IJsvrij

ANNEMARIE OSTER

IJspret, bestaat er iets gemoedelijkers? Oerhollandse wintertaferelen doemen op, natuurlijk die van Hendrick Avercamp (1585-1634), winterschilder bij uitstek. Op zijn dichtbevolkte schilderijen raak je niet gauw uitgekeken, je komt ogen, brillen, loupes tekort: een gekrioel van voorvaders en -moeders, de mannen gepofbroekt, de vrouwen langgerokt. En allemaal goedgemutst. Schaatsend of niet eens. De een sloft achter een wastobbe met een ingebakerd kind erin, een ander laat zich in een bootje (of is het een slee?) voorttrekken door een pony (of is het een hondje?) En weer anderen zwieren rond, al dan niet paarsgewijs, één schalks been omhoog, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Want iedereen lijkt zich thuis te voelen op dat bevroren water. Kennelijk hoorde destijds ijsvermaak bij het dagelijks leven.

Zo niet in 2012. De laatste weken kwam die pret maar moeizaam van de grond. Maar nu is het ijs bijna overal beschaatsbaar, zelfs op de tot voor kort ribbelige grachten. Zou mijn levensgezel straks zijn razendsnelle noren aan gaan binden? Zelf waag ik me niet meer op de gladde ijzers. Mijn achillespezen zijn te kort. Dankzij een leven lang hoge hakken.

Ik zit thuis en luister naar de radio. Daarop is het een en al ijsvóórpret. Al dagen worden in Friesland de 22 rayonhoofden bij elkaar gestoken. Onderwerp, goed geraden: de Elfstedentocht. In gedachten zie ik een lange tafel met een Perzisch kleed. Meerdere malen gaat de koffiepot rond, gevolgd door de schaal met Sûkerbôle. Sommige vergaderaars houden het niet meer en nemen hun toevlucht tot een Berenburger. Helaas kan voorzitter Wiebe Wieling nog steeds geen uitsluitsel geven over het traject. 'Het Noord'n van Friesland ligt er prachtig bij', meldt hij met geruststellend Friese tongval. Dit in tegenstelling tot 'de regio rond Stavor'n. Maar', zo besluit de voorzitter zijn vruchteloos betoog, 'we zijn met z'n allen keihard aan het werk om de route te viesssualisseren!'

Elfstedentocht is een woord dat ik niet genoeg kan horen. Dat treft; zodra het hier vriest, hoor je het net zo vaak als je lief is. Zou er een Spaanse of Italiaanse vertaling van bestaan? En van koek-en zopie? Vast niet. Alleen al daarom zou ik mijn leven niet met een buitenlander willen delen. Wat weet een Fransman van boerenkool met worst; is er een Engels woord voor wanten?

En wat te denken van 'ijsvrij', extra bevrijdend dankzij die ij's. Zodra na (soms zelfs al tijdens) de les dat verlossende woord door Juf of Meester was uitgesproken, lag er een wijde witte wereld voor je open en steeg je, alleen al bij de gedachte aan die ijzertjes straks onder je schoenen, centimeters boven jezelf uit.

Op mijn vijfde kreeg ik mijn eerste Friese doorlopers waarmee ik, om mijn nek, naar het Hazenwater (Hazenijs) fietste, vlak bij de Treek, in het kielzog van mijn pleegbroers. We schaatsten in volgorde van grootte, de oudste voorop en ik achter de jongste, mijn handen om zijn stugge middel. (Een eenvoudige rekensom leert dat we met zijn drieën waren.) We droegen geitenwollensokken, jaegerondergoed, een krant onder onze trui en bivakmutsen. Ons hondje dat was meegelopen moest het doen met zijn eigen wintervacht, eigen eeltkussentjesschaatsen. Zijn poten gleden alle kanten op, zoals die van Bambi in de film. Mijn broers hadden het niet meer, dus lachte ik mee. Maar 's avonds bij de plattebuiskachel, het huisdier tegen mijn voeten, stak ik, in de hoop mijn verraad goed te maken, die lieve snuit een extra koekje toe.

Vóór deze herinnering al te sentimentele vormen gaat aannemen: hoor ik daar gekras beneden? Herken ik het geluid van mijn geliefdes noren? Ja hoor, daar gaat-ie. Op Eéngrachtentocht.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden