IJs Amsterdam is op tijd klaar voor echte kampioenschappen

In het Olympisch Stadion worden dit weekeinde volop wedstrijden verreden. En als de rijders tevreden zijn, is Thialf-ijsmeester Beert Boomsma dat ook.

AMSTERDAM - De vier klassieke lichtmasten leggen vrijdagavond een sprookjesachtige gloed over de ijsbaan in het Olympisch Stadion, maar denk niet dat Beert Boomsma daar oog voor heeft. Aanwijzing hier, overlegje daar; geconcentreerd is de ijsmeester bezig met wat hij 'de mooiste klus' uit zijn loopbaan noemt: ervoor zorgen dat in de Amsterdamse openlucht een volwaardig NK allround en NK sprint kan worden verreden. En dat in de op één na zachtste winter sinds 1706, bij een buitentemperatuur van rond de 8 graden. Nee, het genieten komt later wel. Nu moet hij vol aan de bak.


Hij wijst op wat rommel op de baan. Dat zou in Thialf, waar hij normaal de scepter zwaait, nooit gebeuren. 'Het hoort erbij dit weekeinde', weet hij. 'Het is nu het feestje van heel Nederland. Als je perfecte omstandigheden wilt, moet je binnen rijden. Dit is een experiment.'


Dan moet de ijsmeester weer door. Want wat voor de toeschouwers het teken is om aan de erwtensoep te gaan, is voor Boomsma en zijn team het moment suprême: de dweilpauze. In Thialf zit hij vaak zelf op de dweilmachine, gadegeslagen door duizenden mensen. Vanavond laat hij die eer over aan zijn tijdelijke medewerkers: de ijsmeesters van Groningen en Haarlem, die glimmend van trots op de machine stappen. 'Het zijn ouwe rotten in het vak. Maar zo, in een vol stadion, hun werk doen is zelfs voor hen nieuw. Die glorie gun ik ze graag.' Hij is vanavond de man van het overzicht. 'De schakel tussen techniek en wedstrijd', noemt hij het zelf.


In de schaatswereld kent iedereen Beert Boomsma uit Lemmer. Wat Johan Cruijff met een bal kon en Rembrandt met een penseel, kan Beert Boomsma met ijs: toveren. Alleen: waar hij in Heerenveen met vaste apparatuur kan werken, moet hij het nu doen met mobiele machines. 'Dat is een risico, ja. Maar ja, dit hele project is een risico.'


Speciaal voor het NK sprint en allround in Amsterdam heeft hij in Canada nieuwe, lichtere Zamboni's moeten bestellen: de zestonners van Thialf waren te zwaar voor de provisorische ijsvloer op de sintelbaan. Vanuit Canada werden ze naar Frankrijk verscheept. 'Met slechts 20 draaiuren op de teller. Neuh, daar lig ik niet wakker van. Ik heb welgeteld één nacht wakker gelegen. Dat is nadat ze me hiervoor hadden gevraagd. Daarna ben ik een plan gaan maken en zijn we aan de slag gegaan.'


De ijsvloer ligt voor een groot deel op de schuine atletiekbaan, op een verhoging van houten balkjes. Tussen de vloer en het houtwerk zit de koeling. 'Een soort bouwpakketbaan', vat Boomsma samen. Met laserstralen is de baan geëgaliseerd. Een speciaal aangelegde waterinstallatie produceert het 'heilige water' van Thialf: gezuiverd en daarna weer 'vuil' gemaakt, en exact 65 graden warm, want Boomsma houdt niet van verrassingen.


Vanochtend om 7.00 uur was hij als eerste op de baan en vanavond is hij de laatste die het stadion verlaat. Zo gaat dat al vijf weken lang, dag in dag uit. De paar uurtjes slaap pakt hij in Hotel Artemis, aan de andere kant van snelweg. Alleen als zijn koffer leeg is, gaat hij terug naar huis, naar Lemmer.


Maar dan nog heeft hij de elementen niet in de hand. De afgelopen weken, toen de baan werd gebruikt door recreanten, kon hij al zijn lol op. Het woei, het regende, het zonnetje brak soms door. Geen peil op te trekken. Vanavond vreest hij een regenbui, maar die blijft uit. En tot zijn genoegen ziet hij dat snelle tijden worden gereden. Met een tijd van 35,52 schrijft Michel Mulder de 500 meter op zijn naam, en heeft hij goede papieren voor de eindzege, al is de olympisch sprintkampioen er niet gerust op voor later op de avond. 'Ik moet het nog even zien allemaal. Het ijs is echt zwaar en om die reden zie ik op tegen de 1.000 meter.'


Ja, er zijn schaatsers ('Laten we maar even geen namen noemen') met wensen bij Boomsma gekomen. Zo gaat dat al jaren. Leer hem zijn pappenheimers kennen. Maar inmiddels weten de schaatsers wel wat ze aan de Fries hebben. 'Ik luister heus wel, maar wij bepalen of we iets met hun aanbevelingen doen. We houden zelf de regie in handen. Vraag tien schaatsers wat ze van het ijs vinden en je krijgt tien verschillende meningen.'


En inderdaad, waar Mulder nog bedenkingen heeft, spreekt Sven Kramer na zijn 500 meter bij het allroundtoernooi (37,17, vierde achter winnaar Koen Verweij) louter positieve woorden over het ijs. 'Ik begreep dat de vriesinstallatie zelfs capaciteit over heeft, waardoor het ijs nog sneller zou kunnen zijn, maar dat kan de ondervloer niet aan. Gisteren hadden ze het even moeilijk, met die regen. Maar naar omstandigheden is het echt prima ijs. Dat blijkt ook uit de tijden. Of ze moeten de baan stiekem 20 meter korter hebben gemaakt, maar dat zal toch niet?'


Ook Margot Boer, winnares bij de 500 meter, heeft uitsluitend complimenten voor het werk van Boomsma en zijn team. 'Ik hoorde de marathonschaatsers gisteren klagen over schuurpapierijs', zegt Boer, 'maar daar heb ik niets van gemerkt. Het is geen Thialfijs, maar dat weten we. Wat wel? Eh, coolste-baan-van-Nederland-ijs. Goed genoeg in elk geval.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden