IJslandse Eurofielen voelen zich verraden

Net als veel Oekraïners willen ook IJslanders bij Europa horen. Ze zijn boos nu het EU-referendum is geschrapt.

REYKJAVIK - Er ligt een gespleten rotsblok voor het parlementsgebouw van IJsland. Via een zwarte trechter valt er natte sneeuw in - een vlok kan het graniet verder splijten. Dit, zegt een bordje, is een 'monument van burgerlijke ongehoorzaamheid'. Daaronder een artikel uit de verklaring van burgerrechten uit de Franse grondwet van 1793. 'Als de regering de rechten van het volk schendt, dan is de opstand het hoogste recht van het volk', staat er. Meer dan dat: dat is een 'absolute plicht'.


En dus staan ze daar, de IJslanders. Een stuk of duizend. In opstand te komen. Verbeten trappen ze met hun bergschoenen tegen de metalen afrastering die de politie rond het parlementsgebouw heeft neergezet. Sommigen slaan met een hamer. Sommigen gooien bananen. Iemand zwaait met een Europese vlag.


Het Austurvöllur-plein in Reykjavik is niet het Maidan in Kiev. Hier hebben ze geen Janoekovitsj. IJsland is geen Oekraïne. Het lawaai is het enige dat er hard aan toe gaat.


Maar net als de opstandige Oekraïners vorige maand willen deze opstandige IJslanders heel graag bij Europa. 'De premier is een leugenaar', zegt Sigurdur Paulsson, een keurig heerschap van 65, die hier naar eigen zeggen elke dag een uurtje gaat protesteren. 'Hij komt zijn beloften niet na', zegt Petur, een veertiger even verderop. 'Dit is een bananenrepubliek.'


In februari was er een druppel die de emmer deed overlopen. Toen besloot de conservatieve regering van premier Sigmundur Gunnlaugsson de onderhandelingen over toelating tot de Europese Unie definitief te stoppen. Dit ondanks de verkiezingsbelofte dat daarover een referendum zou worden gehouden. Nu de eurosceptici aan de macht zijn, vinden ze dat referendum niet meer nodig. 'Ze hebben ons verraden', zegt Petur.


Niet alleen eurofielen vinden dat. Ook de meeste aanhangers van de regeringspartijen vinden dat er een referendum moet komen. Sommigen van hen demonstreren mee, op het plein voor het parlement, Althingi. 'Ik ben tegen de EU', zegt de 23-jarige student Bjarki, 'maar ik vind dat ik daarover zelf mag stemmen.'


En dus vindt 80 procent van de bevolking dat er twee referenda moeten komen, blijkens een recente peiling. Eerst eentje over het al dan niet doorgaan van de onderhandelingen. En als er eenmaal een contract met de EU ligt, dan eentje over het al dan niet lid worden van de EU.


'De regering is gewoon bang', zegt Paulsson. 'Bang dat ze een te mooie aanbieding krijgen uit Brussel. Bang dat er straks te veel mensen voor zijn.'


Europa, zo is het gevoel onder de voorstanders, kan IJsland uit de kwetsbare positie helpen waar het zich na de crisis van 2008 in bevond. Nadat de banken ten onder waren gegaan, bleek de eigen munteenheid, de IJslandse kroon, te teer voor de internationale markten. De munt daalde sterk in waarde, waardoor geïmporteerde goederen fors duurder werden. Normaal maakt inflatie hypotheken en andere schulden draaglijker, maar omdat die in IJsland meestijgen met de inflatie (en de lonen niet) weegt de last steeds zwaarder.


De kroon wordt nu beschermd, maar wel zo sterk dat buitenlandse investeerders niet veel zin hebben om geld in IJsland te steken - omdat ze dat geld nooit meer uit het land kunnen halen. De euro zou dat probleem kunnen oplossen, hopen de voorstanders.


Europa, zo is het gevoel onder de tegenstanders, brengt IJsland juist weer in een kwetsbare positie. De euro zou IJsland nog duurder maken dan het nu is: de export en het toerisme, twee sectoren die het land er sinds de crisis bovenop hebben geholpen, zouden het weer moeilijker krijgen.


En dan heb je de visserij. Deze sector, goed voor een kwart van de IJslandse economie, is bang voor Brusselse bemoeienis met de visquota. De IJslanders willen graag zelf bepalen hoeveel makreel en walvis ze uit de Atlantische Oceaan halen. 'Het zijn oligarchen', zegt Petur. 'IJsland is in handen van een paar families.'


Maar premier Gunnlaugsson heeft het tij mee: de economie is opgekrabbeld, de werkloosheid bedraagt slechts 4 procent (tegen 12 procent in de EU). Zijn coalitie kreeg vorig jaar niet voor niets een meerderheid in het parlement, dankzij een anti-Europese campagne. Dat is nog steeds terug te zien in de peilingen: in januari bleek 50 procent van de bevolking tegen de EU, en 32 procent voor.


'Ik kan niet iedereen tevreden stellen', zei Gunnlaugsson onlangs in het parlement. Dat hij een referendum heeft beloofd, waaraan ook zijn eigen EU-kritische kiezers hem willen houden, wuift hij weg. Een 'radicaal rationalist', noemt hij zichzelf. 'Het is irrationeel ergens mee door te gaan als je toch niet wilt dat het een succes wordt.'


De mannen (vooral mannen) op het plein gaan naar huis. Vier jaar geleden, tijdens de kredietcrisis, viel de regering door de lawaaiprotesten met potten en pannen. Nu is het laatste woord aan het parlement. 'We hopen dat een paar leden van de regeringspartijen hun belofte van een referendum zullen nakomen', zegt Paulsson. 'Wij weten toch het beste wat we willen?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden