Ietwat rommelige 'Tuin van Holland' imponeert wel

Theater..

DEN HAAG De Nederlandse identiteit laat zich niet eenvoudig in toneel vangen. Toch wagen Aus Greidanus en zijn Appel-ensemble een poging in hun marathonvoorstelling Tuin van Holland, een dubbel drieluik over de geschiedenis van Nederland. Maar hoe divers dé Nederlander ook moge zijn, regisseur Greidanus en zijn tekstschrijvers hadden de lange avond beter iets meer focus en visie meegegeven dan nu het geval is.

Een imponerend schouwspel is het wel. Binnen een kleine zes uur worden een proloog, een epiloog en zes nieuwe toneelstukken gespeeld in vier zalen van het Appeltheater. Ondertussen gebeurt van alles in de foyer. Toeschouwers komen letterlijk ogen te kort, want ze kunnen van de zes maar maximaal drie stukken bezoeken op een avond.

De proloog Boven water, gespeeld door alle zestien acteurs, kan wel iedereen zien. Hierin komt in razende vaart een parade van Nederlandse iconen voorbij. Willem van Oranje staat vreedzaam naast Sjoukje Dijkstra, Anne Frank naast een hysterische Oranjefan en Anton Mussert ontmoet Sinterklaas. Elk heeft een andere kijk op de ware Nederlandse geest, maar door de rommelige, gehaaste dramaturgie blijven veel uitspraken en grappen in het luchtledige hangen.

Gelukkig wordt in de twee drieluiken de rust genomen om eens goed op enkele typische gevalletjes vaderlandse geschiedenis in te gaan. Eén drieluik bestaat uit drie klassiek vormgegeven stukken over Gouden Eeuw. Drie politieke moorden staan centraal: die op Willem van Oranje, Johan van Oldenbarnevelt en de gebroeders De Witt.

Traditioneel teksttheater is het, met de opbouw van een Griekse tragedie. De moorden, opstanden en onthoofdingen gebeuren buiten beeld, terwijl de vrouwen, gezanten en raadsheren de politieke consequenties proberen te overzien, en wraakacties beramen.

Het is prijzenswaardig dat Greidanus deze staatsliedendrama’s op toneel brengt. Inhoudelijk doen ze niet onder voor de bekendere historische toneelteksten, hoewel de voorstellingen hier wat chaotisch verlopen.

Het spektakel komt echt goed op gang in de pauze halverwege. Terwijl overal in het pand toepasselijk eten – zuurkool, zuurdesembrood en Hollandse garnalen – te koop is, wordt er in de grote zaal, foyer en garderobe een keur aan eenakters en kluchten ten beste gegeven. Van een middeleeuws steekspel tot een dondermonoloog van wederom Anton Mussert, toch een beetje onze eigen Hitler.

Het tweede drieluik tot slot bestaat uit drie moderne stukken, zonder plot of personages. Het zijn kleine montagevoorstellingen over respectievelijk de strijd tegen het water, de handelsgeest en de koloniale periode. David Geysen, Jules Terlingen en Bob Schwarze regisseren ieder een deel. Daarvan is in elk geval Onze koloniën van Schwarze een baken van beheerst beeldend theater binnen de happening die Tuin van Holland is.

Vijf Hollandse kolonisten vieren feest en strooien kwistig met specerijen en inboorlingmoppen. Met een propvolle doos negerzoenen wordt een slavenboot verbeeld. Uiteindelijk ligt het podium bezaaid met suiker, opium, koffiebonen en vertrapte negerzoenen, een somber gezicht dat allesbehalve trots op Nederland doet stemmen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden