op materiaal. Elke stof heeft zijn eigen zaal: er is een aantal witte, katoenen jurken bij elkaar gegroepeerd, een viertal volumineuze bontjassen, een groep fluwelen avondjurken, er is een zaal met wol, met tricot, met dierenhuid (of -prints), een zaal met kleding van zwart leer.


Ruim zestig kledingstukken zijn het, bijna allemaal jurken, die op ronde podia staan tegen een helgekleurde achterwand, geverfd in oranje, blauw of appelgroen. De paspoppen die de jurken dragen zijn vrijwel onzichtbaar. Ze hebben geen armen en geen hoofden, er zijn ook geen accessoires te zien; de aandacht wordt nergens door afgeleid. Er zijn ook geen filmpjes van modeshows, geen foto's, geen tekstborden opgenomen in de expositie. Behalve een jaartal en telkens de tekst 'do not touch' wordt er bij de kleding geen extra informatie gegeven. Ook ontbreekt de levensloop van de in Tunesië geboren Alaïa, die toch goed zou zijn geweest voor een smeuïg verhaal over zijn jaren als babysitter in Parijs, zijn ontslag na vijf dagen bij Dior, de Franse gravin die hem onder haar hoede nam. Zijn hechte vriendschap ook, later, met topmodellen als Naomi Campbell, voor wie hij een slaapkamertje inrichtte in zijn huis in de Marais, zonder dat hij Engels en zij Frans sprak. Het stond een innige band niet in de weg. Campbell, die met Alaïa naar de opening in Groningen was meegekomen, noemt de ontwerper 'papa'.


Maar zulke triviale wetenswaardigheidjes ontbreken in de tentoonstelling. Het gaat in dit overzicht, waarin louter ontwerpen vanaf het jaar 2000 te zien zijn, puur en alleen om het werk. Dat is dan ook ijzersterk. De opening van de tentoonstelling, al zichtbaar uit de verte, wordt gevormd door een zestal donkere, lange jurken, als hoofdloze dames in een kring. Het doet de adem bijna stokken, zo krachtig is het beeld. En ook van dichtbij bewijst zich de grote kwaliteit van Alaïa. Met je neus bovenop de kleren - dat kan, in de opzet van de tentoonstelling - zie je hoe ongelooflijk gedetailleerd de stoffen zijn bewerkt, hoe perfect alles is gemaakt, hoe prachtig het materiaal. Er is een strakke, gebreide, gouden avondjurk die kuis en sexy tegelijk is, een zwarte jurk van slangenhuid die het lichaam nauw omsluit. Zo elegant zijn alle jurken dat menig man de draagster zou bidden: hou 'm in godsnaam áán.


Aan de kwaliteit van het gebodene ligt het dus niet dat de tentoonstelling de bezoeker toch niet tot het einde toe bij de lurven grijpt. Wel aan de opzet, die, door niets meer of minder dan 64 kledingstukken te tonen, wel erg verstild en sober is. Alles is éven fraai, maar ook schoonheid kan monotoon worden als het niet wordt onderbroken door een hoogte- of desnoods dieptepunt dat de blik in een bepaalde richting leidt.


Het werk van Alaïa moet voor zichzelf spreken, lijkt de gedachte: de ontwerper doet immers zelf ook niet aan Twitter, Facebook of zelfs maar advertenties of een website. Maar al zal de modeliefhebber in Groningen zijn hart ophalen, voor de gemiddelde bezoeker is misschien toch iets meer verhaal nodig om te worden meegezogen in de wereld van Alaïa.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden