IFFR: Kijken door kinderogen is opnieuw leren zien

Tijdens het IFFR zijn veel films te zien waarin het gezichtspunt van kinderen is gekozen. Dat beïnvloedt niet alleen de inhoud, maar zeker ook de vorm van de films. Jonge, frisse cinema is het gevolg. 'Voor iedere kunstenaar is het de interessantste leeftijd om te belichten'

Vroeg in de ochtend vertrekken ze. De kinderen slapen nog; hun vader draagt ze de auto in. Het wordt een lange reis, naar het noorden van Chili, waar het gezin een paar dagen vakantie gaat vieren. Een gezellig uitstapje, zo lijkt het, maar al gauw wordt duidelijk dat dit de laatste gezamenlijke vakantie zal zijn: vader en moeder staan op het punt uit elkaar te gaan.

Naderende scheiding

De tienjarige Lucía en de zevenjarige Manuel hebben zin in het lange weekend weg. Hun ouders houden het geruzie binnen de perken - ze lijken allebei in de naderende scheiding te berusten. En zo wordt de Chileense roadmovie De jueves a domingo ('donderdag tot zondag') geen pijnlijk relatiedrama, maar een mooie, dromerige trip, waarin de spelletjes onderweg, het kamperen en het zwemmen de problemen van de volwassenen bijna weten te verdringen.

Bijna, want hoewel regisseur Dominga Sotomayor in haar film consequent het perspectief van Lucía kiest, dringt er natuurlijk wel iets van de grotemensenwereld tot het meisje door. Ze is jong genoeg om zich te laten afleiden door de vakantieavonturen, maar oud genoeg om aan te voelen dat er iets niet goed zit. Anders dan haar kleine broertje weet Lucía dat het reisje de afsluiting van hun vertrouwde leven is.

En dat maakt deze knappe debuutfilm, een van de vijftien films in de Tiger Awards Competitie van het IFFR, zo bitterzoet. Heel precies weet Sotomayor de belevingswereld van een tienjarige te vangen. De camera kiest vaak letterlijk Lucía's gezichtspunt - een deel van De jueves a domingo is gefilmd vanaf de achterbank van de auto, en wanneer het meisje op haar kop hangt, draait het beeld mee. De gesprekken op de voorbank, daar pikt ze slechts flarden van op - en de kijker dus ook.

Door die benadering roept de film jeugdherinneringen op die bijna iedereen zal herkennen. De verveling van een lange autorit, maar ook het veilige, geborgen gevoel wanneer het donker wordt, het licht van de snelweglantaarns voorbijschiet en de achterbank je bed is. Het geroezemoes van de volwassenen op de camping, als je zelf al in een slaapzak in de tent ligt. En de nieuwe vriendschappen die op vakantie moeiteloos lijken te ontstaan.

Tienersprookje
De jueves a domingo is niet de enige film op het Rotterdams filmfestival die het standpunt van een kind kiest. Overal in het programma duiken ze op: van bijzondere lowbudgetfilms als Nana en A la Cantábrica tot de literatuurverfilming Wuthering Heights, het confronterende drama Play en het tienersprookje Les géants. Vaak gaat het om beginnende filmmakers, die als altijd sterk vertegenwoordigd zijn in Rotterdam. Maar ook van veteranen als Martin Scorsese (de 3D-avonturenfilm Hugo) en Hirokazu Kore-eda (I Wish) zijn nieuwe films te zien met kinderen in de hoofdrol.

Wat maakt de kinderblik zo populair? Helemaal nieuw is het niet - films voor volwassenen, verteld vanuit het perspectief van een jonge hoofdpersoon, zijn in de hele filmgeschiedenis vertegenwoordigd. Jean Vigo's Zéro de conduite (1933) is een vroeg voorbeeld, en zowel het Italiaanse neorealisme als de Franse nouvelle vague kenden een kleine hausse. Alleen al François Truffaut maakte vier films over de kinderjaren, waarvan zijn debuutfilm Les quatre cents coups (1959) de bekendste is.

Wél nieuw is de manier waarop de regisseurs van nu de kinderblik aanwenden om hun verhaal te vertellen. Anders dan vroeger proberen veel filmmakers zich volledig te verplaatsen in hun jonge hoofdpersonen. En dat heeft niet alleen gevolgen voor de inhoud - juist ook de vorm van de films wordt erdoor beïnvloed. Met als resultaat: nieuwe, spannende vertelwijzen en een opmerkelijk sensitieve cinema, die de kijker de kinderwereld intrekt.

Dat is een woelige wereld. Volgens Truffaut was de kindertijd, die hij tussen de acht en vijftien jaar plaatste, de belangrijkste periode uit het leven. 'Het is een kritieke leeftijd', schreef hij, 'de leeftijd waarop de eerste conflicten ontstaan tussen de puurheid van het hart en de verdorvenheid van het leven.' De ontdekking van onrecht, het eerste verlangen naar zelfstandigheid, de eerste seksuele gevoelens - Truffaut vond het een onuitputtelijke bron van inspiratie. 'Voor iedere kunstenaar is het de interessantste leeftijd om te belichten.'

In 2012 gaat dat nog altijd op: de spanning tussen het veilige kinderbestaan en de onoverzichtelijke wereld daarbuiten speelt een grote rol in alle films over kinderen die op het festival te zien zijn. Niet alleen De jueves a domingo speelt zich af op het breukvlak van geborgenheid en onzekerheid; in bijna alle films zijn ouders gescheiden, verdwenen of overleden, waardoor de kinderen op zichzelf en de boze buitenwereld zijn aangewezen.

Neem het fraaie Les géants van de Waalse regisseur Bouli Lanners. Twee broers van dertien en vijftien jaar en een vriendje brengen de zomer alleen door. Hun moeder laat zelden iets van zich horen, het geld is op, en dus besluiten ze hun huis te verhuren aan een wietteler. Wat volgt is een even boosaardig als romantisch avontuur, waarin de drie jongens, die er door een experiment met haarverf uitzien als platinablonde engeltjes, door de prachtige natuur van de Ardennen trekken, op weg naar zoiets als volwassenheid.

Met een combinatie van realisme en magische momenten weet Lanners in Les géants haarscherp die periode in het leven op te roepen waarin alles nog mogelijk lijkt, en de zucht naar vrijheid en verandering het sterkst is. De confrontatie met de wereld van volwassenen is vaak keihard, maar de jongens zijn flexibel genoeg om het leven te nemen zoals het komt - een houding die veel volwassenen verleerd zijn, maar die de film levendig in herinnering brengt.

Een beetje nostalgie klinkt er wel in door, maar de kindertijd is geen idylle in Les géants, net zomin als in de andere festivalfilms met jonge hoofdrolspelers. Opgroeien doet altijd zeer, laten de films zien. Niet voor niets benoemen psychologen de overgang van kindertijd naar volwassenheid als een pijnlijke hergeboorte.

Er is ook weinig tragischer dan een kind dat te vroeg van zijn jeugd wordt beroofd, zoals te zien is in de Chinese Tiger Awards-kandidaat Egg and Stone, waarin de veertienjarige Honggui zich zorgen maakt over haar uitblijvende ongesteldheid. Ook hier kiest regisseur Huang Ji vaak het gezichtspunt van het meisje, met aangrijpend resultaat. Het geklop op haar kamerdeur is huiveringwekkend, juist omdat we niet zien wie achter de deur staat, maar wel Hongguis angst ervaren.

Eigentijds
In Wuthering Heights, naar de klassieke roman van Emily Brontë, is het precies het kinderstandpunt dat deze periodefilm zo'n eigentijds gevoel geeft. Regisseur Andrea Arnold maakt van het eerste deel van haar film, waarin de jonge Heathcliff en Catherine elkaar leren kennen, een zintuiglijk feest. Modder, nat gras, gierende wind, kou: de kinderen lijken alles extra hevig te voelen en te ervaren, en de kijker daarmee ook.

Het lijkt de belangrijkste reden waarom de blik van een kind juist nu voor filmmakers aantrekkelijk is: het geeft ze een uitstekend excuus de filmtaal opnieuw uit te vinden. Een kind beschouwt de wereld wezenlijk anders dan een volwassene, en dat biedt de mogelijkheid te experimenteren. Geen wonder dat films over kinderen vaak jonge, frisse cinema opleveren. Geen wonder ook dat die films juist op het IFFR, dat er prat op gaat beginnende regisseurs te steunen en vernieuwend werk te tonen, sterk vertegenwoordigd zijn. Kijken door kinderogen is ook alles opnieuw leren zien.

Dat betekent niet dat het kind als de heilige onschuld wordt gezien; dat cliché heeft gelukkig aan kracht ingeboet. Truffaut mocht de kindertijd nog 'puur' noemen, hedendaagse filmmakers weten beter. Het is vooral die andere, soms haarscherpe en soms juist diffuse blik, die kinderen als hoofdpersonen interessant maakt. En natuurlijk hun geheel eigen logica, die alles onvoorspelbaar maakt.

Het fraaiste komt dat tot uiting in Nana, de bescheiden maar betoverende debuutfilm van de Franse Valérie Massadian. Ze volgt daarin een vierjarig meisje in haar dagelijkse bezigheden: aankleden, boterhammen smeren, boekjes lezen. Onverstoorbaar gaat de kleine Nana ermee door, ook wanneer haar moeder plotseling verdwijnt en ze helemaal alleen in het grote huis op het platteland achterblijft. Wreed, maar ook poëtisch is de film, net zoals het leven dat zich voor Nana uitstrekt.

'Een reis naar een vergeten wereld - die waarin we vier jaar zijn', noemt Massadian haar debuut. Daarmee benoemt ze precies ze de grote aantrekkingskracht van films als Nana, Les géants en De jueves a domingo. De kinderblik is fris en vernieuwend, en toch werken deze films ook als een tijdmachine. Even voelen we weer hoe het was: al die uitgestrekte uren van berusting en verwondering, van angst en vertrouwen. Meerijden op de achterbank is een bijzondere ervaring.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden