IJverig Kamerlid, maar geen topper

Geert Wilders (Venlo, 1963) begon zijn politieke loopbaan in 1990 als fractiemedewerker onder Frits Bolkestein, die toen net fractievoorzitter van de VVD was geworden....

Hans Wansink

In 1998 stond niemand raar te kijken toen de letterlijk en figuurlijk opvallende Wilders zijn opwachting als volksvertegenwoordiger maakte. Doordat Wilders na z'n havo twee jaar lang in het Midden-Oosten had gereisd, raakte hij eerder dan andere parlementariërs doordrongen van het explosieve karakter van de in de jaren tachtig opkomende radicale politieke islam. Als buitenlandwoordvoerder van de VVD initieerde hij een uitstekend wetenschappelijk rapport over de opkomst van de radicale islam, dat in 2001 door de liberale Teldersstichting werd gepubliceerd.

Wilders bemoeide zich ook met andere belangrijke zaken, zoals volksgezondheid en het politiek gevoelige WAO-dossier. Door Hans Dijkstal, de opvolger van Bolkestein, leek Wilders te worden ingezet als bliksemafleider. Terwijl de VVD-leider zich in de coulissen gedeisd hield, mocht Wilders de rechterflank bedienen door pittige politieke uitspraken.

In 2002 kreeg hij in de persoon van Ayaan Hirsi Ali een geestverwante in de fractie. Haar standpunten over de islam waren zeker niet minder radicaal dan die van hem (in zijn boekje Kies voor vrijheid , in een hoofdstukje over de islam, maakt hij keurig onderscheid tussen gevaarlijke, onschuldige en gediscrimineerde moslims).

Ook haar stijl –zeggen waar het op staat zonder je veel aan te trekken van de partijleiding – deed sterk aan Wilders denken. Maar Hirsi Ali kon zich dat permitteren, vanwege haar dertigduizend voorkeursstemmen, haar charme én haar vermogen om de politieke leiding – Zalm en Van Aartsen – om haar natte vinger te winden.

Het is jammer en merkwaardig dat Wilders niets vertelt over zijn relatie met Hirsi Ali. Terwijl zij binnenboord bleef, haar invloed zag groeien en uitgroeide tot een internationale ster, raakte Wilders steeds meer in de verdrukking. Hij herhaalt in zijn boekje nog eens dat hij nooit van plan is geweest de VVD te verlaten. In zijn voorstelling van zaken verschillen Dijkstal en Van Aartsen niets in politieke kleur – ze zijn naar Wilders' smaak half socialistisch – maar wel qua karakter. Dijkstal accepteerde Wilders'interne kritiek, maar Van Aartsen sloeg volkomen op tilt toen Wilders zijn tienpuntenplannetje lanceerde. Dat in een halfuur opgeschreven programma was vooral bedoeld om een VVD-bijeenkomst in Limburg van munitie te voorzien.

Door de reactie van zijn baas kreeg het opeens een enorme status – en kostte het Wilders zijn kop. Hij taxeerde de verhoudingen verkeerd, waardoor hij geen prominente positie kon afdwingen. Dat niemand uit de VVD hem wilde volgen, wijt hij wat al te gemakkelijk aan lafheid. Wilders kan de indruk niet wegnemen dat hij, zeker vergeleken met Hirsi Ali, het politieke gevoel en de allure van een echte topper mist.

Het boekje Kies voor vrijheid is vooral geschreven voor de fans. Zij krijgen een goede indruk van Wilders'standpunten op hoofdlijnen en de ijver waarmee hij voor diverse zaken – soms met bondgenoten als Farah Karimi van Groen-Links – vaak met succes heeft gevochten. Veel meer dan Fortuyn is Wilders een beroepspoliticus die precies zegt wat hij kwijt wil en dan ook nauwelijk iets loslaat over zijn plannen met zijn Groep Wilders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden