IJslanders weer gelukkiger dan ooit

De IJslanders besluiten dit weekend of ze Nederland 1,3 miljard euro terugbetalen vanwege het omvallen van Icesave. De crisis heeft veel IJslanders armer gemaakt, maar niet ongelukkiger. 'IJslanders zijn optimisten. Ze gaan niet in bed liggen met de dekens over hun hoofd.'

IJsland werd in 1999 uitgeroepen tot het gelukkigste land ter wereld, volgens de World Database of Happiness van de Rotterdamse 'geluks- professor' Ruut Veenhoven. Dat intigreerde me destijds, zo veel geluk in een bar en afgelegen land, waar nauwelijks een boom wil groeien en het 's winters maar een paar uur per dag licht is. Ik reisde af naar Reykjavik, in de verwachting dat de meeste IJslanders de gelukscijfers met een flinke korrel zout zouden nemen. Tot mijn verbazing ontmoette ik vooral mensen die zeiden dolblij te zijn in zo'n gelukkig land te mogen leven. IJsland combineerde het beste van twee werelden, legden ze me uit: de vrijheid en welvaart van een moderne samenleving en de veiligheid en sociale cohesie van een kleine gemeenschap, maar 300 duizend inwoners van wie ongeveer de helft in Reykjavik en omgeving woont.

In 1999 trof ik een land dat altijd heel arm was geweest en pas sinds enkele decennia van een enorme welvaart genoot. Maar zijn de IJslanders nog steeds zo gelukkig, na een financiële crisis die niet alleen veel geld heeft gekost, maar ook het vertrouwen in politiek en economie heeft vermorzeld?

Onvermoeibaar optimisme

Ook deze keer tref ik een onvermoeibaar optimisme. 'De crisis heeft me zwaar getroffen. Ik had net een nieuw huis gekocht, toen de markt instortte. Mijn oude huis raakte ik niet meer kwijt, en ik werd ontslagen', zegt Vala Schopka, manager van een werkplaats voor kunstenaars en ondernemers. 'Ik ben teruggegaan naar de universiteit, om de opleiding te doen die ik altijd al had willen volgen. Ik heb twee jaar lang geen nieuwe kleren meer gekocht. Ik moest op alles besparen. Nu gaat het weer goed, al verdien ik veel minder dan vroeger. Maar dat maakt me niet zo veel uit.'

Tweeënhalf jaar na de spectaculaire instorting van de IJslandse economie, hebben de meeste inwoners hun leven weer redelijk op orde. In het centrum van Reykjavik is de crisis onzichtbaar. Op het plein voor het parlement pakken de mensen op zondagmiddag een terrasje op zijn IJslands, met de winterjas aan. Ze drinken hun dure bier, een jongen pakt een gitaar en een groepje scholieren begint te zingen. Geen dichtgetimmerde winkelpanden, zwervers en bedelaars. De cafés en restaurants zitten vol en aan de ijsblauwe oceaan verrijst een gloednieuwe concertzaal van staal en glas.

Als ik verder zoek, kom ik wel degelijk mensen tegen die zeer zwaar getroffen zijn. In een barak in een grauwe buitenwijk van Reykjavik wordt elke week gratis voedsel uitgedeeld. Hier verzamelen zich de absolute verliezers. 'Ik was zeeman en heb mijn baan verloren door de crisis. Ik kon mijn appartement niet meer betalen, nu huur ik een kamer.'

Een dikke man met een vale gelaatskleur mengt zich in het gesprek. In zijn mond heeft hij nog een stuk of drie gelige tanden over. 'Ik ben vrachtwagenchauffeur geweest en ik heb maar een klein pensioentje. Omdat de levensmiddelen veel duurder zijn geworden, moet ik wel naar de voedselbank.'

Hoe dramatisch ook, het zijn slechts betrekkelijk kleine groepen die werkelijk zijn geruïneerd. De voedselbank trekt elke week 800 klanten. Tussen 2008 en 2010 werden naar schatting duizend mensen uit hun huis gezet, en de uitzettingen gaan nog steeds door. De werkloosheid is opgelopen tot ruim 8 procent, voor IJslandse begrippen astronomisch, maar menig Zuid-Europees land zou er blij mee zijn.

De doorsnee-IJslander zit niet aan de grond, maar heeft alleen flink wat geld verloren. Investeringen zijn verdampt, de lonen 10 tot 30 procent verlaagd. Importproducten - dat is bijna alles op IJsland - zijn duur geworden, omdat de koers van de kroon onderuit is gegaan. 'Maar IJslanders zijn optimisten. Ze gaan niet in bed liggen met de dekens over hun hoofd. Ze maken er het beste van. Ondanks alles zijn de meeste mensen tevreden over hun leven', zegt schrijfster en blogger Alda Sigmundsdottir.

Cijfers

Die onverstoorbaarheid wordt bevestigd door de cijfers. Volgens de World Database of Happiness gaven de IJslanders in 2007, vlak voor de crisis gemiddeld een 8 voor hun geluksgevoel. Direct na de financiële crash daalde dat cijfer tot 7,8 en in 2009 tot 7,7. Volgens een ander onderzoek, de European Values Study, nam het geluk in 2010 weer toe. De IJslanders noemen zichzelf zelfs de gelukkigsten van alle Europese landen.

Je kunt lang twisten over zulke cijfers - sommige mensen zeggen dat een IJslander nooit zal toegeven dat hij ongelukkig is, terwijl een Italiaan meteen begint te klagen. Maar de meeste IJslanders lijken er zelf in elk geval heilig in te geloven. 'We hebben een traditie van ontberingen. Dat maakt ons heel vindingrijk. Het is ook makkelijker een crisis te overleven in een kleine gemeenschap met sterke familiebanden', zegt consultant Bjarni Snaebjörn Jonsson. 'Hardheid zit in onze cultuur', zegt ook sociaal psycholoog Gudbjörg Andrea Jonsdottir van de universiteit van IJsland.

Het eiland was lange tijd nauwelijks bewoonbaar. Arme boeren sliepen op een bed van hooi, zeewier of takken. Ze woonden in hutten met een dak van gras en aarde. Een groot deel van het jaar werd doorgebracht in duisternis, slechts doorbroken door het flauwe licht van stinkende traanolielampen. Vissers hadden het niet beter, in hun gammele bootjes op een woeste, ijskoude oceaan.

De welvaart kwam pas met de mechanisering van de vissersvloot na de Tweede Wereldoorlog. Houten bootjes maakten plaats voor varende visfabrieken. Niettemin bleef IJsland een land van harde werkers. Voor de crisis hadden de meeste mannen en vrouwen een fulltimebaan, vaak meer dan dat.

Volgens veel IJslanders zit die traditie van ontberingen doorstaan dan ook 'in hun dna'. In elk geval is het een nationale mythe, waarnaar mensen zich ook gedragen. Als het iemand tegenzit, zet hij de schouders eronder en komt er weer boven op. Geen gezeur, er dient zich altijd wel een oplossing aan.

Dat verklaart waarom de IJslanders de crisis zo stoïcijns doorstaan. 'De crisis was een wake-up call. We waren verkeerd bezig, we legden te veel nadruk op geld verdienen en materiële zaken', zegt sociaal psycholoog Gudbjörg Andrea Jonsdottir.

Landsbanki

Toen ik IJsland in 1999 bezocht, bestond er geen financiële sector van enige betekenis. Landsbanki, de moedermaatschappij van Icesave, was een slome staatsbank waarvan buiten IJsland nog nooit iemand had gehoord. De ommekeer kwam in 2003, toen de regering van premier Oddson de banken privatiseerde en de regels liberaliseerde. De opkomst en ondergang van de IJslandse banken heeft dus maar vijf jaar geduurd.

In zijn boek Frozen Assets beschrijft Kaupthing-bankier Arman Thorwaldsson hoe de bankiers de wereld bestormden met IJslandse energie, maar vooral met een enorme dosis hoogmoed. Het begin was moeizaam. Thorwaldsson, onlangs in Groot-Brittannië gearresteerd op verdenking van fraude, beschrijft hoe hij een New Yorkse bankier probeert te interesseren voor een deal. Dat lijkt aardig te lukken, totdat de Amerikaan vraagt hoeveel inwoners IJsland eigenlijk heeft. Terwijl hij uit het raam over Brooklyn kijkt, roept hij verbijsterd: 'Wat? Eentiende van het aantal mensen in mijn buurt?'

Maar al snel zijn de financiële markten bereid de IJslanders enorme bedragen te lenen voor hun doldrieste expansieplannen. Maar de schulden stapelen zich op en de grote financiële instellingen draaien de kraan dicht. Landsbanki heeft geld nodig om de bank overeind te houden. Daarom wordt Icesave gelanceerd: het geld moet nu worden opgehaald bij Britse en Nederlandse spaarders. Gudbjörg Andrea Jonsdottir: 'Destijds werd Icesave hier ook openlijk gepresenteerd als een middel om de bank te redden.'

Buurman

In 1999 constateerde ik al dat IJsland een zeer materialistische samenleving was. Nergens vonden video's, computers en mobiele telefoons zo snel ingang. 'IJslanders kijken altijd naar de buurman. Wat die heeft, willen zij ook hebben', zegt blogger Alda Sigmundsdottir. 'Tijdens de jaren van de boom escaleerde dat helemaal.'

Bang & Olufsen verkocht, met uitzondering van Moskou, nergens zo goed als in Reykjavik. In IJsland werden meer Range Rovers verkocht dan in alle andere Scandinavische landen bij elkaar. Armani stuurde een Italiaanse kleermaker naar Reykjavik om de zakenlieden een kostuum aan te meten. Elton John vloog over om voor een paar miljoen euro enkele liedjes te zingen op het verjaardagsfeest van een zakentycoon.

In 1999 vertelde de socioloog Fridrik Jonsson dat de IJslanders nouveaux riches waren. Maar ze zouden verbleken bij de nouveaux nouveaux riches van de 21ste eeuw. Veel mensen voelden zich ongemakkelijk bij het patserige vertoon van de nieuwe elite. Hoewel ook gewone mensen meer verdienden en makkelijker konden lenen, hadden zij het gevoel dat ze achterbleven. De ongelijkheid nam ook toe, zegt Gudbjörg Andrea Jonsdottir. 'We hebben onderzoek gedaan in een aantal bedrijven. In 1995 verdiende de hoogste 5 procent 8 keer zo veel als de laagste 5 procent, in 2005 25 keer zo veel.'

'De gouden jaren waren verschrikkelijke jaren', zegt gids Ari Arnorsson. 'Met buitenlandse arbeiders werden huizen gebouwd die bij oplevering al lekten. Als het maar zo snel mogelijk zo veel mogelijk geld opleverde.'

De opkomst van de banken is enerzijds een typisch IJslands verhaal, van dadendrang en durf. Maar anderzijds heeft het casinokapitalisme de IJslandse ziel kapot gemaakt, vindt Ari. 'Ze hebben van een Scandinavisch land een Angelsaksisch land gemaakt. Dit land is opgebouwd met eeuwenlang keihard werken. Vervolgens is er een nieuwe generatie gekomen, van wie er velen aan Amerikaanse business schools hadden gestudeerd, die het land in een paar jaar hebben leeg gezogen en met een enorme schuld hebben opgezadeld. Ik weet nog goed dat ik eind jaren zeventig als student mijn eerste auto kocht. Ik heb er drie zomers drie maanden voor gewerkt, en elke cent opzijgezet. Maar tijdens de boom werd je voortdurend gebeld door banken, of je niet méér wilde lenen.'

Toen het kaartenhuis in 2008 instortte, waren veel IJslanders niet alleen bang voor de toekomst, maar waren ze ook een beetje opgelucht. De gekte was voorbij, er ontstond ruimte voor heroriëntatie. 'Na de crisis vinden mensen vriendschap en vrije tijd weer belangrijker', zegt sociaal psycholoog Jonsdottir. Sinds de crisis geven meer mensen geld aan goede doelen. Bovendien blijkt uit onderzoek dat kinderen gelukkiger zijn geworden sinds de banken zijn ingestort, waarschijnlijk omdat hun ouders meer tijd hebben.

Politieke onvrede

Niet verbazingwekkend heeft de crisis tot een enorme politieke onvrede geleid. In 2009 vond de 'potten- en pannenrevolutie' plaats. Een woedende menigte verzamelde zich op het plein voor het parlement en rammelde met keukengerei. Er sneuvelde een paar ruiten en een kerstboom werd in de fik gestoken, hetgeen in het vredige IJsland al snel als een daad van politiek geweld wordt opgevat.

De rechtse regering maakte plaats voor een centrumlinkse coalitie onder leiding van Johanna Sigurdirsdotter, die als een toonbeeld van integriteit te boek stond. Ze heeft echter nog weinig indruk kunnen maken en in de peilingen staat de Onafhankelijkheidspartij, die als geen ander verantwoordelijk is voor het bankendebacle, weer op kop.

Een ander voorbeeld van nieuwe politiek: in 2010 werd de komiek Jon Gnarr als aanvoerder van de protestpartij de Beste Partij tot burgemeester van Reykjavik gekozen, onder meer door een ijsbeer voor de dierentuin te beloven.

Als burgemeester opende hij de Gay Pride verkleed als travestiet en liep hij een infectie op, toen hij het stadswapen van Reykjavik op zijn arm liet tatoeëren. Maar als bestuurder is hij niet populair: zijn aanhang in de peilingen is inmiddels gehalveerd. Voor Gnarr geldt hetzelfde als voor Sigurdirsdottir: het is erg moeilijk regeren als je een failliete boedel hebt geërfd.

De saamhorigheid was groot, tijdens de potten- en pannenrevolutie. Maar nu de gehate oude garde het veld heeft geruimd, is de IJslandse samenleving diep verdeeld.

Over Icesave, over toetreding tot de Europese Unie, maar ook over het beste antwoord op de economische crisis. Moet een deel van de IJslandse natuur worden opgeofferd aan grote aluminiumbedrijven, die gebruik gaan maken van de zo ruim voorradige goedkope energie? Of ligt de toekomst juist in kleine, creatieve en innovatieve bedrijven?

Alda Sigmundsdottir betwijfelt ook of de IJslanders in staat zullen zijn hun materialisme duurzaam te beteugelen. 'Meteen na de crash was de stemming: We gaan terug naar onze basiswaarden. Ik hoef niet meer zo hard te werken om de nieuwste spullen te kopen, ik kan doen wat me echt interesseert. Mensen zijn weer gaan breien en kopen tweedehandskleding omdat geïmporteerde merkkleding veel te duur is. Maar ik vraag me af hoe lang die stemming duurt. De economie trekt weer een beetje aan en iedereen praat alweer over de iPad2.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden