IJdele hoop op Chinees falen

De lonen blijven maar stijgen in China, dus prijst het zichzelf uit de markt. Dat hopen ze althans in de Verenigde Staten. De werkelijkheid is anders.

FOKKE OBBEMA

Is China bezig zichzelf uit de wereldmarkt te prijzen als gevolg van stijgende lonen? De 'werkplaats van de wereld' heeft ook dit jaar weer met flink duurder wordende arbeid te maken. Er wordt een landelijke loonstijging van 9 procent verwacht - hoger opgeleiden krijgen er zelfs 18 procent bij.

Behalve het economische succes speelt ook de krimp van de beroepsbevolking een rol. Vorig jaar liep het aantal Chinezen tussen 15 en 59 jaar met 3,5 miljoen mensen terug tot 937 miljoen. Bovendien zijn de jongere generaties die in hun leven alleen maar stijgende welvaart hebben meegemaakt veeleisender dan hun ouders. Lange dagen maken in een fabriekshal tegen een mager loon roept weerzin op. 'Ik wil netto 3.500 yuan per maand (440 euro) verdienen, dat is een redelijke prijs. Anders ga ik weg', zei de 22-jarige Wang Ke onlangs zelfbewust tegen het Amerikaanse persbureau Bloomberg. In december verdiende hij nog maar de helft bij zijn werkgever Foxconn.

Bedrijven nerveus

Sinds het Chinese Nieuwjaar eind februari werd gevierd, ondervinden vooral fabrieken in Zuid-China hoe lastig het is voldoende personeel te werven. Omdat jongeren weten dat ze toch wel weer een baan zullen vinden, wachten ze een paar maanden met hun terugkeer in het arbeidsproces. Tot nervositeit van bedrijven, die zich daarom aantrekkelijker gaan presenteren met nieuwe voorzieningen als kinderopvang. Maar hogere lonen blijven de sleutelfactor.

In de sterk geïndustrialiseerde Parelrivierdelta, een gebied met zo'n tachtig miljoen inwoners waartoe onder meer Hongkong en Shenzhen behoren, kan de loonstijging van 9 procent 'zich nog wel eens versneld doorzetten', verwacht John Jullens, een Amerikaanse consultant voor Booz&Company in Shanghai. Hij wijst erop dat de Chinese overheid hogere kosten voor werkgevers uitlokt. 'De autoriteiten zijn bij bedrijven de afdracht van sociale premies gaan afdwingen, ze hebben de minimumlonen verhoogd en collectieve loononderhandelingen worden gangbaarder.' In zijn ogen is dat bovenal een gezonde ontwikkeling: 'Het past bij de stap naar een ontwikkelde economie. Het is het bijproduct van het Chinese succes.'

In de VS leeft de hoop dat dit 'bijproduct' tevens het einde van het Chinese succes inluidt. Een aanwijzing vormen de multinationals die hun productie terughalen naar eigen land - met de Chinese lonen als een van de argumenten. General Electric (GE) maakt zijn waterkokers en vaatwassers weer in Louisville (Kentucky). Het kan daar 20 procent goedkoper dan in China. Het goedkope Amerikaanse gas helpt, net als de vakbonden die met aanzienlijk lagere lonen genoegen nemen.

Nadelig aan China zijn ook de gestegen oliekosten die het verschepen duur maken. 'Outsourcing (het overbrengen van productie naar een ander land, red.) is voor de huishoudelijke-apparatendivisie van GE een overwegend gedateerd businessmodel geworden', zo merkte topman Jeffrey Immelt in 2012 op.

Whirlpool heeft zijn productie van mixers verplaatst van China naar Ohio, frisbeeproducent Wham-O smolt voor de voordelen van een fabriek in Californië. In Europa haalde Philips de scheerapparaten naar het Friese Drachten terug 'omdat een ingenieur in Shanghai inmiddels net zo duur is als hier'. Ook doet zich de verplaatsing voor van Chinese productie naar landen als Vietnam en Bangladesh. Vooral producenten van textiel en kleding tonen zich gevoelig voor de lagere lonen in die landen.

De Amerikaans-Chinese publicist Gordon Chang, die in 2001 verkondigde dat de implosie van de Chinese economie in 2006 zou gaan plaatsvinden, claimt alsnog zijn gelijk. 'Twee jaar nadat China de VS is gepasseerd als grootste industriële producent ter wereld staat het land aan de vooravond van decennia van deïndustrialisatie', zo beweerde hij onlangs in het zakenblad Forbes. Naast de loonkosten wijst hij op de milieukosten die bedrijven voor hun kiezen zullen krijgen, nu de regering op dit vlak in actie moet komen.

Werkend in Hongkong als hoofdeconoom van Royal Bank of Scotland haalt de Nederlander Louis Kuijs zijn schouders op over deze voorspelling van Chang. 'De lonen stijgen hier al decennia hard, maar dat geldt ook voor de productiviteit. Kijk je naar de loonkosten per product dan zijn die lange tijd gedaald, dat is gunstig. Ze stijgen nu wel iets, maar niet snel.' Hij kent de 'Amerikaanse hype' over terughalen van productie naar eigen land, maar vindt het belang verwaarloosbaar: 'De enkele voorbeelden daarvan worden als groot nieuws gebracht, maar het is heel moeilijk om ze in de statistieken terug te vinden.'

Gaten te groot

Kuijs ziet het geen betekenisvolle trend worden. 'Dat zou me erg verbazen.' Een Chinese neergang verwacht hij al evenmin. 'Je ziet vooral een verandering in het soort werkgelegenheid: er komen betere banen bij, terwijl de minder interessante banen weggaan. Producenten van sportschoenen of T-shirts die het vooral moeten hebben van vrouwen met naaimachines, wijken uit naar Vietnam. Maar daar staat een sterke stijging tegenover van de productie van machines en elektronische apparaten.'

Aan die producten met een hogere toegevoegde waarde kan een land meer verdienen. Met de industriële productie in China zit het dan ook 'fundamenteel goed', meent Kuijs, onder verwijzing naar het stijgende aandeel van China in de wereldhandel. Bovendien is er de binnenlandse vraag die maakt dat bedrijven er willen blijven produceren.

Aan het slinken van de beroepsbevolking kleeft ook een voordeel: 'De overheid is minder nerveus dan enkele jaren geleden over de vraag of er wel voldoende banen worden gecre- eerd.' Dus durft de regering ook in te gaan tegen 'eisen van de exportlobby', zoals het kunstmatig laag houden van de nationale munt. Ook is er genoeg zelfvertrouwen om de stijging van de lonen een handje te helpen door het minimumloon te verhogen.

De Amsterdamse ondernemer Bart Bakkum deelt het optimisme van Kuijs. Zijn bedrijf AMS Group assembleert voor grote merken producten en apparaten in China, van fitnessapparaten via koffieautomaten tot veiligheidsverlichting. 'Wij hebben er zeventig man en niet of nauwelijks last van stijgende loonkosten. Die compenseren we door de productiviteit van onze mensen te verhogen.' Hij benadrukt nog een ander voordeel: de industriële infrastructuur die is opgebouwd. De ketens van toeleveranciers zijn op elkaar ingespeeld geraakt, wat voor zijn assemblage essentieel is. 'Dat is niet iets wat we hier in het Westen zomaar weer kunnen opbouwen.' In een terugkeer van industriële werkgelegenheid naar het Westen gelooft hij net zo min als Kuijs: 'Daarvoor is de verschraling in onze westerse industrie te aanzienlijk. De gaten die hier in de productieketens zijn gevallen, zijn te groot.'

Bart Bakkum ondernemer in China

Louis Kuijs hoofdeconoom Royal Bank of Scotland

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden