IJsland is 'cool'

In het koude en onherbergzame IJsland wonen de gelukkigste mensen op aarde. Althans dat vinden ze zelf. De verklaring voor dat geluk?...

EEN VAN DE gelukkigste mensen ter wereld staat te kotsen tegen de gevel van een kroeg. Een ander omhelst me en fluistert lieve IJslandse woordjes in mijn oor. Later hoor ik dat hij een vooraanstaand politicus is. Een meisje voert haar vriend aan een halsband door de kroeg. Braaf reageert hij op het geringste gebaar van zijn baasje.

Het is vrijdagavond en Reykjavik laat zijn masker van Scandinavische ernst vallen. De belangrijkste winkelstraat, overdag saai, schoon en rustig, loopt langzaam vol met zingende en schreeuwende groepjes jongeren. Velen hebben een blikje bier in hun hand, of een fles cola, aangelengd met wodka. Voor menigeen zal de nacht eindigen in een van de decoratieve bloembakken, terwijl het lichaam niet meer voor- of achteruit wil. Is dit geluk in IJsland? Een dronken vrijdagnacht in de stad, terwijl de oceaanwind door de straten snijdt en het zachtjes begint te sneeuwen?

In elk geval zien IJslanders zichzelf als de gelukkigste mensen op aarde, zo blijkt uit het onderzoek World Values Survey. In 64 landen vulden burgers een uitgebreide vragenlijst in, waarin onder meer werd gevraagd naar geluk en tevredenheid. Net als in 1991 kwam IJsland als hoogste uit de bus, gevolgd door Zweden en Nederland.

Geluk wordt doorgaans geassocieerd met platanen en oleanders, met la dolce vita van het Zuiden en niet met een prachtig, maar koud en onherbergzaam land, waar nauwelijks een boom wil groeien, waar het 's winters slechts een paar uur licht is en de zelfmoordcijfers in januari een piek bereiken. Een uitgesproken materialistisch land ook, waar de doorsnee werknemer vijftig uur per week draait om zijn huis te kunnen volstouwen met de laatste gadgets van de consumptiemaatschappij. Vrijwel nergens kregen video's, computers en gsm's zo snel voet aan de grond als in IJsland.

De IJslanders hebben echter een groot, niet te onderschatten voordeel, zegt een meisje in het trendy Kaffi Thomsen in Reykjavik: 'We zijn maar met zo weinigen.' Het eiland combineert het beste van twee werelden, vinden veel inwoners: de welvaart en de keuzevrijheid van een modern westers land met de veiligheid en de geborgenheid van een dorp. 'Ik woon een deel van het jaar in Noorwegen', zegt Stefan Edvaldsson, manager van een visbedrijf. 'Daar is het vies en crimineel, vergeven van drugs. Hier is het schoon, veilig en ruim.'

De 275 duizend inwoners van IJsland stammen in grote meerderheid af van de Vikingen en hun Ierse slaven. Immigratie was altijd beperkt en streng gereguleerd. De samenleving heeft daardoor een sterk ons-kent-ons-karakter, geïllustreerd door de talloze necrologieën in de krant. Bij zijn verscheiden krijgt elke IJslander, van popster tot medewerker van de plantsoenendienst, minstens een halve pagina plus foto, vervaardigd door nabestaanden.

Door dit gebrek aan anonimiteit ontbeert het rijke IJsland de problemen die andere rijke landen teisteren. De misdaad is laag, de familiebanden sterk, waardoor slechts weinigen tussen wal en schip vallen. Reykjavik is een stad zonder zwervers, bedelaars en junks. Zelfs een hondendrol is nergens te bekennen. Tot voor kort was het bezit van een hond voor stedelingen simpelweg verboden. Nog steeds kom je op straat meer dronken mensen tegen dan rottweilers of poedels.

Toch bestaat er ook twijfel over het gelukzalige beeld dat IJslanders van zichzelf schetsen. Ze zéggen alleen dat ze gelukkig zijn, vindt Aron Arnursson (22), student en muzikant. 'Door de week werken ze zich te pletter en komen ze elke avond moe thuis. In het weekend doen ze net alsof ze lol hebben.' Het hedonisme van de IJslander is vreugdeloos en krampachtig, vindt Aron. Dronkenschap is bijna een plicht, net als werken in de visfabriek.

'Het meest kenmerkende van IJsland is een eindeloze rat race', schrijft toneelmaakster Hlín Agnarsdottir in de Iceland Review. IJslanders kunnen hun gevoelens niet uitdrukken, vindt ze, omdat ze anderen niet vertrouwen. Het was altijd een land van boeren, die een eenzame strijd voerden tegen het barre klimaat en de onvruchtbare bodem. 'Ze hebben geleerd voor zichzelf te vechten, sterk te zijn en niet te zeuren over triviale zaken als leven en dood', schrijft Agnarsdottir. 'Ze zijn niet in staat contact met anderen te leggen, behalve bij feesten waar de alcohol om je oren spuit en emoties worden opgeroepen die eeuwenlang onderdrukt werden.'

Het heeft iets hilarisch dat sociologen een complex en ongrijpbaar fenomeen als geluk proberen te vangen in cijfers en tabellen. Aanvankelijk probeerden de onderzoekers een objectieve maat voor geluk te construeren. Ze keken naar gezondheid en onderwijs, naar zelfmoord en depressie. Met zulke cijfers was echter geen internationale vergelijking mogelijk. In een land met veel psychiaters worden immers veel depressies geregistreerd, maar dat wil niet zeggen dat Nederland ongelukkiger is dan Moldavië.

Gaandeweg werden wetenschappers het erover eens dat geluk te meten is door mensen simpelweg te vragen hoe gelukkig ze zijn. Geluk is immers bij uitstek een subjectief gevoel. Een toneelmaakster als Agnarsdottir kan wel vinden dat een modale IJslander niet gelukkig is, omdat hij zijn gevoelens niet wil uiten, maar de persoon in kwestie zal dat waarschijnlijk anders ervaren. Volgens geluksprofessoren is deze methode, bestaande uit een aantal vragen en controle-vragen, uitgebreid getest en betrouwbaar bevonden.

Voor het onderzoek pleit in elk geval dat het inmiddels drie keer herhaald is en steeds ongeveer dezelfde resultaten te zien geeft. Verschuivingen zijn klein of logisch te verklaren. Zo is het geluk in Oost-Europa sinds de val van de Muur aanzienlijk afgenomen.

De geluksranglijst maakt korte metten met de gedachte dat aboriginals, Masai-herders of eskimo's een superieur levensgeheim koesteren, waardoor zij eigenlijk veel gelukkiger zijn dan wij, materialistische westerlingen. Welvaart draagt onmiskenbaar bij tot geluk. Binnen de groep rijke landen die de ranglijst aanvoeren, bestaan echter verschillen. Het gelukkigst is de bevolking van Noord-Europa, die de grootste individuele vrijheid geniet. Daarna volgen landen met een meer autoritaire cultuur, zoals Frankrijk, Duitsland en Japan. Vervolgens is Zuid-Europa aan de beurt, waar de individuele vrijheid werd beknot door de druk van tradities en familiebanden die als knellend worden ervaren.

Deze bevindingen gaan tegen veler intuïtie in. Menigeen denkt bij geluk eerder aan de warme gemeenschapszin en het ontspannen levenstempo van Italië of Spanje dan aan de stress en de onderlinge competitie van de noordelijke landen. Dat is echter nostalgie, meent de Nederlandse 'geluksprofessor' Ruut Veenhoven. In de moderne 'meerkeuze'-samenleving wordt inderdaad heel wat afgetobd over de vraag hoe het leven ingericht moet worden. Toch is zelf tobben nog altijd een stuk prettiger dan je te voegen naar sociale conventies of de directieven van meneer pastoor.

Zelfs de hoge zelfmoordcijfers in de 'gelukkigste' landen brengen de geluksonderzoekers niet van hun stuk. De vrijheid heeft zijn nadelen, erkennen zij. Sommige mensen raken de weg kwijt en zelfmoord is daarvan de ultieme consequentie. Daar staat echter tegenover dat die zelfde vrijheid een grote meerderheid juist gelukkiger maakt.

De hoge score van IJsland past in deze theorie, omdat het een zeer individualistische natie is, ondanks haar kleinschalige karakter. Traditioneel was het geen land van kleine gemeenschappen, waar iedereen elkaar nauwlettend in het oog hield, maar van afgelegen boerderijen, die als vlekjes over het eiland verspreid lagen.

Lange tijd had niemand zin om in IJsland te wonen. Pas in de 9de eeuw werd het permanent bezet door Noorse vikingen, op de vlucht voor de stammenstrijd in eigen land. Aanvankelijk kende het eiland een opmerkelijke economische en intellectuele bloei, maar na de 13de eeuw raakte het op deplorabele wijze in verval.

De komst van de mens verstoorde het delicate natuurlijke evenwicht. Kolonisten kapten de bossen, altijd op zoek naar brandhout, het vee vrat de weiden kaal. Door erosie veranderde het eiland steeds meer in een woestenij.

De levensomstandigheden waren erbarmelijk. Arme boeren sliepen op een bed van hooi, zeewier of takken. Ze woonden in hutten met een dak van gras en aarde. Als het hard regende, druppelde het water op de aarden vloer, die in een modderpoel veranderde. De houten muren waren bedekt met meeldauw, spinnenwebben en groen slijm. Gelukkig viel daar weinig van te zien: om zo veel mogelijk warmte vast te houden, hadden de huizen piepkleine raampjes. Een groot deel van het leven werd in duisternis doorgebracht, bij het zwakke licht van traanolie-lampen die een verstikkende rook verspreidden.

Zolang de vissersboten waren uitgerust met roeiriemen en zeilen konden de IJslanders hun enige natuurlijke hulpbron, vis, niet efficiënt exploiteren. Maar de mechanisering van de vloot, pas krachtig doorgezet na de Tweede Wereldoorlog, maakte van IJsland een van de rijkste landen ter wereld. Stoomtrawlers werden vervangen door drijvende fabrieken, gespierde zeebonken door computer-operators die de vis met de modernste apparatuur opsporen alvorens ze de netten uitgooien. Tegenwoordig is vis goed voor ongeveer zeventig procent van de export, hoewel slechts tien procent van de bevolking in de visserij werkt.

De natuur is ongetwijfeld de grote attractie van het eiland. Wat door mensenhand is gebouwd, heeft een nogal prozaïsch karakter. Als het vissersdorp Keflavik, onder de rook van het internationale vliegveld, al ooit pittoresk was, heeft de opgestroopte-mouwen-mentaliteit van de IJslanders er weinig van heel gelaten. Tussen het beton staat een onooglijk hotdog-tentje, met uitzicht op het staalblauwe, ijskoude water van de Atlantische Oceaan.

In zijn Isuzu pickup-truck zit Rögnvaldur Helgason een sigaretje te roken. Hij wacht op zijn zoon, die binnen een portie visburgers bestelt. 'Wij IJslanders zijn gelukkig, omdat we zo vrij zijn', zegt hij. 'We moeten alleen erg hard werken om een goed leven te leiden.'

Hij rijdt olie naar de vissersschepen in de haven. De ene week werkt hij vijftig uur, de andere week tachtig uur, afhankelijk van het aanbod. Zijn vrouw werkt veertig uur per week als lerares. Hun vier kinderen zien ze wel wat minder dan ze lief is, geeft hij toe. Maar dit is IJsland: die vissers van vroeger hadden ook niet zo veel tijd voor hun kinderen. Maar liefst 84 procent van de peuters gaat naar de crèche en het aantal echtscheidingen is hoog. Toch is het evenwicht tussen werk en zorg geen onderwerp van verhit debat.

'We moeten wel hard werken, we sparen niets, elke kroon vliegt er meteen weer uit', zegt Rögnvaldur. IJsland is extreem duur. Vrijwel alles moet geïmporteerd worden en de regering gooit er nog eens een flinke belasting overheen, teneinde een verzorgingsstaat naar Scandinavisch model overeind te houden. Een simpele pizza kost al gauw veertig gulden, een glossy tijdschrift dertig, een cd vijftig tot zestig gulden. Alcohol is extreem zwaar belast: voor een pint bier betaal je een gulden of dertien. Het is dan ook heel normaal om een rondje met een creditcard te betalen.

Het hoge werktempo staat geluk niet in de weg, zegt sociaal psycholoog Fridrik Jonsson, geluksonderzoeker aan de universiteit van Reykjavik. 'IJslanders waren altijd gewend om keihard te werken voor weinig geld. Nu levert het opeens een goed inkomen op. Daar zijn ze uiteraard gelukkig mee, vooral omdat uit ons onderzoek blijkt dat ze erg materialistisch zijn.'

IJslanders zijn nouveaux riches, zegt Jonsson, overdonderd door hun plotselinge welvaart. Daarom laten ze het graag breed hangen. Een eigen huis, twee of meer auto's per gezin, de gsm, de computer, de laatste design-mode, het wordt allemaal zonder enige gêne ten toon gespreid. Geen groter genot dan cruisen over de Laugavegur, de belangrijkste straat van Reykjavik, met je BMW of je four wheel drive, het liefst met de telefoon aan je oor.

De skyline van Reykjavik wordt gedomineerd door een kathedraal die bij nadere beschouwing slechts vijftig jaar oud blijkt te zijn. Een gigantische raket van beton op een desolaat en tochtig plein. De hoofdstad van IJsland is niet de meest bevallige plek op aarde. De mooie noordse huisjes, van hout of vrolijk geverfd golfplaat zijn er wel, maar ze houden zich schuil tussen de karakterloze nieuwbouw.

Toch heeft Reykjavik, aan het begin van de lente, een levendige sfeer. De cafés zitten vol en de jonge bezoekers schijnen vrijwel zonder uitzondering betrokken bij een artistiek 'project'. Iedereen musiceert, schrijft, acteert of maakt films, zo lijkt het. Het andere, culturele IJsland heeft altijd al bestaan. Ondanks de armoede heeft het land altijd goed onderwijs gekend en de lange winteravonden stimuleerden een aanzienlijke artistieke productie. Zo heeft IJsland het grootste aantal gepubliceerde boeken per hoofd van de bevolking. Maar in de booming nineties lijkt kunst als een epidemie om zich heen te grijpen.

In Reykjavik hangt de opgewonden sfeer van een generatie die rijk genoeg is om te experimenteren, die ontdekt dat het bestaan meer te bieden heeft dan trouwen, kinderen krijgen en altijd maar werken. 'We zien hoe onze ouders zich te pletter werken in uitzichtloze banen. Dat willen we anders doen', denkt Eva Thorgeirsdottir (28), marketingmanager bij een voedingsbedrijf.

'Vroeger verkocht IJsland alleen vis, nu ook ideeën', zegt Aron Arnursson. Met Heimir Freyr Hlödversson (22) vormt hij Room 23, gespecialiseerd in computerbased jazzfunk. 'Het is tegenwoordig meer do your own thing hier', zegt Heimir. Hij oogt als een jonge versie van Captain Iglo, werkt in een revalidatiecentrum, maar zit het liefst achter zijn synthesizer. De studio van Room 23, vlak bij de haven, ruikt lichtelijk naar vis en is volgestouwd met een mengtafel, een computer en een batterij samplers en synthesizers. Door het raam kun je het balkon van Björk zien, de IJslandse zangeres die een niet aflatende inspiratiebron is voor alle hopefulls van Reykjavik.

Met verrassende snelheid is de internationale jeugdcultuur opgerukt naar de poolcirkel. Dj's draaien drum en bass, techno en jazzy grooves, meisjes hebben scheef afgeknipte pony's en Buddy Holly-brillen. In Groot-Brittannië is Reykjavik zelfs een hype geworden, nadat verschillende Britpop-artiesten hun liefde voor de stad bekenden. Damon Albarn, zanger van Blur, heeft een aandeel van een procent genomen in de trendy kroeg Kaffi Barrinn. Iceland is the coolest place to be, schreef de Britse krant The Guardian. Toch is het clubleven er eerder gemoedelijk dan spectaculair.

De groeiende populariteit van Reykjavik als bestemming voor een weekendje uit, lijkt dan ook niet geheel toe te schrijven aan culturele motieven. De vrijzinnige seksuele moraal en de schoonheid van de IJslandse vrouwen leggen waarschijnlijk meer gewicht in de schaal. Icelandair lanceerde zelfs een campagne voor dirty weekends in Reykjavik, speciaal gericht op Britse en Scandinavische mannen. Deze vleesaanbieding schoot de IJslandse vrouwenbeweging in het verkeerde keelgat en de nationale luchtvaartmaatschappij haalde bakzeil.

Succes is overigens allerminst gegarandeerd, zo blijkt in Astro, de belangrijkste disco van de stad. Net als overal ter wereld staan er veel mannen met een pilsje in de hand te koekeloeren, wachtend op actie die nooit zal komen. Opvallender dan seks is de afwezigheid van iedere agressie onder een dronken publiek. Bij de populairste kroegen staat een lange rij wachtenden voor de deur. Lijdzaam en kleumend ondergaan zij hun lot, bij een temperatuur van min vijf. Hier bestaat nog een uitgaansleven zonder metaaldetectoren en hebben portiers genoeg aan een priemende pink. Veel IJslanders zijn verslaafd aan het dorpsgevoel. Jongeren trekken weg, maar komen ook weer terug. 'Als je opgroeit op een eiland wil je graag iets van de wereld zien', zegt Eva Thorgeirsdottir. 'Maar al die mensen komen terug, vooral als ze kinderen krijgen. Dan zeggen ze: ik wil niet dat mijn kind opgroeit in de Verenigde Staten, met al die misdaad.'

IJslanders hebben heimwee naar de vulkanen, lavavelden en gletsjers, maar vooral naar een overzichtelijke en veilige samenleving. In IJsland is iedereen belangrijk; 275 duizend mensen moeten een moderne samenleving runnen, met alles erop en eraan: een parlement, twee landelijke dagbladen, vier tv-stations, tien radiozenders, talloze toneelgezelschappen, sport, kunst, literatuur, popmuziek. Het is erg moeilijk om hier niet bekend te worden, als je een beetje talent hebt, zegt psycholoog Fridrik Jonsson.

'Iedereen heeft een onblusbaar verlangen naar het buitenland te gaan. Maar het is zo moeilijk een van de miljoenen te zijn', schrijft de jonge dichter Andri Snaer Magnusson in de Iceland Review. 'Mijn zuster keert terug naar IJsland, nadat ze opgeleid is tot hersenchirurg, ook al kan ze in Amerika tien keer zo veel verdienen. Maar in IJsland zou ze de eerste en enige vrouwelijke hersenchirurg zijn, en niet een van de velen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden