Iets van afgunst

Liefdevol én competatief was de vriendschap tussen Anil Ramdas en Stephan Sanders. Die kijkt terug op hun relatie, waaraan door de zelfmoord van Ramdas definitief een einde kwam. 'Ik had het gevoel dat hij vond dat ik óók maar zelfmoord moest plegen.'

Ergens midden jaren tachtig ontmoetten Stephan Sanders en Anil Ramdas elkaar voor het eerst, in een café aan de Amsterdamse Keizersgracht. Ramdas was een beginnende wetenschapper, in Suriname geboren en opgegroeid, cum laude afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Sanders was redacteur bij De Groene Amsterdammer. Op aandringen van Ramdas, die wilde dat de door hem bewonderde Sanders zijn boek zou bespreken, spraken ze af. Sanders: 'Toen hij me zag, was hij wildenthousiast, wat ik heel raar vond.'


Hij was enthousiast omdat je...

'Bruin was! Ik had toen nog haar, kroeshaar, ik geloof dat ik zelfs dreads had. Hij liep op me af en riep: maar jij bent óók bruin! Eh, ja, zei ik, of althans, ik ben een halfbloed, geadopteerd. Hij dacht natuurlijk dat ik blank zou zijn, want ja, Stephan Sanders. En bij De Groene werkten in die tijd geen noemenswaardige negers. Dat ik bruin was, vond hij geweldig. Ik was meteen zijn Caraïbische broer. Hij vond in mij iemand die al schreef, iemand die in Nederland verankerd was. Hij kon mij alles leren over bruin-zijn en marxistische theorieën en ik kon hem alles vertellen over klassieke muziek en etiquetteregels. Na twee maanden stelde hij me als zijn beste vriend voor aan zijn hele Hindoestaanse familie. Ik voelde me zeer gevleid.'


Was het liefde op het eerste gezicht, ook van jouw kant?

'Ik was eerder overdonderd dan verliefd. En misschien is het woord verslaafd nog beter. Het is verslavend als iemand zo veel aandacht op je richt - alsof je de hele tijd bij een psychiater zit die maar in één ding geïnteresseerd is: jou. Maar ik vond Anil ook erg leuk en razend slim. Ik vond hem veel te links, en dat is altijd zo gebleven, maar zijn toon was enthousiast, hij was tomeloos ambitieus en hij werd niet geremd door slachtoffergedrag.'


Voelde je je sinds die vriendschap bruiner dan vóór je hem kende?

'Véél bruiner! Ik had altijd een hele ambigue verhouding met mijn bruin-zijn. Het was een kant van mij waar ik niks van wist. Ik ben geadopteerd door blanke ouders en opgegroeid in Twente. Mijn bruin-zijn zag ik als een toevallig feit. Ik had wel een paar Surinaamse lovers gehad. Die zeiden: je moet vet zetten in je haar, je moet cacaoboter op je huid smeren. Ik vond dat altijd maar hocuspocus. Anil zei: jij bent bruin, jij komt uit het Caraïbisch gebied, jij hoort bij de diaspora! Hij trok een imposant bouwwerk op. Er stond ons samen iets te doen, vond Anil, er was een plan.'


Wat was dat plan?

'Dat wij samen een intellectueel koppel zouden vormen en op zijn minst Nederland zouden veroveren. Met stukken, met radio, met televisie, met boeken, met ideeën.'


Stephan Sanders (51) blikt graag terug op de eerste jaren van de 'symbiotische vriendschap' ('mijn woorden, Anil zou zo'n term aanstellerig hebben gevonden') die hij met Ramdas onderhield. Een vriendschap die vanaf 2000, toen ze samen het VPRO-televisieprogramma Het blauwe licht presenteerden, scheurtjes begon te vertonen. Scheurtjes die steeds groter werden, en die, toen Ramdas op 16 februari 2012 zelfmoord pleegde, nog niet waren hersteld.


Iets meer dan een seizoen, het memoir dat Sanders over zijn vriend schreef, zou een boek over Almere worden. Sanders woonde er vier maanden op uitnodiging van het Almeerse gemeentebestuur, als een soort writer in residence. Het boek dat hij volgens afspraak over die periode zou schrijven, was voor driekwart af toen Anil Ramdas overleed. Sanders gooide alles weg en begon opnieuw. 'Het boek gaat nu over Anil. Almere was hulpstuk. Almere is een stad waar mensen niet wonen omdat ze het een mooie stad vinden, maar omdat ze een stukje van de aarde willen. Anil was een uitgesproken representant van dat gevoel. Hij kon dolenthousiast worden van de nieuwbouwwijken waar ik mijn neusje voor ophaalde.'


Je was woedend, toen je hoorde van zijn zelfmoord.

'Ik vond het een ongelooflijke klotestreek. Op zijn verjáárdag - die vanaf nu dus altijd de doodsdag is. Ik vond het hoogmoedig van hem om het zo rond te willen breien. Theatraal. Ik kan niet zeggen dat ik er nu vrede mee heb, want ik héb er geen vrede mee. Maar het heeft ook geen zin om eeuwig boos te blijven. Dat vreet aan jezelf.'


Die eerste maanden na 16 februari verliepen in verwarring. 'Ik werd gek van de kronkels in mijn hoofd. Ik hoorde voortdurend de stem van Anil. Hij was iemand die sprak over wij als hij het over ons had: wij lusten geen thee. Nou Anil, zei ik dan, speak for yourself, ik lust wél thee. Hij sprak voor mij, namens mij, met mij, hij beschermde mij. Op het moment dat hij zelfmoord pleegde, wás er geen wij meer. Ik had het gevoel, en dat kwam doordat ik zijn stem de hele tijd hoorde, dat hij vond dat ik óók maar zelfmoord moest plegen.'


Wat zei die stem?

'Hij zei: ben jíj nou zo gelukkig met jouw leven, Stevie? Het is toch helemaal niet wat we hadden gehoopt en verwacht? Het is toch allemaal middelmaat?'


Heb je ooit gedacht dat die stem misschien gelijk had?

'Als ik dat helemaal niet had gedacht, was ik er niet zo lang mee bezig geweest. Ik heb geen maanden getormenteerd op bed gelegen, maar die stem kwam op de raarste momenten. Als ik iets deed wat het leven aangenaam zou moeten maken, hoorde ik hem. Al snel dacht ik: de enige manier waarop ik dit kan uitdrijven, is door over Anil te gaan schrijven.'


Toen Sanders in 1992 een jaar in de Verenigde Staten werkte, nam Ramdas bij De Groene zijn plaats in. Die zomer was Ramdas een van de Zomergasten in het gelijknamige VPRO-programma.


'Hij werd instant beroemd. Het wás ook echt een geweldige uitzending, omdat het bijna voor het eerst was dat je een bruine jongeman buitengewoon intellectueel hoorde praten over de hele wereld, zonder alle gebruikelijke clichés over kolonialisme en racisme.'


Vond jij het leuk? Of was er ook jaloezie?

'Ik vond het leuk en zeer terecht. En natuurlijk was er ook iets van jaloezie. Dat heb ik meteen met hem besproken. Ik wilde, in tegenstelling tot Anil, altijd alles bespreken. Ik zei: ik mag het van mezelf niet vinden, maar ik voel toch een beetje afgunst, dat het zo hard gaat met je. Hij zei: stel je niet aan.'


Toen jullie van 1997 tot 2000 samen Het blauwe licht presenteerden, verergerde

die concurrentiestrijd. 'Als je samen een televisieprogramma presenteert, is er altijd één de leukere, de slimmere, de snellere. Dat wakkerde bij ons allebei grote onzekerheidsgevoelens aan. Het was een verergerde vorm van de concurrentiestrijd die je tussen broers hebt. Ik heb geen broer, en was geschokt door die enorme competitiedrang. Als ik dit met Anil besprak, zei hij: dat is heel gewoon. Misschien had hij gelijk. Maar we waren wel héél erg elkaars concurrent.'

Op een vervelende manier?

'Het was én liefdevol, én heel competitief. Kun je je dat voorstellen?'


Jullie hoopten niet dat de ander zou falen?

'We konden erg trots zijn als de ander het goed deed. Maar het was fijn als jij zelf dan nog nét een klein stukje beter was.'


In 2009 interviewde je Anil voor de radio, ook over de tijd dat jullie samen presenteerden. Je citeert je eigen psychiater. Die zei: 'Het is één grote concurrentieslag, en jij verliest.'

'Dat heeft ooit een psychiater tegen mij gezegd, ja.'


Als jullie samen op stap waren, gingen jullie op vrouwen af om te vragen wie van jullie tweeën de leukere man was.

'Ja, haha. Behoorlijk hysterisch. Voor mij helemaal absurd, want ik ben homoseksueel. En toch kon ik ongelooflijk jaloers worden als zo'n vrouw voor Anil koos. Wat hij mij heeft geleerd, is dat ik een redelijk eerzuchtig, mannetjesachtig mannetje ben. Achteraf denk ik: hoe heb ik dat zo lang kunnen ontkennen?'


Heb je ooit seksuele gevoelens voor Anil gekoesterd?

'Nee, het is nooit seksueel geweest. Ik val op bredere mannen, op sportschooltypes. Hij was allesbehalve dat en bovendien heteroseksueel. Maar ik denk dat ik in de geest erg verliefd op hem was, en hij op mij.'


Wanneer is de verwijdering tussen jullie begonnen?

'Tegen het einde van Het blauwe licht. Ik kreeg last van een depressie die zo zwaar was dat ik niet goed uit bed kon komen. Anil moet hebben gedacht: de beste manier om Stephan er bovenop te helpen, is door te zeggen: kom op, geen gelul! Dat hielp niet. Ik heb me een tijdje teruggetrokken uit het programma en Anil vond dat een vorm van verraad. Het kwam uiteindelijk goed, maar na drie jaar wilde ik niet meer op televisie. Hij vond ook dat verraad. Tot hij gevraagd werd om voor NRC Handelsblad correspondent in India te worden. Toen zei hij: het komt me eigenlijk ontzettend goed uit, want hier heb ik altijd op gewacht. Terwijl ik hem nooit over zo'n correspondentschap had gehoord. Zo was Anil; in staat overal een positieve draai aan te geven.'


Alsof hij het eigenlijk zelf zo bedacht had.

'En precies vanwege die eigenschap meende ik dat zelfmoord niet in zijn repertoire zou zitten. Na die radiouitzending uit 2009 - het ging toen slecht met hem - zei ik: als je denkt aan zelfmoord, denk dan maar niet dat ik dat óóit zal begrijpen. Denk maar niet dat ik ooit zal zeggen: hij heeft zijn rust gevonden. Ik weet niet waarom ik dat toen zei, want ik heb met de mogelijkheid nooit serieus rekening gehouden. Misschien omdat ik het gewoon gezegd wou hebben. We hebben het er daarna nooit meer over gehad.'


In dat radiointerview spreek je hem direct aan op zijn alcoholmisbruik.

'In het jaar daarna is hij gaan afkicken. Hij heeft anderhalf jaar niet gedronken, en een boek geschreven, Badal. Dat kostte hem enorm veel wilskracht, denk ik. Ik denk dat het zijn laatste poging is geweest. Toen Badal niet het enorme succes werd dat hij verwachtte, was de bodem onder zijn plan weggeslagen.'


Toen Ramdas in 2003 na drie jaar correspondentschap terugkwam uit India, was Nederland veranderd. 'Van het fortuynisme begreep hij niets. Sterker nog: hij vond het fascisme. Ik had ook mijn bedenkingen bij Fortuyn, maar de weerzin bij Anil was enorm. Vroeger moesten Anil en ik altijd giechelen om woorden als allochtoon. Dat vonden we dooddoeners. Lieve help, get a life. Maar toen Anil terugkwam uit India, werd hij de allochtoon die hij nooit had willen zijn. Iemand die overal discriminatie, rancune en verborgen racisme ziet. Alle speelsheid die hij had, was weg. Hij was nooit de man die hard op de trommel sloeg, maar ineens had hij het idee dat dat nodig was.'


Jij zag het niet zo zwaar?

'Ik vond het niet nodig om zo'n trompettertoon aan te slaan als Anil deed. Ik vond dát verraad; aan de lichte, ironische toon die wij altijd hadden gehanteerd. Het vervelende voor Anil was dat de veranderingen in Nederland samenvielen met zijn eigen misère.'


Hij gaf de politieke ontwikkelingen de schuld van zijn eigen ongeluk.

'Ja. Hij voelde zich onprettig, maar dat was in zijn ogen logisch, want kijk maar, het racisme neemt hand over hand toe, want kijk maar, ik word gemarginaliseerd.'


Maar hij wás ook een representant van de linkse intellectuele elite, en dus sinds Fortuyn enigszins uit de gratie.

'Dat is zo. Maar niet iedereen is daar zo zwaar depressief van geworden als Anil. Toen ik Anil leerde kennen, wilde hij leren. Toen hij terugkwam uit India, waar hij eenzaam was geweest en veel was gaan drinken, vond hij het tijd dat hij discipelen zou krijgen. Maar in plaats daarvan werd hij beroepsallochtoon genoemd. Dat heeft hem enorm gestoken. Ik snap dat, maar ik kan dat niet als ultieme oorzaak van zijn ellende zien.'


In het boek probeer je een verklaring voor zijn zelfmoord te vinden, en je komt uit bij: hij kon zich niet verzoenen met zijn eigen middelmaat.

'Hij is de beste Surinaams-Nederlandse schrijver die we hebben gehad. Zijn eerste essaybundels zijn meesterlijk. Maar in die laatste jaren vond ik hem niet op zijn allersterkst, omdat hij zo toeterig werd. Hij had zelf het rare idee dat hij leuker schreef als hij dronk tijdens het schrijven. Ik vond de stukken die hij met drank op schreef al snel hysterisch. Badal heeft hij alcoholloos geschreven. Dat was zijn grote project, zijn rentree - zo was het bedoeld.'


Wat als dat boek laaiende kritieken had gekregen en een prijs had gewonnen - had het geholpen?

'Dat had allicht geholpen. Zo zat Anil wel in elkaar. Hij kon zonder ironie zeggen dat hij een uiterst urgent essay had geschreven. Als de ontvangst van zijn essay dan tegenviel, was hij diep beledigd. Meer lof, meer prijzen, meer complimenten, openlijke hulde - dat had een stuk gescheeld.


'Alles wat ik Anil verwijt, speelde en speelt in mindere mate ook bij mezelf. Het is belangrijk een verhouding te vinden tot je eigen middelmaat. Ga maar eens met kleine daden leven - dat is moeilijk, hoor.'


Hun verschillende politieke opvattingen - Ramdas uitgesproken links, Sanders liberaal - bleken een steeds groter struikelblok. 'Gesprekken over politiek werden steeds vaker ruzie. Ayaan Hirsi Ali was een groot conflictpunt. Ik kende haar een beetje en vond haar ontzettend leuk en moedig. Dat nam hij me ten diepste kwalijk. Hij vond wat zij zei hysterisch en grenzend aan fascisme.'


Je hebt het ook geduid als jaloezie, van zijn kant, op Hirsi Ali.

'Dat is een ordinair argument, en ik geloof dat hij het echt niet met haar eens was, maar de buitensporige hekel die hij aan haar had, kon ik niet rijmen met het idee dat zij toch óók een bruine vrouw was die iets moedigs deed. Weet je, op een gegeven moment ben je het stadium van de ruzie voorbij. Dan is het alsof je in een slepend huwelijk zit. Dan sla je de ruzie over omdat je de posities inmiddels wel kent. Maar de ontevredenheid blijft. Zo drijf je van elkaar weg.'


Je beschrijft jullie laatste afspraak zonder anderen erbij als een kabbelend, nietszeggend samenzijn.

'Hij kwam bij mij thuis in Almere. We hebben toen nog even geruzied over politiek. Want Almere, dat was voor Anil de PVV. En ik was niet aardig. Anil dronk toen niet, en ik, wetend dat dat echt een probleem was, had solidair moeten zijn. Als íemand kon weten hoe moeilijk het was, was ik het, want ik hou zelf ook erg van drinken. En toch dronk ik twee glazen wijn. Dat is niet wat een goede vriend doet.'


Je schrijft: ik had hem kunnen weerhouden.

'En meteen daarna schrijf ik dat dat een megalomane aanname is.'


Maar je schrijft het wel.

'Ja. Ik vind dat ik meer aandacht, liefde en steun had kunnen geven.'


Dat is iets anders dan zeggen: ik had hem kunnen weerhouden.

'De vraag is: voel ik mij schuldig aan zijn zelfmoord? Ja. Had ik meer moeten doen? Ja. Had dat de definitieve uitslag veranderd? Weet ik niet, maar ik had het moeten proberen.'


Je dicht jullie vriendschap zo veel waarde toe dat je denkt: ik had hem eruit kunnen trekken.

'Dat is wat ik inderdaad ten diepste denk. Als we die vriendschappelijke, broederachtige sfeer terug hadden kunnen vinden. Het is misschien een megalomaan idee, maar in die illusie leef je als het om liefde gaat.'


Anil was in jouw ogen behoudend. Je bracht chaos in zijn leven, jouw credo was: neem risico's. 'Het geschenk bleek giftig', schrijf je nu.

'Ik zei: dat hechte familieleven heb je niet nodig, je kunt vrijer zijn, autonomer. Wees losser met drank, bouw je seksuele ervaring uit, ga alleen op reis. Dat soort tamelijk gratuite adviezen heb ik hem gegeven. Uiteindelijk heeft hij zich op een heel verdrietige manier afgesloten van die familiewereld. Ik wil niet zeggen: door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld. Maar ik kan ook niet zeggen dat ik alles heb gedaan om deze zelfmoord te voorkomen. Sterker: ik heb hem richtingaanwijzingen gegeven die redelijk desastreus hebben uitgepakt. Maar het grote gevaar is dat het nu lijkt alsof ik de enige in zijn leven was - natuurlijk niet. Hij had een vrouw, een zus, twee kinderen.'


Heb je ooit op het punt gestaan om de vriendschap te verbreken?

'We hebben het er ooit over gehad. Ik zei: ik heb het gevoel dat onze vriendschap verwatert. Wat is beter? Een harde break, of zullen we het aanzien, met het gevaar dat het nog erger verwatert? Dat laatste hebben we besloten. Ik denk dat hij het vrijpostig van mij vond. We waren immers broers, zoiets bracht je niet ter sprake.'


Hoe ingewikkeld is het, een zelfmoord door iemand met wie je de vriendschap al een paar jaar nauwelijks onderhield?

'Het is geen schoon verdriet. Als hij nou nog steeds mijn broedervriend was geweest, had ik een enorm peilloos verdriet gehad, maar dat was schoon verdriet geweest. Dit was verdriet met een weerhaak. Het was ook woede, ook aanklacht.'


Heb je hem ook verweten dat hij niet bij je heeft aangeklopt?

'Nee, dat heb ik mezelf verweten. Het moet peilloos zwart zijn geweest, in zijn hoofd. Dan klop je niet bij een ander aan.'


Achteraf waren er mensen die zijn daad expliciet verbonden aan het politieke klimaat in Nederland. Zelfmoord als vorm van politiek protest. Wat vond je daarvan?

'Aanvankelijk vond ik dat weerzinwekkend. Zijn eigen tragedie werd hem afgenomen en er werd een politieke slogan van gemaakt. Het gaat niet over Wilders of Cohen. Het gaat over de enorme desillusie van iemand in zijn eigen leven. Later dacht ik: hij zou het prettig hebben gevonden dat er die draai aan werd gegeven. Hij stond niet graag naakt.'


Lees verder op pagina V4




Vervolg van pagina V3


CV Anil Jaiprakash Sadaphal Ramdas


16 februari 1958 Geboren in Paramaribo


1977 Studie sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam (studeert in 1986 cum laude af)


1989-2012 Publicaties in o.a. De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad, presenteert voor VPRO en NTR televisie- en radioprogramma's


1997-2000 Presenteert met Stephan Sanders Het blauwe licht


2000-2003 India-correspondent voor NRC Handelsblad


2003-2005 Directeur debatcentrum De Balie


2011 Debuutroman Badal


16 februari 2012 Overleden in Loenen aan de Vecht


CV Stephanus Clement (Stephan) Sanders


28 juli 1961 Geboren in Haarlem


1979 Studie politieke wetenschappen en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam


1986-heden Publicaties en columns in De Groene Amsterdammer, de Volkskrant en Vrij Nederland, diverse boekpublicaties (Ai Jamaica, Buitenwacht, Liefde is voor vrouwen, De man en zijn lichaam)


1997-2000 Presenteert samen met Anil Ramdas voor de VPRO Het blauwe licht


2010Verblijft in Almere als 'writer in residence'


2013 Publicatie Iets meer dan een seizoen (memoir)


Iets meer dan een seizoen van Stephan Sanders is uitgegeven bij De Bezige Bij. 208 pagina's, 18,90 euro.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden