IJdel hoeder van de adel van de geest

Hij is een man van grote woorden. Zo noemde hij Wilders onlangs een fascist. Want die bedreigt de cultuur.

'Een publiciteitsgeile geest', schreef Afshin Ellian in NRC Handelsblad. Met zijn slordige effectbejag is hij geen haar beter dan Wilders zelf, vond Elma Drayer in Trouw. En voormalig VVD-leider Frits Bolkestein meende in de Volkskrant dat hij zich diep moet schamen voor zijn verdachtmakingen


Vorige week noemde Rob Riemen, directeur van de culturele denktank Nexus, in zijn essay De eeuwige terugkeer van het fascisme Geert Wilders een fascist. Tegelijkertijd organiseerde hij een conferentie waarop Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa waarschuwde voor het monster van een herlevend fascisme, in Nederland gepersonifieerd door diezelfde Geert Wilders.


Het leverde een kleine publiciteitsstorm op, zoals uiteraard voorzien door de aanstichter. Rob Riemen is een man van grote woorden. Zonder enige ironie spreekt hij over waarheid, goedheid en schoonheid als universele waarden. Hij is ook een ijdel mens, constateerde een verslaggever van de Volkskrant in 2002. Achteloos strooit hij met de voornamen van de intellectuele beroemdheden met wie hij op goede voet staat. 'Mario (Vargas Llosa, red. ) vertelde me onlangs....' Of: 'Daar had ik het laatst nog met Michael (Ignatieff, red.) over...'


Maar zijn prestaties dwingen respect af. Hij maakte van Nexus een gezaghebbend instituut dat voor zijn conferenties, symposia en lezingen talloze internationale grootheden naar Nederland haalde: George Steiner, John Gray, Mario Vargas Llosa, Leszek Kolakowski, Roger Scruton, de lijst is eindeloos. Riemens boek Adel van Geest werd een internationaal succes. Alleen al in de Verenigde Staten zijn inmiddels tienduizend exemplaren aan de man bracht. De vertaalrechten zijn aan twintig landen verkocht.


Riemens stelling dat Wilders een fascist is, komt allerminst uit de lucht vallen. Riemen ziet zichzelf als een hoeder van de 'adel van geest', de grote Europese cultuur, tegenover de vervlakking en het zielloze consumentisme van de massamens. In dat licht moet ook zijn kritiek op het populisme worden gezien. Hij associeert het fascisme niet zozeer met knokploegen en holocaust, als wel met de opstand van de massamens tegen de culturele elite. Zoals Thomas Mann door de nazi's uit Duitsland werd verjaagd, zo dreigt nu de cultuur uit Europa te worden gejaagd door de heerschappij van het grote geld en de amusementsindustrie.


In De eeuwige terugkeer van het fascisme beschrijft hij het fascisme vooral als een geestelijke stroming, geleid door een charismatische voorman die de wrok van zijn aanhangers exploiteert en buitenstaanders als zondebok aanwijst. Zijn critici vinden die omschrijving veel te ruim. Voordat je iemand een fascist mag noemen, stellen zij, moet hij de democratie in gevaar hebben gebracht door geweld tegen zijn tegenstanders te gebruiken.


Riemen werd in 1962 geboren. Zijn vader was vakbondsman, zijn moeder overleefde een Jappenkamp. De strijdlust werd hem met de paplepel ingegoten, vertelde hij ooit: 'Het woord opgeven konden we bij ons thuis niet eens spellen.'


Hij studeerde theologie, niet om dominee of pastoor te worden, maar om de boeken te lezen die hij mooi vond. Hij deed er tien jaar over, alvorens cum laude af te studeren. 'Alleen maar lezen. Een oase was het. Ik heb er nog steeds spijt van dat ik afgestudeerd ben', zei hij in Trouw.


In 1988 leerde hij de Amsterdamse uitgever Johan Polak kennen. In de talloze gesprekken die Riemen en Polak voerden, stond één man centraal, de cultuurfilosoof George Steiner. Volgens Steiner had Europa zelfmoord gepleegd door zes miljoen Joden te vermoorden. De wereld van Mahler, Kafka, Freud, Walter Benjamin en al die andere Joodse intellectuelen en kunstenaars was verdwenen. Van Europa was niets over dan een cultuurloze, zielloze, louter geografische en economische identiteit.


Polak zei tegen Riemen: 'Rob, George Steiner heeft gelijk. In cultureel opzicht is het 20ste-eeuwse Europa terug op het niveau van de vroege Middeleeuwen. En zoals de kloosters in die tijd moeten we nu het culturele erfgoed verzamelen en doorgeven via de kanaaltjes die er zijn.'


Naar voorbeeld van Steiners tijdschrift European Judaism richtten zij in 1991 Nexus op, als een 'piepklein kanaaltje voor een waardevolle ideeënstroom, in afwachting van betere tijden'. Riemen was 'weldadig naïef', zei hij later. Hij meende dat de wereld reikhalzend zou uitkijken naar zijn filosofische tijdschrift. Maar het eerste nummer van Nexus bereikte welgeteld 265 abonnees.


Toen brak het rampjaar 1992 aan. Zijn broer overleed, daarna Johan Polak, daarna zijn echtgenote. 'Ik had geen grond meer onder de voeten', zei Riemen in 2008 de Volkskrant, 'maar één ding wist ik zeker: ik ga dat tijdschrift overeind houden.'


In die moeilijke tijd was cultuur een houvast. Troost is slechts te vinden bij wat er werkelijk toe doet, het leven van de geest met zijn eeuwige schoonheid en waarheid. 'Volgens het kapitalisme ben je wat je hebt: een grotere auto, een nóg snellere computer, dat ene horloge. Dat moet het leven leuk, hip of gemakkelijk maken. Maar al die dingen doen er niet toe op het moment dat je met verlies of dood wordt geconfronteerd. Dan heb je wijsheid nodig', zei hij in Trouw.


Met Nexus koos hij voor de vlucht naar voren. Aan het tijdschrift werd een instituut gekoppeld, waarvan hij zichzelf directeur maakte. Hij begon met het organiseren van intellectuele evenementen, waarvoor hij beroemde sprekers naar Nederland haalde. Tot zijn eigen verbazing werd het een groot succes. Rob Riemen bleek het onverkoopbare te kunnen verkopen.


Maar met de missie van Nexus, de verdediging van de Europese cultuur, verliep het minder voorspoedig. Buiten de muren van Nexus loert het verval, de koopverslaving, de teloorgang van geestelijke waarden. De interviews die Riemen geeft, zijn doortrokken van zwartgalligheid en ondergangsdenken. 'We worden omringd door de massamens', zei hij al in 2002 in de Volkskrant. 'Die laat zich niet langer de maat stellen door de wereld van de geest.' En: 'Zonder een herstel van het beschavingsideaal maken we geen schijn van kans.'


In 1991 begon hij Nexus 'in afwachting van betere tijden'. Maar Thomas Mann, Goethe en Beethoven zouden steeds meer terrein verliezen aan de commerciële televisie, internet en de koopzondag. Voor Rob Riemen is dat veel meer dan een kwestie van smaak. Zoals hij vorig jaar al tegen NRC Handelsblad zei: 'Als de massademocratie de adel van geest niet eert, dan vervallen wij onherroepelijk in fascisme.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden