IJs, carnaval van het Noorden

Nergens ter wereld is de schaatsgekte zo groot als in Nederland. Het ijs als vrijplaats.

AMSTERDAM - De Elfstedentocht moet een handje worden geholpen. Waar het ijs zwak is, kunnen fietspaden langs de route worden opgespoten. Onder bruggen kunnen vrieselementen worden aangebracht, zodat er kleine stukjes kunstijs ontstaan. Zonder zulke kunstgrepen zal de Tocht der Tochten nog maar heel zelden worden gehouden, denkt VPRO-journalist en schaatshistoricus Marnix Koolhaas.


'Er zijn tien keer zo veel bruggen als in 1909, toen de eerste officiële Elfstedentocht werd gereden. Dat betekent tien keer zo veel zwakke plekken. Als de techniek het moeilijker maakt de tocht te houden, mag je de techniek ook best te hulp roepen', zegt Koolhaas. Hij heeft zijn ideeën ooit geopperd tegenover het bestuur van de vereniging de Friesche Elf Steden. Heiligschennis, oordeelden de hoogste schaatsautoriteiten.


Maar zo wordt een situatie bestendigd waarin het speculeren over de tocht in geen enkele verhouding staat tot het luttele aantal keren dat hij wordt verreden. Als het een paar dagen vriest, begeven Nederlanders zich met gevaar voor eigen leven op het ijs. Als het een paar dagen langer vriest, begint het verlangen naar de Elfstedentocht, aangejaagd door de media. Nergens is de schaatsgekte zo groot. Dat ligt aan de Nederlandse geografie, het gebrek aan concurrentie van andere wintersporten en een diepgewortelde schaatscultuur.


'In de 16de eeuw kwam een aantal dingen samen: de schaatsen werden beter, ijzer werd goedkoper en de winters waren streng', zegt Koolhaas, die onder meer Schaatsenrijden, een cultuurgeschiedenis schreef.


De Reformatie speelde een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de Nederlandse schaatscultuur, gelooft hij. Toen de noordelijke Nederlanders zich tot het protestantisme bekeerden, raakten zij het carnaval kwijt. Ter compensatie werd het ijs een vrijplaats waar gegokt werd en romances opbloeiden, waar dominees niets te vertellen hadden en rang, stand en geloof aan betekenis verloren. 'Op het ijs is ieder gemeen, die geen meid heeft doe kiest er één', luidt een spreekwoord uit de 17de eeuw. Het ijs was het carnaval van het Noorden, aldus Koolhaas.


De calvinisten probeerden de winterse losbandigheid te bestrijden. Schaatsen werd gezien als een godslasterlijke flirt met de dood. 'Elk jaar gingen de mensen bij bosjes door het ijs', aldus Koolhaas. Zo verloor de dichter Vondel zijn aanbeden Cornelia Vos, die in februari 1638 onder het ijs verdween. En wie weet hoe de Europese geschiedenis was verlopen als de jonge rekruut Napoleon Bonaparte in 1791 niet uit een wak was gered?


Maar in het Noorden was het ijs de snelste en vaak enige verbinding tussen plaatsen. De pastoors in het minder waterrijke Zuiden hadden meer succes, ook omdat ze carnaval achter de hand hadden. Zoals een Zuid-Nederlands spreekwoord uit die tijd luidde: 'Die gaat van 't land op 't ijs, is zot of niet goed wijs.' Tot op de dag van vandaag is schaatsen op natuurijs in België verboden, tenzij de burgemeester toestemming geeft.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden